Zo vindt u uw weg op de beurs

Beginnen met beleggen in aandelen is eenvoudig. Maar om goed te beleggen en de risico’s te beperken moet u de juiste keuzes maken en moeten de fundamenten van uw portefeuille goed zitten.

De Beursrally van De Tijd is met 28.000 deelnemers een recordeditie. De interesse voor de beurs is in twintig jaar niet zo groot geweest. Ook jonge mensen ontdekken dat een goede aandelenportefeuille op lange termijn veel meer opbrengt dan de schamele 0,11 procent op een spaarboekje of de almaar lagere rendementen van obligaties.

De beurs kan uw koopkracht niet alleen beschermen maar ook doen aangroeien, wat u wapent voor uw pensioen. Op zeer lange termijn, sinds 1900, bracht een portefeuille wereldwijde aandelen na inflatie gemiddeld 5,2 procent per jaar op, leert de jaarlijkse studie van de Zwitserse zakenbank Credit Suisse. Europese aandelen zitten daar met een score van 4,3 procent iets onder, Amerikaanse met 6,5 procent erboven. Wereldwijde obligaties brachten gemiddeld 2 procent per jaar op. Dat scheelt een flinke slok op de borrel. Wie begint te investeren op zijn 20ste en dat 40 jaar volhoudt, zag een koopkracht van 100 euro groeien tot 221 euro met obligaties. Met aandelen steeg diezelfde 100 euro tot 760 euro.

Maar aandelen zijn niet risicoloos. Via aandelen wordt u mede-eigenaar van een bedrijf. Dat kan floreren en mooie winsten uitkeren, maar het kan ook failliet gaan. Als u individuele aandelen koopt, moet u weten wat het bedrijf doet, hoe het ervoor staat en waar het heen wil. Is het management in staat aandeelhouderswaarde te creëren? Levert het de juiste producten of diensten? Zet het voldoende in op structurele veranderingen en omarmt het nieuwe maatschappijke tendensen? Kan het technologisch mee? Is de onderneming niet te veel een speelbal van factoren die ze niet zelf onder controle heeft, zoals de wisselkoersen of grondstoffenprijzen? Is het bedrijf niet te duur? Die vragen moet elke belegger zich stellen vooraleer hij een aandeel koopt of verkoopt.

Individuele bedrijven moet u blijven opvolgen. Dat voorkomt het ‘Kodak-moment’: een bedrijf dat niet mee is met de veranderingen in de sector of maatschappij, waardoor het buitenspel komt te staan. Het ooit roemrijke Kodak, het nummer één in de wereld van de fotografie, projecties, kopiëren en medische beelden, ging ten onder aan de snelle overgang van analoge naar digitale beeldvorming.

Wie als beginnend belegger uit is op een quick win is er vaak aan voor de moeite. De perfecte timing om te kopen of te verkopen aanvoelen, is een gave die weinigen bezitten. U moet beseffen dat aandelen statistisch alleen meer opbrengen als u lang genoeg ‘in de beurs’ blijft zitten. Op de vraag wat de beurskoersen de komende maanden zouden doen, antwoordde de legendarische Amerikaanse bankier John Pierpont Morgan: ‘Ze zullen bewegen. Bewegen zullen ze!’ Hij hield zich niet bezig met de kortetermijnschommelingen.

Besef dat de beurzen soms zakken. En fors. Tijdens de financiële crisis in 2008 kelderde de Dow Jones-index 54 procent. De zwaarste berenmarkt ooit - een beer staat synoniem voor lagere koersen, een stier voor stijgende - was tijdens de Grote Depressie begin jaren 30. De Dow verloor van zijn piek tot het dal 89 procent in drie jaar. De langste periode met een negatief rendement op Wall Street duurde 16 jaar. De gemiddelde berenmarkt sinds de Tweede Wereldoorlog strekt zich uit over 14 maanden. Beleg dus niet met centen die u snel nodig denkt te hebben.

3,1%
Europese aandelen leveren een dividendrendement van 3,1 procent op.

Aandelenkoersen

Aandelenkoersen bewegen vaak scherp zonder onderliggende reden, want ze zijn de speelbal van vraag en aanbod. Een beleggingsfonds dat plots verkoopt, kan prijsdruk veroorzaken, ook al wijzigt de onderliggende waarde van het bedrijf niet.

Wie de schommelingen aankan en de risico’s beseft, kan bij zijn bank of (online)makelaar een effectenrekening openen. Populaire brokers in België zijn Bolero van KBC, BinckBank, Keytrade Bank, Leleux, MeDirect of de buitenlandse spelers DeGiro en Lynx. Ze hebben elk hun plus- en minpunten. Bij sommige zoals Binck of DeGiro moet u betalen voor cashposities, terwijl andere als Keytrade ook een spaarrekening aanbieden en u daar zelfs nog wat centen op kunt verdienen.

De kostprijs per transactie kan fors verschillen, de dienstverlening ook. DeGiro is het goedkoopst, maar dan moet u wel in uw belastingaangifte melden dat u een buitenlandse rekening hebt. De nieuwkomer BUX rekent in sommige gevallen zelfs geen kosten aan, maar doet ook geen enkele administratie voor de klant. Over de broker kiezen die bij u past, volgt in een latere aflevering meer.

Omdat makelaarskosten een hap uit uw rendement halen, investeert u best niet met zeer kleine bedragen. Aandelenorders voor minder dan 1.000 euro hebben weinig zin. Boven op de makelaarskosten betaalt u nog een beurstaks. Die behoort in België met 0,35 procent - zowel bij aan- als verkoop - tot de hoogste in de wereld en maakt traden moeilijker.

Eieren

Als u een effectenrekening hebt geopend, volgt het moeilijkste deel: hoe stel ik met kennis en inzicht een sterke portefeuille samen? Spreiding is daarbij essentieel: stop niet al uw eieren in één mandje. De crisis van 2008 heeft aangetoond dat wie tot over zijn oren in banken zat een groot deel van zijn vermogen in rook zag opgaan.

Ook geografische spreiding is nodig: een te grote focus op eigen land kan tijdelijk lonen, maar op lange termijn verdient u het meest als u wereldwijd belegt. Al is de focus op eigen land wel begrijpelijk: het zijn de bedrijven die u het best kunt volgen, en u betaalt slechts één keer belastingen op het dividend. Bij buitenlandse aandelen moet u zowel de dividendtaks in het buitenland als de Belgische roerende voorheffing betalen.

U moet beseffen dat aandelen statistisch alleen meer opbrengen als u ‘in de beurs’ blijft zitten.

De opbouw van een portefeuille is als de bouw van een huis. Eerst en vooral moeten de fundamenten stevig zijn. Die bouwt u met kwaliteitsbedrijven met een lange staat van dienst, weinig schulden, een goed management en liefst een familiale controle, waardoor minder gekke dingen worden gedaan. Denk aan Belgische holdings als Sofina, Brederode, Gimv of GBL, of buitenlandse als het Nederlandse HAL, het Zweedse Investor of het Italiaanse Exor. Supersolide bedrijven als de warenhuisketen Ahold Delhaize, de eigenaar van het hoogspanningsnet Elia, de softwarereus Microsoft of de Nederlandse maker van chipapparatuur ASML kunnen daar ook toe behoren. En zelfs ijzersterke kleine namen als het bouwbedrijf Moury Construct verdienen een plaats.

U kunt in dit deel van de portefeuille ook beurstrackers stoppen die een brede index volgen, zoals de MSCI World met aandelen over de hele westerse wereld, of de MSCI Emerging Markets met de belangrijkste bedrijven van de groeimarkten.

Of een beleggingsfonds beheerd door specialisten van een financiële instelling. Alle makelaars bieden trackers of fondsen aan. Net als een holding investeren ze in veel individuele aandelen, zodat ze meteen diversificatie bieden. Wie slechts weinig kan beleggen op de beurs, kan zo meteen breed diversifiëren.

De muren, het tweede deel van het huis, moeten ook stormen kunnen doorstaan maar moeten er ook goed uitzien. In dat deel stopt u het best bedrijven die profiteren van structurele groeitendensen zoals informatisering, robotica, duurzame milieu-oplossingen, de circulaire economie, online handel, de gezondheidszorg, de vergrijzing, enzovoort. Het kan gaan om IT-reuzen als Apple, Amazon, Alphabet (Google), rusthuisuitbaters als Aedifica of Care Property, magazijnverhuurders als WDP of VGP, of sterke spelers in alternatieve energie zoals het Nederlandse Alfen.

Ook het dak moet stevig zijn, maar af en toe moet u kijken of geen water binnensijpelt en moet u een dakpan vervangen. In dat deel kunt u meer cyclische aandelen stoppen. Die zijn vaak erg goedkoop bij laagconjunctuur en duur bij hoogconjunctuur. Het gaat om namen als de staalgroep ArcelorMittal, autobouwers als Daimler of Volkswagen, een grondstoffenreus als BHP Billiton, of in Brussel de maker van industriële wasmachines Jensen. Ook banken mag u door het hogere risico in dat deel stoppen.

De fundamenten en de muren moeten het gros van de portefeuille uitmaken, dan volgt het dak, en bij grotere portefeuilles kan 10 à 20 procent uit tierlantijntjes bestaan: de planten om de voortuin in te kleden en de binnenafwerking. Dat zijn de risicovollere, meer nieuwsgedreven bedrijven. Denk aan de biotech, kleinere mijnbouwers, jonge techbedrijfjes, mogelijke turnarounds als Econocom of Ontex, of bedrijven met veel schulden die opnieuw op de goede weg lijken zoals de fruit- en groentereus Greenyard.

Warren Buffett

Als u in aandelen investeert, moet u nog weten of u niet te veel betaalt. Al is dat relatief. Een van de stelregels van de bekendste beursgoeroe Warren Buffett is ‘beter een schitterend bedrijf te kopen tegen een doorsneeprijs dan een doorsneebedrijf tegen een schitterende prijs’. Kwaliteit is duurder, maar zelfs de beste bedrijven kennen af en toe een forse koersdip als op de markten angst de overhand neemt. Dat is voor zulke bedrijven vaak een koopgelegenheid. Een lijstje aanleggen met koopkandidaten voor als het stormt, kan u dan snel doen schakelen.

Om houvast te krijgen over de prijs van een aandeel, kunt u zich wapenen met de meest gebruikte waarderingsmethodes. Dat is in de eerste plaats de koers-winstverhouding. Die zet de beurskoers af tegenover de winst per aandeel. Hoe lager dat cijfer, hoe goedkoper. Stel dat de beurskoers 100 euro bedraagt en het bedrijf een winst maakt van 10 euro per jaar, dan is de koers-winstverhouding 100 gedeeld door 10: 10 dus. Een gelijkaardig bedrijf dat evenveel kost maar een winst maakt van 5 euro per aandeel noteert tegen een koers-winstverhouding van 20 en is dus dubbel zo duur.

De gemiddelde koers-winstverhouding voor een Europees aandeel sinds 1990 ligt op 14,4. Voor een Amerikaans aandeel is dat 16. Amerikaanse bedrijven zijn duurder omdat ze doorgaans winstgevender en weerbaarder zijn. Momenteel noteren de Amerikaanse aandelen tegen 22 keer hun winst, de Europese tegen 17 keer. Aandelen zijn dus duurder dan hun historisch gemiddelde. Dat komt voor een stuk omdat de winsten onder druk staan door de coronacrisis. Als de winsten normaliseren, daalt de koers-winstverhouding.

Bovendien staat de rente laag. De meeste westerse staatsobligaties zadelen u met verlies op. Staatsobligaties van landen als België of de VS worden gezien als risicoloze beleggingen. Hoe lager het rendement op staatspapier, hoe relatief interessanter de winsten en de dividenden van aandelen worden. Via een lage rente kunnen bedrijven zich ook goedkoop financieren, wat de winstmarges ondersteunt. De Europese bedrijven leveren een gemiddeld brutodividend op van 3,1 procent. Dat cijfer wordt voorlopig nog negatief beïnvloed omdat de banken van de toezichthouder geen coupons mogen uitkeren. De Bel20-index met de 20 belangrijkste aandelen in Brussel biedt een dividendrendement van 3,3 procent bruto.

In dit coronajaar schrapte 14 procent van de Belgische bedrijven het dividend.

Het dividend is het deel van de winst dat naar de aandeelhouders vloeit, en is dus niet constant. In dit coronajaar schrapte 14 procent van het Belgische koersenbord de coupon. Wie zoekt naar standvastige dividenden kiest het best voor bedrijven die slechts een beperkt deel van de winst uitkeren en vrij zekere cashflows realiseren. Bedrijven met veel schulden snoeien eerder in hun coupon, zoals de brouwer AB InBev al twee keer deed. Om het dividend op lange termijn te laten aandikken, is vanzelfsprekend winstgroei nodig. Bij de dividendaristocraten op de beurs - namen die al minstens 15 jaar niet in hun uitkering hakken - zitten Lotus Bakeries, Solvay, Sofina, UCB, WDP en Ackermans & van Haaren. Al hing het bij die laatste aan een zijden draadje, want pas deze maand betaalde de holding de coupon die in het voorjaar on hold was gezet. In onze buurlanden behoren namen als Unilever, Philips, Wolters-Kluwer, Sanofi, LVMH, Pernod Ricard en Siemens tot de lijst.

Ook de schulden spelen een grote rol in de waardering. Daarvoor kijkt u het best naar de zogeheten EV-ebitdaratio. Die zet de ondernemingswaarde (Enterprise Value, of de beurswaarde plus de schulden) af tegen de brutobedrijfswinst (ebitda). Net als bij de koers-winstratio geldt: hoe lager, hoe goedkoper. Vooral gevorderde beleggers gebruiken die ratio. Een ratio van minder dan 10 wijst op een goedkoop bedrijf, luidt de stelregel. De Amerikaanse beurs noteert tegen een EV-ebitdaratio van 14,2, de Europese prijkt op een gezond cijfer van 10,3. Over het algemeeen zijn de bedrijfsschulden onder controle.

Belangrijker dan ratio’s en cijfertjes is dat u gelooft in het verhaal dat u koopt. Bent u overtuigd van de strategie, de missie en het management van het bedrijf? Denkt u dat uw onderneming op lange termijn superieur zal presteren? Dan is het tijdstip om te kopen niet zo belangrijk, al kunt u gespreid aandelenpakketjes kopen zodat het timingeffect uitvlakt.

Blijf de bedrijven wel opvolgen. Bij echt onheil neemt u meestal beter afscheid van uw belegging. Als geen ongelukken opduiken, laat u de tijd zijn werk doen. Goede beleggers schitteren in flexibiliteit, maar vooral in vertrouwen, discipline en geduld. Veel geduld.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud