'White Cube': de witte verlosser en zijn zwarte chocoladekunstenaars

De Nederlander Renzo Martens zette een museum op in het Congolese Lusanga, waar locals hun kunst kunnen tentoonstellen. ©rv

De Nederlandse kunstenaar Renzo Martens komt in de documentaire ‘White Cube’ met schurende inzichten over de band tussen kolonialisme, kapitalisme en de kunstwereld. Zijn voornaamste ingreep: hij laat Congolese plantagearbeiders kunst maken met chocolade.

De Nederlandse kunstenaar Renzo Martens (48) shockeerde in 2008 met zijn documentaire ‘Enjoy Poverty’. Daarin raadde hij plantagearbeiders in het Congolese regenwoud aan om van hun armoede een troef te maken. Hij leerde hen hoe ze hun miserabele bestaan in beeld moesten brengen en aan de westerse media verkopen. Hun armoede werd commercieel uitgebuit door westerse fotografen die beelden maken van uitgehongerde kinderen, dus waarom die beelden niet zelf maken?

Alleen verdienden ze er niets aan. Martens wel. Zijn cynische film deed het uitstekend op filmfestivals en werd in grote musea vertoond. Toen hij in 2010 de zaal uitstapte na een vertoning in Tate Modern in Londen, viel zijn oog op de vele Unilever-logo’s op de muren van het museum. De Brits-Nederlandse voedingsreus is een actieve sponsor van de westerse kunstwereld.

Dat Renzo Martens met een strooien hoed en een wit hemd door Congo flaneert, zal sommige kijkers irriteren. Ze moeten ervan uitgaan dat het een ironisch spel is.

Martens had in Congo ook gezien hoe Unilever arbeiders voor een hongerloon laat werken. Hij ontwaarde een dubbele moraal, en ziet die ook in de kunstwereld. Enerzijds zijn onze musea kritisch voor het kapitalisme, anderzijds laten ze hun maatschappijkritiek financieren door Unilever en andere multinationals die in zijn ogen medeverantwoordelijk zijn voor de economische ongelijkheid in de wereld.

Het bracht de kunstenaar op het idee voor een sequel op ‘Enjoy Poverty’ in de Belgische oud-kolonie. Nu was het aan de arbeiders om geld te verdienen, vond hij. Niet met cacao of palmolie, maar met kunst. Een zot idee, maar Martens slaagde in zijn opzet. In 2017 opende in Lusanga, op zo’n 700 kilometer van Kinshasa, een museum op een voormalige palmolieplantage van Unilever. ‘White Cube’ toont de hobbelige weg naar die opening en het profijt en de zelfwaarde die de plantagearbeiders uit het museum haalden.

Tranen

Het avontuur begon in 2012 op de plantage Boteka. Martens overtuigde arbeiders om een verlaten winkel van Unilever te renoveren tot een kunstatelier. De arbeiders sloegen aan het creëren, tot Martens vrij hardhandig werd weggestuurd, zogezegd omdat zijn aanwezigheid tot een opstand leidde onder de arbeiders. Mensen van Unilever zouden met speren zijn aangevallen. Nadat ook de kunstwerken van de arbeiders zijn weggehaald, breekt de Nederlander in tranen uit voor de camera’s. Hij voelt zich schuldig en mislukt.

Het is geen toeval dat hij zijn avontuur voortzet in Lusanga. Daar stond de eerste palmolieplantage van Unilever. Sinds de multinational in Lusanga vertrok omdat de grond was uitgeput, leven de ex-plantagearbeiders in schrijnende omstandigheden. Het museum - een white cube ontworpen door OMA, het architectenbureau van Rem Koolhaas - gaf opnieuw zin aan hun leven. Hun sculpturen van cacao en palmolie reisden de wereld rond.

De trailer van 'White Cube'.

Er kwam onder meer een grote expo in het Sculpture Center in New York. De documentaire reist met een van de ‘chocoladekunstenaars’ naar The Big Apple. Met de opbrengsten van de werken werd op het terrein naast het museum een plantage opgericht die de uitgeputte grond weer vruchtbaar maakt. ‘Nu moeten we alle hoeken van Congo innemen’, zegt een kunstenaar-arbeider aan het slot. Een naïeve gedachte, maar mag kunst nog de ambitie hebben om de wereld te veranderen?

‘White Cube’ is een geëngageerde documentairefilm die prikkelende inzichten brengt over de band tussen kolonialisme, kapitalisme en de kunstwereld. Hij schuurt ook stevig door de theatrale aanwezigheid van Martens zelf. Na de gezwollen huilscène halfweg de film verdwijnt hij wat naar de achtergrond. Maar in het eerste deel flaneert hij gretig door het beeld met een wit hemd en een strooien toeristenhoedje. Hij zoekt ook voortdurend de randen van de betweterigheid op.

Het roept het beeld op van de witte verlosser die de arme Afrikaantjes komt uitleggen hoe ze hun leven weer op de rails kunnen krijgen. Dat zal sommige kijkers irriteren. Zij gaan alleen een egodocument zien van een witte kunstenaar die ‘zijn’ zwarte plantagearbeiders op even bevoogdende wijze tegemoet treedt als de bedrijven en kunstinstellingen die hij een spiegel voorhoudt. Ze moeten ervan uitgaan dat het een ironisch spel met de kijker is.

Vanaf woensdag 9 juni in de bioscoopzalen en ook te zien op Docville in Leuven

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud