reportage

Goddelijk Asterix-dorp botst met snelle buitenwereld

©SISKA VANDECASTEELE

Vis en God. Dat is Urk, vroeger een bult in de zee, vandaag een geïsoleerd polderdorp in de Nederlandse Biblebelt dat zich krampachtig vasthoudt aan een idyllisch en vroom bestaan. Maar de moderniteit sluipt langs alle kieren naar binnen, ontdekte schrijver Matthias Declercq.

2019. Jochem Foppen en Hendrik Jan de Vries. Hun namen staan onder het jaartal in marmer gebeiteld, met daarnaast UK165, het nummer van hun garnalenkotter ‘Lummetje’. Daarin visten ze op de Noordzee in de herfst van vorig jaar, tot het plots misging. Het bootje van de twee Urkers verging, en het nieuws dompelde het hele dorp in rouw. Nadat hun lichamen gevonden en begraven waren, viel hen de hoogste eer te beurt: hun namen kwamen bij op het vissersmonument aan de rand van het grijze, uitgestrekte IJsselmeer, als recentste slachtoffers in een reeks die eeuwen overspant.

Al sinds 1717 telt Urk zijn vissers die vertrokken maar niet terugkeerden. Er hangen veel dezelfde familienamen: Koffeman, Romkes, Hoekstra, Van den Berg, Barends, de Boer en, onvermijdelijk, Visser. ‘Er lopen lijnen tussen al die namen. Hier staan vaders, zonen, neven en ooms. Daar, 1966, de grootvader van Foppen. En daar zijn oom Klaas’, wijst Matthias Declercq. ‘In werkelijkheid zijn het er nog meer, er zijn er veel die nooit gevonden zijn. De dood is hier heel aanwezig. Iedereen heeft hier familie die op zee is gebleven.’

De jongeren hier worden in het trotse korset van de Urkeridentiteit gesnoerd. Zoek een job in de vis, ga naar de kerk, vind een vrouw, maak kinderen. Dat is het leven.
Matthias Declercq
Schrijver

Aan het herdenkingsmonument staat een standbeeld van een vrouw in traditionele klederdracht die omkijkt naar de zee, maar zich richt naar het dorp, waar het leven verder gaat. Declercq noemt het de belangrijkste plek van Urk, het eigenaardige en afgelegen Nederlandse stadje met Harry Potter-achtige naam waar de rest meewarig op neerkijkt als gesloten, gelovig, achtergesteld, streng, sektarisch en vastgeroest op een punt ergens eind 19de eeuw. Voor Urkers is de aarde maar 6.000 jaar oud, maar tegelijk haalt het dorp het nieuws vanwege zware drugproblemen. Iedereen kent Urk, maar wat is Urk echt?

Bij zijn eerste bezoek tien jaar geleden, om als journalist verslag uit te brengen van een bizarre moordzaak, vertrok Declercq gefrustreerd maar geprikkeld. Hij slaagde er in die korte tijd niet in door te dringen tot de ware ziel van de dorpelingen, maar geraakte mateloos gefascineerd. Vorig jaar ging hij er wonen en nam hij, in de stijl van Louis Theroux, een diepe duik in het leven van het godvrezende volk. Het resultaat is ‘De ontdekking van Urk’, het tweede boek van de 35-jarige Gentenaar, dat volgende week verschijnt. De voormalige journalist bij De Morgen debuteerde in 2016 met ‘De Val’, over de wielerwereld.

Urk, op dik twee uur van Antwerpen, is als een eigengereid Asterix-dorp in een snel moderniserend en globaliserend rijk. Terwijl de wereld rondom voortraast, beleeft Urk het liefst de geschiedenis in zijn eigen tempo. Een tempo dat God oplegt. Dwars door Nederland loopt een Biblebelt van zo’n 300.000 diepgelovige mensen, en daarvan is Urk het ground zero. Er is één waarheid, en die staat in de Bijbel. En er is één ambacht: ‘de vis’. Van vangen tot verwerken. Declercq: ‘Toen de Zuiderzee in de jaren 30 en 40 werd ingepolderd, dacht iedereen: nu zal Urk wegkwijnen. Het zoute water wordt zoet, de vis verdwijnt, het is gedaan met dat dorp. Maar de plek is uitgegroeid tot een van de belangrijkste viscentra van heel West-Europa. Op zondag is het twee keer naar de kerk. Op maandag deals sluiten met de hele wereld.’

Op zondag gaan de Urkers twee keer naar de kerk. Op maandag sluiten ze visdeals met de hele wereld.

Toch is er bijvoorbeeld geen enkel hotel op Urk. ‘Op’ - inderdaad - en niet ‘in’. Urk is al tachtig jaar geen eiland meer, maar de eilandmentaliteit zit er nog altijd diep ingesleten. Het dorp sluit de rangen, de buitenwereld blijft het best buiten. ‘Mensen zijn nieuwsgierig, maar argwanend’, zegt Declercq. ‘Vroeger kon een aankomend schip zowel de brenger van slecht nieuws zijn als een ruim vol graan.’ Als het kan geen vreemden dus. En bovendien: een hotel kan niet, want dat verstoort de zondagsrust. ‘De gemeente strijdt voor het behoud. Op zondag spek en eieren serveren, dat is onmogelijk in Gods dorp.’

Met dergelijke starre principes halen Urk en andere protestantse bolwerken zich dan weer de woede en de hoon van de rest van het land op de hals. De kerkdiensten zijn een heilige traditie, maar moeilijk te verzoenen met een pandemie. Toen het coronavirus begin dit jaar toesloeg, bleven veel diensten doorgaan. De kerken kregen een uitzondering om kleine samenscholingen te houden, ‘want de Bijbel roept op, nu meer dan ooit’. Vorige zondag struikelde heel Nederland over drie kerkdiensten met telkens 600 aanwezigen in het nabijgelegen Staphorst. De politiek trok intussen een streep door de voorkeursbehandeling. Declercq: ‘De meeste gelovigen zien corona als iets duivels dat God zal oplossen.’

©SISKA VANDECASTEELE

Achter het vissersmonument, langs de dijk die het IJsselmeer van de polders van Flevoland scheidt, staan rijen van tientallen reusachtige windmolens. Ze domineren de horizon. Voor de Nederlandse overheid, op zoek naar de koolstofvrije energie van de toekomst, is het een logische plek om ze neer te planten: er is plaats en het waait er vrijwel altijd - en hard. Maar de Urkers hebben er zich decennia met hand en tand tegen verzet. Tevergeefs. ‘Ze zijn woedend dat hun blik op het water is geruïneerd’, zegt Declercq. ‘In een reactie hebben ze de oude zeewering, al tientallen jaren in onbruik, compleet gerenoveerd. Puur voor hun eigen geschiedenis. De rest kijkt vooruit, zij kijken liever terug.’

II.

We wandelen verder het oude dorpscentrum in, waar straten geen namen hebben maar wijken wel nummers. Bij de Jachin Boazkerk verraden de splinternieuwe tegels en dakpannen dat er pas een extra vleugel is bijgekomen. De kerk van de Oud Gereformeerde Gemeente, met haar modernistische toren uit 1960, staat pontificaal centraal tegenover het gemeentehuis. Er is plaats voor 1.200 mensen op de tribunes. Jachin Boaz is de grootste en hoort bij de ‘zware’ kerken, waar de dominee over de in het donker geklede kerkgangers de boodschap uitstort dat ze tot op het bot zondig zijn en reddeloos verloren. ‘Slechts enkele uitverkorenen bereiken het hiernamaals’, zegt Declercq. ‘Een predikant zou hier ooit op een doopsel gezegd hebben: dit kind is sprokkelhout voor de hel.’

Een predikant zou hier ooit op een doopsel gezegd hebben: dit kind is sprokkelhout voor de hel.

Overal waar je gaat in dit doolhof van uiterst keurige rijhuisjes met puntdaken bots je op een kerk. Voor iets meer dan 20.000 inwoners zijn er 25 kerkgemeenschappen: de Bethelkerk, de Ark, de Bron, de Morgenster, de Ichtuskerk, de Petrakerk, de Schuilplaats. Terwijl bij ons de kerken al jaren leeglopen, worden ze hier alleen maar groter.

‘Het geloof en de vis zijn onlosmakelijk verbonden. De Bijbel staat ook vol verwijzingen naar vis, het is bijna aan handboek van de visserij. En het klinkt misschien bizar, maar het is ook begrijpelijk. Als je vijf dagen per week op zee dobbert en niks dan een deinend blauw vlak rondom je ziet, schiet er weinig meer over dan hopen. En hopen ligt dicht bij geloven. Als dan storm opsteekt, kan je nergens heen. Er is geen tijd om terug te varen. Je kan enkel naar boven kijken en je lot in de handen leggen van hogere krachten. Als het dan misgaat, dan is het Gods wil geweest.’

Urk

21.135 inwoners.
98 procent van de inwoners is lid van een van de 25 kerkgemeenschappen .
Het dorp was oorspronkelijk een eiland, maar vond in 1939 aansluiting bij het vasteland door de inpoldering van de Zuiderzee.
Hoogste geboortecijfer van Nederland, de helft van de bevolking is 24 jaar of jonger.

Elke maandag om middernacht, na het aflopen van de zondagsrust, vertrekken Urkerse vissers naar de Noordzeehavens in de buurt om uit te varen. Declercq scheepte zelf mee in voor een week op zee in de kotter UK227, tussen de biddende zeebonken. Keihard was het. ‘Het is vijf dagen lang anderhalf uur werken, anderhalf uur slapen. En tussendoor rijst met suiker eten. De bel gaat, je hijst je in je oliepak, de netten worden opgehaald en leeggekapt, en je kan vissen beginnen open te snijden. Ik had tien uur geslapen over de hele week. Je kon mij volledig radicaliseren.’

Om de hoek van de Jachin Boazkerk ligt een Bijbelschool. Het is middagpauze, de kinderen lopen joelend rond en doen wheelies met hun fiets. Al snel troepen ze rond de camera van de fotografe. Twee tweelingbroers dragen met trots een fleecetrui met het logo van de boot van hun vader die is genoemd naar hun grootvader. Een jongen van tien met sproeten heeft in zijn oor een bengelende gouden oorbel, hét statussymbool van de Urkerse visser. De traditie gaat al lang terug. Vroeger droegen vissers het juweel omdat daarmee de begrafenis betaald zou kunnen worden als ze sterven op zee. ‘Mijn papa is nu op de Noordzee. Ik ga al mee sinds ik vier ben. Ik ga later zeker naar de visserijschool, om ook visser te worden.’

©SISKA VANDECASTEELE

De toekomst van Urk is verzekerd. Het dorp kent een omgekeerde bevolkingspiramide: de helft is jonger dan 24. Ondanks de kleine huisjes zijn de gezinnen groot, aan voorbehoedsmiddelen wordt bij ‘de zwaren’ niet gedaan. Het dorp blijft letterlijk uitdijen met nieuwe verkavelingen op de polder, want Urkers blijven in Urk. Meer nog, sommigen gaan op vakantie in de camping van het dorp, op een paar honderd meter van hun huis. ‘Jongeren worden in het trotse korset van de Urkeridentiteit gesnoerd. Ons dorp, ons geloof. Dan is het heel moeilijk om je vaste schijf te formatteren als je 18 wordt. Zoek een job in de vis, ga naar de kerk, vind een vrouw, maak kinderen. Dat is het leven.’

III.

Tegen het dorp schurkt het industrieterrein van Urk aan. Urker Vishandel, Rederij De Boer, Fiskano, Visgroothandel de Jong: we passeren de ene na de andere fabriekshal waar een bedrijf zit dat vis verwerkt, importeert en/of exporteert. Urk mag dan een Bokrijkreputatie hebben, het is een blakende boomtown zonder armoede of werkloosheid. Declercq houdt halt voor Dayseaday Group. ‘Hier komen 140 soorten vis binnen van over de hele wereld, van Alaska tot Namibië.’ Er heerst een enorme bedrijvigheid. Urkers fietsen gehaast af en aan in Crocs en een regenjas van hun werkgever. De dorpelingen zijn met te weinig om de industrie draaiende te houden, daarom zijn intussen al 1.000 Oost-Europese gastarbeiders gearriveerd. ‘Cultureel oerconservatief, economisch volledig geglobaliseerd’, vat Declercq samen.

Enkele straten verder kijken we naar een loods met blauwe garagepoorten. Op een maandagmiddag lijkt het op een opslagplaats als een andere, maar in het weekend transformeert deze uithoek zich tot een illegale uitgaansbuurt. Dan verteren honderden jonge Urkers de monotone week door zich totaal laveloos te drinken. Ook de drugs gaan in het rond in de illegale bars en discotheken, die worden uitgebaat door vriendengroepen die er hun eigen codes en doelpubliek op na houden. Alle zonden komen aan bod, zag Declercq. ‘Het dorp ziet dat door de vingers. Iedereen weet het, maar de vrede wordt bewaard. De redenering is: het geloof zal hen wel op het rechte pad brengen. Ze komen wel bij zinnen.’

De wereld buitenhouden, het wordt hoe langer hoe moeilijker. Radio en televisie kwamen er nooit in vanwege des duivels, maar het onmisbare internet blokkeren, dat lukte niet. ‘Zo komt de buitenwereld in veel gezinnen binnen via een gaatje in de muur met een kabel erdoor. De kerkgemeenschappen weten er geen raad mee. Ze zetten er filters op en toetsen websites aan de tien geboden. Geen goksites, geen geweld, geen porno. Maar jongeren omzeilen dat en het internet is op alle smartphones. Ze hebben zich daar zwaar aan mispakt.’

©SISKA VANDECASTEELE

Want met het internet sluipt ook de twijfel binnen. Hoe meer ‘die Belg’ Declercq ingevoerd geraakte, hoe vaker hij mensen wist te spreken die, heel voorzichtig, de gang van zaken in vraag durfden te stellen. ‘Het internet bracht voor het eerst echt andere denkbeelden mee. Het zet de eeuwenoude eilandmentaliteit onder druk. Kan je dan als klein dorp anno 2020 je eigenheid nog bewaren? Het standhouden gebeurt hoe langer hoe krampachtiger. Ik heb me lang afgevraagd: is Urk een burcht of een zandkasteel? Ik hou het op een versterkt zandkasteel. Het is constant wringen tussen woord en daad.’

Tegelijk wordt Urk, in een tijd waarin identiteit zo’n gewichtig politiek vraagstuk is geworden en er hevige cultuuroorlogen woeden rond tradities als Zwarte Piet, door sommigen van buitenaf opgehemeld als een ideale versie van het oeroude, lelieblanke Nederland. ‘Ik denk dat de buitenwereld zich ook kan storen aan de schijnbaar onwrikbare identiteit hier’, zegt Declercq. ‘Hier is het helder: we vissen, we leven op onze eigen bult en er is maar één boek. Hoe meer er over identiteit gesproken wordt, hoe meer je eigenlijk niet weet wat je identiteit is. De samenleving vraagt zich af: wie zijn we nu eigenlijk? Wat voor maatschappij willen we? Waardoor er ook wat afgunst is richting een dorp dat het heel duidelijk voor elkaar heeft: wij zijn zo en we doen het zo.’

Populistische politici als Geert Wilders en Thierry Baudet spelen daar graag op in. In 2018 doorbrak de Partij voor de Vrijheid de totale hegemonie van de orthodox- christelijke partijen door een zetel in de wacht te slepen in de lokale gemeenteraad. ‘Er zijn veel Trumpianen, antivaxxers en creationisten. De NOS is fake news, dat soort dingen. Het leeft bij een substantieel deel. Maar ook voor wie niet met politiek bezig is, kan dit de hemel zijn: een dorp waar iedereen voor elkaar zorgt met een hechte gemeenschap. Veel deuren hebben nog klinken aan de buitenkant.’

We wandelen weer naar het kleine haventje van Urk. Visserssloepen en plezierbootjes schommelen op het onrustige water, de wind fluit door de opgevouwen zeilen. Er is amper een Urker op straat, maar toch staat in de striemende regen een predikant. Door zijn headset met luidspreker declameert hij de heilige boodschap aan iedereen die het horen wil. Het is letterlijk preken voor eigen parochie. Hij stopt een pamflet in onze handen, getiteld: ‘Waar ga je heen als je vanavond sterft?’ Tegelijk praat hij onverstoord verder. ‘Jezus komt als een dief in de nacht. God houdt van Urk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud