Ultraloper Karel Sabbe vertrokken voor 2.650 kilometer: ‘Fysiek heel diep gaan kan rustgevend zijn’

Karel Sabbe is tandarts en ultraloper. Hij wil de Fastest Known Time neerzetten op de Via Alpina, een pad van 2.650 kilometer. Sabbe vertrok woensdag en moet 31 dagen lang twee marathons lopen, op ruig terrein. ‘Fysiek heel diep gaan kan rustgevend zijn.’

Het is 7.30 uur. Het dashboard geeft 17 graden aan. In het Kluisbos, in de Vlaamse Ardennen, is het op kwistig fluitende vogels na stil. De zon zoekt haar weg tussen de bladeren. De omstandigheden zijn ideaal om op de heuvels hoogtemeters te maken, zoals Karel Sabbe (32) hier normaal doet voor zijn werkdag begint in zijn tandartspraktijk in Ronse, enkele kilometers verderop. Maar uitzonderlijk bestaat zijn inspanning deze ochtend uit poseren voor de fotograaf. De looptrainingen zullen voor ’s middags en ’s avonds zijn, tussen de patiënten door.

11.000
Sabbe moet tijdens een ultraloop 9.000 tot 11.000 calorieën per dag eten om genoeg energie binnen te krijgen.

Sabbe is opgelucht. Hij heeft net op de radio gehoord dat het coronapaspoort klaar is. Handig als je zoals hij straks 44 keer een grens over moet. Woensdag stond de ultraloper aan het begin van de Via Alpina, een pad dwars door de Alpen, van Triëst in Noord-Italië tot Monaco, een odyssee van 2.650 kilometer en 160.000 hoogtemeters. ‘Het wordt een ontdekkingsreis. Ik zie het zitten’, zegt Sabbe.

Karel Sabbe

De loopsport boomt al jaren. Almaar meer mensen lopen stadsmarathons. En almaar meer duursporters wagen zich aan ultralopen: alles langer dan 42,2 kilometer, zoals wedstrijden van 100 kilometer of 100 mijl, en meerdaagse races zoals de Marathon des Sables van 250 kilometer in Marokko.

Wat Sabbe doet, laat zich omschrijven als ultra-ultralopen. Hij blinkt uit in een niche die nog meer de extreme uitdaging aangaat door dagen- en wekenlang in de wilde natuur kilometers te malen, door pijngrenzen heen. Hij doorkruiste al twee keer de Verenigde Staten en kroonde zich vorig jaar tot wereldkampioen ultralopen door in 75 uur 502 kilometer af te leggen.

‘Als je geen pech hebt, is het dagelijkse leven heel comfortabel. In de extremen besef je wat telt’, zegt hij. Zijn inspanningen tarten de logica, maar Sabbe praat er pretentieloos over. ‘Is het nog wel gezond? Die vraag krijg ik vaak. Wel, ik geraak niet geblesseerd. Dat zegt alles, denk ik. En vooral: ik voel me nergens beter. Ik loop. Dat is wie ik ben, dat is wat ik doe.’

Jij tegen jezelf

De Alpijnse tocht wil Sabbe afwerken in 31 dagen. Dat komt neer op 85 kilometer of twee marathons per dag, op ruig terrein. Slapen doet hij in een tentje langs het pad, begeleid door zijn vaste crew, met onder meer zijn vrouw en schoonbroer. Als het lukt, verpulvert Sabbe het record op de Via Alpina, dat op 44 dagen en bijna 10 uur staat. Die tijd staat geregistreerd als de Fastest Known Time, de officieuze recordtijd op die route.

Als je een record hebt, wordt het vroeg of laat gebroken. Eenmaal mijn eigen project is gelukt, is dat oké. Ik gun het anderen van harte.
Karel Sabbe
Ultraloper

FKT is uitgegroeid tot een aparte discipline in het ultralopen, als alternatief voor een traditionele race. ‘Een FKT zit in onze natuur. Mensen willen weten hoe ver, hoe hoog en hoe snel ze kunnen gaan’, zegt de Amerikaanse loper Buzz Burrell vanuit de VS. Hij is de oprichter van fastestknowntime.com, waarop een team van vrijwilligers records verifieert en bijhoudt. Burrell bedacht de term in 2000, toen hij een record wilde vestigen op de John Muir Trail van 340 kilometer door de Sierra Nevada in Californië, maar geen referentiepunt had. ‘Een FKT is gewoon een andere manier om te doen wat mensen al millennia doen. Wanneer je maar wil. Gratis bovendien!’

In lockdowntijden explodeerde het aantal FKT-pogingen wereldwijd. Bij gebrek aan wedstrijden ontdekten amateurlopers massaal de FKT als uitdaging. In 2020 werden 4.500 verse records geregistreerd, 350 procent meer dan een jaar eerder. Al zijn dat zeker niet allemaal afstanden van het kaliber van Sabbe. Een FKT kan in principe al vanaf een traject van 5 mijl. Het belangrijkste criterium voor de route is dat ze afgebakend is, zodat ‘anderen er ook interesse in kunnen hebben’.

‘Een FKT is jij tegen jezelf’, zegt Sabbe. De Via Alpina wordt zijn derde grote FKT-poging. Twee legendarische records staan al op zijn naam. In 2016 stak Sabbe de VS over aan de westkust langs de befaamde Pacific Crest Trail (PCT), toen als absolute rookie in de sport. Na een slopende tocht van 52 dagen door woestijn en over bergen pitste hij 22 uur van de besttijd af, op een afstand van 4.184 kilometer een haarscherpe marge. Vanuit het niets vestigde hij zijn naam in de kleine, hechte gemeenschap van de ultraloperij en kreeg hij - een beetje tegen wil en dank - zijn ‘trailname’ The Belgian Dentist mee. Niet te verwarren met het financiële archetype van de Belgische belegger die in Luxemburg belastingvrij coupons ging innen.

Zijn tijd houdt al vijf jaar stand, maar wordt nu wel aangevallen door een andere loper. Sabbe ligt er niet wakker van. ‘Het is niet echt competitief. Als je een record hebt, wordt het vroeg of laat gebroken. Eenmaal mijn eigen project gelukt is, is dat oké. Ik gun het anderen van harte.’

In 2018 liep Sabbe de Appalachian Trail (AT), een route aan de Amerikaanse oostkust, van het noorden van Georgia tot de top van de 1.600 meter hoge mythische Mount Katahdin in Maine, goed voor 3.522 kilometer. Hij deed er 41 dagen en 7 uur over. Of meer dan drie dagen minder dan de vorige FKT, enkele jaren eerder gevestigd door Scott Jurek, een van de beroemdste Amerikaanse ultralopers. Ook die tijd blijft voorlopig overeind in de tabellen, en in het Guinness Book. Outside Magazine doopte Sabbe ‘an instant legend’.

Snoep en hamburgers

De tactiek om een FKT van zo’n omvang neer te zetten is die van ‘relentless forward progress’. Of, in het West-Vlaams van Sabbe: ‘Doordoen.’ Elke meter vooruit is gewonnen. Hij ontwikkelde de gewoonte zijn wekker om 3.40 uur te laten afgaan en verplicht zichzelf om voor de klok van 4 uur in beweging te zijn. Tegen de tijd dat de zon opkomt, zijn de moeilijkste kilometers van de dag achter de rug. Rond zonsondergang is hij binnen, kan er ijs op de benen en staat een vriesdroogmaaltijd klaar. Zo heeft hij minstens zes uur slaap om te recupereren, en dat maakt het verschil. Zoals Joop Zoetemelk zei over de Tour: winnen doe je in bed.

Het is cruciaal dat Sabbe en zijn vaste crewchef Joren ‘Joe’ Biebuyck blindelings op elkaar zijn afgestemd. Biebuyck, tevens schoonbroer én kinesist, regelt praktische zaken als kampeerplaatsen, morele opkikkers en vooral eten en drinken. Sabbe moet 9.000 tot 11.000 calorieën per dag eten om genoeg energie binnen te krijgen. Gezond als het kan, junkfood als het moet. Tandarts of niet, bij elke bevoorrading krijgt hij een blik Cola, Fanta én Sprite in de handen geduwd, want vloeibare calorieën tellen ook. Naast zijn slaapzak liggen altijd chocola of muffins binnen handbereik. ‘Ik weet dat een slaatje met quinoa beter is, maar op den duur heb ik alleen nog zin in snoep en hamburgers.’

Veel ultralopers liepen eerst marathons en wilden daarna meer. Sabbe, die voetbalde in zijn jeugd, begon eraan zonder die tussenstap. Tijdens een trekking in Nieuw-Zeeland ontdekte hij zijn intrinsieke talent door een bergtocht van vier dagen in een dag af te leggen. Anderhalf jaar later, met de Marathon des Sables als training, begonnen hij en Biebuyck ‘naïef en onbezonnen’ aan de PCT. Het werd een ‘suffer fest’, waarin Sabbe door slaaptekort en uitputting extreem diep moest gaan. ‘We waren al te ver geraakt om op te geven. Ik ben dan maar blijven lopen. De beste vergelijking is misschien nog die met een soldaat die gewoon orders opvolgt.’

Alleen al schoenen aandoen deed ondraaglijk veel pijn. Na afloop had hij vier maanden geen gevoel in zijn voeten. Maar hij had wel geleerd dat zijn lichaam 85 kilometer per dag aankan. En de AT twee jaar later liep hij als een metronoom, bijna met overschot - de laatste nacht liep hij door zonder slaap. Dat geeft hem het vertrouwen dat hij datzelfde regime in de Alpen kan aanhouden.

Stalen hoofd

Om over dat uiterst zeldzame talent te beschikken moet alles meezitten, zegt Peter Hespel, inspanningsfysioloog aan de KU Leuven. De inspanning zet onder andere het hormonale systeem onder druk. De vereiste om constant energie in te nemen terwijl het hongergevoel het vaak laat afweten, is een zware belasting voor het maag-darmsysteem, dat het voedsel op den duur amper nog kan verteren.

Dat is een van de belangrijkste redenen waarom duursporters de strijd moeten staken, zelfs als de benen nog goed zijn. Vermoeidheid in de spieren kan overslaan naar centrale vermoeidheid in de hersenen, omdat die dag en nacht werken om de inspanning in stand te houden. ‘Wie dat allemaal overwint, is bij de uitverkorenen’, zegt Hespel. ‘Maar vergeet het mentale niet. De grote kunst is je belastbaarheid goed in te schatten en je inspanning juist te doseren. Daarvoor heb je een stalen hoofd en stalen zenuwen nodig.’

Precies dat is volgens Sabbe zijn grootste wapen. Zijn recept klinkt kinderlijk simpel: moeilijke beslissingen op voorhand nemen en altijd opdelen. ‘Als je nog uitgeslapen bent, moet je met jezelf overeenkomen op basis van welke criteria je zou beslissen te stoppen. Natuurlijk zijn er momenten waarop ik denk: wat doe ik hier? Maar dan kan ik terugvallen op die beslissingen. Zolang er geen acute scherpe pijn is die wijst op een blessure, ga ik door. En dan is het een kwestie van altijd opdelen. Als je nog 2.000 kilometer moet lopen, helpt het niet aan de finish te denken. Ik tel af naar de volgende keer dat ik mag slapen. Of naar het moment dat ik Joren zie met een frisse cola.’

‘Mentaal is Karel van een ander niveau’, zegt Biebuyck. ‘Hij bekijkt zo’n tocht als constant problemen oplossen en is nieuwsgierig naar wat lichaam en geest kunnen. Als hij afziet, is er altijd dat grotere kader: de prachtige omgeving. Alles beter dan binnenzitten en dromen van iets anders. Zijn respect voor de natuur prikkelt hem. Dan begint hij plots John Muir (de vader van de Amerikaanse nationale parken, red.) te citeren. Toen ik op een ongelooflijk zwaar stuk van de AT in de White Mountains van New Hampshire stond te wachten, zag ik alle wandelaars sakkerend de berg afdalen. Plots hoorde ik gefluit. Karel kwam eraan.’

Twee jaar geleden nam Sabbe deel aan de The Barkley Marathons, een loodzware wedstrijd in een onherbergzaam stuk van Tennessee, vereeuwigd in de Netflix- documentaire ‘The Race That Eats its Young’. Sinds bezieler Lazarus ‘Laz’ Lake de race in 1986 voor het eerst organiseerde, hebben nog maar 15 lopers de finish gehaald. Het parcours van 160 kilometer gaat dwars door de wildernis, met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht.

De maximaal veertig deelnemers per jaar - die elk een essay moeten schrijven bij hun kandidatuur - hebben alleen kaart en kompas om binnen zestig uur rond te zijn. Sabbe vertelt over de ontbering en de hallucinaties aan het einde: de bladeren aan de bomen werden gezichten van beroemdheden. Hij finishte bij zijn eerste deelname in 2019 niet vanwege tijdsgebrek, maar was wel de last man standing.

Dat was hij ook in het najaar van 2020 in de Big’s Backyard Ultra, die wegens corona op verschillende plaatsen in de wereld werd gehouden. Het principe, ook al het geesteskind van de licht sardonische Laz: verschijn elk uur aan de start voor een rondje van 6,7 kilometer. De resterende minuten zijn er om te eten en voor microslaapjes. Wie dat het langst volhoudt, wint. Sabbe liep in Kasterlee 75 rondjes, dus meer dan drie dagen aan een stuk, en werd wereldkampioen.

‘Het is makkelijk tot het niet meer makkelijk is. Ik stond aan de start met het idee: ik ga dit doen tot ik de laatste ben. En niets anders. Het is 90 procent mentaal.’

Oermensstaat

Sabbe is ervan overtuigd dat we er als mens voor gemaakt zijn. Tienduizenden jaren geleden jaagden we als nomaden op een dier door het uren achterna te zitten en uit te putten tot het dood neerviel, omdat het in tegenstelling tot de mens niet kan zweten. Het is een theorie die de Amerikaanse schrijver Christopher McDougall aanhaalt in het populaire boek ‘Born To Run’, over de aangeboren loopcapaciteiten van de Mexicaanse Tarahumara-stam. ‘Ik geloof in die aanleg, ja. Fysiek diep gaan kan heel rustgevend zijn. Als je alle energie eruitloopt, kom je in een soort oermensstaat.’

In het dagelijkse leven botst hij wel op limieten. Hij moet zijn trainingen, tot 160 kilometer per week, plannen rond werk en gezin - hij en zijn vrouw hebben een zoontje. Het zegt hem ook niets om zich als een monnik alles te onthouden, voor ons gesprek had hij nog een vrijgezellenavond. Zijn intentie om halftijds te werken moest hij opgeven toen hij een eigen tandartspraktijk begon. Daarbovenop startte hij met een partner een bedrijf: Ultra Trail Coaching, een softwareplatform voor gepersonaliseerde trainingsplannen, met feedback via WhatsApp. Voorlopig is het nog gericht op ultralopen, maar het is de bedoeling uit te breiden naar meer menselijke afstanden.

‘Toen ik als tandarts begon, zocht ik een uitlaatklep na de vele lange uren in een moeilijke houding in een klein kabinet zonder daglicht. Door een druk leven bouw ik stress op, door te lopen geraak ik die kwijt. Daarom is ultralopen populair, denk ik, als remedie tegen kleine frustraties. In de bergen krijg je een externe blik op je leven en besef je: zo erg is het allemaal niet. Dan kan je alles reduceren tot: ik moet vooruit, ik heb honger en ik wil slapen. Daarna kan ik er weer tegen. Tot ik me weer druk begin te maken in dingen als files en rekeningen.’

Leven van de sport zal hij nooit kunnen. De enige die dat echt kan, is de Spaanse duursportvedette Kilian Jornet. Dankzij sponsorcontracten kan Sabbe ongeveer anderhalve euro per uur verdienen, berekende hij. De beginjaren waren een financiële ramp, nu is het wat meer in balans. ‘Maar daar draait het niet om. Budgetten hangen nu eenmaal af van het aantal mensen dat kijkt.’ En dat zijn er niet veel.

De eer en de glorie blijven grotendeels beperkt tot de kleine gemeenschap van gelijkgestemde atleten. Bij Sabbes aankomst in Monaco begin augustus, na 2.650 kilometer in de benen, zullen geen drommen supporters of tv-camera’s staan te wachten. En ook dat is goed zo. ‘Het is ons projectje. Wij worden er gelukkig van.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud