Schrijfster Saskia De Coster zoekt uit: levert hardlopen betere romans op?

Saskia De Coster, verslaafd aan joggen, schrijft beter als ze loopt. Hoe kan dat? De schrijfster stelde de vraag aan de wetenschap. Aan de KU Leuven is ze nu het onderwerp van een experiment. ‘Ik hoop de magische formule te vinden om je creativiteit aan te zwengelen.’

Vrijdagnamiddag, zeven graden, de hemel boven Deurne kleurt rustgevend blauw. Samen met Saskia De Coster (45), schrijfster van romans, essays en columns, rennen we over de houten bruggetjes en de slingerende paden van het Rivierenhof. Ze ademt diepe teugen lucht in. ‘Hier heb ik de titel van mijn roman ‘Wij en ik’ bedacht.’ Een halve kilometer verder wijst ze naar een bomenrij. ‘Daar besliste ik een personage van mijn laatste novelle te schrappen. Hij liep als een soort tekstballonnetje mee. Opeens dacht ik: ‘Wat doet die er eigenlijk bij?’’

We lopen hier met De Coster, omdat ze als de eerste writer in residence van de KU Leuven iets bijzonders wil doen. Tot nog toe verplichtte ze de deelnemers van haar atelier creatief schrijven nog niet te gaan hardlopen, maar ze vertelde wel al dat het haar helpt knopen te ontwarren. En ze wil samen uitzoeken hoe dat komt. In april en mei gaat ze in Leuven hardlopen met studenten van de letterenfaculteit - er zijn er al vijftig ingeschreven. Nadat ze eerst een creativiteitstest hebben afgelegd - een verhaal of gedicht schrijven, een probleem oplossen - worden ze opnieuw getest. Hebben ze nadien betere ideeën? Schrijven ze mooier?

Wat hoopt De Coster uit het loopexperiment, een samenwerking tussen de letterenfaculteit en de afdeling bewegingswetenschappen, te halen? ‘De magische formule om je creativiteit aan te zwengelen. (lacht) En uiteraard dat iedereen gaat lopen en betere boeken schrijft.’

Hardlopen werkt uitstekend om de gedachten in ons hoofd tot stilte aan te manen.
Bert De Cuyper
Sportpsycholoog

De Coster loopt drie keer per week. Nu eens 8 kilometer, dan weer 10 of 15. Al zo’n tien jaar gaan lopen en schrijven hand in hand in haar leven. Hoe steviger de deadline, hoe langer de loopsessie. Op dit moment werkt De Coster aan een novelle van ‘maar’ 25.000 woorden en volgt ze een wat minder intens trainingsprogramma. Maar zodra ‘De weddenschap’ klaar is, zet ze zich achter een nieuwe grote roman. In haar hoofd is het idee gevormd, voor haar lichaam ligt nu al een nieuwe uitdaging klaar. Opnieuw zullen de voorbereidingen op een marathon een boek begeleiden.

Haar eerste marathon, die van Amsterdam, finishte De Coster drie jaar geleden in een knappe tijd van drieënhalf uur. Ze zat toen in de laatste rechte lijn van haar boek ‘Nachtouders’, dat drie maanden later verscheen en een nominatie oogstte voor de Libris Literatuurprijs. ‘‘Nachtouders’ was een belangrijk boek voor mij. Ik was niet lang ervoor moeder geworden van een zoontje. Het ging over de onzekerheden van het ouderschap.’

Saskia De Coster

Saskia De Coster (45) schrijft romans, essays en columns. Ze studeerde Germaanse Talen in Leuven en literatuurwetenschappen in Leuven en Vancouver. ‘Wij en ik’ uit 2013 is haar bekendste boek. ‘Dit is van mij’ stond op de longlist van de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. ‘Nachtouders’ haalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs. De Coster is sinds dit academiejaar de eerste writer-in-residence van de KULeuven. Ze groeide op in Leuven en woont in Antwerpen.

‘Ik had voor dat boek een tunnel nodig om in te verdwijnen en zou er alleen uitkruipen met een boek dat ik met een goed gevoel uit handen kon geven én met een marathontijd waarmee ik mezelf en mijn omgeving tevreden kon stellen. Het was niet het ene of het andere. Een slechte marathon betekende voor mij: teleurstellend boek. Het is zoals met twee volle emmers op een evenwichtsbalk: als je de ene loslaat, valt de andere om.’

Hoewel het een zware periode was, hielp het strakke trainingsschema haar het vizier scherp te stellen aan de schrijftafel. ‘Als je veel loopt en D-day komt dichterbij, doe je behalve rusten, slapen en eten weinig. Schrijven was het enige dat overbleef en dat gebeurde in diepe concentratie. ‘Nachtouders’ was zeker een minder goed boek geweest als ik die marathon niet had gelopen.’

Runfulness

We stoppen even om de spieren op te rekken en zetten opnieuw aan met enkele korte versnellingen. Brug op, brug af. Samen glijden we over De Costers vaste parcours. De hardloopster in haar kent elk hoekje hier. Toch blijft ze terugkomen. Die routine helpt om tijdens het lopen sneller in the zone te komen. De basis voor creativiteit wordt voor een groot deel gevormd door herhaling. ‘Ik ben niet het type dat vooraf nieuwe, ingewikkelde routes gaat uitstippelen. Als je de weg op voorhand kent, kan je dat al loslaten en sneller focussen op het meditatieve gevoel van het lopen zelf.’

Er bestaat een grote wetenschappelijke consensus over het gunstige effect van hardlopen op onze creativiteit. Sportpsycholoog Bert De Cuyper, van wie in mei een boek verschijnt over prestatiepsychologie bij klassieke musici, legt uit dat creativiteit in twee stadia ontstaat: de informatieverzameling en de probleemstelling. ‘Vervolgens moeten we het probleem overdenken. Het moment van inzicht komt meestal als we afstand nemen en even met iets helemaal anders bezig zijn. Hardlopen werkt uitstekend om de gedachten in ons hoofd tot stilte aan te manen.’

Runfulness heet dat met een leenterm uit de cognitieve psychologie. Als de drukte in ons hoofd afneemt tijdens het hardlopen, ontstaat in onze hersenen een effect waarbij we ons ‘losmaken van de wereld’. Dat proces maakt dat onze hersenen beter worden in task switching. Ze worden soepeler en werken minder routineus, zowel direct na de inspanning als tot twee uur later. Over hoe dat proces zich juist voltrekt in onze hersenen bestaat amper onderzoek. Er is wel evidentie over wat ongeveer gebeurt, op basis van bewegingsonderzoek met muizen en ratten.

‘Nachtouders’ was zeker een minder goed boek geworden als ik geen marathon had gelopen.
Saskia De Coster
Schrijfster

Cognitief psycholoog Tom Beckers: ‘Onze analytische hersenhelft heeft de neiging nieuwe ideeën om te zetten in gebruikelijke denkpatronen. Fysieke inspanning legt de activiteit van dat deel van ons brein stil en zet andere delen in werking. Dat heet mindwandering: door het lossen van de rem die onze hersenen normaal op ongebruikelijke denkpatronen zetten, kunnen we vrijer associëren en zijn we minder geremd om nieuwe denksporen te verkennen.’

Dat kan toch ook gebeuren tijdens een lichtere vorm van inspanning, zoals wandelen? ‘Klopt, maar we denken dat het repetitieve karakter van hardlopen aanzet tot mindwandering, waardoor we nog een stuk gemakkelijker van het ene idee naar het andere schakelen’, zegt Beckers.

Hardlopen bevordert ook de groei van nieuwe zenuwcellen, neurogenese genoemd. Dat leidt tot een volumetoename van de hippocampus, het deel van onze hersenen dat verbonden is met leren en geheugen. ‘Neurogenese speelt met name een rol in de langeretermijneffecten van fysieke beweging, die zorgt voor fitte hersenen die goed nieuwe informatie kunnen opslaan, nieuwe dingen leren’, zegt de cognitief psycholoog.

Bij wandelen worden weinig of geen endorfines aangemaakt. Dat hormoon komt tijdens of na langdurig sporten vrij en kan een gelukzalig gevoel opleveren. Bij schrijvers die in een verhaal vastzitten, kunnen endorfines het zelfvertrouwen opkrikken, waardoor ze na een loopsessie met verhoogde focus achter de pc plaatsnemen en het bos opnieuw door de bomen zien. Helemaal wat bij De Coster al een paar keer gebeurde. ‘Ah oké,’ lacht ze, ‘ik ga dus eigenlijk lopen om aan een knoop te ontsnappen, zodat mijn brein hem in een onbewaakt moment kan ontwarren?’

Gutsende verzen

Het experiment met de letterenstudenten onderzoekt ook de impact van de omgeving waarin de studenten lopen op hun creativiteit. Ze trekken twee keer hun loopschoenen aan: de eerste keer voor een training in het groen, de tweede keer voor een training in de stad of een andere impulsrijke omgeving. Zelf rent De Coster nooit in de stad, zegt ze. ‘Lopen is zo hard in je lichaam zijn dat je er als het ware uittreedt. De natuur is daarvoor de meest geschikte omgeving voor mij.’

Daarover bestaan verschillende stromingen in de wetenschap. Beckers is niet overtuigd van een verband. ‘Een groene omgeving kan bevorderlijk zijn voor onze stemming, maar niet voor het stimuleren van onze creativiteit an sich.’

Bewegingswetenschapper en oud-vicerector van de KU Leuven Mart Buekers vindt dat een limitatieve benadering van ons brein. Hij specialiseerde zich in de samenhang tussen bewegen en onze omgeving. Volgens hem heeft ons brein zeker een sturend vermogen, maar kan het eveneens functioneren als een doorgeefstation in plaats van een commandocentrum.

Onze analytische hersenhelft heeft de neiging nieuwe ideeën om te zetten in gebruikelijke denkpatronen. Fysieke inspanning legt de activiteit van dat deel van ons brein stil en zet andere delen in werking.
Tom Beckers
Cognitief psycholoog

‘Tijdens het lopen, een proces dat op het niveau van het ruggenmerg geregeld wordt en dus als het ware automatisch verloopt, staat ons brein open voor creatieve impulsen van buitenaf. Ietwat kort door de bocht zou je dus kunnen stellen dat de creativiteit in de omgeving klaarligt om gegrepen te worden. Ons brein maakt gebruik van alle mogelijkheden die het heeft. Als we onze omgeving goed observeren, gaan we nieuwe verbanden leggen.’

Buekers, die ook poëziebundels schrijft, maakte tijdens een lange fietstocht in de eerste lockdown mee hoe creatieve impulsen in de omgeving klaarliggen om opgenomen te worden. Een meisje van een jaar of acht haalde hem uit zijn flow met een guitige opmerking over hoe traag hij fietste. Thuis zette hij zich met hun bijzondere fietsontmoeting in gedachten voor een wit blad papier. Door coronastress zat de dichter in hem al weken in quarantaine, maar opeens gutsten de verzen eruit.

De Coster herkent het verhaal van de bewegingswetenschapper. Op zulke euforische momenten kan schrijven een verslaving zijn. Net als hardlopen, geeft ze toe. ‘Ik word slechtgezind als ik niet kan lopen. Mensen die geregeld geblesseerd zijn: vre-se-lijk. Ik ben zo dankbaar dat mijn lichaam dit kan.’

Literaire hardloopbijbels

Waarover ik praat als ik over hardlopen praat (2007) - Haruki Murakami
De 72-jarige Japanner begon met hardlopen in 1982, het jaar waarin hij professioneel schrijver werd. Hoe lopen helpt bij het schrijven? ‘Gelukkig ligt het bij concentratie en uithoudingsvermogen anders dan bij talent. Het is namelijk mogelijk om ze na de geboorte via training aan te leren of de kwaliteit ervan te verbeteren.’

Marathonloper (2007) - Abdelkader Benali
In 42 hoofdstukken legt de Nederlandse schrijver uit wat door een hardloper heen gaat. ‘Hardlopen is een kortstondige ontsnapping aan de spelregels van het leven. Kunnen wordt strafwerk, wordt sisyfusarbeid die voortdurend nieuwe regels aanbiedt, nieuwe beloften en verwachtingen.’

The Long Walk (1979) - Richard Bachman
Stephen King schreef dit boek in 1979 onder het pseudoniem waarmee hij zeven boeken schreef. Honderd tienerjongens lopen een marathon van 700 kilometer in een totalitaire versie van de Verenigde Staten. Ze mogen niet trager lopen dan 6 kilometer per uur. Bij vier overtredingen wacht hen de kogel.

The Other (2008) - David Guterson
Portret van een vriendschap waarin het solitaire hardlopen voor twee jongens een manier is om elkaar te vinden.

De hang naar hardlopen is er altijd geweest. Ze liep al graag en goed als kind, net als haar broer. ‘Ik heb nooit in een club gezeten. Onze ouders waren daar niet zo happig op. In mijn studententijd was ik het tegenovergestelde van sportief. (lacht) Ik deed er alles aan om mijn conditie naar de knoppen te helpen.’ Pas tien jaar geleden, op reis in Macedonië met haar collega-schrijver Abdelkader Benali, pikte ze de draad weer op. Ook voor de Nederlander, die marathons loopt onder de drie uur, zijn hardlopen en schrijven in elkaar vervloeiende activiteiten.

Zowel de hardloper als de schrijver triomfeert in eenzaamheid. Ik vind het niet erg alleen te gaan lopen om dan vier of vijf uur in stilte aan mijn bureau te zitten schrijven.
Saskia De Coster

In zijn roman ‘De marathonloper’ schrijft Benali: ‘Hardlopen is een kortstondige ontsnapping aan de spelregels van het leven.’ Hij ontwaart verschillende types lopers: de strever, de masochist, de volmaakte eenzame strijder. Is De Coster ze alle drie? ‘Ik ben er inderdaad niet aan begonnen om zomaar een beetje te lopen. Ik dúrf ook af te zien, als het nodig is. Mijn volgende marathon mag - nee, móét - in een betere tijd zijn dan mijn eerste.’

‘Een eenzame strijder ben ik ook wel, denk ik. Zowel de hardloper als de schrijver triomfeert in eenzaamheid. Ik vind het niet erg alleen te gaan lopen om dan vier of vijf uur in stilte aan mijn bureau te zitten schrijven. In die eenzaamheid creëren schrijvers de vrijheid om niet met hun lichaam en hoofd in de werkelijkheid te moeten staan. Ik loop door ‘mijn’ wereld terwijl de mensen rond me door diezelfde wereld wandelen, fietsen of autorijden. Wie een roman schrijft, leeft ook niet met zijn hoofd in de werkelijkheid. De schrijver schept zijn eigen wereld. Anders dan bij journalistiek schrijven, waarvoor de feiten moeten kloppen, zit het bij mij voor een groot deel bij de transformatie van de werkelijkheid.’

Explosiviteit temperen

Als het lopen haar tot een betere schrijver heeft gemaakt, ging ze dan ook anders schrijven? De Coster haalt er de Japanse schrijver Haruki Murakami bij. Als bekendste voorbeeld van de ‘hardlopende schrijver’ onderzocht hij de invloed van de sport op zijn leven en werk. ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ is een bijbel voor hardlopende literatuurfreaks.

‘Murakami schreef in dat boek dat hij een groot deel van zijn techniek om romans te schrijven heeft geleerd door dagelijks te lopen’, zegt De Coster. ‘Hij was geen explosieve loper, zoals ook in zijn schrijven een grote gelijkmatigheid zit. Hij is nooit uit op grote exploten of uitbarstingen. Ik vind het knap als je dat hebt en kan zeggen dat het dankzij het lopen is. Bij mij werkt het eerder omgekeerd. Ik ben nogal explosief in mijn denken. Lopen helpt me mijn explosiviteit te temperen.’

Bij haar helpt duursporten meer om de lange adem te vinden. Het zijn die twee emmers water waarover ze het eerder had. ‘Ik kan langer schrijven nadat ik ben gaan hardlopen. Mijn concentratie is beter. Het lopen heeft me ook geleerd dat schrijven uiteindelijk gewoon wérken is. Vroeger dacht ik: ik wil schrijver worden en dus ga ik nu dé tekst schrijven. Dan gebeurt het natuurlijk niet. Ik heb dat ook met lopen. Als ik tegen mezelf zeg dat ik voor de topprestatie ga, valt het altijd tegen. Het is vallen en opstaan, blijven proberen, bijsturen, hopen op een betere dag morgen. Succes zit in de herhaling.’

We zetten aan voor een slotrondje door het park. Ze ziet me worstelen om haar tempo te volgen. ‘Lopen leert me ook wel dat je de dingen nooit helemaal onder controle hebt’, zegt ze sussend. ‘Je denkt dat je de goede vorm te pakken hebt, en toch val je plots stil. Met schrijven kan het net zo zijn. Soms wordt het een opgave. Dan is het iets dat je gewoon hoort te doen, zonder meer, zonder totale euforie en dramatiek. Lukt het dan nog altijd voor geen meter, dan kruip ik in mijn loopschoenen. Lopen geeft bijna altijd zuurstof aan mijn lichaam en mijn gedachten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud