Advertentie
interview

Tariq Fancy (ex-BlackRock): ‘Duurzaam beleggen is een gevaarlijk luchtkasteel’

©Bloomberg

Toen hij hoofd duurzaam beleggen was van ’s werelds grootste vermogensbeheerder, BlackRock, dacht Tariq Fancy de sleutels in handen te hebben om onze samenleving en planeet te redden. Vandaag is hij de prominentste criticus van de ESG-bonanza. ‘Ze misleiden het publiek om dringend overheidsingrijpen uit te stellen.’

Het zijn lastige weken voor al wie duurzaam beleggen genegen is. Het idee dat de beleggingswereld dankzij de focus op de hippe drievuldigheid ESG - Environment (milieu), Social (maatschappij), Governance (goed bestuur) - cruciale duurzaamheidsdoelstellingen kan helpen waarmaken, kreeg meerdere deuken. Dat het vuur meermaals uit eigen rangen kwam, maakte de averij alleen maar groter.

Zo onthulde Desiree Fixler, door de vermogensbeheerder DWS vorig jaar binnengehaald als allereerste chef duurzaamheid van de Duitse groep, dat DWS de mate overdrijft waarin ESG centraal staat in zijn beleggingsbeleid. ‘Uitpakken met grote verklaringen over klimaatactie en inclusie zonder dat waar te kunnen maken is echt schadelijk. Het vermijdt dat geld en actie naar de juiste plaats stromen’, aldus klokkenluidster Fixler, die in maart ontslagen werd na amper negen maanden in haar nieuwe job. De Amerikaanse beurswaakhond SEC en het ministerie van Justitie openden intussen een onderzoek naar de Deutsche Bank-dochter.

In eigen land was er deze week heisa over het chemiebedrijf Solvay. De aandeelhoudersactivist Bluebell Capital Partners vraagt het ontslag van CEO Ilham Kadri omdat een Italiaanse sodafabriek van de groep reststoffen in zee loost. ‘Het strand is over een lengte van 5 kilometer verziekt’, aldus Bluebell. Het viseert tegelijk de ratingbureaus die Solvay een topscore voor duurzaamheid geven en zo meehelpen aan ‘greenwashing’, waarbij bedrijven zich groener voorstellen dan ze werkelijk zijn. Solvay stelt dat het enkel ongevaarlijke materialen naar zee afvoert.

Maar veruit de grootste klap komt van Tariq Fancy, die een sleutelpositie bekleedde in het ESG-verhaal totdat hij gedesillusioneerd de fondsensector de rug toekeerde. Als chief investment officer voor duurzaam beleggen mocht hij bij BlackRock het ESG-beleggingsbeleid vormgeven. Fancy zag dat als een unieke kans. Hij dacht in die rol een ongeëvenaarde impact te kunnen hebben.

Tariq Fancy (43)

  • Was vanaf begin 2018 chief investment officer voor duurzaam beleggen bij BlackRock, maar vertrok er weer in 2019.
  • Leidt nu The Rumie Initiative, een ngo in Toronto die hij in 2013 oprichtte om via digitale onderwijstools wereldwijd achtergestelde groepen te bereiken.
  • Begon zijn carrière in de financiële wereld. Eerst als zakenbankier bij Credit Suisse in het team dat bedrijven als Google en Amazon naar de beurs bracht, nadien bij het private-equityfonds MHR Fund Management in New York.
  • Studeerde aan Brown University (VS), Sciences Po en Insead.

Niet alleen is BlackRock ’s werelds grootste vermogensbeheerder, goed voor liefst 9.500 miljard dollar beheerd vermogen, met dank aan de opmars van zijn goedkope trackers die indexen schaduwen. Ook wierp BlackRock-CEO Larry Fink zich de voorbije jaren op als de ultieme ESG-evangelist die bedrijven wijst op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en die de klimaatverandering ‘het ultieme langetermijnprobleem’ noemt.

Zo’n mogelijkheid om het kapitalisme van binnenuit te hervormen overtuigde Fancy om begin 2018 terug te keren naar Wall Street. Hij had daar carrière gemaakt bij achtereenvolgens een zakenbank en een private-equityspeler vooraleer zich te gooien op The Rumie Initiative, een ngo die gratis digitaal onderwijs wil bezorgen aan kwetsbare groepen. Maar tegen BlackRock kon de 43-jarige Canadees niet neen zeggen. ‘Indien goed beheerd kan zo’n grote vuurkracht een veel positievere impact op de wereld hebben dan het runnen van Rumie’, schreef Fancy in een essay dat hij eind vorige maand in drie delen loste via het webplatform Medium.

Veelbesproken essay

In dat veelbesproken essay - de zakenkrant Financial Times spoort iedereen aan het te lezen - rekent Fancy uitvoerig af met de valse beloften van duurzaam beleggen. Net als Fixler hield hij het niet lang vol: na een klein anderhalf jaar trok hij de deur achter zich dicht om zich weer volledig aan zijn geesteskind Rumie te wijden.

‘Ik had aanvankelijk niet de bedoeling mij hierover uit te spreken’, zegt Fancy in een interview. Hij veranderde begin 2020 van mening nadat hij zich begon te verdiepen in wat wetenschappelijke experts zeggen over de klimaatverandering. ‘Het viel mij op dat niemand van hen pleit voor desinvesteringen als oplossing voor het klimaatprobleem, terwijl net dat de belangrijkste focus is van duurzaam beleggen. In de praktijk betekent dat typisch minder beleggen in de oliesector en meer in techbedrijven, een strategie die tijdens de pandemie per toeval extra rendement opleverde dankzij de boost die Big Tech kreeg.’ Denk aan de boom in e-commerce tijdens de lockdowns, wat een aandeel als Amazon voortstuwde.

Ik denk dat bedrijfsleiders heel goed weten dat ze serieus overdrijven met hun claim dat winst en duurzaamheid in grote mate overlappen.
Tariq Fancy
Ex-hoofd duurzaam beleggen BlackRock

Desinvesteringen hebben amper of geen duurzame impact, stelt Fancy. In theorie verhogen ze de kapitaalkosten voor geviseerde bedrijven als hun aandelenkoersen dalen door desinvesteringen, maar in de praktijk staan er voldoende opportunistische beleggers klaar om die aandelen op te pikken en weer naar hun faire waarde te stuwen. Fancy maakt het verschil met een productboycot. ‘10 procent van de markt die jouw aandeel niet koopt, is niet hetzelfde als 10 procent van je klanten die niet langer je product koopt’, schrijft hij.

'Gevaarlijke luchtkasteel'

Iets gelijkaardigs speelt bij groene obligaties, een snelgroeiende markt waarbij bedrijven schuldpapier uitgeven voor de financiering van duurzame projecten. ‘In de praktijk is niet duidelijk of ze veel positieve milieu-impact hebben die anders niet gerealiseerd zou zijn. De meeste bedrijven hebben wel enkele groene initiatieven klaarliggen waarvoor ze groene obligaties kunnen uitgeven zonder hun bredere plannen te veranderen’, aldus Fancy.

Klimaatwetenschappers willen een systemische crisis als de klimaatverandering aanpakken met systemische oplossingen zoals een CO₂-taks en regelgeving, vervolgt Fancy, in plaats van te vertrouwen op vrijwillige en individuele actie. De coronapandemie diende als een perfect voorbeeld en bracht Fancy er mee toe om de klok te luiden over het ‘gevaarlijke luchtkasteel’ dat duurzaam beleggen is. ‘Als de pandemie ons één ding geleerd heeft, is het dat we naar wetenschappelijke experts moeten luisteren.’

De meeste bedrijven hebben wel enkele groene initiatieven klaarliggen waarvoor ze groene obligaties kunnen uitgeven zonder hun bredere plannen te veranderen.
Tariq Fancy

Het viel Fancy op dat dezelfde bedrijfsleiders en Wall Streetfiguren die steevast tegen overheidsingrijpen zijn en liever op de markt vertrouwen voor oplossingen, plots naar de overheid keken om bijvoorbeeld het dragen van mondmaskers in binnenruimtes te verplichten. ‘Iedereen besefte toen dat we overheidsactie nodig hadden, ook bedrijfsleiders die altijd de vrije markt als oplossing voor alles zien. Maar als we het eens zijn dat vrijwillige maatregelen niet volstaan om de pandemiecurves plat te drukken, waarom kunnen we dan niet naar wetenschappers luisteren om de curve van iets dat ons traag doodt - de klimaatverandering - plat te slaan?’

Fancy geeft zelf het antwoord: het bedrijfsleven heeft belang bij het in stand houden van het status quo, omdat het gebouwd is op het invloedrijke idee van winstmaximalisatie voor de aandeelhouders. Een CO₂-taks en strengere regelgeving gaan daar regelrecht tegenin. De hype rond duurzaam beleggen is niet meer dan een handig afleidingsmanoeuvre om alles grotendeels bij het oude te laten, zegt Fancy. ‘Dáárom besliste ik om mij uit te spreken. Niet alleen helpt duurzaam beleggen niet, besefte ik, het is ronduit schadelijk. Het misleidt het publiek en stelt dringende hervormingen uit. We verliezen kostbare tijd.’

Aandeelhouderskapitalisme

Een zwak punt in de belofte van duurzaam beleggen is het idee dat zulke beleggingen niet alleen goed zijn voor milieu en maatschappij, maar ook voor je portemonnee. Bedrijven die aandacht schenken aan ESG zouden ook beter presteren. Wie duurzaam belegt, kan zichzelf dus een schouderklopje geven én hoeft daar allerminst rendement voor in te leveren. De fondsenindustrie zet dat superieure rendement graag in de verf. De marktwerking biedt zo een pijnloze oplossing voor ESG-uitdagingen.

Het probleem is dat Fancy amper bewijs van dat rendement kon vinden, iets waar ook academische onderzoekers regelmatig mee worstelen. Als getrainde belegger liet hij bij BlackRock onderzoek doen naar de veronderstelde overlapping van ‘purpose en profit’, ofwel de duurzaamheid en winstgevendheid van bedrijven. De balans oogde teleurstellend mager.

‘Voor de meeste beleggingsstrategieën zijn slechts enkele ESG-factoren van belang. Veel van wat belangrijk is voor de maatschappij heeft geen impact op het rendement’, zegt Fancy. ‘De grote meerderheid van de ESG-producten mist dan ook haar doel. Veel strategieën hebben een kortetermijnhorizon, waardoor ESG-factoren op langere termijn niet echt relevant zijn. Sommige zaken zijn dan weer enkel belangrijk als de publieke aandacht erop gevestigd is, denk aan de MeToo- en BlackLivesMatter-bewegingen.’

Veel van wat belangrijk is voor de maatschappij heeft geen impact op het rendement.
Tariq Fancy

Onthullend is de verschillende reactie van de marketingmensen en de fondsenmanagers bij BlackRock. Het marketingdepartement kon niet genoeg krijgen van ESG, nu duurzame fondsen als zoete broodjes verkopen. Veel van die cheerleaders worden daarbij niet gehinderd door enige ervaring als belegger, merkt Fancy droogjes op. De fondsenmanagers werden liever met rust gelaten. Hun punt was dat als duurzaamheidsfactoren effectief impact hebben op het rendement, ze daar sowieso al rekening mee houden in hun beleggingsbeleid. Ze worden afgerekend op hun behaalde rendementen, zodat het onnodig is om met ESG-datasets te komen aandraven.

Fancy raakt daarmee naar eigen zeggen aan een structureel obstakel voor wie het kapitalisme op een duurzame leest wil schoeien. Sinds de befaamde vrijemarkteconoom Milton Friedman in de jaren 70 declameerde dat de enige sociale verantwoordelijkheid van bedrijven het verhogen van de winst is, regeert het zogenaamde aandeelhouderskapitalisme het bedrijfsleven.

De grote meerderheid van de ESG-producten mist haar doel.
Tariq Fancy

De Business Roundtable, een club prominente Amerikaanse bedrijven, maakte in 2019 met groot gebaar komaf met die enge focus. Voortaan moesten bedrijven aandacht hebben voor de ruimere stakeholders, zoals hun personeel en de samenleving. Alleen leerde daaropvolgend onderzoek dat er voorlopig geen bewijs is dat de 181 CEO’s die de verklaring ondertekenden hun beleid aanpasten. In vergelijking met sectorgenoten die er geen deel van uitmaken, begaan de clubleden vaker milieu- en arbeidsovertredingen, stoten ze meer CO₂ uit en spenderen ze meer aan lobbying.

Volgens Fancy is dat eigen aan het systeem, dat opereert zoals het decennialang gemaakt is om te opereren: als een grote winstmachine. Dat geldt ook voor bedrijfsleiders en fondsbeheerders, wier verloning typisch gelinkt is aan behaalde winsten en rendementen. Fancy wijst erop dat het systeem gebouwd is op een ‘fiduciaire’ verplichting van de CEO tegenover zijn of haar aandeelhouders. Een CEO kan de CO₂-afdruk van een bedrijf enkel proberen te verminderen als dat in het belang is van de aandeelhouders, en niet louter omdat het ‘fair’ zou zijn. Als een oppervlakkig groen sausje goede marketing is en op die manier de bottomline boost, volstaat dat.

Dat klinkt cynisch, al gelooft Fancy niet dat het bedrijfsleven zó cynisch is dat het doelbewust het publiek een rad voor de ogen draait. ‘Het is eerder een kwestie van het systeem en hoe mensen daarin opereren. Hun gedrag is rationeel binnen een machine die draait op winst. Net zoals het voor de tabaksindustrie destijds lucratief was om te investeren in onderzoek dat verwarring zaaide over de gezondheidsimpact en in lobbycampagnes, in plaats van passief te wachten op regulering die veel meer in hun winsten zou snijden’, zegt Fancy.

Ook ditmaal is de inzet het afhouden van regulering en van een ingrijpende CO₂-taks, maakt Fancy duidelijk. ‘Fink verkiest dat kapitalisten zichzelf reguleren, zegt hij letterlijk. Hij beweert dat overheden falen en dat het private bedrijfsleven daarom met oplossingen moet komen. Maar het is in zijn belang het status quo te bewaren. Het antwoord op het falen van de markt is volgens die redenering nog meer marktwerking, net zoals de wapenlobby op schietpartijen reageert met een pleidooi voor nog meer wapens om ons te beschermen.’

Een typische marktfaling is milieuvervuiling, een maatschappelijke kostenpost die niet in de prijzen verrekend is en dus niet afgeremd wordt. Een CO₂-taks zou er een prijs op kleven en zo een vervuilend product minder aantrekkelijk maken, waarna kapitaal lucratievere oorden zou opzoeken. Een fondsbeheerder van BlackRock erkende dat ook, zegt Fancy. ‘Hij geloofde in de klimaatverandering en zei dat hij de CO₂-voetafdruk van zijn portefeuille meteen zou verminderen als er een CO₂-taks zou zijn. Maar nu zou hij zichzelf benadelen als hij dat als enige zou doen.’

BlackRock-CEO Fink zegt dat het bedrijfsleven met oplossingen moet komen, maar het is in zijn belang het status quo te bewaren.
Tariq Fancy

‘Kijk, we willen allemaal graag geloven dat een duurzaam bedrijf meteen ook winstgevend is en zo alle problemen opgelost zijn’, vervolgt Fancy. ‘Maar de realiteit is dat voor veel zaken regulering nodig is om de uitkomst te sturen. Ik denk dat bedrijfsleiders ook heel goed weten dat ze serieus overdrijven met hun claim dat winst en duurzaamheid in grote mate overlappen.’

Wildgroei van ratings

Een andere criticus die het handig negeren van marktfalingen aankaart, NYU-professor Hans Taparia, legt de link met een aanslepend zeer: de wildgroei van duurzaamheidsratings. Daarbij kan eenzelfde bedrijf bij het ene ratingbureau een totaal andere score krijgen dan bij een ander bureau. Bovendien ligt de lat vaak ‘afschuwelijk’ laag, schrijft hij in een recent artikel. Hij verwijst naar de opname van de sigarettenfabrikant Philip Morris in een duurzaamheidsindex van Dow Jones. Dat leidt ertoe dat duurzaam beleggen ‘mogelijk een grotere kracht voor het destabiliseren van de samenleving en de planeet is dan als het niet zou bestaan’, echoot Taparia de conclusie van Fancy.

Taparia stelt een nieuw ratingsysteem voor dat kijkt naar de kosten van de marktfalingen die bedrijven veroorzaken. Een slechte score op een van die factoren zou zich meteen vertalen in een lage rating. ‘Gezien de wijde verspreiding van marktfalingen zouden de meeste bedrijven waarschijnlijk lage ESG-scores krijgen’, stelt Taparia. Hij verwijst onder meer naar frisdrankgiganten als Coca-Cola en Pepsi, populaire aandelen in duurzaamheidsfondsen hoewel ze ‘verslavende producten maken die een belangrijke oorzaak zijn van diabetes, obesitas en vroegtijdige overlijdens’. Ook Big Tech scoort typisch goed, ondanks verwijten over het misbruik van monopoliemacht en de verspreiding van valse informatie via sociale media.

Fancy is duidelijk. ‘We kunnen ons niet langer permitteren om ongemakkelijke waarheden te beantwoorden met gemakkelijke fantasieën.’ Voorlopig zoekt hij elders een antwoord, met minder vuurkracht maar doelgerichter. Rumie, dat dankzij de wijde verspreiding van smartphones gratis ‘microlearning’ aanbiedt tot in Afghanistan, dient intussen als een casestudy voor studenten van de Harvard Business School. Een alternatieve route om het kapitalisme te hervormen?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud