‘Avondklok overtreden? Dat is dan drie maanden gevangenisstraf'

©Serge Baeken

Drie maanden effectieve celstraf voor tien mannen die een pizza eten bij een zomers buitenzwembad of voor een twintiger die de avondklok schond nadat hij zijn broer had bezocht. Zijn de coronarechters alle zin voor proportie kwijt? De waarheid is genuanceerder.

‘Mijnheer de zaalwachter, de eerste zaak graag.’ Het is vrijdag 5 februari, iets na negen, en de Gentse politierechter Stijn Vantyghem begint aan een lange zittingsvoormiddag waar zo’n zestig verdachten van inbreuken op de coronawetgeving moeten voorkomen. Door de coronamaatregelen zitten in de zaal maar vijf personen klaar om voor te komen, een tiental anderen staan buiten hun beurt af te wachten.

‘U mag uw mondmasker afzetten als u aan de beurt bent, maar dat is geen verplichting’, zegt Vantyghem als de eerste verdachte naar voren geroepen wordt voor een inbreuk op de wetgeving rond niet-essentiële verplaatsingen. ‘Het was ik niet, maar mijn broer, die zich voor mij voordeed’, luidt de uitleg. Die blijkt te kloppen, en de 20-jarige man wordt vrijgesproken.

Meteen is duidelijk dat niet elke vordering voor de rechtbank leidt tot een zware gevangenisstraf die de krantenkoppen haalt. Er zijn lichtere straffen en vrijspraken. En niet elke verdachte van een inbreuk belandt voor de rechter. Volgens de recentste cijfers van 10 januari werden sinds de invoering van de maatregelen in maart vorig jaar 140.903 volwassenen betrapt op inbreuken, die correctioneel vervolgd worden. In 59 procent van de gevallen kregen ze een minnelijke schikking voorgesteld, meestal van 250 euro. 53 procent van de verdachten heeft die ondertussen betaald. Voor 24.008 verdachten (ongeveer 17%) werd het dossier zonder gevolg geklasseerd wegens (voornamelijk) onvoldoende bewijzen of omdat van een misdrijf geen sprake was.

Hier verschijnen mensen die we anders nooit zien. Maar vertel me eens hoe je het anders moet aanpakken? Stijn Vantyghem Politierechter

De anderen belanden voor een politierechter zoals hier vanmorgen in Gent. De regering heeft beslist de correctionele inbreuken op corona te laten behandelen door de politierechtbank, omdat die gewoon is zaken op korte tijd af te handelen, en omdat de politierechters dichter bij de burger staan.

***

Zaak xx.xx. In april 2020 is een vrouw uit Gent samen met een tiental andere personen betrapt op een barbecue in een tuin. Er werd een minnelijke schikking voorgesteld van 250 euro maar die is niet betaald. De beklaagde is al eens tegen de lamp gelopen voor inbreuken op de coronawetgeving. Het openbaar ministerie van de Gentse rechtbank vraagt een boete van 500 euro. De beklaagde geeft als excuus dat ze zwanger was en de boete is vergeten te betalen. De rechter vraagt naar haar werk- en thuissituatie - ze heeft inmiddels een kindje - en veroordeelt haar tot een straf van 200 euro.

Als politierechter Vantyghem de boete uitspreekt, vertelt hij er meteen bij dat het bedrag vermenigvuldigd moet worden met een factor acht. En boven op elke straf komen nog gerechtskosten, die ongeveer 300 euro bedragen. In plaats van de minnelijke schikking van 250 euro te betalen, kost de lentebarbecue deze vrouw dus 1.900 euro.

Door een strafblad worden mensen misschien van bepaalde tewerkstelling uitgesloten. Is dat wat je als maatschappij beoogt? Koen Lemmens Professor mensenrechten KU Leuven

‘Dat is veel geld’, zegt een parketmagistraat die anoniem wil blijven. ‘Veel van onze boetes zijn meer dan een maandloon voor sommige mensen, en dat in tijden waarin velen het al economisch moeilijk hebben. Bij het parket hebben we veel discussies over de strafmaat. Zijn dit de efficiëntste straffen om onze gezondheid te vrijwaren? Is het niet beter die mensen met een busje naar een ziekenhuis te voeren en ze rond te leiden op de covidafdeling?’

Koen Lemmens, professor mensenrechten aan de KU Leuven, stelt zich vragen bij de strenge straffen: ‘Zullen de grote besmettingen gebeuren als je in de tuin een pizza eet? Virologen hebben van soortgelijke omstandigheden toch al gezegd dat dat niet het geval is?’

Ook de Gentse advocaat Joris Van Cauter heeft bedenkingen bij de strenge opstelling van het gerecht: ‘Gewoon al door de indruk die de rechters geven dat ze zich in coronazaken van hun strengste kant tonen, raad ik veel cliënten aan gewoon te betalen als ze niet akkoord gaan met een minnelijke schikking. Omdat ze aan mij meer kwijt zullen zijn in de rechtszaal en strengere straffen riskeren.’

De politierechters wijzen erop dat ze handelen binnen de strafmaten die de politieke wereld oplegt. ‘We passen gewoon de wet toe’, zegt Koenraad Van Hoof, voorzitter van de politierechters van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. ‘En het is het parket dat beslist of voor dat soort zaken een minnelijke schikking gevraagd wordt. Het kan beslissen een bepaalde inbreuk te vervolgen om een voorbeeld te stellen.’

‘Elke rechter beslist in eer en geweten’, zegt politierechter Wim Schelkens uit Antwerpen. ‘De wetgever voorziet nu eenmaal in een marge die heel breed is. Er bestaan ook geen instructies over de bedoeling van een straf. Die kan dienen als een vergelding, volgens het principe oog om oog tand om tand, als individuele preventie om te vermijden dat iemand het vergrijp herhaalt, of als algemene preventie, als voorbeeld zodat de andere burgers zien dat daar zwaar aan getild wordt. Hoe de rechter tot een bepaalde straf komt, hangt af van het gewicht dat hij in een bepaalde zaak aan elk van die strafdoelen geeft.’

Wie geld heeft, betaalt zonder morren zijn boete. Wie geen geld heeft, belandt voor de rechtbank en is vaak slechter af. Joris Van Cauter Advocaat

‘Je moet je bij die boetes ook afvragen hoe mensen zich voelen die zich wel de hele zomer elke sociale activiteit hebben ontzegd’, zegt Vantyghem, zonder zich uit te spreken over een individuele zaak die hij behandelt. ‘Hoe zouden al die gehoorzame burgers zich voelen als de overtreders vrijuit gaan?’

***

Zaak xx.xx. Een twintiger uit Gent is iets gaan drinken bij zijn broer, maar vertrekt te laat en wordt om 00.52 uur op de fiets tegengehouden door de politie. Hij heeft eerder al een gevangenisstraf van drie maanden gekregen voor een inbreuk op de coronamaatregelen, en komt vandaag niet opdagen op de Gentse rechtbank. De rechter veroordeelt hem bij verstek tot een nieuwe celstraf van drie maanden effectief en een geldboete van 2.000 euro (maal 8).

Vooral de zwaarste straffen zoals deze komen in de media. De bekende politierechter Peter D’Hondt haalde enkele weken geleden de krantenkoppen toen hij een twintiger die samen met een paar vrienden op een zomerse dag in een tuin ging zwemmen een geldboete gaf van 3.200 euro en een gevangenisstraf van drie maanden effectief. ‘Ik zou ook graag met wat vrienden aan een zwembad willen gaan liggen, hoor’, zei D’Hondt.

In de politierechtbank in Gent was bovenstaande uitspraak de enige die vrijdagmorgen tot een celstraf leidde. Belangrijk daarbij was dat het om een recidive ging. In het gros van de zestig gevallen zonder recidive werden op de zittingsvoormiddag vooral geldboetes tussen 50 en 200 euro uitgesproken, die dus met acht vermenigvuldigd moeten worden en waar 300 euro kosten bijkomen.

Politierechter Van Hoof verdedigt de strenge aanpak. ‘De regels zijn gemaakt om het virus te bestrijden, niet om de mensen te bestraffen. Vergelijk het met rijden door een rood licht: dat brengt het leven van mensen in gevaar. Ook het overtreden van een coronamaatregel had het begin kunnen zijn van een besmetting die leidt tot een sterfgeval.’

‘Er zullen ongetwijfeld gevallen tussen zitten van zwaar asociaal gedrag,’ zegt professor Lemmens. ‘Dan wordt inderdaad de link gelegd met patsers in het verkeer. Maar vaak kan je het niet vergelijken met iemand die door het rood licht rijdt. Het heeft lang geduurd voor verkeersveiligheid als prioriteit beschouwd werd, maar intussen wordt het onderwezen op school en kan iemand van 18 niet beweren dat hij niet beseft dat een voertuig een levensgevaarlijk ding is. De coronaregels zijn nieuw en raken ons net in onze sociale gewoontes. Ze leggen plots nieuwe culturele geboden op, zoals het dragen van een mondmasker. Ons rechtssysteem moet toch begrijpen dat zo’n omschakeling enige tijd vraagt.’

Politierechter Vantyghem toont enig begrip voor die kritiek. ‘De mens is van nature een sociaal wezen. We hebben zo lang gestreefd naar onze vrijheden, en nu moeten we die van de ene op de andere dag opgeven. Daarom verschijnen hier mensen die we anders nooit zien. Maar vertel me eens hoe je het anders moet aanpakken? Met deze rechtspraak kunnen we als maatschappij heel kort op de bal spelen.’

Wie weet nog wat mag en wat niet mag? Op een bepaald moment zaten we aan 22 ministeriële besluiten en we blijven tellen. Joris Van Cauter Advocaat

De themazittingen voor corona-inbreuken creëren natuurlijk een afschrikeffect bij de rest van de bevolking. Sommige politierechters willen een voorbeeld stellen voor de maatschappij. Advocaat Joris Van Cauter vindt dat geen goed idee. ‘Natuurlijk is het goed dat je kort op de bal speelt, maar dat staat in schril contrast met de manier waarop bijvoorbeeld de relschoppers van enkele weken geleden in Brussel aangepakt werden. Een politiekantoor in brand steken kan ogenschijnlijk ongestraft - in de praktijk wordt dat natuurlijk wel bestraft maar met veel minder heisa - terwijl met tien vrienden in een zwembad liggen wel duidelijk en snel aangepakt wordt. Dat vind ik ergens problematisch, omdat het ingaat tegen het idee dat recht en rechtvaardigheid hand in hand moeten gaan.’

Vaak worden de uitgesproken gevangenisstraffen gerelativeerd, omdat in ons land celstraffen tot een jaar niet uitgevoerd worden. ‘Misschien is het beter kort te straffen, maar die straffen dan ook effectief uit te voeren’, zegt Lemmens. ‘Nu krijg je een infernale spiraal. Enerzijds maken we steeds weer wetten bij, anderzijds zijn we ook kampioen in het afzwakken van straffen. De mensen die nu een gevangenisstraf krijgen, zijn een beetje slachtoffer van die inflatie. Terwijl ze natuurlijk wel met een strafblad opgescheept zitten.’

***

Zaak xx.xx. Op 27 maart neemt een student deel aan een feestje met kotgenoten en schendt daarmee het samenscholingsverbod. Het parket vraagt een boete van 30 euro. De advocaat zegt dat de boete niet betaald werd door echtscheidingsperikelen bij zijn ouders. Hij wijst erop dat zijn cliënt voor landmeter studeert en een veroordeling op zijn strafblad zou komen, waardoor hij zijn beroep niet zou kunnen uitoefenen. De rechter geeft opschorting van straf, voor een termijn van een jaar.

Ook die uitspraak toont aan dat niet elke zaak tot een effectieve veroordeling leidt. Dat is ook niet het geval bij twee Poolse werklui die op een vrijdagavond in maart na een werkweek naar de carwash rijden, om hun auto proper te maken. Ze zeggen dat ze zich van geen kwaad bewust waren. Pas nadat ze tegengehouden zijn door de politie, spant die een lint rond de carwash. De rechter geeft ook hier een opschorting van straf.

In het geval van de student toonde de rechter begrip voor het feit dat een vermelding op het strafblad ertoe zou leiden dat hij zijn job niet kon uitoefenen. Wie geen opschorting of vrijspraak krijgt, heeft die vermelding wel. Lemmens: ‘Daardoor worden mensen misschien van bepaalde tewerkstelling uitgesloten. Is dat het effect dat je als maatschappij beoogt?’

De zaak van de student is een van de weinige op de Gentse zitting waar een advocaat komt pleiten. Het grootste deel van de voormiddag passeren de beklaagden zelf de revue en geven ze uitleg bij hun gedrag. ‘Dat is opvallend’, zegt Vantyghem. ‘Op een coronazitting zie je op een halve dag slechts een vijftal advocaten, terwijl dat er in verkeerszaken veel meer zijn. Dat zo veel mensen zonder advocaat opdagen, komt wellicht omdat ze voor zulke gevallen, in tegenstelling tot bij een ongeval, geen rechtsbijstand van hun verzekering krijgen.’

Volgens Van Cauter is dat ook een van de redenen waarom veel zware straffen uitgesproken worden. ‘Een advocaat pleit vaak voor een straf met uitstel of een werkstraf, of wijst op de moeilijke financiële situatie van de mensen. Als die dat niet doet, zijn rechters minder geneigd lichtere straffen uit te spreken.’

De Antwerpse politierechter Van Hoof spreekt dat tegen. ‘Onze rechters zijn heel open op dat vlak. Ze gaan zelfs zover die verzoeken bijna in de mond van de mensen zelf te leggen. Wij maken echt geen verschil tussen gewone burgers en advocaten. Dit is geen klassenjustitie: de mensen staat niet hulpeloos voor de rechtbank.’

***

Zaak xx.xx. Op 25 april werd een man tegengehouden toen hij op weg was naar een vriend, wat een niet-essentiële verplaatsing is. De procureur vraagt een geldboete van 60 euro. De advocaat wijst erop dat zijn cliënt een collectieve schuldenregeling heeft. Hij krijgt 1.366 euro werkloosheidsuitkering per maand. Na aftrek van schulden en 630 euro voor zijn huur krijgt hij nog 400 euro per maand. Hij heeft een dochtertje van elf. De rechter geeft de minimumgeldboete van 26 euro, met uitstel van drie jaar.

De reden waarom veel mensen voor de rechter belanden, is dat de 250 euro van de minnelijke schikking al een behoorlijk bedrag is, hoor je overal. Van Cauter: ‘Wie belandt voor de rechter? Vaak gaat het om mensen die het financiële vermogen niet hebben om de boetes te betalen.’ Een politierechter beaamt: ‘In verkeerszaken zien we dat ook. Wie geld heeft, betaalt gewoon zonder morren zijn boete. Wie geen geld heeft, belandt voor de rechtbank en is vaak slechter af.’

Zelfs de minimumboete van 26 euro leidt door de vermenigvuldiging met factor acht en de gerechtskosten tot een afrekening van meer dan 500 euro, het dubbele van de minnelijke schikking. ‘70 tot 80 procent van de mensen die hier komen, heeft dat geld gewoon niet’, zegt de politierechter. ‘Door een straf niet uit te spreken, vermijd je soms maandenlang paperassenwerk, want uiteindelijk wordt de boete wellicht toch niet betaald.’

***

Zaak xx.xx. Een Slovaak uit de buurt van Gent wordt op 5 mei betrapt terwijl hij met drie personen in de auto zit. Het parket vraagt 80 euro boete. De man legt uit dat hij met zijn zus in de auto zat, en zijn moeder tegenkwam aan de bushalte. Hij gaf ze een lift naar huis, en zegt dat hij niet wist dat dat niet mocht. De rechter geeft hem een boete van 30 euro.

Een parketmagistraat geeft toe dat veel regels tot discussies leiden bij collega’s. ‘We moeten streng zijn, maar veel vorderingen doen we zonder enig plezier. Neem nu geliefden die elkaar willen ontmoeten. Mag dat nog in de auto? Wie zijn vriendin gaat ophalen op haar werk en een romantisch momentje wil beleven op de parking van een supermarkt moeten we vervolgen voor een niet-essentiële verplaatsing.’

‘Wie weet nog wat mag en wat niet mag?’, zegt Van Cauter. ‘Op een bepaald moment zaten we aan 22 ministeriële besluiten en we blijven tellen. Niemand kent de wet nog, maar je wordt wel geacht ze na te leven. Bovendien krijgen we vaak een tegenstrijdige uitleg van de gezagsdragers en voelen de regels soms contra-intuïtief aan. In een kerk die als museum dient, mag honderd man binnen, maar als in die kerk een misviering zou beginnen, moeten 85 mensen naar buiten.’

Ook Jogchum Vrielink, professor recht aan de Université Saint-Louis in Brussel, vindt dat er ruis zit op de communicatie van de regels. ‘Er zijn de MB’s en er zijn de zogeheten FAQ’s errond, waarin de regering de maatregelen duidelijk wil maken voor het grote publiek. Maar soms zijn die niet op elkaar afgestemd. Bij de opening van de bioscopen in juli gold volgens het MB een mondmaskerplicht. Maar na protest van de uitbaters, die niet rendabel zijn zonder snoep en drank te verkopen, werd dat verbod in de FAQ versoepeld. Wat moet je dan respecteren?’

‘Het grote gevaar is dat je maatschappelijk draagvlak afbrokkelt’, zegt Vrielink. ‘Een rechtsstaat is gebaseerd op vertrouwen. Maar als de overheid beperkingen oplegt op basis van regels die niet helemaal wettelijk zijn, kan dat vertrouwen heel kwetsbaar blijken. En dan dreig je alle steun voor de maatregelen te verliezen.’

Van Hoof geeft toe dat de wetgeving niet eenvoudig is: ‘Zelfs onze politierechters moeten om de 14 dagen de wetten opnieuw bestuderen. Elke keer verandert er wel iets. Maar het vraagt nu eenmaal maatwerk om dit virus te bestrijden. En onze rechters zijn heus niet wereldvreemd: ze staan midden in de wereld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud