watou 26ste Poëziezomer confronteert binnen- met buitenwereld

26 jaar lang al gaat er in het lieflijke West-Vlaamse dorpje Watou, gelegen 'op de schreve', de grens met Frankrijk, de Poëziezomer door. Poëzie en hedendaagse beeldende kunst gaan er hand in hand. En ze worden gesitueerd in het kader van het prachtige landschap en dorpsgezicht van Watou.

(tijd) Is er een betere combinatie denkbaar? En dan is er nog het voortreffelijke Hommelbier. Voor wie aan de kust verblijft is een bezoekje aan Watou een gedroomde uitstap.

Watou ligt zo'n half uur rijden van Ieper, in een uithoek van dit land, pal aan de Franse grens. Het is een erg landelijke gemeente die wel steeds meer bekendheid krijgt bij toeristen. Al was het maar om de lokale bieren. Er is een fraai dorpsplein met de kerk, enkele terrassen en een voortreffelijk restaurant. In de kerk, een oud huis op het dorpsplein, een brouwerij en twee hoeves gaat de Poëziezomer van Watou door.

'Het is niet zo vanzelfsprekend poëzie met hedendaagse kunst te verbinden', zegt organisator Gwy Mandelinck. 'Ze hebben niet zo veel met elkaar gemeen. Eigenlijk is het een soort van mystiek huwelijk dat wij tussen beide trachten te sluiten.' Maar opnieuw is dat 'mystieke huwelijk' tussen de twee genres meer dan geslaagd. Dit is niet de spectaculairste editie van Watou (daar zorgde Jan Hoet in het verleden voor), maar er zijn heel wat interessante, soms verstilde werken te bekijken. En interessante kruisbestuivingen tussen poëzie en kunst.

Dertig beeldende kunstenaars en evenveel dichters exploreren in deze editie wat men 'extiem' heeft genoemd, een neologisme dat de grenslijn aanduidt tussen extern en intiem, tussen extrovert en introvert, tussen aandacht voor de binnen- en voor de buitenwereld.

Koepel

Het symbool van deze editie is de koepel. Een open koepelvorm, soms uitgevoerd in hout, soms in piepschuim, duikt op allerlei plaatsen op. Onder die koepels kan je naar poëzie luisteren, zij vormen de grens tussen de binnen- en de buitenwereld. Omdat ze open zijn, zie je de hemel en het fraaie landschap rond je. Maar tegelijk geven ze een beslotenheid, een intimiteit die je toelaat aandachtig naar een gedicht te luisteren. Je kan er de gedragen voordracht van Mustafa Stitou horen die het heeft over 'De schil waarop wij leven'. De Friese dichter Tsjêbbe Hettinga bezingt er zijn 'Frjemde kusten', en dichteres Anjie Krog vertelt over de grond van haar geboorteland Zuid-Afrika. De koepels laten de gedichten als het ware deel uitmaken van een beeldhouwwerk.

Andere gedichten, van onder meer Hugo Claus, Jan Vromman of Leonard Nolens zijn gefotografeerd door Marc Goethals. Mandelinck koos de gedichten. De foto's tonen op verschillende manieren de bundels waarin de tekst van de gedichten staat. Die foto's prijken op de muren van schuren en gebouwen, zowel binnen als buiten. En zo wordt ook het gedicht een kunstwerk. Evenzeer als de foto's die kunstenaar Michel François in heel het dorp aanbracht. François koos voor internationale onderwerpen die het lokale, het dorpsniveau, overstijgen, die dit wat vergeten dorp aan de Franse grens als het ware in de wereld plaatsen.

Andere kunstwerkjes zijn dan weer ingetogen, zoeken het intieme en kwetsbare op. Zo is er een mooie serie werken van de jonge kunstenaar Ante Timmermans (1976). Het zijn heel kwetsbare, fragiele getekende beelden die soms geprojecteerd worden, maar heel bescheiden en intiem zijn.

Limonadekleur

Curator Joost Declercq van het museum Dhondt-Dhaenens in Sint-Martens-Latem en collectioneur Lieven Declercq kozen ervoor een aantal kunstenaars de nodige ruimte te geven, om niet zomaar met één beeld of kunstwerk uit te pakken. Zo zijn er in een aantal stallen achteraan het Douviehuis fraaie beelden van Peter Rogiers te bekijken, zoals zijn Palmbomen.

Het meest spectaculaire beeld, of serie beelden, is 'The Shooting ... At Watou; 1st of July 2006' waarvoor de Nederlander Folkert de Jong (1972) zich inspireerde op het werk van Francisco de Goya. Maar zijn schietende soldaten zijn wel uitgevoerd in piepschuim en zeemzoete limonadekleurtjes.

Op de zolder van de Douviehoeve, even buiten het dorp, is een serie werken samengebracht rond herinnering en dood. Er is een gedicht van Hugo Claus gericht aan zijn overleden broer, er zijn de 'Porcelain Boys', grote figuren in aardewerk, van de Nederlandse Anneke Eussen. Er wordt ook werk getoond van Guy Mees en video's van Lili Dujourie en David Claerbout.

Contrasterend is een ander geheel van werken, in de schuur achter het Douviehuis. Hier staat alles in het teken van de erotiek en er zijn foto's te bekijken van Nan Goldin, Nobuyoshi Araki en Larry Clark (de maker van de ophefmakende film 'Kids') en een neon van Tracey Emin: 'To cry is beautiful'.

Laveren

Maar in hetzelfde gebouw huist ook een ingetogen installatie van Jan Vercruysse waarin hij zijn eigen wereld verbindt met die van dichter Fernando Pessoa. En op de verdieping hangen de superkleine schilderijtjes van Robert Devriendt. En zo laveert het hele gebeuren constant tussen intiem en extrovert, tussen kunstenaars en dichters die de wereld omarmen en anderen die eruit wegvluchten.

Treffend zijn een serie video's van de Nederlandse kunstenaar Jeroen Eisinga. Hij toont een stervend schaap aan de rand van een spoorweg, een vrouw met kind die door een hoogtewerker buiten beeld boven een huis worden geheven als een soort tenhemelopneming. Eisinga toont als het ware de verschillende posities die de kunstenaar in de wereld kan innemen: van het eigen veel te kleine wereldje, naar de verheffing boven zichzelf. Zonder natuurlijk de miserabele dood te vergeten. Kortom, goede kunst en goede poëzie zijn als het leven zelf.

Dat is de sterkte van Watou: door landschap en dorp te verenigen met poëzie en kunst, is de Poëziezomer veel meer dan zomaar een kunstmanifestatie. Hier wordt men geconfronteerd met alle aspecten van ons aardse bestaan.

De Poëziezomer van Watou loopt tot 10 september, dagelijks van 14 tot 19u. Op zon- en feestdagen vanaf 11u. Toegangsprijs: 9 euro.

Inlichtingen: 057/38.80.93 of

Marc HOLTHOF

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud