Théo Van Rysselberghe wees Mondriaan de weg

In het Gemeentemuseum Den Haag, met zijn vermaarde Mondriaancollectie, is de eerste grote overzichtstentoonstelling te zien van de invloedrijke Vlaamse neo-impressionistische schilder Théo van Rysselberghe.

(belga) In zijn jonge jaren bewonderde hij de lichtval van Frans Hals, zijn eigen werk leidde uiteindelijk tot Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie. Geen wonder dat de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag plaatsvindt. Dat schrijft museumdirecteur Wim van Krimpen in de catalogus van de tentoonstelling, die tot eind september te zien is. De samenstellers laten de zalen met Van Rysselberghe naadloos aansluiten op het werk van Jan van Toorop en Mondriaan uit de eigen collectie. Vooral de laatste ging met zijn drie primaire kleuren rood, geel en blauw in Victory Boogie Woogie het verst in een trend die Van Rysselberghe vanuit Frankrijk naar het noorden bracht: het loszingen van de kleur van de vorm.

Hangt in de eerste zaal van de tentoonstelling nog een door Hals geïnspireerd zelfportet van de 18-jarige Van Rysselberghe; even verderop is te zien dat de schilder zich bekeert tot een geheel nieuwe, eigentijdse manier van schilderen. Onder invloed van Paul Signac en Georges Seurat bekeert hij zich tot het pointillisme: een techniek waarbij het beeld uit stippeltjes wordt opgebouwd.

De pointillisten zetten ongemengde kleuren in kleine stipjes naast elkaar met het idee dat deze zich in het brein van de kijker met elkaar mengen in plaats van op het palet. Van Rysselberghe oogstte groot succes onder de critici met een keerpunt in zijn oeuvre, zijn portret van Juffouw Alice Sèthe, de eerste keer dat hij alleen maar met stipjes werkte.

Jan Toorop, die lid was van dezelfde kunstkring Les Vingt in Brussel, ging op de ingeslagen weg verder en ontwikkelde met Mondriaan een noordelijke variant van de stippeltjeskunst. De tentoonstelling laat zien dat Van Rysselberghe de methode gaandeweg als een keurslijf begon te ervaren.

De schilder begon weer kleuren te mengen en liet ook allerlei andere invloeden toe in zijn werk, van Henri Toulouse-Lautrec bijvoorbeeld en Edgar Degas. Over het pointillisme of divisionisme schreef Van Rysselberghe: 'Het divisionisme, de zuivere kleur heb ik nooit als een esthetisch principe beschouwd - en nog minder als een filosofie - maar eerder als een expressiemiddel.' De schilder schreef dit aan zijn vriend Paul Signac, van wie hij zich met zijn terugkeer naar een meer natuurlijke voorstelling verwijderde.

Dogmatisch was hij dus niet, maar wel consequent. Als jonge kunstenaar schreef hij al dat een schilder de natuur of de werkelijkheid moest blijven volgen, al was slaafs kopiëren uit den boze. Hij schreef erbij nog wel moeite te hebben om zijn eigen draai aan de alledaagse werkelijkheid te geven. Vanaf zaterdag is in het Gemeentemuseum Den Haag te zien dat Théo van Rysselberghes talent veelzijdig genoeg was om daar glansrijk in te slagen.

Foto: Belga

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud