Geraken we wel aan groepsimmuniteit?

Op weg naar Belgische groepsimmuniteit komt het erop aan ook moeilijk bereikbare mensen op de stoelen in de vaccinatiecentra te krijgen. ©BELGA

De enige weg uit de pandemie is groepsimmuniteit. 70 procent van de bevolking moet zich dus laten inenten tegen Covid-19. Maar het wordt nipt. 37 procent van de Belgen mag of wil geen vaccin, of is moeilijker te bereiken.

Er zijn mensen die geen vaccin mogen krijgen, mensen die geen vaccin willen en mensen die moeilijk te bereiken zijn. Samen gaat het om bijna
37 procent van de Belgen,
of 4,2 miljoen mensen. Zelfs als je de minderjarigen niet meetelt, gaat het nog altijd over 17 procent. 

De Tijd kwam bij die percentages uit door een raming te maken van de aantallen in de drie groepen, waarbij we de laagste schattingen in rekening namen. Niet alle cijfers zijn volledig. Vaak zijn er geen data voor het volledige Belgische grondgebied. Ook het aantal antivaxers en twijfelaars laat zich moeilijk schatten. Ze zijn daarom niet meegeteld in het eindresultaat. Ook de groepen waar een te grote overlap mogelijk is, werden uit het totale percentage gehaald.

Dat je met die voorzichtige benadering nog altijd uitkomt op 37 procent Belgen, toont aan dat de marge om aan 70 procent gevaccineerden te komen bijzonder klein is. Het is niet zo dat het gros van die mensen zich sowieso niet laten vaccineren. Maar zonder grote inspanningen en een aangepast beleid is de kans reëel. Dat ondergraaft de groepsimmuniteit. Het wordt vooral gevaarlijk als de niet-gevaccineerden nieuwe broeihaarden vormen. Zo zijn we terug bij af.

Wie zijn de mensen die samen 37 procent vormen? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat sommigen onder hen toch
een vaccin krijgen? Een verhaal van drie groepen.

Zij die niet goed te bereiken zijn

Deze groep bestaat uit mensen die niet of moeilijk te bereiken zijn met een brief,
een sms, een mail of een telefoontje. Het zijn vaak precaire bevolkingsgroepen met een groter risico op niet-vaccinatie.

Over wie gaat het?

‘Het is een grote groep waarop we ons miskijken’, zegt Sara Willems, professor socialeongelijkheidsproblematiek in de gezondheidszorg en diensthoofd van de vakgroep volksgezondheid aan de Universiteit Gent.

In eerste instantie gaat het om mensen zonder papieren, daklozen en thuislozen. Hen kan je geen uitnodiging sturen. Officieel bestaan ze niet voor de overheid, maar ze wonen hier wel en moeten dus worden ingeënt.

De mensen die in armoede leven, zijn ook moeilijk bereikbaar. ‘Zij hebben het zo al moeilijk en openen zelden een officiële brief. Ze denken meteen dat het om een factuur gaat of dat ze iets moeten aangeven’, zegt Philippe De Coene (sp.a), schepen van Sociale Zaken in Kortrijk. Hij benadrukt dat het evengoed gaat om mensen en gezinnen in relatieve armoede. ‘De lage middenklasse groeit en heeft vaak moeite het hoofd boven water te houden. Ook die mensen willen niet nog meer worden lastiggevallen.’

Dan zijn er nog de mensen met een lage gezondheidsgeletterdheid. Willems: ‘Zij hebben niet de vaardigheid om een medische brief te begrijpen. Of ze begrijpen niet hoe je een afspraak annuleert of verplaatst.’ 

Ook anderstaligen, mensen met weinig tot geen kennis van het Nederlands, analfabeten, mensen die geïsoleerd wonen en weinig tot geen netwerk hebben, zij die op zee werken, seizoenarbeiders en expats bereik je niet zomaar met een brief in de bus. 

Hoe groot is de groep?

15 procent van de bevolking. In België zouden 100.000 mensen zonder papieren verblijven. Het laatste grootschalige onderzoek dateert van 2008. Al is dat een onderschatting, zeker gezien de bevolkingsgroei en de migratiestromen van de afgelopen jaren. In 2003 werd het
aantal dak- en thuislozen in België op 17.000 geschat. Maar wellicht bestaat er een overlap tussen deze twee groepen. 

Ongeveer 15 procent van de volwassen bevolking leeft in armoede, of meer dan 1.363.000 mensen. In Vlaanderen zouden 1,1 miljoen mensen niet taalvaardig genoeg zijn om in het dagelijkse leven enigszins normaal en efficiënt te functioneren. Cijfers voor de rest van het land zijn onbekend. Er zijn ook 225.000 seizoenarbeiders en expats. 

Een goede graadmeter voor moeilijk bereikbaren is de kankerscreening. Ook bij borstkankerscreening worden vrouwen opgeroepen via een brief en moeten ze naar een erkend centrum gaan. In 2019 deed twee derde wat de overheid aanraadt. Ongeveer 14,5 procent van de vrouwen nam nog nooit deel aan een borstkankerscreening. Bij
verschillende kankeronderzoeken blijkt dat mensen met een migratieachtergrond en mensen uit lagere socio-
economische groepen minder deelnemen.

Hoe zorgen we ervoor dat ze wel een vaccin krijgen?

Volgens Gudrun Briat, woordvoerster van de taskforce vaccinatie, wordt deze groep volop in kaart gebracht. ‘Zodra dat is gebeurd, ontwikkelen we acties. Zo wordt de uitnodiging straks in 25 talen vertaald.’

‘De overheid doet haar best, maar we moeten vooral door een andere bril naar het probleem kijken’, zegt Willems. ‘In het vaccinatieverhaal gaat men sterk uit van de middenklasse. Zorg wordt georganiseerd door mensen uit de middenklasse of hogere klasse, en dat merk je.’ Een nieuw in de steigers gezette populatiemanager (zie inzet) moet daar verandering in brengen.

Zo vindt Willems de uitnodigingsbrief veel te moeilijk. Hij bestaat uit drie complex ogende pagina’s met een QR-code, verschillende lange vaccinatiecodes en vooral veel tekst. ‘Dat moet veel eenvoudiger, met pictogrammen. Je moet weten dat zeker een tiende van de bevolking een lage gezondheidsgeletterdheid heeft.’

De Coene vreest dat de complexiteit een drempel is voor velen. Hij vindt dat er naast de grote vaccinatiecentra wijkgerichte teams moeten zijn die aan huis vaccineren. ‘Mensen die een beperkte mobiliteit hebben of in armoede leven, gaan niet met een taxi naar een vaccinatiecentrum. Ook niet als die wordt betaald.’

Toch houdt het kabinet-Beke vast aan de keuze voor grote vaccinatiecentra. ‘Het is de bedoeling zo veel mogelijk mensen naar de centra te krijgen.’

Ook de keuze van het vaccin kan een oplossing bieden. Briat: ‘Het vaccin van Johnson & Johnson lijkt ons het meest geschikt voor moeilijk te bereiken mensen, omdat daar maar één dosis van nodig is.’ Het kabinet-Beke zegt dat die piste wordt bekeken, maar dat nog niets is beslist.

‘Gelijk doen voor iedereen is ongelijkheid creëren’, stelt Willems. ‘In een rechtvaardig systeem doe je meer voor mensen die het meer nodig hebben. Dat is niet alleen in het voordeel van die groep maar ook in het algemene belang. Als je bepaalde groepen niet of onvoldoende vaccineert, creëer je nieuwe broeihaarden. Dat wil niemand.’

Zij die niet mogen

Een aanzienlijke groep mensen mag zich simpelweg (nog) niet laten vaccineren.

Over wie gaat het?

De bekendsten zijn de minderjarigen. De meeste vaccins zijn nog niet goedgekeurd voor wie geen 18 is. Hoe graag ze misschien een spuitje willen, ze mogen (nog) niet.

Daarnaast is er een kleine groep die om medische redenen beter geen enkel vaccin krijgt. Het gaat om mensen bij wie bestanddelen in het vaccin ooit een zware allergische reactie of schok uitlokten. ‘Vanwege de privacyregelgeving kunnen we die mensen niet in kaart brengen. Maar de groep is bijzonder klein’, zegt Gudrun Briat, woordvoerster van de taskforce vaccinatie.

Dan zijn er de twijfelgevallen. Mensen met kanker, mensen die net een transplantatie hebben gehad of zware medicatie nemen. Of ze al dan niet een vaccin krijgen, moet de behandelende arts bekijken. ‘Bij een vaccinatie wordt het immuunsysteem gestimuleerd’, zegt Jan De Maeseneer, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg. ‘Mensen met te weinig witte bloedcellen, door ziekte of een behandeling, bespreken het best even met de dokter of een vaccinatie kan.
En zo ja, wanneer.’

Ook het al dan niet vaccineren van zwangere vrouwen beroert de gemoederen. De klinische studies die zich op hen richten, zijn pas begonnen. Daarom adviseert de Hoge Gezondheidsraad ‘op dit moment geen systematische
vaccinatie.’  Dat betekent niet dat geen enkele zwangere vrouw een vaccin mag krijgen. De voordelen en de risico’s moeten worden afgewogen. ‘Ook dat moet de behandelende arts bekijken’, zegt De Maeseneer. Al is de vraag of veel zwangere vrouwen zich zullen laten inenten voor de resultaten van de klinische studies bekend zijn. Onderzoek op zwangere proefdieren zou alvast bemoedigende resultaten opleveren.

Voor vrouwen die zwanger willen worden en borstvoeding geven, ziet de Hoge Gezondheidsraad geen probleem. Zij kunnen ‘systematisch’ worden ingeënt.

Hoe groot is de groep?

22 procent van de bevolking. Dat lijkt veel, maar minderjarigen zijn goed voor 20 procent. Bijna 230.000 mensen deden ooit een zware allergische reactie. Vorig jaar kregen 70.500 mensen een kankerdiagnose. Er waren meer dan 114.230 geboorten, dus evenveel zwangere vrouwen.

Hoe zorgen we ervoor dat ze wel een vaccin krijgen? 

De Maeseneer: ‘Het is een kwestie van tijd voor we duidelijkheid krijgen over de minderjarigen. De wetenschappelijke studies zijn volop bezig. Als de resultaten positief zijn, kunnen zij binnen enkele maanden aansluiten.’

Dat gaat ook op voor zwangere vrouwen. Een deel wil zich niet tijdens de zwangerschap laten inenten, maar na de geboorte kan ook die groep aansluiten.

De groep die om medische redenen geen vaccin mag krijgen, wordt uiteraard niet kleiner. Maar omdat het sowieso om een uiterst kleine groep gaat, is die statistisch
te verwaarlozen. Die mensen hoeven zich geen zorgen te maken in een samenleving waar de meesten gevaccineerd zijn. Net daarom is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen worden ingeënt. Maar daar knelt het schoentje.
Er is ook een groep die niet wil en een groep die niet goed wordt bereikt.

Zij die niet willen

Een gevarieerde groep wil geen vaccin. Het gaat van mensen met vaccinatietwijfels
tot actieve antivaxers. Vooral die laatsten zijn moeilijk te overtuigen.

Over wie gaat het?

Om een zicht te krijgen op de profielen kunnen we te
rade gaan in andere landen. In Israël blijft het aantal vaccinaties achter bij ultraorthodoxe Joden. In de Verenigde Staten worden mensen met Afrikaanse roots minder gevaccineerd. Het gerucht dat het vaccin de vruchtbaarheid zou aantasten, zou daar meespelen. Voor dat gerucht bestaat geen wetenschappelijk bewijs.

In Nederland leggen orthodoxe christenen in de biblebelt, een strook tussen Zeeland en de Veluwe, hun lot liever in handen van God. Nergens is de vaccinatiegraad
zo laag als in die christelijke gemeenten.

Daarnaast zijn er de antroposofen. Zij hangen de leer aan van de filosoof Rudolf Steiner, bekend van de vrije scholen. Ze geloven sterk in natuurlijke geneeswijzen
en vrije keuze. In 2011 brak nog een mazelenepidemie uit in Gentse steinerscholen.

Ten slotte zijn er veel twijfelaars. Sommigen vragen zich af of een snel ontwikkeld vaccin veilig is, anderen hebben kritiek op de big pharma, nog anderen zijn gewoon bang. 

Hoe groot is de groep?

Er zijn  geen cijfers. Volgens Jelle Van Buuren, docent aan de Universiteit Leiden, zegt 10 tot 15 procent van de Nederlanders helemaal geen vaccin te willen, een tweede groep van 10 tot 15 procent twijfelt heel erg.

Geen enkel overheidsniveau houdt data bij over deze groep. ‘Er zijn antivaxers en twijfelaars in België, maar we weten niet met hoeveel ze zijn’, zegt Gudrun Briat, woordvoerster van de taskforce vaccinatie. Ook het kabinet-Beke heeft geen cijfers. 

Volgens Briat krijgen we pas aan het einde van de vaccinatiecampagne een goed zicht op de groep die zich niet wil laten vaccineren. ‘Ik gok dat we in het najaar of eind dit jaar een concreet cijfer kunnen voorleggen.’ 

Zowel Briat als Jan De Maeseneer, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg, denkt dat de groep van mensen die zich niet willen laten inenten in Vlaanderen kleiner is dan in Brussel en Wallonië. Toch benadrukt Briat dat niet iedereen die niet komt opdagen een antivaxer is. ‘Soms zijn er andere redenen waarom mensen niet op hun afspraak verschijnen.’

Hoe zorgen we ervoor dat ze wel een vaccin krijgen? 

De taskforce vaccinatie wil vooral inzetten op twijfelaars, niet op antivaxers. ‘Uit studies weten we dat antivaxers erg radicale standpunten hebben. Het is ontzettend moeilijk hen te overtuigen’, zegt Briat.

Hoe wil België impact krijgen op de twijfelaars? De bevoegdheid ligt bij de deelstaten. ‘Er komen spotjes, flyers en filmpjes op de sociale media waarin experts en ervaringsdeskundigen het woord krijgen’, zegt Carmen De Rudder, woordvoerster van het kabinet van Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V). Vanaf maart moet die campagne zichtbaar zijn. Vlaanderen wil de lokale besturen ook ‘tools en handvaten’ aanreiken om twijfelaars over de streep te trekken.

‘Nationale campagnes zijn zeker nodig’, zegt Philippe De Coene (sp.a), schepen van Sociale Zaken in Kortrijk. ‘Toch roepen zulke spotjes vaak achterdocht of afwijzing op bij vaccinweigeraars. Zij vinden alles wat van de overheid komt verdacht. Dat is spijtig maar het is de realiteit.’ Coene gelooft daarom vooral in persoonlijke gesprekken op wijk- en buurtniveau.

‘In Kortrijk merkten we dat 20 procent van het personeel in de woon-zorgcentra geen vaccin wilde. Via vertrouwenwekkende gesprekken onder collega’s is dat gezakt tot 3 procent. Een gevaccineerde zorgkundige ging praten met iemand die twijfelde. Die aanpak vergt tijd en moeite maar levert resultaat op.’

Groepsimmuniteit in uw wijk? De populationmanager waakt

Per vaccinatiecentrum wordt straks een persoon aangesteld die moet waken over de vaccinatiegraad van 70 procent in uw wijk. Vlaanderen trekt daarvoor middelen uit, zegt het kabinet van Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V).

De opdracht van de population manager is niet eenvoudig. Op basis van data uit een nieuwe databank, de ‘vaccinatiegraadbarometer’, moet hij op wijkniveau zien of de vaccinatiegraad van 70 procent is bereikt. Indien niet moet hij uitzoeken hoe dat komt. De redenen kunnen divers zijn: culturele aspecten, twijfel, groepsdruk, gebrek aan vervoer, schrik.

Zodra de population manager het probleem heeft geïdentificeerd, moet hij tot actie overgaan. Dat kan hij uiteraard niet alleen. Afhankelijk van de reden van de lage vaccinatiegraad kan hij hulp inroepen: van straathoekwerkers, het Centrum voor Algemeen Welzijn, het Sociaal Huis, maatschappelijk werkers, huisartsen, vertrouwenspersonen en religieuze leiders.

Sara Willems, professor socialeongelijkheidsproblematiek in de gezondheidszorg aan de Universiteit Gent, vindt zo’n population manager een goede zaak. ‘We mogen ons niet blindstaren op 70 procent voor België, we moeten naar 70 procent in elke wijk. Het percentage van mensen die niet zijn ingeënt, moet mooi verdeeld zijn over de bevolking. Wijken met 50 procent dekking en andere met 90 procent, dat moeten we vermijden. Anders ontstaan weer broeihaarden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud