Advertentie

Uit devotie en een beetje ijdelheid

In het Museum van Schone Kunsten in Antwerpen zijn meer dan dertig tweeluiken van de Vlaamse Primitieven samengebracht. De 500 jaar oude schilderijen werden destijds gemaakt in opdracht van vorsten, abten, bankiers en kooplui.

Ze wilden daarmee hun devotie uitdrukken, al was ijdelheid hen niet vreemd. In de loop van de eeuwen geraakten sommige tweeluiken gesplitst. In Antwerpen zijn die voor het eerst sinds lang weer samen.

Tweeluiken of diptieken zijn schilderijen die bestaan uit twee panelen van dezelfde vorm en grootte. De panelen hebben scharnieren zodat men ze kan openen en sluiten. De afmetingen van de tweeluiken variëren van heel klein, enkele centimeters, tot monumentaal. Het onderwerp is meestal religieus, een zeldzame keer profaan. Het was de gewoonte de luiken aan beide zijden te beschilderen, maar het hoofdtafereel staat altijd op de binnenkant afgebeeld. Op het linkerpaneel is meestal een Madonna met kind te zien, op het rechterpaneel het portret van de opdrachtgever. De buitenkant is vaak geschilderd in steenimitatie of draagt het wapenschild van de opdrachtgever.

Tweeluiken, en werken op paneel in het algemeen, zijn kwetsbare kunstwerken. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat ze getransporteerd worden. Voor de Antwerpse tentoonstelling komen de peperdure kunstwerken uit diverse Europese landen en de Verenigde Staten. Het transport van dergelijke werken gebeurt met uiterste zorg. Elk werk wordt ingebed in een schokwerend omhulsel, dat zelf verankerd zit in een houten kist. Een medewerker van het uitlenende museum begeleidt het werk op zijn reis naar het gastmuseum. Bij aankomst wordt de kist voorzichtig opengeschroefd, en het werk wordt door deskundigen met behulp van foto's gecontroleerd op mogelijke beschadigingen. Wegens hun kwetsbaarheid zijn de werken goed verzekerd: meer dan een derde van het hele tentoonstellingsbudget in Antwerpen wordt door de verzekeringspremie opgeslorpt.

In de loop der jaren zijn heel wat tweeluiken van uitzicht gewijzigd door beschadiging, verwaarlozing of verandering van smaak. Sommige tweeluiken zijn samengesteld uit luiken die oorspronkelijk niet bij elkaar hoorden. Een voorbeeld daarvan is in Antwerpen te zien. Van het tweeluik 'Maagd en Kind' werd het linkerluik omstreeks 1523 geschilderd door de zogenoemde 'Meester van de Magdalena Legende', een noodnaam voor een kunstenaar van wie men de echte naam niet kent. Dat paneel, met een tedere afbeelding van Maria en kind, werd gekocht door Willem van Bibaut, een monnik uit Gent die abt was geworden van de beroemde kartuizerabdij La Grande Chartreuse in Grenoble. Van Bibaut liet een rechterluik met zijn portret bijmaken in de stijl van het linkerpaneel. De auteur daarvan is evenmin bekend.

Drie vrienden

Niet alle tweeluiken tonen op het ene paneel een Madonna met kind en op het andere het portret van de opdrachtgever of schenker. Sommige combineren twee religieuze taferelen, zoals het tweeluik met links Sint-Jan de Doper en rechts de Heilige Veronica met de zweetdoek, een werk uit 1470-1475 van de hand van Hans Memling. Een zeldzame keer gaat het om zuiver profane voorstellingen. Zo is in de Antwerpse tentoonstelling een tweeluik te zien uit 1517 met de portretten van de bekende humanistische schrijver Desiderius Erasmus en van zijn vriend Peter Gillis, een geleerde die stadssecretaris in Antwerpen was. Erasmus en Gillis hebben samen dit dubbele portret besteld bij de schilder Quinten Metsijs en deden het tweeluik cadeau aan hun gemeenschappelijke vriend, de Engelse filosoof Thomas More. Het luik met het portret van Gillis behoort tot de vaste verzameling van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten, het luik met het portret van Erasmus komt uit het Palazzo Barberini in Rome.

Ogen verplaatst

De tentoonstelling toont aan dat tweeluiken in de periode 1450 tot 1550 erg in trek waren bij de hogere klasse. De beroemdste kunstenaars van die tijd werden gevraagd een diptiek te schilderen, onder wie Hans Memling, Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Gerard David. Ook de bloeiende kunstmarkt gaf een extra impuls aan de productie van tweeluiken. Naast de vele panelen die op bestelling werden gemaakt, werden ook tweeluiken voor de vrije markt geschilderd. Door het gebruik van patronen en voorbeeldtekeningen konden ateliermedewerkers diverse versies van een populaire voorstelling realiseren.

Er is weinig bekend over hoe tweeluiken precies werden gebruikt. Sommige hingen aan de muur, andere werden opgeborgen in een doos (foedraal), een beurs of een kist. Voor devotie konden kleinere tweeluiken worden geplaatst op een tafel, huisaltaar of lezenaar, zoals een boek. Tweeluiken werden niet altijd volledig geopend, ze werden in hoek opgesteld. Die manier van opstellen gaf de schilder picturale mogelijkheden om een relatie te leggen tussen de twee voorstellingen. Uit röntgenonderzoek van de panelen blijkt dat de ogen van de personages meer dan eens werden verplaatst. Die wijzigingen werden pas laat in het schilderproces doorgevoerd, misschien pas nadat de paneeltjes door de scharnieren waren verbonden, en de schilder het tweeluik zo kon bekijken.

Het succes van de tweeluiken hield verband met wat de 'devotio moderna' wordt genoemd, een religieuze mode die was ontstaan in de late 14de eeuw en in heel Noord-Europa ingang vond. Het lijdensverhaal van Christus en de verering van Maria werden centrale thema's in de christelijke devotie. Het cultiveren van de ontroering werd door de kerkleiding gezien als een belangrijk bestanddeel van de religieuze ervaring.

Portret van een dief

Tweeluiken waren door hun intieme karakter hoe dan ook zeer geschikt voor een individuele godsdienstbeleving. Niet alleen kloosterordes zoals de kartuizers, cisterciënzers en franciscanen bestelden in de 15de eeuw tweeluiken, maar ook de welgestelde middenklasse wou zo'n devotie-schilderij in huis. In navolging van vorsten en andere hoge edellieden wilden ook de bankiers en de rijke kooplui biddend naast de Madonna worden afgebeeld. Misschien ging het meer om prestige dan om devotie. Zo is er het geval van Jean de Gros. Deze schatbewaarder van de Bourgondische Nederlanden, die in een schitterend pand in Brugge woonde, bestelde omstreeks 1455 bij Rogier van der Weyden een tweeluik met een Madonna en met zijn portret. Jean de Gros staat er devoot met gevouwen handen bij, zoals dat hoorde. Later zou blijken dat hij uit de schatkist geld verduisterd had en werd zijn persoonlijke voorraad aan zilver aangeslagen.

Aan elk getoond tweeluik is een verhaal verbonden. Voor het Antwerpse museum zelf is de hereniging van het tweeluik met het portret van Phillipe de Croy, een kamerheer van Filips de Goede, spectaculair. Het luik met het portret van De Croy is eigendom van het Antwerpse museum, het bijbehorende luik met de voorstelling van een Madonna met Kind komt uit San Marino. Het werk behoort tot de mooiste tweeluiken die Rogier van der Weyden geschilderd heeft. De tentoonstelling in Antwerpen brengt 36 tweeluiken uit onze gewesten samen, alle uit de 15de en 16de eeuw. Het is een schitterende bladzijde uit onze kunstgeschiedenis.

Bert POPELIER

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold De Waelplaats, 2000 Antwerpen.

Van 3 maart tot 27 mei. Open di tot za van 10 tot 17 uur, op zo van 10 tot 18 uur. Toegang 10 euro. Reserveren wordt aangeraden: via internet: www.kmska.be (vooraf betalen kan enkel met kredietkaart) of via telefoon: 03/232.01.03.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud