Schaakgenie Magnus Carlsen: 'Je kan beter te veel zelfvertrouwen hebben'

©Getty Images

Hij is de beste schaker ter wereld en misschien wel aller tijden. Maar Magnus Carlsen is ook op weg om het schaken voorgoed te veranderen. Een gesprek met de 30-jarige Noor die vlotjes Bill Gates en Mark Zuckerberg afdroogt. ‘Computers duwen ons tot het uiterste.’

‘Wat me drijft aan het bord?’ Magnus Carlsen denkt even na, maar antwoordt dan gedecideerd. ‘Ik haat het veel meer te verliezen dan dat ik ervan hou te winnen. Ik kan niet voor alle schakers spreken, maar het geldt voor veel spelers. En zeker voor mij.’

Carlsen draagt een losse grijze trui met lange mouwen, die hij ongeduldig opstroopt en vervolgens weer over zijn handen trekt. ‘Het is een drukke dag’, zegt hij met een verontschuldigende glimlach. Veel Skype-interviews. Niet zijn favoriete bezigheid. Veel getrek aan zijn mouw.

‘Winnen geeft uiteraard voldoening,’ vervolgt hij, ‘maar het is verondersteld normaal te zijn. Verliezen is dat niet. Het voelt gewoon vreselijk. Die houding heb ik altijd gehad: dat ik vooral niet gewend moet raken aan verliezen. Dat ik me daar niet wil bij neerleggen. Dat ik het zelfs niet wil overwegen als een mogelijkheid als ik begin te spelen.’ Hij denkt even na. ‘Het was waarschijnlijk beter geweest voor mijn gemoedsrust als ik daar wat rustiger mee om zou kunnen gaan. Maar het heeft me gebracht waar ik nu sta.’

Magnus Carlsen (30)

- Is de zoon van een ingenieurskoppel en groeide op met drie zussen. Als kind woonde hij een tijd in Finland en België, voor het werk van zijn ouders. Op zijn 13de werd hij de jongste grootmeester ooit.

- Sinds 2010 voert Carlsen - op zes maanden in 2011 na - de wereldranglijst van beste schakers aan. Sinds 2013 is hij wereldkampioen. Eind dit jaar verdedigt hij die titel in Dubai. In 2014 lanceerde hij de Play Magnus App. Die groeide uit tot het schaakbedrijf Play Magnus Group, dat vorig jaar naar de beurs van Oslo trok.

- Buiten het schaken is hij vooral een sportfanaat en een voetballiefhebber. Hij is ook een fervente speler van Fantasy Premier League, een online game waarbij deelnemers tegen elkaar spelen met zelf samengestelde teams.

Carlsen is een man van schaakrecords. Op zijn 13de werd hij de jongste grootmeester ooit. The Washington Post doopte hem prompt tot wonderkind, ‘de Mozart van het schaken’. Op zijn 19de was hij de jongste nummer één op de wereldranglijst. Geen enkele schaker bereikte ooit een hogere FIDE-score - 2882 - een cijfer dat de sterkte van een speler aanduidt. Hij is de enige die in hetzelfde jaar tegelijk wereldkampioen klassiek schaken, snelschaken en blitzschaken werd.

Vorig jaar zette Carlsen de langste reeks van ongeslagen matchen ooit neer: 125 wedstrijden, of meer dan twee jaar, verloor hij niet. Volgens sommigen maakt dat hem nu al de beste schaker aller tijden. Zelf wuift hij dat weg: ‘Garri Kasparov heeft in zijn tijd het schaken twintig jaar gedomineerd. Ik sta nu tien jaar aan de top.’ Om er dan knipogend aan toe te voegen: ‘Maar ik heb nog tijd.’

(G)een genie

Carlsen is uitgegroeid tot de posterboy van het schaken. Aan het bord is hij genadeloos - hij kreeg de bijnaam Boa Constrictor omdat hij zijn tegenspelers langzaam wurgt met zijn spel. Naast het bord is hij jongensachtig en speels. Ontwapenend met grapjes ook. In een YouTube-filmpje op het SoulPancake-kanaal grapte hij ooit dat de eerste zin van zijn autobiografie zou zijn: ‘Ik ben geen genie.’ ‘En wat zou de titel dan zijn?’, vroeg presentator Rainn Wilson. ‘Magnus Carlsen, schaakgenie’, was het antwoord.

Carlsen doseert zijn mediaoptredens, maar schuwt de camera’s niet. En de uitdagingen al evenmin. Google zijn naam en die van Bill Gates en je ziet in een filmpje hoe hij de vloer aanveegt met de Microsoft-oprichter en filantroop-miljardair in een televisiepartijtje. Carlsen bracht flair en commercie in de wat duffe schaakwereld: hij poseerde naast Hollywoodster Liv Tyler voor het jeansmerk G-Star, werd het gezicht van een flessenwatermerk en op toernooien verschijnt hij steevast in een kostuumvest vol bedrijfslogo’s van sponsors.

Winnen is verondersteld normaal te zijn. Verliezen is dat niet. Het voelt gewoon vreselijk.
Magnus Carlsen
Schaker en ondernemer

Kasparov roemde Carlsen ooit als een dodelijke combinatie van legendarische spelers als Bobby Fischer en Anatoli Karpov. Maar hij voorspelde vooral dat de Noor het schaken voorgoed zou veranderen. Dat lijkt te kloppen. Carlsen maakt van schaken een nieuw soort business, en niet alleen omdat hij een sponsormagneet is. In 2014 lanceerde hij de Play Magnus App. Toeval of niet: hij deed dat nadat hij een belangrijk toernooi had geskipt om een rondreis te maken in Silicon Valley, wat een fameuze foto opleverde van Carlsen die een partijtje schaak speelt tegen Facebook-topman Mark Zuckerberg, terwijl Apple-voorzitter Arthur Levinson toekijkt. In de schaakapp kan je jezelf trainen door te spelen tegen Magnus. Je kiest zijn leeftijd, waarna de speelstijl en de tactiek worden aangepast. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de data van alle matchen die Carlsen heeft gespeeld.

De Noor lanceerde de app vanuit het verlangen om schaken bij een groter publiek te brengen en de sport zo uiteindelijk lonender te maken voor de spelers. Intussen is de app uitgegroeid tot een universum voor schakers: Play Magnus Group (PMG) deed overnames, onder meer van het schaakplatform chess24, en biedt nu nieuwssites, apps om te spelen en te leren, en eigen toernooien aan.

In oktober vorig jaar trok de groep in Oslo naar de beurs om kapitaal op te halen voor nog meer expansie, wat onlangs werd verzilverd met de overname van het iconische Nederlandse magazine New in Chess. Sinds de beursgang steeg de waarde van PMG met ongeveer de helft, tot zo’n 140 miljoen euro. Carlsen bezit nog altijd een kleine 10 procent. ‘Al ben ik er niet operationeel mee bezig. Ik ken de prijs waartegen we naar de beurs gegaan zijn, maar ik volg het niet elke dag. Dat zou ongezond zijn.’

Deep Blue en AlphaZero

Het gaat Carlsen niet zozeer om management, dan wel om een fundamentele shift in het spel. ‘De toekomst van het klassieke schaken is onzeker. We botsen tegen de limieten.’ En dat is, jawel, de schuld van de steeds slimmere computertechnologie.

Sinds IBM’s Deep Blue in 1997 Kasparov versloeg, zijn de systemen oneindig verbeterd. Eind 2017 lanceerde Google AlphaZero een eerste zelflerend systeem, dat de schaakwereld op zijn kop zette omdat het creatieve en agressieve mogelijkheden toonde die nog nooit waren bedacht. Carlsen maakte zich de nieuwe inzichten razendsnel eigen en schreef daar een deel van zijn succes tijdens de recordreeks van 125 ongeslagen matches aan toe. ‘Je kon zien dat bepaalde spelers zich snel aanpasten aan de nieuwe stijl en daarmee kon je een verschil maken. Maar ondertussen is iedereen weer mee en is het opnieuw moeilijker geworden je te onderscheiden.’

Het probleem is niet zozeer dat een computer intussen in staat is, met zijn onfeilbare geheugen en immense rekenkracht, een menselijke schaker te verslaan. ‘Het is zoals Usain Bolt tegen een Ferrari laten lopen, de vergelijking gaat niet op’, klinkt het altijd in de schaakwereld. Het probleem is wel dat het intellectuele en zwaar op analyse gebaseerde spel steeds beter wordt begrepen. Bij schaken gaat het hierom: wie het minste fouten maakt, wint. Maar als aan beide kanten van het bord perfect wordt gespeeld, is een gelijkspel onvermijdelijk.

Dreigt schaken dan ‘opgelost’ te worden? Carlsen: ‘Voor alle duidelijkheid: mensen zullen nooit perfecte schakers zijn. We maken fouten, elk spel opnieuw. Maar computers duwen ons wel tot het uiterste. Iedereen kan zich zo goed voorbereiden, de openingsanalyses zijn inmiddels zo uitgepuurd dat het steeds moeilijker wordt een echt spel te krijgen. Dus krijg je gewoon steeds meer kans op remises.’

Ik weet nu meer over schaken dan tien jaar geleden en ik ben ongetwijfeld een betere speler, maar dat keer op keer bewijzen is moeilijk.

Om een idee te geven: van zijn reeks van 125 ongeslagen wedstrijden wist Carlsen ‘maar’ een derde te winnen. Twee derde eindigde in een gelijkspel. ‘Ik geloof dat het klassieke schaken daar op zijn grenzen botst.’

En dus pusht Carlsen voor een ander type schaken: meer spelen onder tijdsdruk, en met handicaps. Dat moet de spanning terugbrengen. Sneller en emotioneler. Meer gamingelementen, meer e-sports. ‘Met snelschaken maak je het doelkader groter. Spelers hebben minder tijd, staan onder grotere druk en maken meer fouten. Uiteraard is het spel dan wat minder kwalitatief, maar je scheidt meer het kaf van het koren. Je wordt meer afgerekend en je krijgt meer spel, met een resultaat.

Toenemende druk

In zijn strijd voor meer entertainment werd Carlsen geholpen door de pandemie. Hij zit in zijn keuken als we hem spreken. Achter zijn scherm, zoals zo vaak tijdens de coronacrisis. Normaal reist hij zo’n 200 dagen per jaar de wereld rond om toernooien te spelen. Toen vorig jaar de live wedstrijden werden geannuleerd en het wereldkampioenschap werd uitgesteld, zag Carlsen een kans. Voor de zomer lanceerde hij met Play Magnus Group een eigen online toernooi, waar topschakers het tegen elkaar konden opnemen. In september won hij zelf de eerste editie.

Ondertussen groeide de populariteit van schaken: mensen zaten thuis en hadden tijd om meer online spelletjes te spelen. De apps van PMG boomden. En dan moest de Netflix-najaarshit ‘The Queen’s Gambit’ nog komen. Op die hype speelde Carlsen in door op sociale media video’s te posten waarin hij zijn favoriete scènes van de reeks opsomde en de speltactiek van het hoofdpersonage Beth Harmon analyseerde.

In november lanceerde PMG een tweede editie van de Champion Chess Tour, die tot september 2021 loopt en een prijzenpot van liefst 1,5 miljoen dollar heeft. Carlsen haalde de sponsors binnen. Hij sloot deals met Eurosport en Esports Charts om het toernooi te verslaan. Miljoenen kijkers bekeken de eerste wedstrijden. De Noor leek er de wat stugge officiële schaakfederaties mee te willen opschudden.

Het schaken op verschillende borden heeft wel een keerzijde: Carlsens sportieve successen raken intens verweven met zijn businessavonturen. De druk neemt toe. En de jongste maanden, sinds een einde kwam aan zijn recordreeks zonder verlies, draait het sportief niet meer goed. Op zijn dertigste verjaardag eind november speelde zijn rivaal Wesley So hem pijnlijk weg. Hij speelde enkele van zijn zwakste partijen ooit. Het Nederlandse toernooi Tata Steel Chess, het Wimbledon van het schaken, verloor hij voor het eerst in jaren. En op Valentijn maakte So hem opnieuw in.

Critici wijten zijn gebrek aan scherpte aan te veel online snelschaken. Fout, zegt Carlsen. ‘Snelschaken is een goede training. Er zijn veel redenen waarom het niet zo goed ging in de klassieke toernooien.’

©BELGAIMAGE

Carlsen kan genadeloos zijn voor zijn eigen spel. Eind december tweette hij na een verlies: ‘After another collapse the bottom line is that I’m in a deep funk right now, and it’s really frustrating.’ Maar zodra de frustratie is afgereageerd, draait hij de knop om. En net zoals hij het haat te verliezen, haat hij het er telkens aan te worden herinnerd dat hij verloren heeft, blijkt na enig aandringen.

Van een vormcrisis wil hij niet horen. ‘Er zijn nog periodes geweest waarin het vertrouwen of de motivatie even weg was. Maar ik geloof altijd dat het weer keert. Elke keer dat ik een wedstrijd speel, geloof ik dat het goed komt. Dat gebeurt niet altijd. Maar als ik dat voor de wedstrijd niet denk, waarom zou ik er dan aan beginnen? Het is altijd beter zelfvertrouwen te hebben. Zelfs te veel zelfvertrouwen, als je het achteraf bekijkt. Omdat je anders kansen mist.’

Voetbal en vlaggen

Met ouder worden wordt het wel moeilijker, geeft Carlsen toe. Als kind ging het vanzelf. Zijn vader initieerde hem in het schaken toen hij vijf was. Het duurde even voor hij echt de smaak te pakken had. Hij voetbalde liever. Toen hij op zijn zesde een jaar in Waterloo woonde voor het werk van zijn vader, die consultant was bij Exxon, vond hij dat hier het leukst: dat hij het hele jaar door buiten kon voetballen. En er was zijn fascinatie voor rekenen en aardrijkskunde. Hij leerde op eigen houtje alle namen, vlaggen, hoofdsteden én bevolkingsaantallen van alle landen ter wereld van buiten.

Toen hij op z’n achtste een spelletje tegen zijn zus won, ging het echter snel. Schaken palmde zijn leven in. Hij spendeerde uren aan het bord en verslond boeken over schaken, van Bent Larsen tot Eduard Gufeld. Op zijn negende versloeg hij zijn vader voor de eerste keer. ‘Intussen hebben we al twintig jaar niet meer tegen elkaar gespeeld.’ Op zijn twaalfde nam het gezin een sabbatjaar om Europa rond te reizen en Magnus de kans te geven aan 150 toernooien deel te nemen. Hij verpletterde stilaan de tegenstand. Gevraagd hoe hij dat deed, antwoordde hij droogjes: ‘Ik weet niet wat het is. Het voelt gewoon natuurlijk om te spelen. Ik moet daar niet over nadenken.’

Toen hij op zijn 18de even Kasparov als coach kreeg, knapte hij snel af op diens aanpak. Carlsen wilde het huiswerk dat Kasparov hem gaf niet maken. De samenwerking eindigde. Hij oefent geen uren aan het bord. ‘Ik heb geen discipline. Ik ben chaotisch. En soms gewoon lui’, zei hij ooit. Hij speelt in zijn hoofd, als hij er zin in heeft. ‘Maar ik kijk wel naar alle wedstrijden. En schaken gaat nooit uit mijn hoofd. Ik denk er voortdurend aan.’

Carlsen, geroemd om zijn fenomenale geheugen en zijn urenlange concentratieboog, voelt dat hij steeds meer moeite moet doen om dat te onderhouden. Hij traint fysiek meer: lopen, tennissen, voetballen. Hij doseert meer: in zijn tienerjaren schrapte hij op een bepaald moment fruitsap tijdens toernooien en schakelde over op chocomelk, omdat de suikers hem minder fris maakten.

‘Als je ouder wordt, moet je je harder inspannen om op topniveau te blijven. Dat gaat over geheugen en uithouding. Er is meer voorbereidingswerk, je hebt niet evenveel energie en meer zorgen. Ik merk dat nu. Als tiener is er meer ruimte voor fouten. Voor een ‘the devil may care’- attitude. Ik weet nu meer over schaken dan tien jaar geleden en ik ben ongetwijfeld een betere speler, maar dat keer op keer bewijzen is moeilijk.’

Krokodil

In een Noorse podcast liet Carlsen in januari voor het eerst vallen dat hij zich over tien jaar met pensioen ziet gaan. Een moment van frustratie of tikt de klok echt? ‘Het is niet zo dat ik een datum voor ogen heb om te stoppen. Dat wordt een organisch proces. Als ik voel dat ik niet veel meer te bieden heb, zal het gedaan zijn. En voor wie zich afvraagt of ik me nog kan motiveren: ik wil gewoon blijven leren. Een ultieme ambitie heb ik niet. Er is niets dat ik nog niet heb gewonnen of bereikt. Maar dat nog eens proberen te doen en onderweg nog beter worden, dat is meer dan genoeg motivatie.’

Een journalist vroeg hem ooit welk dier hij het liefst wilde zijn. ‘Een krokodil’, zei Carlsen. ‘Die leeft rustig, maar kan met één uithaal zowat elk dier uitschakelen.’ Het typeert Carlsen. Naast het bord is hij de rust zelve: ‘Wat ik na mijn pensioen wil doen? Geen idee, gewoon een rustig leven leiden, zeker?’ Aan het bord is hij genadeloos: ‘Sommigen vinden het oké te verliezen als hun tegenspeler een mooi spel heeft gespeeld. Ik vind dat zever.’ Schaken is een vechtsport. ‘Er zijn veel soorten spelers. Maar als er één eigenschap primeert, dan is het wel dat je gewoon heel, heel competitief moet zijn.’

Eind dit jaar wacht het uitgestelde wereldkampioenschap in Dubai. Carlsen verdedigt er zijn titel van 2018 en kan opnieuw een stap zetten naar het enige record dat hij nog moet breken: de twintig jaar van Kasparov.

Schaaktips van ’s werelds beste

> Speel zo veel mogelijk.
> Lees over schaken.
> Oefen de basis matpatronen: met twee torens, met koning en toren, met toren tegen koning, koningin tegen koning.
> Leer van de oude meesters.
> Amuseer je: speel het spel dat je leuk vindt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud