‘Sagalassos moet vooral geen Disneyland worden'

©rv

In Sagalassos werkt de KU Leuven al dertig jaar aan de wederopbouw van de antieke stad. Het is het levenswerk van professor Jeroen Poblome. ‘Ik wil stenen verleggen’, zegt hij. Dat bedoelt hij letterlijk én figuurlijk.

Voor cultuur moet je in Griekenland zijn, voor een strandvakantie in Turkije. Het is een cliché dat niet klopt. Dat archeologie stoffig zou zijn, is een volgend cliché dat tegen de grond moet. Dat laatste bewees professor Jeroen Poblome toen hij met zijn team twee eeuwenoude gezichten van inwoners van de antieke stad Sagalassos reconstrueerde. Via schedelresten slaagden ze erin Eirènè en Rodhon hun gezicht terug te geven. Vandaag is de hoogleraar terug in Turkije. Op ‘zijn’ site. Tegen de flanken van het Taurusgebergte graaft de Leuvense archeoloog al sinds 1991 in de Turkse grond. In 2014 volgde hij Marc Waelkens op als opgravingsdirecteur. ‘Het archeologische potentieel van Turkije is enorm. Ook dat van Sagalassos. Slechts 5 procent is blootgelegd.’

 

Veel sculpturen uit de Romeinse tijd zijn naakt of dronken. Daar konden de christenen die hier vanaf de late oudheid neerstreken niet mee lachen.
Jeroen Poblome
archeoloog

‘De oorsprong van de stad Sagalassos gaat terug tot de Perzische periode’, legt Poblome onder een loden Turkse zon uit. ‘Maar onder de Seleucidische, hellenistische koningen in de tweede eeuw voor Christus wordt Sagalassos een echte polis. Vanaf de Romeinse periode telt die zo’n 5.000 inwoners. Dat lijkt weinig’, zegt Poblome, ‘maar dat is een perfect normale Romeinse stad’.

Romeins

De meeste restanten uit Sagalassos zijn dan ook Romeins. ‘Zoals deze’, zegt de hoogleraar met een zwaai van zijn licht verbrande rechterarm naar de ruïnes van een Romeinse badplaats. ‘Vooral onder keizer Hadrianus kenden we vruchtbare bouwjaren. Hij moet een speciale band hebben gehad met de stad.’

Niet alleen keizer Hadrianus had een voorliefde voor Sagalassos. Ook bij de KU Leuven is de liefde voor de site in het zuidwesten van Turkije groot. Al dertig jaar verbindt de universiteit er haar naam aan. In de zomermaanden zakken tientallen Leuvense stagiairs archeologie af om mee te helpen graven. De donkerblauwe polo van de universiteit van Leuven die Poblome draagt, verraadt zijn fierheid. ‘Ik bestelde een doos vol polo’s en T-shirts van de unief’, lacht hij. ‘Het liefst zie ik onze medewerkers er een dragen.’

Tragedie

Snel wordt duidelijk dat Poblome’s hart meer bij mensen dan bij stenen ligt. De onwetende geïnteresseerde toerist ziet een afgebrokkelde muur. Poblome niet. De muur was een deel van een huis waarvan de hele voorraadkamer afbrandde. ‘Wat is er gebeurd met die mensen? Onmogelijk om die voorraad opnieuw aan te leggen. Een tragedie.’ Meer dan een steen ziet de professor een verhaal.

 

De kans is reëel dat de ‘Leuvense’ site in Turkije straks UNESCO-werelderfgoed wordt. ‘Een goede zaak’, volgens de hoogleraar. ‘Toch wil ik niet dat onze site de bijzonderste, grootste of beste wordt. We willen geen Disneyland worden. We willen vooral de normaalste zijn. Onze eerste prioriteit is het dagelijkse leven in kaart te brengen. Wat aten de inwoners? Hoe stierven ze? Hoe was hun gezondheid? Dat interesseert me. Dat betekent ook dat we alleen met traditionele bouwtechnieken en materialen werken voor de heropbouw. Je wilt niet weten hoeveel zakken cement er op sommige andere sites worden aangevoerd.’

Voorbeeld voor Syrië

Dat Poblome meer de mensen dan de stenen ziet, bewijst ook zijn aanpak als archeoloog. ‘Het gaat mij om de langetermijnontwikkeling van de hele regio.’

We staan op de uitkijkplaats aan de rand van de site. Hier reikt het zicht ver in de impressionante Ağlasunvallei met groene heuvelruggen. In het dal waar de hitte bijna zichtbaar is, lijken de traditionele Anatolische huizen lukraak in het landschap gestrooid te zijn. De betonnen jungle van nieuwe hoogbouw in Ankara lijkt verder weg dan de rit doet vermoeden. ‘Ons project strekt zich uit over deze 1.200 vierkante kilometer.’

Kort

Sagalassos in Turkije heeft een eeuwenoude geschiedenis. Onder het Romeinse bewind kwam de stad tot volle bloei.

De KU Leuven werkt al meer dan 30 jaar mee aan de archeologische opgravingen en de wederopbouw van de stad. Eerst gebeurde dat onder leiding van Marc Waelkens, sinds 2014 onder Jeroen Poblome.

De wederopbouw gebeurt met materialen uit de antieke tijd. De plaatselijke ambachtslui werken met technieken van vroeger.

Ook het aangrenzende dorp Ağlasun, op zeven kilometer van het antieke Sagalassos, ligt in die zone. Voor de inwoners - getaande gezichten, kleurrijke losse hoofddoeken en pofbroeken -is het antieke Sagalassos cruciaal. Niet alleen werken velen op de site, ze bieden ook inspiratie. Zo ontdekten de archeologen dat de grootste energieslokop in het antieke Sagalassos niet de Romeinse termen was, maar de huishoudens. Om dat beter te begrijpen wordt straks onderzoek gedaan naar het stookgedrag van de huidige inwoners van het aanpalende dorp. Dat verschilt niet zo erg veel van dat van toen. Ook zij gebruiken fossiele brandstoffen en stoken vaak maar in één kamer. Of hoe het heden inzicht moet geven in het verleden.

De bewoners van de streek liggen Poblome na aan het hart. In die mate dat het vaak onduidelijk is over wie hij spreekt, die uit het Romeinse tijdperk of de huidige. ‘Er is eigenlijk niet zo veel verschil. Ons project gaat over mensen.’ Zo moeten de medewerkers op de site specifieke traditionele bouwtechnieken onder de knie krijgen. Om die aan te leren wordt niet geoefend op een toevallige berg stenen. ‘We bouwden al een speelplein in het dorp en doen klusjes bij de mensen thuis, een win-winrelatie. Als Ağlasun het goed doet, doet Sagalassos het ook goed. Een loyale stad is de beste manier om aan archeologie te doen.’

De aanpak in Sagalassos kan volgens Poblome een voorbeeld worden. ‘Het hele Midden-Oosten kent een enorm verlies aan archeologisch erfgoed. Kijk naar Syrië. Daar word je als archeoloog niet goed van. In een heropbouwscenario moet je niet gewoon stenen op stenen leggen. Dat werkt niet. Je hebt als archeoloog ook een sociale verantwoordelijkheid in de regio waar je graaft. Je moet stenen verleggen.’

Te dronken en te naakt

©rv

Ondertussen staan we op de ‘place m’as tu vu’ van Sagalassos, het mooiste en grootste plein. Het was de plaats waar iedereen samenkwam, met de zogenoemde ‘fontein van de liefde’, geflankeerd door twee Dionysossen, goden van de vruchtbaarheid, landbouw, wijn en plezier. Neem je een slok van het water van de fontein, dan vergroot dat je kans op liefde, zo wil het verhaal.

De professor lacht laconiek. ‘Daar is historisch niets van aan. Maar gidsen die niet met ons in contact staan, durven dat al eens te zeggen. Dat leidt soms tot vreemde toestanden. Verschillende Turkse fotografen kregen een licentie om hier trouwfoto’s te nemen. Dan zie je een conservatief koppeltje voor de naakte beelden van Dionysos staan. ‘Bovendien’, zegt hij met pretoogjes, ‘drink je beter niet van de fontein. Die zit vol met algen.’

‘Veel sculpturen uit de Romeinse tijd zijn naakt of zat. Daar konden de christenen die hier vanaf de late oudheid neerstreken niet mee lachen’, zegt Poblome. Dat verklaart waarom menige Romeinse torso van zijn edele delen werd ontdaan. Cultuur en geloof, een beladen mix, eeuwen geleden en vandaag. ‘Gelukkig mochten de zatte Dionysos en de halfnaakte Nemesis, de wraakgodin, wel blijven’, zegt Poblome. Al drukten de christenen wel hun stempel. Vaak letterlijk. Zo kerfden ze kruistekens op de Romeinse pilaren of ‘er is maar één God’.

M-Museum

Meer dan op andere sites in Turkije heb je als bezoeker het gevoel dat hier elk moment iets kan worden ontdekt. Zo botsten Johan Claeys, een van de Leuvense archeologen die voor de zomermaanden naar Sagalassos afzakt, en zijn team op een oude vloer waar meerdere perfect bewaarde potten werden teruggevonden.

Als je voor iets als Sagalassos gaat, moet je loyaal zijn. Zolang ik leef, zal het Sagalassos zijn.
Jeroen Poblome
Professor archeologie en projectleider Sagalassos

‘Om het half uur kwam er iets nieuws naar boven’, vertelt Claeys. ‘Iedereen was razend enthousiast, behalve de Turkse medewerkers uit het dorp.’ Hoezo? ‘Ze zijn wat verwend’, lacht hij. ‘Velen onder hen hebben al marmeren sculpturen vanonder de aarde gehaald. Dan kijk je van een paar potscherven niet meer op.’

Kers

Poblome is de tweede Vlaamse archeoloog op rij die van deze site zijn levenswerk maakt. ‘Als je voor iets als Sagalassos gaat, moet je loyaal zijn. Zolang ik leef, zal het Sagalassos zijn. En daarbij, zo slecht is het hier niet’, lacht de hoogleraar met een dikke, sappige kers in de mond terwijl hij in vloeiend Turks een praatje maakt met enkele lokale medewerkers.

Mag Vlaanderen op korte termijn een nieuwe tentoonstelling over de antieke stad verwachten? De vorige dateert al van 2010. ‘Er is een principeakkoord met het M-Museum in Leuven’, zegt Poblome. ‘Rector Luc Sels van de KUL is alvast fan. Het is nu aan de Leuvense burgemeester om mee te lobbyen bij de nieuwe Vlaamse overheid.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect