Vrouwenportretten in Parijs

In het Institut Néerlandais toont men vrouwenportretten van Rembrandt en de Antwerpse schilder Eugeen Van Mieghem, waaronder de aangrijpende cyclus rond de dood van zijn vriendin Augustine.

Op 11 januari komt koningin Beatrix naar Parijs om er de 50ste verjaardag te vieren van het Institut Néerlandais. Dat is een eilandje van Bataafse cultuur in hart van de lichtstad, dicht bij het Palais Bourbon, de zetel van het Franse parlement. Men geeft er lessen Nederlands, maar er is ook de Collectie Frits Lugt gevestigd. Lugt vestigde zich in de jaren dertig van vorige eeuw in Parijs om er in het Louvre de Vlaamse en Nederlandse collecties te bestuderen. Hij huwde rijk en begon een eigen collectie, met zo'n 90.000 werken, waaronder 300 etsen van de grote Rembrandt van Rijn. In 1947 richtte hij de stichting Custodia op om de collectie te beheren. Tien jaar later volgde het Institut Néerlandais, dat jaarlijks zo'n 50.000 bezoekers lokt voor tentoonstellingen, concerten en andere activiteiten in verband met de Nederlandse, en steeds meer Europese, cultuur.

In dat Institut Néerlandais lopen nu twee tentoonstellingen, allebei rond hetzelfde thema: het vrouwenportret. In een oude stemmige ronde zaal van de Stichting Custodia zijn etsen van Rembrandt te bekijken. Vrouwenportretten natuurlijk, maar ook Bijbelse taferelen zoals een fraaie ets van het Joodse bruidje. Ook naakten zijn er te bewonderen - zij het geen scabreuze afbeeldingen. Die heeft de aards ingestelde Rembrandt wel gemaakt, maar de deftige Frits Lugt hield er absoluut niet van. En hij verzamelde ze dan ook niet.

In de hypermoderne tentoonstellingsruimte in de kelder van het Institut worden de vrouwenportretten van Eugeen van Mieghem (1875-1930) getoond. Op het eerste gezicht lijkt het een vreemde combinatie: de alom bewonderde Rembrandt en de absolute outsider Eugeen van Mieghem. Van Mieghem is immers slechts de jongste jaren dankzij de tomeloze inzet van Erwin Joos, de conservator van het Antwerpse Van Mieghem museum, uit de vergetelheid gehaald. Hij is vandaag vooral bekend van zijn tekeningen van de migranten die naar Amerika uitweken met de Red Star Line. Maar hij blijkt veel meer in zijn mars te hebben. Dit is zelfs een van de meest overtuigende Van Mieghem-tentoonstellingen tot nu toe. Niet alleen houdt de Antwerpse kunstenaar zich staande tegenover de door hem bewonderde Rembrandt, hij weet emoties los te wekken

Pakkend is de - door Erwin Joos gereconstrueerde - cyclus van tekeningen rond de dodelijke ziekte van zijn 24-jarige vriendin Augustine, die Van Mieghem maakte in 1905. Hij schetste snel, vaak op de achterkant van 'gevonden' papier: oude telegrammen, papier met briefhoofd van zijn vader, en dies meer. De steeds verder oprukkende ziekte van zijn vriendin en de eigen wanhoop spreken uit elke schets.

Augustine is de vrouw die altijd weer in Van Mieghems werk opduikt. Zo ook in de pastel 'Au Théâtre' (ca. 1900), waarin ze met vriendinnen in de loge van een theater zit. Prachtig is de weerspiegeling van het licht in hun oorbellen in een spiegel achter hen. Een effect dat in pastelkrijt bepaald niet makkelijk weer te geven is.

Van Mieghem blijkt heel wat meer te zijn dan de realistische schilder van het havenproletariaat. Hoewel anarchist, pakte hij ook meer burgerlijke onderwerpen aan, vaak in opdracht. En hij stond open voor de invloed van de moderne kunst. Van Edvard Munch, die een verwante ziel was. Maar ook voor de kunst die hij te zien kreeg op tentoonstellingen in Antwerpen en Brussel. En daar doet een andere naam zijn intrede: die van handelaar, mecenas en collectioneur François Franck. Franck speelde in het culturele leven van Antwerpen een sleutelrol. Hij kocht werk van Van Mieghem (en vele anderen, vooral Ensor), richtte mee de vereniging Kunst van Heden op en organiseerde ook tentoonstellingen zoals die gewijd aan de School van Parijs in de Antwerpse Stadsfeestzaal in 1926. Van Mieghem verwerkte de invloed ervan (Picasso, Modigliani, de school van Parijs) in enkele fraaie schilderijtjes die hij maakte kort voor zijn dood.

CARTIER-BRESSON

Nu wil het toeval dat een telg van de Antwerpse familie Franck, Martine, de tweede vrouw werd van de beroemde Parijse fotograaf Henri Cartier-Bresson. Zij opende in Parijs de Van Mieghem-tentoonstelling en vertelde hoe ze met haar man vaak haar moeder ging opzoeken in België en hoe Cartier-Bresson dan in bewondering stond voor de tekeningen en schetsboeken van Eugeen Van Mieghem. 'Henri Cartier-Bresson adorait Van Mieghem', vertelde Martine Franck. Heel onverwacht ontmoeten zo twee meesters van het snapshot - de schets bij Van Mieghem, de foto bij Cartier-Bresson - elkaar op een warme decemberavond in de kelder van het Institut Néerlandais in Parijs.

Wie een bewonderaar is van het werk van Henri Cartier-Bresson mag niet nalaten de Fondation Cartier-Bresson in Montparnasse te bezoeken. In een prachtig gerenoveerd kunstenaarsatelier uit 1912 vol licht en ruimte worden er fototentoonstellingen georganiseerd. Net afgelopen is die van het Scrapbook van Cartier-Bresson: een groot plakboek dat hij net na de Tweede Wereldoorlog kocht in New York en waarin hij foto's plakte ter voorbereiding van een retrospectieve in het Museum of Modern Art. De prachtige catalogus van de tentoonstelling, tevens facsimile van het originele scrapbook, kreeg onlangs de Prix Nadar, de prijs voor het beste Franse fotoboek.

Marc HOLTHOF

Vrouwenportretten van Rembrandt en Eugeen Van Mieghem in het Institut Néerlandais, rue de Lille 121, 75007 Parijs, tot 21 januari. www.institutneerlandais.com

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud