Aanvoerketenbeheer volgende stap in concurrentiestrijd

Vele bedrijven hebben hun productiesystemen de voorbije jaren geperfectioneerd maar stellen nu vast dat een goedwerkende aanvoerketenbeheer de nieuwe stap is om de concurrentiekracht voort te verbeteren. Dat vergt een goede coördinatie met de leveranciers (stroomopwaarts) en de klanten (stroomafwaarts). De Belgische bedrijven uit de metaalverwerkende sector doen het goed in vergelijking met bedrijven uit andere landen. Het valt op dat zij soepel inspelen op de sterke schommelingen in de vraag. Dat blijkt uit de pas gepubliceerde resultaten van de International Manufacturing Strategy Survey (IMSS).

De resultaten van de IMSS werden dinsdag voorgesteld tijdens de conferentie 'Supply chain management in de praktijk' van de ondernemingsorganisatie Agoria Vlaanderen en de Vlerick Leuven Gent Managementschool. Agoria verenigt de technologische industrie in Vlaanderen. De Vlerick Leuven Gent Managementschool verzorgde het Belgische gedeelte van het IMSS-onderzoek dat in 2000 startte.

Het Vlerick-team stond onder de leiding van professor Ann Vereecke. Het IMSS-onderzoek is een internationaal project dat de productiestrategie, de aanvoerketenstrategie en de prestaties van metaalverwerkende bedrijven in België, Denemarken, Duitsland, Hongarije, Italië, Ierland, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk onderzocht. Er namen 371 bedrijven deel, waaronder 19 in België gevestigde bedrijven.

Concurrentieel produceren helpt om orders af te snoepen van concurrenten maar concurreren kan op vele gebieden die niet allemaal even relevant zijn voor de klant. 'De concurrentiële omgeving wordt steeds complexer', beklemtoont professor Ann Vereecke. 'Vroeger concurreerden de ondernemingen door uit te munten op een beperkt aantal terreinen, maar het huidige ondernemersklimaat dwingt ze uit te munten op zowat alle vlakken. De ondernemingen moeten een breed gamma producten van superieure kwaliteit aanbieden, met goede service, met korte en betrouwbare leveringstijden, zonder prijsverhoging en dus ook zonder substantiële verhoging van de kosten. Zij investeren ook in milieuzorg hoewel zij dat niet aanzien als een kritieke factor in de concurrentiestrijd'.

Voor de Belgische bedrijven primeren de leveringssnelheid, de kwaliteit, de kostprijs en de dienstverlening bij de keuze van een leverancier. Dat blijkt uit het IMSS-onderzoek. Bij de andere bedrijven in Europa worden dezelfde topvier criteria gekozen, aangevuld met betrouwbaarheid van levering. De Belgische bedrijven verwachten dat betrouwbaarheid van levering, flexibele leveringshoeveelheden, innovatie en milieuzorg zeer belangrijke criteria worden.

Tussen het belang dat een onderneming aan deze selectiecriteria hecht en de toepassing in de praktijk ligt vaak nog een kloof. De Belgische bedrijven maakten een grote vooruitgang maar de opmerkelijkste verbetering is de veel hogere volumeflexibiliteit. 'Wij denken dat de Belgische bedrijven - teneinde de concurrentie voor te zijn - sterke vooruitgang zullen boeken op de terreinen die zij als zeer belangrijk achten voor de toekomst', zegt professor Ann Vereecke.

Even opmerkelijk en tegelijk verontrustend is volgens haar de vaststelling dat de twee criteria waaraan de Belgische bedrijven het grootste belang hechten, kwaliteit en leveringssnelheid, niet de sterkste verbetering vertonen.

Kwaliteit gaat vaak gepaard met certificatie. De verwerving van een ISO 9000-certificaat is in België veel minder populair dan in Europa en het ISO 14000-certificaat is haast onbestaande. De Belgische bedrijven tonen zich erg flexibel om aan de vaak forse schommelingen van de vraag te voldoen. 'Wij zijn heel flexibel in planning en in het gebruik van arbeid en hebben korte doorlooptijden', licht Ann Vereecke toe. 'Dat verklaart waarom de Belgische bedrijven beter in staat zijn om op bestelling te produceren. De bedrijven uit de andere Europese landen maken veel meer gebruik van dure voorraden van afgewerkte producten om aan de vraagschommelingen te voldoen.' De computerproducent Dell is het Amerikaanse voorbeeld van een 'mass customizer', die grote hoeveelheden computers assembleert op maat van de klant.

Het onderzoek geeft aan dat 10 procent van de Belgische bedrijven uit voorraad levert (tegen 19 procent voor Europa) en 28 procent levert op bestelling (tegen 15 procent voor Europa). De Belgische bedrijven beschikken over een voorraad eindproducten van minder dan 20 dagen terwijl de Europese bedrijven met hun voorraad gemiddeld iets meer dan 40 dagen aan de vraag kunnen voldoen.

De assemblage van producten op bestelling van veeleer gestandaardiseerde productonderdelen is veel meer ingeburgerd bij bedrijven in België. Volgens Ann Vereecke zijn de Belgische bedrijven daardoor zeer goed in staat om 'mass customizer' te worden, dat zijn producenten die in grote hoeveelheden maatwerkproducten maken.

De invoering van nieuwe werkmethoden en technologieën valt dan weer tegen bij de Belgische metaalverwerkende bedrijven. Zij nemen een neutrale houding aan en staan er veel minder voor open dan de andere bedrijven in Europa. Aanmoedigingssystemen liggen niet goed in de markt, zeker als het collectieve aanmoedigingssystemen zijn die goed teamwerk belonen. Bovendien blijkt de organisatiestructuur in de Belgische bedrijven stroever dan elders in Europa.

De vrij vijandige houding in België tegenover nieuwe beloningssystemen valt niet meteen af te leiden van de syndicaliseringsgraad in elk land. In Zweden en Denemarken is respectievelijk 89 en 86 procent van de werknemers van de onderzochte metaalbedrijven lid van een vakorganisatie. In België is dat slechts 52 procent.

'De percentages zeggen niet veel, wat telt is de vraag of de vakbonden coöperatief zijn. In de Scandinavische landen zijn ze dat meer dan in België', vindt Ann Vereecke. 'Incentives zijn er in België vooral voor de kaderleden; bij 67 procent van de kleine groep bedrijven die incentives hebben, worden ze individueel toegekend'.

De samenwerking met klanten en leveranciers om de aanvoerketen te stroomlijnen staat nog in de kinderschoenen. Het gebeurt vooral met de leveranciers en veel minder met de klanten. Deze conclusie geldt zowel voor de Belgische en de andere Europese bedrijven. 'Als het tot samenwerking komt, dan ligt de klemtoon hoofdzakelijk op de deling van informatie', zegt Ann Vereecke. De informatiecoördinatie bereikt zowel op Belgisch als op Europees vlak een vrij hoog peil (iets meer dan 3 op een schaal tot 5). Informatiecoördinatie omvat deling van informatie over voorraadniveaus, planningsbeslissingen, vraagvoorspellingen en afspraken over het leveringsritme. Standaardisering scoort even hoog in België maar minder hoog in Europa. Standaardisering omvat de afspraken met klanten en leveranciers over standaardverpakkingen of containers. De structurele coördinatie gaat het verst maar is ook het minst verspreid in België en Europa. Zij omvat de gezamenlijke vestiging van fabrieken of het voorraadbeheer door de leverancier.

International Manufacturing Strategy Survey in Belgium and Europe, Ann Vereecke, Evelyne Vanpoucke, Els Pandelaere, Vlerick Leuven Gent Management School en Universiteit Gent, 31 pagina's, Academia Press, ISBN 90382 0552 X - www.vlerick.bebarbara.peene@vlerick.be

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud