Per boek doorheen het land van de wereldkampioenen

Belgische politici en andere Italiëgekken reizen weer af naar hun geliefde bakermat. Van dat schitterende land is vooral het bovenste gedeelte, tot en met Rome bekend. Allengs, allegro, wordt ook het zuiden meer bereisd.

(tijd) Het meest fantastische van Italië is, dat al die boeken die er nog altijd over verschijnen, ons blijven boeien.

Ongeveer alle grote schrijvers, schilders en componisten hebben hun vakkennis en inspiratie gezocht, velen ook gevonden, in Italië. De Nederlandse auteur Geerten Meijsing is al heel zijn leven weg van het land, zo weg dat hij er maar gaan wonen is. Op Sicilië, in Syracuse - nu een provincienest maar lang geleden het New York van de wereld. Meijsing bloemleest de wereldliteratuur over het onderwerp. De enige lijn die hij in 'Van Como tot Syracuse' heeft gestoken is een geografische, van noord naar zuid. Daarbij hanteert hij de publicaties van slechts één uitgever, de zijne. Dat is een beperking, maar een draaglijke omdat onder anderen Ovidius, Livius, Homerus, Petrarca, Svevo en Yourcenar in het fonds zitten. Helaas niet Dante. Wel Boccaccio, die een boek schreef over 'Het Leven van Dante'.

Zo bereiken ons wijze woorden over bijvoorbeeld het huwelijk, een instelling die niet voor iedereen raadzaam wordt geacht: 'Zij die zich aan de bespiegelende wetenschappen wijden, zouden de huwelijkse plichten moeten overlaten aan de domme rijken, de heersende klasse en het werkende volk, en hun tijd plezierig moeten doorbrengen met de wijsbegeerte, een veel betere levensgezellin dan enige vrouw'.

Overspel

Meijsing maakt een scheervlucht ('reculer pour mieux sauter') over de Provence. Die hoort natuurlijk niet bij het Italische schiereiland, maar wel bij de Grieks-Romeinse invloedssfeer. In de Provence bouwt men met Romeinse dakpannen, men vindt er beroemde Romeinse overblijfselen als de Pont du Gard en het Maison Carré in Nîmes. Voor Romeinse soldaten met pensioen werd grond vrijgemaakt in de Provence, toen er op het schiereiland zelf geen plaats meer was.

In de Renaissance heeft de Italiaan Petrarca er rondgedoold. Hij was de eerste die de Mont Ventoux beklom, puur voor de kick van de schoonheid. Petrarca deed het nog te voet, lento cantabile als in zijn sonnetten: 'Ik schaam me soms, o liefste, dat ik niet/ in staat ben jou in verzen te beschrijven./ Reeds de eerste aanblik van jouw schoonheid liet/ mijn hand, en daardoor ook mijn pen, verstijven.'

Syndroom

Via Stendhal komen we in Florence terecht. Naar de Franse schrijver is een heus syndroom genoemd. In 1817 kwam de auteur van 'Le rouge et le noir' zo diep onder de indruk van de stad aan de Arno, meer bepaald van de gotische kerk Santa Croce, dat hij prompt in katzwijm viel. In de geneeskunde is het 'Syndroom van Stendhal' de diagnose voor een tijdelijke algehele verzwakking door al te hevige esthetische ontroering. De naam werd, meer dan honderdvijftig jaar later, verzonnen door een Italiaanse psychiater.

Deze bekende anekdote is maar een van de vele in de lijvige 'Anekdotische reisgids voor Florence' van Luc Verhuyck.Het ondeskundig consumeren van al die feiten en feitjes dreigt tot een Verhuyck-syndroom te leiden. Het is natuurlijk waar dat alle verhalen vastgeankerd zitten in de geschiedenis. En reken maar dat er in Florence, de stad van onder meer de Medicis, véél gebeurd is. Gelukkig helpt de auteur ons met een omstandig namenregister, waarin de pagina's met vertelsels vetjes gedrukt staan.

Wanneer er in een Florentijnse familie 'te veel' meisjes waren, werden die vaak in het klooster gedumpt om de hoge bruidsschatten te ontlopen. Uiteraard waren niet alle jongedames het er mee eens dat ze de aardse genoegens moesten verzaken voor onthechting annex onthouding. Een dochter van de vooraanstaande Frescobaldi's wist in 1620 haar geliefde een week lang verborgen te houden in haar kloostercel. Toen de stunt aan het licht kwam, werden de wellustigen totterdood in de kerkers van de Bargello geworpen. Apart, wel te verstaan. Een andere overspelige non werd levend ingemetseld.

Prikbord

We rukken op, de Rubicon over. In Rome is de Piazza Navona een absolute must, niemand kan er omheen. In dit letterlijk eeuwenoude decor ontvouwt zich een natuurlijk klank- en lichtspel van marktkramers, potsenmakers, fonteinen, duiven en jongeren, kwebbelende mama's, toeristen, loslopende nonnen en priesters - Vaticaanstad ligt een boogscheut verderop. Slechts vijftig meter van de schitterende piazza ligt een ander, haast ingetogen en onooglijk pleintje, de Piazza di Pasquino. Die Pasquino is een verhakkeld standbeeld, waarover de Rome-kenner Henk van Gessel een interessant boekje heeft vervaardigd.Eind 15de eeuw werd een stenen torso opgegraven, een lijf zonder armen hoewel die er ooit moeten hebben aangezeten. Op het hoofd staat een naar achteren geschoven helm - de positie van een krijger die even niet vecht. Onder de arm klemt hij een zwaard. Rond de kin zijn sporen van een baard, wat op een Griekse afkomst wijst. Het restant van een tweede figuur bevat weinig meer dan een navel en een plukje schaamhaar. De interpretatie is: een soldaat uit de Griekse oudheid brengt een gesneuvelde makker achter de linies in veiligheid. Menelaos met het lijk van Patroklos? De esthetische kwaliteiten van de vondst zijn betwistbaar en worden ook betwist, zeker nadat de grote beeldhouwer Bernini dit had omschreven als 'het mooiste beeld uit de klassieke oudheid dat Rome kende'. De herkomst van de naam Pasquino is onduidelijk. Hij werd volgens diverse overleveringen ontleend aan een naburige leraar, kleermaker, barbier of herbergier. Zoveel is zeker: dit stukje Rome was in de 16de eeuw al een levendige volksbuurt.

Overigens gaat de commotie minder over het beeld dan over de sokkel waar het op staat. Die ging al snel dienst doen als uitlaatklep voor boze burgers, een soort prikbord waarop men anoniem en in hekelverzen zijn kritiek op het regime uitte. Het plein van Pasquino werd de plaats van politiek protest, op posters, pamfletten of simpele A-viertjes. Mensen komen langs, lezen, en gniffelen om de venijnige humor. Alleen als de voetbalclub AS Roma iets gedenkwaardigs heeft gepresteerd, wordt het beeld gehuld in de clubkleuren, met sjaals en vlaggen en een caesariaanse lauwerkrans op het hoofd, alsof het Manneke Pis was. Kritiek maakt uitzonderlijk plaats voor juichkreten, uiteraard ook als Italië de Wereldbeker wint.

Rundslachting

Het is begonnen met de pauselijke dictatuur van de Borgia's. De even brutale als corrupte Heilige Vader Alexander VI hield er een spraakmakend gezin op na, dat in de geschiedenis bekend staat als het 'Borgia-gebroed'. Vooral zoon Cesare en dochter Lucrezia begaven zich met graagte aan bezigheden als incest en moord. Hun broer werd op een nacht zwaar toegetakeld en dood uit de Tiber gevist. In het familiewapen was een stiertje afgebeeld. Op de sokkel van Pasquino verscheen al snel het volgende stukje satire: 'Verzuip, vader Tiber, de kalfjes/ uit wraak voor hun liederljk spel./ Dat rund mag geslacht en geofferd/ aan Pluto, de god van de hel.' In het Nederlands bestaat het weinig bekende woord 'paskwil' voor spotprent of schotschrift. Van Gessel heeft een stuk of zeventig van die 'pasquinades' opgepikt, vertaald en geannoteerd. Verspreid over Rome staat nog een vijftal andere Sprekende Beelden, die samen met Pasquino ook vandaag fungeren als een element van katharsis, maatschappelijke zelfzuivering.

Jef COECK

Geerten Meijsing - Van Como tot Syracuse/Reis door Italië met de grootste schrijvers en dichters - 2006, Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 351 blz., 14,95 euro, ISBN 90-253-3424-5.

Luc Verhuyck - Firenze/Anekdotische reisgids voor Florence - 2006, Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 476 blz., 24,95 euro, ISBN 90-253-5889-6.

Henk van Gessel - Pasquino/Spot en satire in Rome - 2006, Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 128 blz., 14,90 euro, ISBN 90-5937-123-2.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud