Op het witte dak van Oostenrijk

In het hart van de Alpen ligt een natuurgebied bezaaid met bergtoppen boven 3.000 meter: het Nationaal Park Hohe Tauern. Die fantastische wandelplek is bekend voor haar bergmeertjes, mooie panorama's, gezellige berghutten en spectaculaire gletsjers.

De apotheose van deze stevige wandeltocht is de beklimming van de Grossvenediger en nog vijf drieduizenders.

In het bergdorpje Virgen, waar toerisme de rust gelukkig niet heeft weggejaagd, ontmoet ik twaalf Vlaamse wandelaars: tien mannen en twee vrouwen, van wie de meesten doorgewinterde stappers zijn. Onder de deskundige leiding van Te Voet-gids Peter zullen wij door een stukje Alpen in het Oostenrijkse Oost-Tirol trekken.

Wanneer we op de kaart de dagroutes uitstippelen, wordt het me duidelijk dat deze zevendaagse tocht meer dan pittig is. 'Elke dag stijgen we zo'n 1.000 meter en er wordt minstens zes à zeven uur gestapt', zegt Peter. De tocht heeft de waardering 'zwaar met technische moeilijkheden' meegekregen en behoort dan ook tot de lastigste wandelreizen uit het aanbod van de reisorganisatie.

Een stevige fysieke conditie en een sterk uithoudingsvermogen zijn nodig om met een 10 kg zware rugzak inclusief proviand voor zeven dagen deze onderneming tot een goed einde te brengen. Peter beklemtoont dat de rugzakken zeker niet meer mogen wegen. 'Wie meer kilo's meedraagt, maak het voor zichzelf alleen maar zwaarder, vooral op de gletsjer.'

Bakermat

We bevinden ons in het Virgendal, in het centrum van Oost-Tirol. De bekende Duitse wandelgids Kompass is in de wolken over het door Italië en Salzburg afgescheiden stukje Tirol: 'Dit gebied, dat wonderwel van massatoerisme gespaard blijft, is bekend voor zijn gletsjers, luidruchtige watervallen en gevarieerde steenformaties die het karakter van het landschap bepalen.'

In dat bekoorlijke Oost-Tirol is het Virgendal, gevormd door de rivier de Isel, een unieke plek. Nergens in Oostenrijk is de concentratie aan drieduizenders zo hoog als hier. Wij doorkruisen twee bergmassieven: de Lasörlinggruppe, goed voor 12 drieduizenders, en de Venedigergruppe, die liefst 60 toppen boven 3.000 meter telt.

Het Virgendal ligt in het eerste natuurgebied van Oostenrijk. Het Nationaal Park Hohe Tauern werd in 1981 opgericht. Het park is eigenlijk een 120 km lange bergketen die zich, behalve over Oost-Tirol, ook over de bundesländer Karinthië en Salzburg uitstrekt. Het steekt langs de westelijke kant zelfs zijn neus binnen in het Italiaanse Zuid-Tirol. Met 1.800 km2 is Hohe Tauern het grootste reservaat in Midden-Europa.

Alpenhoorns

Een huttentaxi brengt ons naar de vertrekplaats op iets meer dan 2.000 meter, boven de boomgrens. Daar zullen we het grootste deel van de tijd ook blijven. We werpen een laatste blik op het dorpje Virgen, een grijze ster tussen de groene alpenweiden en de beboste flanken. Daarachter baden de kleppers van de Venedigergruppe in de ochtendzon. 'Daar moeten we naartoe!' grijnst Peter, terwijl iedereen zijn rugzak vastklikt.

Stappers zijn solidair. We hebben het proviand verdeeld, zodat niemand een te zware last moet dragen. Iedereen moet wel de extreme weersomstandigheden ondergaan. Het is heel warm en de lucht kleurt staalblauw. Dat maakt de tocht nog iets zwaarder, maar het garandeert wel de vergezichten die het hooggebergte zo speciaal maken.

Voor ons wachten de pieken van de Lasörlinggruppe. 'Een licht voorsmaakje voor het grote werk', schertst Peter en hij zet zich op kop van de groep. Algauw weerklinken alpenhoorns. Aan de Zupalsee Hütte begeleiden ze een openluchtmis en zorgen ze voor de typische alpensfeer. Via een hoge, smalle kam boven twee bergflanken - in de trekkerswereld 'tafel' genoemd - bereiken we de eerste toppen, waar we met stempels kunnen bewijzen dat we er geweest zijn. Een uurtje later zorgt het eerste koele meertje voor verfrissing. Het ligt op anderhalf uur stappen van de Lasörling Hütte, de eerste overnachtingsplaats.

Op de tweede dag krijgen we 's ochtends de Lasörling, een drieduizender, voor de voeten geschoven. 'Een eerste test voor de fysiek', aldus de gids. Iedereen geraakt boven, ondanks de moeilijke omstandigheden: veel rotsblokken, gevaarlijk steengruis en een verzengende hitte. Boven is het gevoel overweldigend. Het zicht op de ontelbare Alpenpunten is indrukwekkend. Westwaarts turen we naar Italiaanse toppen.

En dan gaat het in een strak tempo naar de Bergersee Hütte, bekend als 'de oase van bergen, wandelaars en? welbehagen'. Een tweede zware klim van de dag levert een ontmoeting met een eenzame gems en een adembenemend uitzicht over een idyllisch landschap op. In de verte glinstert een blauw-groen meertje: de Berger See. Om aan de hut te geraken, is het wel opletten geblazen. De afdaling langs losse stenen, een bergriviertje en een kleine gletsjer is gevaarlijk. Volgens een bord zijn we in de kernzone van Hohe Tauern.

De derde dag is een overgangsetappe, beweert Peter, die nu van in het begin flink doorstapt. Langs een groene bergflank stijgen we rustig naar 2.500 meter. Het Virgendal met het stadje Prägraten komt in zicht. Dankzij het prachtige weer is het volop genieten van machtige panorama's en van de hoogste berg van Oostenrijk: de Grossglockner (3.798 m).

Zo'n 1.000 meter lager steken we een woelig zijriviertje van de Isel over en zien voor ons de groen-grijze pas die we over moeten. Zwetend en puffend komen we na een uurtje afzien boven, maar er is geen hut te zien. Wel nog een bergpas. Volgens een gehavende pijl hebben we nog twee uur nodig om de hut te bereiken.

IJsreuzenwereld

De volgende dag verlaten we het Lasörlinggebergte en stappen door het Virgendal naar de overkant van de Isel de Venedigergruppe binnen. Opnieuw geen wolkje aan de lucht. Begeleid door een kolkend riviertje en een adembenemende canyon dalen we stevig naar de Isel. Onder een stralende middagzon volgen we de rivier stroomafwaarts. Geleidelijk verandert die een wilde stroom met spectaculaire watervallen, dé toeristische attractie in het natuurgebied.

In Ströden, gelegen in de buitenzone van het natuurpark, laten we de Isel achter ons. In een dennenbos, langs een zijrivier die hevig naar beneden dondert, begint de 800 meter lange, kronkelende klim naar de Essener Rostocker Hütte. De beklimming wordt, mede door de hitte, een calvarietocht. Zelfs de jongsten uit de groep, twee twintigers, trappen op hun adem.

Als we denken dat we aan de hut zijn, zien we ze tergend hoog op een klip liggen. Even uitrusten aan het meertje en het dammetje waar de rivier zich naar beneden stort en dan de laatste inspanning naar boven. Na acht uur stappen bereiken we moe onze slaapplaats. 'Welkom in de ijsreuzenwereld', zegt de sympathieke uitbater. Inderdaad, boven de hut glinstert de eeuwige sneeuw.

De vijfde dag is de tocht naar 'de poort tot de Grossvenediger', zoals de hut Defregger Haus (2.964 m.) wordt genoemd. De zon is opnieuw prominent aanwezig. Maar volgens Peter is er in de namiddag kans op onweer. Daarom houdt hij van in het begin een verschroeiend tempo aan. Zwetend bereiken we een merkwaardige bergkam bezaaid met stenen mannetjes en rotstafels.

Zigzaggend én genietend van de indrukwekkende omgeving - de gletsjers vormen nu het permanente decor - zoeken we, dalend, een weg naar de oudste hut van de oostelijke Alpen: de Johannis Hütte, gebouwd in 1857. Peter vraagt ons tijdens het middagmaal niet te treuzelen. Hij wil snel boven zijn, want wolken komen dreigend opzetten. Het steile pad lijkt een autosnelweg. Niet dat ze er zo goed bij ligt, wel door het grote aantal wandelaars. In drie uur stijgen we meer dan 800 meter om dan in een massa volk terecht te komen. 'Logisch', vertelt de gids, 'deze hut is een knooppunt voor sneeuwwandelaars'. Hij wijst naar een zwart lijntje op de indrukwekkende sneeuwmassa: een groep komt terug van de Grossvenediger.

Spleten

5.30 uur. We zijn klaar voor hét hoogtepunt van de tocht. De riemen zijn aangespannen, de koorden vastgeklikt en de wandelstokken op de juiste hoogte gezet. Begeleid door twee berggidsen stappen twee groepen 'in cordée' over het 'Dach Gottes', het grote gletsjerdak. Dit wordt de langste en vermoeiendste dag: tien à twaalf uur stappen in sneeuw en op ijs, over zes drieduizenders!

'Een bloedmooie, maar aartsgevaarlijke onderneming', vertelt onze berggids Martin, die aan zijn 95ste beklimming van de Grossvenediger begint. Op een gletsjer zijn spleten. Die liggen elke dag ergens anders en vele zijn nauwelijks zichtbaar. Traag stappen, is de boodschap. 'Als iemand door de sneeuw zakt, moeten we kunnen reageren. En dat zal zéker gebeuren', voorspelt Martin.

We hebben echt geluk met het weer. Het wordt een warme, heldere dag. Van het tweede gevaar - mist - hebben we geen last. Na een stukje rotspad komen we aan de immense sneeuw- en ijsmassa. Voor we een voet op de gletsjer zetten, zegt Martin plots: 'Viele Wege führen zu Gott, eine über die Berge! Viel Glück.' De cordée zet zich in beweging, traag maar gedecideerd richting de eerste drieduizender, Hohes Aderl (3.504 m.).

Nauwelijks enkele honderden meters verder zorgt een zichtbare, maar brede gletsjerspleet al voor valpartijen. Een wandelaar verliest tijdens een mislukte sprong zijn drinkbus. Ze verdwijnt in de spleet en zal eeuwig koel blijven. Nu begint de adrenaline te stromen. De concentratie verhoogt. Om de tocht niet nodeloos zwaar te maken, laten we de rugzakken op 3.400 meter hoogte achter. Zo'n 20 minuten later staan we op de eerste top.

Een halfuur sneeuwwandelen scheidt ons van het dak van deze unieke wandelreis: de Grossvenediger 3.674 meter hoog. We bereiken hem langs een bangelijk smalle sneeuwrichel. Boven schudden we handjes, feliciteren elkaar en nemen foto's. Van hieruit zouden we de Italiaanse stad Venetië - 200 kilometer van hier - kunnen zien. 'Een hardnekkige mythe', zegt Martin.

Hij vertelt ons nog dat de meest bezochte drieduizender van Oostenrijk in 1841 voor het eerst succesvol werd beklommen. Nu staan wij hier te glunderen. En te genieten van het uitzicht, dat fantastisch, uniek, adembenemend is, maar ook van de prestatie. 'Blauwe hemel, schitterend!', schreeuwt Peter uit. Bij zijn drie vorige beklimmingen was mist telkens de spelbreker.

We stappen verder, naar de Kleinvenediger (3.477 m.), de Rainerhorn (3.560 m.), de Schwarze Wand (3.511 m.), de moeilijkste, en de Hoher Zaun (3.467 m.), de makkelijkste. Geleidelijk wordt de sneeuw zachter, waardoor iedereen wel eens wegzakt. Een van de gidsen verdwijnt bijna helemaal. We wandelen ook op ijs waar water onder loopt. 'Hoor je de U-bahn', grapt Martin. Sommigen voelen zich niet zo op hun gemak. Wie wil, kan zich nog laten afzakken in een gigantische gletsjerspleet. Een onvergetelijke hooggebergte-ervaring. In de namiddag bereiken we de begane grond: moe, afgepeigerd.

's Avonds, in de kleine Eissee Hütte, is het commentaar unaniem: zwoegen naar de Grossvenediger was voor de hele groep een unieke ervaring. De volgende dag dalen we gezapig en gelukzalig af naar het grijze sterretje in het dal: Virgen.

Johan DE DONDER

Te Voet organiseert dit jaar tweemaal de tocht naar de Grossvenediger: van 7 tot 14 juli en van 18 tot 25 augustus.

Voor meer informatie: 't Zuiderhuis Antwerpen, Sint-Jozefstraat 82 in 2018 Antwerpen, 03/285.99.90 of 't Zuiderhuis Gent, H. Frère Orbanlaan 34 in 9000 Gent, 09/233.45.33, @link[popup,http://www.tevoet.be]www.tevoet.be@endlink, info@tevoet.be. Te Voet is dit weekend aanwezig op de reisbeurs Adventure Affair in Gent, www.adventureaffair.be

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud