'Duurzaam beleggen wordt mainstream'

(tijd) - 'Duurzaam beleggen was vroeger een beperkte niche maar raakt steeds meer ingeburgerd.' Dat zegt Wim Vermeir, hoofd duurzaam beleggen bij Dexia. 'Voor de grootste instroom in duurzame fondsen tekenen niet de particuliere beleggers, maar institutionele spelers zoals pensioenfondsen en stichtingen. Ook bij de bedrijven maakt aandacht voor het milieu steeds vaker deel uit van de gewone bedrijfsvoering.'

Links: Gaëtan Herinckx, analist bij Dexia. Rechts, Wim Vermeir, hoofd duurzaam beleggen, Dexia. Foto: Sofie Van Hoof

Beleggingsfondsen die de ecologische kaart trekken, liggen goed in de markt. Twee derde van de Belgen heeft weet van 'groene' fondsen, blijkt uit een recente enquête. Een op de vijf landgenoten overweegt geld in een dergelijk fonds te stoppen. Dat willen ze niet enkel vanuit een milieubewustzijn. Veel beleggers menen dat de fondsen op termijn meer opbrengen dan het beursgemiddelde. Waar liggen de opportuniteiten en de uitdagingen? We vroegen het aan Wim Vermeir, die de afdeling duurzaam beleggen leidt bij de Belgisch-Franse financiëledienstengroep Dexia, en analist Gaëtan Herinckx, eveneens van Dexia.

Aan de uiterst zachte winter en de hete zomers voelt iedereen aan den lijve dat ons klimaat verandert. Uit zich dat in een grotere interesse van beleggers voor duurzame fondsen?

Wim Vermeir: 'Die uitzonderlijke weersomstandigheden helpen. Je ziet meer interesse voor fondsen die het milieuthema bespelen, en duurzame fondsen in het algemeen. België heeft een groot marktaandeel in duurzaam beleggen: bijna 4 procent van de beleggingsfondsen zijn ethische fondsen. Niet alleen in België, maar ook in Zwitserland en Italië kennen die fondsen veel succes.'

Ziet u ook een groeiende interesse bij de bedrijven?

Vermeir: 'Vanuit de bedrijfswereld zien we ook steeds meer interesse voor verstandig ondernemen op de lange termijn. Aandacht voor het milieu wordt gewoon een stuk van de bedrijfsvoering, van de bedrijfscultuur.' '

Een goed voorbeeld van een bedrijf waarbij dat al jarenlang het geval is, is de warenhuisketen Colruyt. Duurzaam en energie-efficiënt werken maakt deel uit van hun strategie. Het plaatje klopt: ze willen de laagste prijs aanbieden en moeten snoeien in de kosten. Dus ze besparen op verpakkingen, ze gebruiken gesloten diepvriezers, ze geven geen plastic zakjes aan de klanten.'

Ook de Belgische banken scoren hoog op duurzaamheidscriteria. Waarom trekken de banken de milieukaart?

Vermeir: 'Imago is dubbel zo belangrijk als de interne managementkwaliteiten, blijkt uit studies. Als je milieu opneemt in je strategie, dan leidt dat tot een gunstiger perceptie en betere resultaten. Een goed imago helpt ook om betere relaties te krijgen met de overheid, met je klanten, met je eigen personeel en ook om nieuwe jonge werknemers aan te trekken. Die zoektocht naar talent wordt voor de banken almaar moeilijker.'

'Een nieuwe trend die we vaststellen, typisch in de retailsector: de zorg voor het milieu wordt ook doorgesluisd naar de leveranciers. Dat heeft grotendeels met imago te maken. Als een consument een product koopt in Carrefour, dan verwacht die dat die supermarkt haar verantwoordelijkheid neemt, ook al heeft de keten het product niet zelf gemaakt.'

In Zweden is Karl Henrik Robèrt, de oprichter van de milieuorganisatie The Natural Step, een boegbeeld. Heeft België ook iemand die in de buurt komt?

Vermeir: 'Een goeroe is er niet. Maar bij de voorstelling van 'An Inconvenient Truth', de alarmerende film over het broeikaseffect van Al Gore, waren premier Guy Verhofstadt en nog een aantal vooraanstaande politici ostentatief aanwezig. Dat geeft een signaal aan de bevolking dat ook zij de situatie au sérieux nemen. Ook heel wat grote bedrijfsleiders maken duidelijk dat ze de kaart van duurzaamheid trekken.'

Op de markt van de CO2-uitstootrechten op korte termijn zijn de prijzen gekelderd. Betekent dat dat Europese landen hun bedrijven te veel rechten hebben toegekend, en dat ze er daarom minder aandacht aan gaan besteden?

Vermeir: 'Niet noodzakelijk. Het kan ook omgekeerd: dat de staat de bedrijven heeft onderschat in de voorbereidingen en maatregelen die ze al hadden genomen om de uitstoot te reduceren.'

'Bedrijven die zich hebben voorbereid om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen, zijn beter gepositioneerd. In zo'n duurzame strategie moet je niet proberen te veel aan timing te doen. Je weet dat het belangrijk zal worden, maar je kan niet zeggen wanneer precies. Het kan volgende week zijn, maar evengoed over vijf jaar.'

De aandelenmarkten beleven al vier jaar aan een stuk een bijna ononderbroken hausse. Als het tij zou keren, kunnen bedrijven die haantje-de-voorste zijn in duurzaam beleid zich dan beter handhaven, of zitten ze in de hoek waar de klappen vallen?

Vermeir: 'Op lange termijn is er een licht voordeel voor duurzame portefeuilles, dat blijkt uit alle studies. Maar het voordeel is te klein om daaraan de belofte van betere prestaties te koppelen. Dat zou gevaarlijk zijn. We zorgen ervoor dat onze portefeuilles financieel perfect vergelijkbaar zijn met traditionele portefeuilles. Die milieuscreening is gewoon een extra filter boven op de financiële.'

Welke aandelen dragen uw voorkeur weg?

Gaëtan Herinckx: 'In de energiesector is BP een goed voorbeeld. De Britse oliereus heeft tussen 2002 en 2005 een toegevoegde waarde gerealiseerd van 1 miljard dollar dankzij energiebesparing. Dat is een win-winsituatie: goed voor zijn eigen business en goed voor het milieu.'

'Het Spaanse Iberdrola is interessant. Het is een van de grootste spelers in alternatieve energie. Ze doen langetermijninvesteringen in windenergie. Ook voor de Franse glasproducent Saint Gobain ben ik te vinden. 10 procent van hun omzet komt uit isolatieproducten die zorgen voor meer energie-efficiëntie.'

'In de chemiesector maakt Johnson Matthey samen met Engelhard en het Belgische Umicore de top drie in autokatalysatoren uit. Die activiteit staat bij Johnson Matthey voor 30 procent van de omzet, en levert veel waarde voor het milieu.'

Aandelen van windmolen- en zonnepanelenproducenten scheren hoge toppen. Is die hype in alternatieve energie verontrustend?

Vermeir: 'Voor het milieuaspect scoren die bedrijven vaak tien op tien. Maar voor de financiële criteria scoren ze soms heel slecht. Vooral biodieselbedrijven zijn fors overgewaardeerd. Het rendement is onze eerste verantwoordelijkheid. Dus als we iets te duur vinden, gaan we er sowieso niet in beleggen.'

Hoe staat het met de interesse voor duurzame obligatiefondsen?

Vermeir: 'We zien dat er meer belangstelling voor komt. Tot vijf jaar geleden focuste de markt vooral op aandelen. Twee, drie jaar geleden maakten duurzame obligatiefondsen een inhaalbeweging. Nu is de verhouding 50/50.'

'Dat komt grotendeels omdat institutionele beleggers zich daarop werpen. Niet bij de particuliere beleggers, maar bij de institutionele beleggers die op lange termijn werken, zien we de grootste groei. Pensioenfondsen, stichtingen en overheidsportefeuilles willen in de eerste plaats een goed rendement. Ze hebben een grote omvang en willen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Bijvoorbeeld in Frankrijk is er het Fonds de Réserve, het pensioenfonds van de Franse overheid. Dat heeft 17 miljard euro onder beheer, en heeft beslist 800 miljoen euro duurzaam te beleggen.'

Zijn dat dan vooral bedrijfsobligaties?

Vermeir: 'Zowel bedrijfs- als overheidsobligaties, maar ook pseudopublieke emittenten zoals bijvoorbeeld de Wereldbank. Voor bedrijfsobligaties volgen we dezelfde politiek als bij de aandelen: de beste bedrijven in hun klasse worden geselecteerd. Voor overheden focussen we op andere zaken: ratificeren en respecteren ze de belangrijke internationale verdragen? Is er een goed functionerende democratie? Bij de pseudopublieke emittenten kijken we naar wat hun mandaat is en hoe ze dat invullen.'

Welke sectoren hebben de jongste tijd de grootste stap voorwaarts gedaan in duurzaam beleid?

Vermeir: 'Dat zijn net de sectoren die het meest onder druk staan, zoals oliebedrijven, chemiebedrijven en mijnbouwbedrijven. Die ondervinden veel druk van de publieke opinie, kennen soms schandalen of ongevallen die de pers halen. Die bedrijven krijgen zelf ook meer oog voor zowel de risico's van vervuiling als de opportuniteiten van daar iets aan te doen. Ik beweer zeker niet dat die sectoren voorlopers zijn op milieuvlak. Maar ze kunnen wel het grootste verschil maken, veel meer dan bijvoorbeeld een mediabedrijf.'

Welke sectoren hebben nog een lange weg af te leggen?

Herinckx: 'De luchtvaartsector is totaal onvoorbereid op een CO2- uitstootnorm. Die bestaat daar nog niet, maar wanneer die van kracht wordt, zal dat een groot probleem vormen. Dat zal de waardering van luchtvaartbedrijven beïnvloeden. We letten daarop. Maar de verschillen tussen de luchtvaartmaatschappijen onderling zijn veeleer klein, zeker niet groot genoeg om op korte termijn verschil te maken op de waardering.'

De markt voor duurzame fondsen groeit fors. Dexia is de marktleider in België, maar de jongste maanden doen Fortis en KBC extra moeite om hun marktaandeel te vergroten. Vreest Dexia daarvoor?

Vermeir: 'De markt groeit, en dat is voor mij het belangrijkste. Dat vind ik goed nieuws. Wij zijn er in 1996 mee begonnen. Duurzaam beleggen wordt meer en meer mainstream, terwijl het vroeger een zeer beperkte niche was waarin wij een grote speler waren. Het is dan logisch dat je procentueel een beetje achteruitgaat. Wat wij belangrijk vinden, is dat we nog steeds een sterke groei neerzetten.' Wouter KONGS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud