analyse

Het duivelse dilemma van de versoepelingen

©Kristof Vadino

De avondklok ligt onder vuur, het samenscholingsverbod van meer dan vier personen wordt ter discussie gesteld en de horeca wil terrasjes kunnen openen. Dreigt een afstraffing als we versoepelen voor Pasen? Of zijn de maatregelen niet meer proportioneel?

Woensdag, 22.15 uur. Aan het Flageyplein in Brussel spotten de politie-inspecteurs Steven en Matthy een jongen en een meisje op een bank, zonder mondmasker. ‘We verblijven vlakbij en gaan zo terug’, zeggen ze zenuwachtig, terwijl ze hun mondmasker opzetten. Als duidelijk wordt dat hun adressen niet zo vlakbij zijn, vertellen ze dat ze een appartement hebben gehuurd. Daar treft de politie nog vijf jongeren aan, op een na minderjarig. Op tafel: een fles Ice-Tea, Uno-kaarten, een gourmetstel en potjes gevuld met worstjes, gehakt en groenten.

Later vinden de inspecteurs nog een fles vodka onder het bed. De jongeren reageren kalm, bedeesd en wat verschrikt. Ze leggen uit dat ze via Airbnb een appartement hebben gehuurd voor een nacht. ‘Het is vakantie en we hebben al maanden niemand gezien.’ Een meisje begint net niet te huilen als ze hoort dat iedereen zijn ouders moet opbellen, en dat een proces- verbaal wordt opgemaakt dat uiteindelijk voor de jeugdrechter belandt.

Na de interventie rijden we verder de lege stad in. De actie lijkt een antwoord op de vraag die we vanavond beantwoord willen zien: wat is het nut van de avondklok? De controle van de twee overtreders op het bankje heeft er alvast toe geleid dat een feestje, een mogelijke haard van besmetting, is ontdekt.

Het ene lockdownfeestje is het andere niet

Het stilleggen van het Brusselse lockdownfeestje waarmee we dit verhaal begonnen, leidde er niet toe dat de minderjarigen werden opgepakt. Ze werden vriendelijk verzocht hun ouders te bellen om hen op te halen, en krijgen later bericht van het parket. Dat staat in schril contrast met de zaak in Kapellen, waar minderjarigen een nacht op het commissariaat en de dag nadien in cellen van het justitiepaleis moesten doorbrengen.

Nochtans lijkt het hier ook om feiten te gaan die minstens even zwaar wegen als diegene die het Antwerpse parket aanhaalde om de strenge aanpak te verantwoorden: er was drank, de zeven hadden via Airbnb een appartement gehuurd en de ouders leken niet op de hoogte. Wordt met twee maten en gewichten gehandeld in dit land? Zijn jongeren in Brussel beter af dan in Antwerpen?

Nee, is te horen op het kabinet van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). ‘In een individuele zaak oordeelt de parketmagistraat. Het is dus niet per definitie zo dat elk illegaal feestje in Antwerpen strenger wordt aangepakt dan in Brussel. Ook in Antwerpen is de arrestatie en voorleiding van minderjarigen bij de jeugdrechter voor illegale feestjes eerder uitzonderlijk.’

Al geeft een regeringsbron toe dat vragen gesteld werden bij de proportionaliteit van de Antwerpse ingreep. ‘Was het nodig zo zwaar in te grijpen? Voor de parketmagistraat van dienst is het natuurlijk moeilijk elke inschatting juist te maken, zeker als je in een nacht tientallen zaken op je bord krijgt. Maar het parket moet ervoor zorgen dat zijn mensen goed opgeleid zijn om dat de baas te kunnen.’

Maar de twee inspecteurs zijn genuanceerder over het nut van de avondklok. ‘Dit was een toevalstreffer. We zijn ervan overtuigd dat er meerdere feestjes plaatsvinden waar we niets tegen kunnen doen. Is het niet gewoon efficiënter op samenscholingen te controleren?’ Wie als organisator van een lockdownfeestje slimmer is, gaat inderdaad niet om 22.15 uur buiten zonder mondmasker op een bankje zitten.

Nu de coronacijfers al een tijdje in dalende lijn zitten, staat de avondklok steeds meer ter discussie. Is het effect wetenschappelijk bewezen? Is het nog een proportionele maatregel? Leggen we ons te snel neer bij een heel fundamentele ingreep die ons in het diepste van onze vrijheid aantast: het recht te gaan en staan waar we willen?

Donderdag verklaarde Open VLD- voorzitter Egbert Lachaert alvast het debat te willen aangaan. ‘Elke vrijheidsbeperkende maatregel moet efficiënt, noodzakelijk, proportioneel en tijdelijk zijn’, schreef hij op Twitter. ‘Politici en experts moeten de vraag stellen of dat vandaag nog wel het geval is voor de avondklok. Dat verdient een debat de komende weken.’ Hij sloot zich daarmee aan bij een eerdere oproep van het Brusselse MR-kopstuk Alexia Bertrand.

De aandacht van de media verspringt van topic naar topic, telkens met het beschuldigende vingertje.
Wouter Duyck
Professor psychologie

In Nederland berekenden experts dat de avondklok het reproductiegetal, de mate waarin een persoon het virus doorgeeft aan ander, met 0,2 procentpunt deed dalen. Maar dat was voor sprake was van een harde lockdown, en er weinig sociale beperkingen waren en de horeca wel nog open was. Nu is ons land sowieso op slot, dus is de vraag wat die verregaande maatregel effectief bijdraagt aan het inperken van de besmettingen.

Toen de coronacijfers plots een dramatische wending namen in Antwerpen, kondigde gouverneur Cathy Berx een lokale avondklok af, van 23.30 uur tot 6 uur, en die bleek wel te werken. De regio ontsnapte aan het ergste, wellicht dankzij de invoering van de nachtelijke beperking. Alleen golden toen ook andere omstandigheden: van een tweede lockdown was nog geen sprake, dus waren er geen andere drastisch beperkende maatregelen.

Frankrijk heeft een strenge avondklok van 18 uur in sommige regio’s, maar blijft het moeilijk hebben met het aantal besmettingen. Al rest de vraag of de infectiegraad er zonder avondklok niet nog hoger zou liggen. Niemand kan een eenduidig antwoord geven.

Volgens de Gentse onderzoeker Tijs Alleman, die deel uitmaakt van het wetenschappelijk consortium rond de biostatisticus Niel Hens, is het niet mogelijk het affect van een avondklok expliciet op te nemen in de wiskundige modellen. 'Het gaat hier om een politiek instrument, dat een sfeer creërt om feestjes tegen te gaan. Ikzelf blijf het een gevaarlijk precedent vinden, omdat we er nu eenmaal mee zitten. Je kan de maatregel niet meer lossen zonder onrechtstreeks het signaal te geven dat die feestjes weer kunnen.'

Terrasjes

©Kristof Vadino

Terrasjes

De discussie over de avondklok is maar een van de vele die zich aandienen sinds de heropening van de kappers de deur naar versoepelingen op een kier heeft gezet. In de woon-zorgcentra wordt weer meer bezoek mogelijk. Studenten zouden nu toch een kotbubbel mogen hebben en vanaf 15 maart weer een dag per week naar de campus kunnen gaan.

De vragen zijn talrijk. Waarom mogen we niet met meer dan vier in het park wandelen, terwijl de opening van de kappers tot 1,2 miljoen risicocontacten per week leidt? Is het nog proportioneel dat ouders hun niet-thuiswonende kinderen niet samen kunnen ontmoeten? Valt het nog uit te leggen dat je alleen in de tuin mag afspreken als je niet eerst door het huis moet? Kunnen de terrasjes van de horeca niet open nu de lente in zicht is?

Er zijn wel degelijk manieren om mensen het gevoel te geven dat ze stilaan de touwtjes in handen kunnen nemen.
Esther Metting
Psychologe en epidemiologe

Op het overlegcomité van vrijdag staan mogelijke versoepelingen in de buitenlucht op de agenda. Maar deze week gingen de virologen op de rem staan. Elke versoepeling voor Pasen leidt ons weer naar de gevarenzone, luidt het unisono. Professor Herman Goossens waarschuwde zelfs voor een derde golf, die nog verwoestender zou uithalen dan de eerste twee. Door de verspreiding van de Britse en de opkomst van de Braziliaanse variant zijn er nog te veel onbekende factoren om echt te versoepelen.

Niet iedereen is het daarmee eens. ‘Natuurlijk moet je heel voorzichtig blijven. De cijfers zijn nu ook niet zo veel beter dan in november. Ik ben dus ook bang voor massale versoepelingen,’ zegt de Gentse professor psychologie Wouter Duyck. ‘Maar het probleem is dat we gefixeerd zijn op die statistieken die we dagelijks krijgen en schijnbaar kunnen controleren: die van de besmettingen en de ziekenhuisopnames.’

Maar gezondheid is meer dan dat, stelt Duyck. ‘In normale omstandigheden heeft 10 procent van de volwassenen een angst- of depressiestoornis, weten we. In de crisis is dat cijfer verdubbeld, en in de leeftijdscategorie tussen 18 en 24 bedraagt het momenteel zelfs 40 procent. Ik houd mijn hart vast wat dat zal geven voor de zelfmoordcijfers na de crisis. Dat is een immens probleem dat we ook niet onder de mat mogen vegen.’

©Kristof Vadino

Volgens Duyck is het problematisch dat er steeds maatregelen bijgekomen zijn, maar er nooit verdwijnen. ‘De aandacht van de media verspringt van topic naar topic, telkens met het beschuldigende vingertje. Herinner je nog de terugkerende reizigers na de kerstvakantie? Die zouden voor ontsporende curves zorgen. De biostatistische modellen voorspelden een reproductiegraad van 1,6 of 1,7. En waar zitten we nu? op 0,99.’

Volgens Duyck moeten we elke maatregel tegen het licht blijven houden. ‘Ook in mijn domein moesten we vechten tegen het sluiten van de scholen. De sociaal- economische impact daarvan is enorm. Een jaar schoolverlies betekent voor een leerling 1 procent minder inkomen per jaar, levenslang. Volgens onze berekeningen leidt dat tot een inkomstenverlies van onze economie van 60 miljard euro. Maar dat telde niet in de discussie toen. En nu blijkt dat we de cijfers toch laag hebben kunnen houden. Gelukkig dus dat we het been stijf hebben gehouden. Zo moeten we over elke maatregel blijven nadenken.’

Viroloog Steven Van Gucht houdt die boot liever nog een tijdje af. ‘De vragen voor versoepelingen dreigen alle kanten uit te schieten’, zegt hij. Dat bleek deze week nog. De sportclubs begonnen te morren dat ook zij in alle veiligheid konden heropstarten. En na het lezen van een Duitse studie concludeerde KVS-directeur Michaël De Cock dat ook de theaters zonder problemen weer open kunnen.

Snelteststraat

Vallen de visies van de Wouter Duycks en de Steven Van Guchten in deze wereld dan echt niet te rijmen? Is het niet mogelijk de denkbeelden van menswetenschappers en medisch experts te combineren?

In de Nederlandse academische wereld draagt iemand beide petjes. Esther Metting van de Universiteit van Groningen is zowel psychologe als epidemiologe. Zij begrijpt de vraag naar versoepelingen. ‘Ons mentaal welzijn is er steeds slechter aan toe. Vooral bij jongeren zijn slaapproblemen en depressies legio. Ze hebben geen enkel stipje aan de horizon. Nu de Britse variant in opmars is, blijft het risico op toenemende besmettingen en een overbelasting van de zorg reëel. Dat leidt tot een duivels dilemma waar ik echt mee worstel.’

Toch ziet Metting een mogelijkheid om weer perspectief te bieden. ‘Nu hollen we voortdurend achter de feiten aan, en moeten we ons telkens weer aan nieuwe maatregelen aanpassen. Maar er zijn wel degelijk manieren om mensen het gevoel te geven dat ze stilaan de touwtjes in handen kunnen nemen.’

Ze verwijst naar een initiatief in Noord- Nederland om studenten eerst via een snelteststraat te laten passeren. Bij een negatieve test kunnen ze toch fysiek aan een examen deelnemen, en later ook lessen volgen. ‘Met die tests kan je veel meer doen dan nu gebeurt. In Utrecht kwam er zo ook een grootschalige test om te zien op welke manier je mensen weer in een congrescentrum kan laten samenkomen. Gewoon al het feit dat je zulke initiatieven lanceert, biedt perspectief.’

In België komen de sneltests traag op gang, maar in andere Europese landen worden ze steeds meer ingezet. Oostenrijk wil ze gebruiken in de horeca. Duitsland maakt ze vanaf 1 maart gratis beschikbaar voor de hele bevolking, kondigde minister van Volksgezondheid Jens Spahn aan.

Denemarken zet ze al langer massaal in. Elke Deen kan op elk moment van de dag gratis en zonder reden langsgaan bij een testcentrum in de buurt, en die zijn er vaak op wijkniveau. Een kwartier later krijgt die het resultaat toegestuurd op zijn gsm. De Denen gebruiken het systeem onder meer voor ze afspreken met vrienden of langsgaan bij hun ouders.

Zo vrijheidsbeperkend is de avondklok niet. Wat zou je, behalve dingen die niet mogen, dezer dagen ’s nachts op straat gaan doen?
Steven Van Gucht
Viroloog

Volgens Duyck zijn periodes als deze, waarbij we in afwachting van de algemene vaccinatie nog maanden in een soort tussenperiode moeten leven, ideaal om zulke initiatieven te lanceren. ‘Waarom kiezen we niet twee centrumsteden, waar duizend vrijwilligers met behulp van sneltests horecazaken kunnen bezoeken? Zo krijgen we een veel beter zicht op het gevaar van die heropening.’

Onderzoeker Tijs Alleman zou staan te springen om de besmettingen in de horeca op die manier in kaart te brengen. ‘Nu varen we blind’, zegt hij. ‘We hoeven het niet zo ver te zoeken. Mocht het Vlaamse bron- en contactonderzoek beter werken, konden we ook nagaan van waar de besmettingen vooral komen. Nu is dat nog onmogelijk.’

Datums en drempels

Over één ding zijn de mensen die we spraken het eens: creëer duidelijkheid. Metting: ‘Door de onhandige communicatie en het wisselende beleid is het vertrouwen in de overheid enorm gezakt. Dat zou ons weleens parten kunnen spelen in de vaccinatiestrategie. Om echt efficiënt te zijn tegen de nieuwe varianten moet wellicht 80 procent van de bevolking zich laten inenten, meestal zelfs twee keer. Door het groeiende wantrouwen in de overheid wordt het moeilijk de twijfelaars over de streep te trekken.’

Duyck pleit niet voor een algemene versoepeling, maar voor een duidelijk stappenplan. ‘Maak een prioriteitenlijst, waarbij je bijvoorbeeld om de drie weken iets versoepelt. Zo kan je makkelijker op je stappen terugkeren als het fout loopt.’

Ook Van Gucht is voor zo’n stappenplan. ‘Ik zou niet met datums werken, maar met epidemiologische drempels. Als je met datums werkt en het gaat toch de verkeerde kant op, dreig je mensen teleur te stellen omdat de versoepelingen alsnog niet doorgaan. Of je dreigt onder druk dingen te doen die je beter niet kan doen. Je ziet trouwens iedereen in Europa naar een gelijkaardige aanpak evolueren.’

En die avondklok dan? Van Gucht: ‘Wij gaan er toch van uit dat ze mensen tegenhoudt om ’s avonds nog dingen te organiseren. Zo vrijheidsbeperkend is ze ook niet. Wat zou je, behalve dingen die niet mogen, dezer dagen ’s nachts op straat gaan doen?’

Tijdens de politiepatrouille in Brussel valt in elk geval niet veel te melden. De straten zijn leeg, op een vos na, die op zijn dode gemak op het voetpad wandelt. Er komt nog één ander feestje aan het licht. Deze jongeren worden niet betrapt omdat ze de avondklok overtreden, maar omdat de buren bellen voor nachtlawaai, zoals het meestal gaat. Als de buren dat niet doen, blijft de politie vrij machteloos.

‘RAS’, zeggen de inspecteurs door de radio. Rien à signaler.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie