'Europese milieunormen drijven creativiteit op'

(tijd) - 'Milieunormen drijven de creativiteit op en bezorgen talrijke Europese bedrijven een lengte voorsprong op hun concurrenten', zegt milieuspecialist Samuele Furfari. Hij verdedigt met overtuiging de waterval van milieureglementeringen van de Europese Commissie.

Samuele Furfari: 'Zonder de Europese verplichting groene stroom te produceren en de toelating van subsidies, zouden windmolens nooit op de markt geraakt zijn.' Foto: Nima Ferdowsi

'Duurzaamheid' lijkt wel de nieuwe bestaansreden of de nieuwe identiteit van de Europese Unie. Dreigt de waterval van Europese milieuwetten en -regels de concurrentiekracht te verstikken? Of zullen ze net de motor zijn voor een nieuwe groei? Samuele Furfari, adjunct-directeur van de beleidsafdeling voor regulering en promotie van duurzame energie van de Europese Commissie, is duidelijk overtuigd van het tweede.

Om het milieu te beschermen legt de Europese Unie de wettelijke basis voor steeds strengere normen voor de bedrijven. Loopt ze daarmee niet het gevaar hun concurrentievermogen aan te tasten?

Samuele Furfari: 'Het is waar dat de EU bepaalde sectoren tegen het zere been schopt, maar achteraf blijkt toch maar vaak hoeveel toegevoegde waarde die normen hebben gecreëerd. Nemen we het voorbeeld van de koelkasten: toen de Europese Commissie een label wilde opleggen inzake energierendement (een quotering van A tot G) brak een storm van protest los. De sector bestempelde de maatregel als gevaarlijk en destabiliserend voor de markt. Enkele jaren later stellen we niet alleen vast dat de meeste koelkasten het label 'A' dragen, maar dat er zelfs nog hogere categorieën worden gecreëerd (A+ en A++) als antwoord op de technologische vooruitgang bij de constructeurs. Het label is een verkoopargument geworden, zowel bij milieubewuste consumenten als bij hen die vooral oog hebben voor hun portefeuille. Europa heeft dus een dubbele doelstelling bereikt: ze verlaagt de uitstoot van broeikasgassen, en ze stimuleert de innovatie. We mogen immers niet vergeten dat al die maatregelen passen in het kader van de Lissabonstrategie, die van de EU de meest concurrerende regio ter wereld wil maken op basis van nieuwe technologieën en knowhow. En het is precies dankzij de opgelegde normen dat de constructeurs van Europese koelkasten een lengte voorsprong op hun buitenlandse concurrenten hebben behaald.'

Maar het is niet altijd even rooskleurig.

Furfari: 'Natuurlijk niet. Maar de verbintenissen van de Europese Unie in het kader van het Kyotoverdrag maken dat zij initiatieven moet nemen, dat zij een complexe strategie moet hanteren waarover niet alle sectoren even verrukt zijn. Met de komst van de CO2-uitstootrechten zien bijvoorbeeld de cementfabrieken zich voor aanzienlijke meerkosten geplaatst, aangezien het chemische proces voor de productie van cement nu eenmaal heel wat CO2 genereert. In dat geval bezorgen de Europese normen de Indiase cementfabrieken een concurrentievoordeel op hun Belgische tegenhangers.'

Wat antwoordt de Europese Commissie aan ondernemers die stellen dat die maatregel voor hen de doodsteek betekent?

Furfari:

'Neem maatregelen om elders de kosten te verlagen. Je kan niet alles hebben: de EU heeft zich ertoe verbonden de uitstoot van kooldioxide tegen 2020 met 20 procent terug te dringen, zij kan dan ook moeilijk duimendraaiend blijven toekijken. Ze pakt dus in eerste instantie de grootste vervuilers aan, en het is aan hen om deze uitdaging om te buigen tot een opportuniteit en voluit voor de Lissabondoelstellingen te gaan. Maar het moet duidelijk zijn dat het onze bedoeling is de bedrijven in beweging te krijgen.'

Er rijst de jongste jaren steeds meer protest tegen de stortvloed aan (en de complexiteit van) de Europese milieuwetgeving. Gaat Europa hier niet wat te ver?

Furfari: 'Het is waar dat het wetgevende overaanbod een algemene trend is. We hebben een fase van wetgevende hyperactiviteit gehad om de voorwaarden van de eengemaakte markt te creëren. Dat was toen ook nodig, maar we mogen nu inderdaad wel op de rem gaan staan. Daarom is betere in plaats van meer wetgeving nu een van de prioriteiten van de Commissie- Barroso. Met andere woorden, enerzijds 'sorteren', dus bijvoorbeeld achterhaalde wetgeving afschaffen, en anderzijds geen richtlijnen uitvaardigen die niet absoluut onmisbaar zijn, en waar mogelijk de voorkeur geven aan alternatieven (vrijwillige afspraken met de industrie enz.). Dat gezegd zijnde, mogen we ook niet blind zijn voor het feit dat het vaak de wetgeving is die de zaken in beweging zet.'

U had het over koelkasten. Zijn er nog andere voorbeelden?

Furfari: 'Zeker, de windmolens. 25 jaar geleden kwamen ze voor het eerst ter sprake, en gedurende 20 jaar hebben we de technische ontwikkeling gestimuleerd. Maar zonder een wetgevend duwtje van Europa - de verplichting groene stroom te produceren en de toelating van subsidies - zouden ze nooit op de markt geraakt zijn. Ze waren gewoon te duur. Als je de markt laat doen, komt er voor het milieu nauwelijks schot in de zaak. Of neem nu de centrales met gasturbines: de druk op de elektriciteitsproducenten heeft hen ertoe gebracht een koelsysteem met watergordijn te ontwikkelen om het rendement op te voeren. En in hoeveel tijd heeft deze installatie zichzelf terugverdiend? In twee maanden. Daaruit blijkt nog maar eens dat er een buitengewoon potentieel aan energiebesparingen is, maar het moet wel gestimuleerd worden.'

Wat vindt u van de druk van de lobbygroepen?

Furfari: 'Wat energierendement betreft, ondervinden we nauwelijks enige druk: vrijwel iedereen is het erover eens dat het een principe van gezond verstand is, zowel economisch als voor het milieu. Het probleem ligt veeleer in de duurzame energie, die nu eenmaal duurder is dan fossiele energie. Maar de EU heeft zich ertoe verbonden 20 procent van haar energie tegen 2020 te produceren uit duurzame bronnen, en dat zal niet lukken zonder normen en doelstellingen op te leggen. Het zijn echter ook lang niet alleen de industriële sectoren die lobbyen. De doelstellingen van de lidstaten liggen niet altijd in het verlengde van die van de Commissie. Zij hebben immers meer oog voor directe tewerkstelling, verkiezingen, enzovoort. Wij werken dan weer met een totaalvisie, globale strategieën voor de toekomst. Maar het eindresultaat van dat alles is dat de Commissie beetje bij beetje alle betrokkenen naar een nieuw economisch systeem leidt, gebaseerd op duurzame ontwikkeling.'

Frédéric ROHART

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud