Tucht baart vrucht

De opvatting dat kinderen de stille trots van hun ouders zijn, bestaat reeds eeuwen. In Antwerpen zijn rond dat thema tientallen oude schilderijen bijeengebracht, portretten waarop Vlaamse en Hollandse rijkeluiskinderen uit de zestiende en zeventiende eeuw afgebeeld staan. De tentoonstelling 'Kinderen op hun mooist', gehouden in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, brengt via de getoonde kinderportretten niet enkel de ijdelheid van de ouders in beeld, ook hun moraal kan men ervan aflezen. Een kind is als een jong dier dat gedresseerd moet worden. Tucht baart vrucht.

De val van Antwerpen in 1585 had pijnlijke, ingrijpende en langdurige gevolgen voor onze gewesten. Zo emigreerde in vier jaar tijd de helft van de Antwerpse bevolking naar de Noordelijke Nederlanden, incluis de financiële en intellectuele elite die protestants was. Onder hen bevonden zich ook tientallen kunstenaars die in het Noorden nieuwe kunstgenres zouden introduceerden. Een daarvan was het kinderportret. Tegen het einde van de vijftiende eeuw was in hofkringen in Vlaanderen het individuele kinderportret ontstaan. Het oudste schilderij op de Antwerpse tentoonstelling is een portretje van Philips de Schone uit 1492. De rijke burgers en handelaars zouden in navolging van de adel hun kinderen laten portretteren.

Tussen 1500 en 1700 ontstonden tal van burgerlijke kinderportretten, waarvan er nu in Antwerpen zo'n tachtig werken te zien zijn. Het is opvallend dat de eerste generatie schilders Vlamingen waren, ook zij die na 1585 in Nederland werkten. Het genre zou gaandeweg overgenomen worden door Noord-Nederlandse kunstenaars. De tentoonstelling brengt werk van zowel minder bekende als beroemde meesters, onder wie Jan Gossaert, Pieter Paul Rubens, Cornelis de Vos, Johannes Cornelisz. Verspronck, Gerard ter Borch en Nicolaes Maes. De expositie kwam tot stand door de samenwerking van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en het Frans Halsmuseum in Haarlem. In Haarlem was de tentoonstelling reeds te zien in de herfst van 2000.

Op de schilderijen is het zoeken naar een enkel kind dat lacht, speelt of gewoon ravot. Er is geen vuiltje op de wangen of kleren te bespeuren. De geportretteerde kinderen staan er allen keurig bij, ernstig en in hun kinderlijke onschuld een tikkeltje vertederend. Zij hebben niet zelden een mandje kersen of ander fruit bij, om de kwetsbaarheid en de belofte die hun jeugd inhoudt, te benadrukken. Maar hoe jong zij ook zijn, zij lijken zich terdege bewust te zijn van de ondeugd en de wellust die in hun lichaam schuilen. Een schilderij uit 1647 portretteert een vierjarig meisje, dat een poes met een hand bij de poot houdt en een vis in de andere hand klemt. Te begrijpen als: houdt de poes van de vis. Op een ander schilderij wordt een eveneens vierjarige jongetje afgebeeld, vergezeld van een gebreidelde bok. De breidel was het attribuut van de matigheid, de bok het meest wellustige dier dat men zich kon indenken. In de opvattingen van toen moest de begeerte van het kind van meet af aan de kop worden ingedrukt. Meisjes hadden minder tucht nodig dan jongens, dankzij hun haast aangeboren schaamtegevoel, dacht men.

Het is Jacob Cats (1577-1660), van opleiding advocaat en een zeer godsdienstig man, die met zijn vele moraliserende gedichten en zijn spreekwoord 'Tucht baert vrucht' de essentie van de opvoedingspraktijk in de zestiende en zeventiende eeuw het best heeft verwoord. Cats putte zijn inspiratie uit de werken van Plutarchus en Aristoteles. De natuurlijke aanleg (natura, natuur) moest altijd worden verbeterd door leerbare regels (ars, onderwijs), die voortdurend geoefend moesten worden (exercitio, oefening). Alleen een combinatie van die drie componenten stond borg voor een geslaagde opvoeding. Men kan op de tentoonstelling kinderen zien in het gezelschap van een gedrilde papegaai of van een hond aan een leiband. Ouders gingen niet vrijuit. Alle tekortkomingen van het kind, dat toch als een onbeschreven blad ter wereld kwam, werden op hen teruggevoerd. De ouders waren het die erop aangesproken werden, wanneer het kind de norm van het toelaatbare had overschreden.

Bert POPELIER

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud