‘Hoe meer hersennetwerken actief zijn, hoe beter je mentale landkaart wordt'

©SISKA VANDECASTEELE

Leer eens iets nieuws . Geen beter moment om iets nieuws te leren dan in de lege uren van een schijnbaar eindeloze lockdown. ‘De lol om iets onder de knie te krijgen is een enorme motivator.’

​Ik kan de kraai. Niet de krassende zwarte vogel, maar de evenwichtsoefening waarbij je de knieën ter hoogte van je oksels in een hoek van negentig graden plooit en op je handen balanceert, voeten in de lucht. Het resultaat van wekelijks oefenen in de lege uren door de beperkingen van de pandemie.

Misschien denkt u: weer zo’n aansteller met tijd te veel. Misschien stopt u uw hoofd na een dag videovergaderen het liefst in een ijsemmer en drinkt u daarna een Westmalle. Maar haak nog niet af, want de wetenschap staat achter mij. Iets nieuws leren geeft het brein een boost. En er is geen beter moment om eraan te beginnen dan in deze schijnbaar eindeloze lockdown.

‘Het leven is schraal nu’, zegt professor neuropsychologie Jelle Jolles, expert leren en geheugen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Mensen hebben minder sociale en emotionele contacten, en worden minder fysiek geprikkeld. Daardoor voelen ze zich somber en minder energiek. Ze hebben de neiging gedeprimeerd op de bank te gaan zitten met een zak chips. Juist dan is het goed iets met je hersenen te doen: online Italiaans leren, yogales volgen. Leren kost voor een volwassene soms enige moeite, maar na een paar weken leven de hersenen op omdat ze geactiveerd worden.’

Het is misschien wel de grootste en zeker de heuglijkste ontdekking van het hedendaagse hersenonderzoek: we kunnen ons brein kneden. Die unieke eigenschap, neuroplasticiteit genoemd, is het vermogen van hersenen om te veranderen, herstellen, verbeteren zelfs. ‘De mens is van nature een nieuwsgierig wezen. Het brein is echt gemaakt om nieuwe verbindingen te blijven maken’, zegt Sofie Willox, die als coach organisaties en bedrijven een leercultuur helpt te ontwikkelen. ‘Wie oefent en traint, maakt de ‘neurale paden’ dieper. We specialiseren, en dat is goed want zo worden we efficiënter. Het nadeel is dat we te weinig nieuwe links leggen, en juist dat is goed voor de creativiteit.’

Wie gemotiveerd en actief is, staat open voor alles wat om hem heen gebeurt. Net dat is belangrijk omdat het je brein voedt.
Jelle Jolles
Neuropsycholoog

Willox maakt de vergelijking tussen het werk van een taxichauffeur en van een buschauffeur. ‘De eerste moet navigeren in de complexiteit van de stad. Hij ontwikkelt een beter ruimtelijk inzicht dan de buschauffeur, die volgens vaste routes rijdt.’

Voor Birger Devos was de pandemie de aanleiding om stil te staan bij de dingen die hij echt belangrijk vindt, en waaraan hij nu tijd wil besteden. ‘Piano leren spelen stond op die lijst.’ Hij kocht een digitale piano, leerde notenleer via een app en kocht online stickertjes om op de toetsen te plakken en zo te leren welke noot waar op het toetsenbord staat. ‘Je vindt enorm veel hulpmiddelen om op eigen houtje muziek te leren spelen.’

©SISKA VANDECASTEELE

Devos heeft een doel: ‘Mirror Lake’, een nummer van componist Angus McRae, in de vingers krijgen. Dankzij de pandemie en de bijbehorende lege agenda kan hij elke dag een paar uur oefenen. Voorlopig is het nog wat worstelen: twee handen gelijktijdig coördineren terwijl je muziek van een blad leest in een nieuwe taal, die van notenbalken en solsleutels. Hij leerde nooit eerder een instrument bespelen. ‘Behalve de gehate blokfluit in het middelbaar, toch ook al 15 jaar geleden. Maar ik ben nu een paar weken bezig met piano en zit toch al halverwege de partituur van ‘Mirror Lake’.’

Nobelprijswinnaars zijn vaker dan andere wetenschappers gepassioneerd bezig met dansen, acteren, goochelen of een andere vorm van performen, stelt David Epstein in zijn boek ‘Range’, vertaald als ‘Waarom generalisten verder komen’. Spelen en leren liggen niet toevallig dicht bij elkaar. Het zijn allebei stressbuffers. We spelen piano en gitaar, maar ook voetbal en tennis.

Jolles: ‘Veel mensen denken: leren is leren, of het nu een taal of een sport is. Maar dat klopt niet. Wie met hardlopen begint, leert door de spieren te oefenen en spiergroepen op elkaar af te stemmen. Dan gebruik je andere hersenstructuren dan bij het leren van een taal, of bij schaken. Schaken gaat over ruimtelijk inzicht, maar ook over regels. Daar zijn telkens andere hersendelen voor nodig. Hoe meer hersennetwerken actief zijn, hoe beter je mentale landkaart wordt. Je weet waar Henegouwen ligt, maar je kan bij wijze van spreken ook Friesland situeren. Je maakt de hersenen breed, je wordt creatiever.’

Een olifant vouwen

Albert Einstein leerde zichzelf viool. Winston Churchill schilderde. De voormalige Amerikaanse president Barack Obama speelde graag een potje basketbal. De filosoof Erwin Schrödinger knutselde miniatuur poppenhuizen. De wiskundige Claude Shannon, de grondlegger van de informatietheorie waarop de ontwikkeling van de eerste computers is gebaseerd, reed graag jonglerend op een driewieler door de gangen van het onderzoekinstituut Bell Labs. Hij bedacht overigens ook de wiskundige formule achter jongleren.

Jongleren is door psychologen als leerproces grondig onderzocht, omdat het zo complex is. Jolles: 'Jongleren is een erg complex motorisch proces, net als bepaalde yogahoudingen aannemen. Omdat je driedimensionaal in de ruimte beweegt, verwerk je informatie uit vier dimensies. Dat is echt hersenwerk. Bij jongleren zien we dat bepaalde hersengebieden heel actief worden. Die verhoogde activiteit zorgt ervoor dat je de techniek steeds beter onder de knie krijgt. Je kan eerst twee en daarna drie balletjes in de lucht houden,
of je slaagt erin steeds ingewikkeldere
yogaposes aan te nemen.'

Voor de actrice Joke Emmers kwam de eerste lockdown in maart hard aan. Van de ene op de andere dag viel haar tournee met het gezelschap Woodman stil en er was geen zicht op ander werk. Om de verveling, de uitzichtloosheid en de bijbehorende sombere gevoelens tegen te gaan besloot ze elke dag iets nieuws te leren. ‘Het gaf me een reden om uit bed te komen en het bracht structuur in mijn dag.’ Ze hield de uitdaging bewust klein: een ei pocheren, een handdoek tot een olifant vouwen, haar naam in gebarentaal spellen, humus maken. ‘Iets dat in één dag lukt. En dan denk je: ‘Yes, ik kan verder.’’

©SISKA VANDECASTEELE

Jolles vergelijkt die activiteit, waarbij de hersenen een inspanning moeten leveren om iets nieuws onder de knie te krijgen, met een landschap van wegenwerken. ‘Het is alsof je in het brein van een tweevaksbaan een drievaksbaan maakt. Ga zo door en je begint een fly-over aan te leggen, enzovoort. De verbinding tussen die gebieden zijn systemen die veel neurotransmitters aanmaken, waardoor de hersenen geactiveerd worden en beter informatie verwerken. Er komen endorfines vrij, stofjes die een zeker euforisch gevoel geven. Je ziet het bij mensen die gaan hardlopen: ze krijgen er op een bepaald moment echt zin in, ook al doet het pijn aan knieën, heupen of spieren. Een gevoel van competentie, iets kunnen, geeft dat ook. De lol om iets onder de knie te krijgen is een enorme motivator.’

In de eerste lockdown besliste ik elke dag iets nieuws te leren. Als iets lukt, denk je: ‘Yes, ik kan verder.’
Joke Emmers
Actrice

Na dertig dagen dingen leren stopte Emmers met haar experiment. ‘Het begon als een verplichting te voelen.’ Het enige dat haar niet is gelukt, is de roep van de bosuil nabootsen. ‘Dat vond ik frustrerend, maar op een bepaald moment laat je het los.’ Intussen is ze bezig dingen te leren die wat meer tijd vergen. Ze verdiept zich in gebarentaal, oefent kopstand en leert voedingsetiketten goed te lezen. ‘Het was actrice Angela Schijf die me ooit op de quote van Pippi Langkous wees: ‘Ik denk wel dat ik het kan, want ik heb het nog nooit gedaan.’ Sindsdien leef ik volgens dat motto. Acteren is sowieso voortdurend op je bek gaan. Je moet fouten durven te maken, anders kom je niet vooruit.’

Kleine leermachines

Als kind leren we heel snel heel veel. De moeilijkste dingen bovendien: spreken, lopen, fietsen, rekenen, zwemmen, Frans, Engels. Het aanbod hobby’s en activiteiten voor kinderen is eindeloos. Zelf deed ik aan paardrijden, judo, tekenen, ballet,
piano, dwarsfluit, theater, poëzie, zeilen, schaatsen en surfen, en dan vergeet ik vast nog wat. Maar zodra we een diploma op zak hebben, lijkt het alsof we stoppen met leren. We worden er zelfs wat bang van. En dat is niet eens onterecht. ‘De meeste blessures in snowboarden en paardrijden gebeuren bij beginners’, schrijft de Amerikaanse journalist Tom Vanderbilt in ‘Beginners. The joy and transformative power of lifelong learning’, een aanstekelijk pleidooi om te blijven leren. ‘Niemand wil een beginner zijn.’

‘De nood om te leren wordt nu eenmaal minder groot als we opgroeien’, zegt cognitief psycholoog Tom Beckers, verbonden aan de KU Leuven. ‘Baby’s zijn echte leermachines, omdat ze dat wel moeten zijn. Als we ouder worden, wordt leren ook moeilijker.’ De kosten-batenanalyse om met skiën of schaatsen te beginnen is anders bij iemand van zeven dan bij iemand van zeventig.

Het kinderbrein is als een formule 1-wagen, die razendsnel schakelt en onbevreesd nieuwe circuits verkent. Op latere leeftijd moeten we het doen met een tweetaktbrommer: goed gerodeerd, een stukje trager. Jolles: ‘We blijven wel leren, ook als we ouder worden. Maar we leren anders. Er zijn mensen die op hun 67ste met muziek beginnen en dat vijf jaar later goed kunnen. Niet om concertpianist te worden, maar omdat het leuk is. Je kan met vrienden spelen, wat improviseren, een eigen gezelschap samenbrengen en gewoon veel lol hebben. Wie gemotiveerd en - fysiek, sociaal, emotioneel en cognitief - actief is, staat open voor alles wat om hem heen gebeurt. Net dat is belangrijk, omdat het brein ermee wordt gevoed en in conditie blijft. Zo iemand leeft langer, is gezonder en kan tot op hoge leeftijd blijven leren.’

©SISKA VANDECASTEELE

Vanderbilt, die het beu was tijdens de schaakles van zijn dochter op zijn gsm te staren, besliste op een moment zelf te leren schaken. Daarna nam hij ook lessen in tekenen, surfen, zingen en lassen. Zijn omgeving was sceptisch: ‘Waarom zou je daar nog aan beginnen?’ In zijn boek wijst Vanderbilt erop dat we bij baby’s en jonge kinderen net het tegenovergestelde doen: we creëren permanent de ideale leeromstandigheden, we prijzen hen de hemel in als iets lukt, we bekritiseren hun fouten nooit. En als ze aan iets nieuws willen beginnen, zeggen we zelden: ’Is dat wel iets voor jou?’

Aanpassend vermogen

Jolles bevestigt die duale houding tegenover leren. ‘Veel mensen zijn bang om te falen. Ze gaan ervan uit dat iets nieuws niet zal lukken, zeker als ze wat ouder zijn. Maar dat zit echt tussen de oren. In een aantal opzichten ben je beter op je 45ste dan op je 25ste, omdat je meer kennis, meer levenservaring en meer strategisch inzicht hebt. De nadelen zijn dat je minder recente leerervaring hebt: het is gewoon al lang geleden dat je nog hebt gestudeerd.’

Het belangrijkste is je attitude: ik geloof dat ik dit kan.
Jelle Jolles
Neuropsycholoog

We moeten het geheugen zien als een verzameling archiefkasten, zegt de neuropsycholoog. ‘Bij onze geboorte zijn ze leeg. Sommige raken snel vol. Dat merk je als je op een bepaalde leeftijd minder goed op namen kan komen. Of het wordt lastig om Italiaans te leren als je al Frans kan. Je slaagt er minder goed in de juiste informatie uit de juiste kast te trekken. Andere kasten kan je haast oneindig vullen. Het episodische geheugen, bijvoorbeeld, het registreren en opslaan van gebeurtenissen, landschappen, de wereld om je heen. Als je op latere leeftijd iets nieuws leert, is het mogelijk dat je eerst een plank moet leegmaken. Je hebt misschien oordopjes nodig, stilte, een samenvatting. Maar het belangrijkste is je attitude: ik geloof dat ik dit kan.’

‘In de cognitieve psychologie weten we één ding zeker: de mens is een informatieverwerkend systeem. Zo passen we ons aan aan de veranderende wereld. Hoe belangrijk dat is, zie je aan de mate waarin het internet onze omgeving heeft veranderd, in amper 25 jaar tijd. Nu al zijn er mensen die aan hun kinderen of kleinkinderen moeten vragen hoe dingen werken. Dat is niet handig.’

Juist wie ouder wordt, moet erover waken dat hij dat aanpassend vermogen niet verliest, zegt Jolles. ‘Werknemers van 45 zijn doorgaans erg goed in hun vak, omdat ze veel ervaring hebben. Het nadeel is dat ze kunnen insporen. Ze worden te smal in hun vaardigheden, en rijden nog maar op één rail. Als je niet meer leert op nieuwe dingen in te spelen, als een leidinggevende nooit verlangt dat je meerdere interesses hebt, krijg je een probleem als het bedrijf dat opeens wel verwacht. Bij een reorganisatie bijvoorbeeld, of zoals vandaag in de coronacrisis. Opeens moet je iets nieuws leren, en dat veroorzaakt stress. En wie lang veel stress heeft, loopt risico op een burn-out of een depressie.’

Jolles is 71 en experimenteert dezer dagen met Photoshop om de presentaties bij zijn lezingen nog te verlevendigen. ‘Natuurlijk kan iemand van 17 met drie jaar ervaring dat beter dan ik. Maar ik vind het leuk om zelf met nieuwe programma’s aan de slag te gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud