Als de uitzendkracht iets overkomt

Uitzendkrachten zijn er om tijdelijke afwezigheden of werkpieken op te vangen. Vaak is een uitzendkracht te weinig vertrouwd met de productieprocessen in een onderneming. Daarom wordt uitzendarbeid nogal eens geassocieerd met arbeidsongevallen. Belangrijk is dat u als werkgever-gebruiker de overeenkomst met het uitzendbureau goed naleest. Daarin moet staan dat de uitzendkracht en de verzekeraar van arbeidsongevallen geen vordering zullen instellen in geval van een arbeidsongeval.

Niet alleen wanneer een ongeval voorvalt tijdens het werk, spreken we van een arbeidsongeval. Ook na de werkuren kan daar sprake van zijn, namelijk wanneer het letsel het gevolg is van het uitoefenen van een job. Om de financiële gevolgen van een arbeidsongeval te kunnen dragen, is elke werkgever verplicht een verzekering tegen arbeidsongevallen aan te gaan. Die betaalt aan het slachtoffer een forfaitaire schadevergoeding.

De getroffen werknemer heeft aanvullend het recht een vordering in te leiden tegen de aansprakelijke van het ongeval. Een vordering kan ingesteld worden tegen de werkgever (zijn lasthebber of aangestelde) of een derde, maar alleen als die opzettelijk het ongeval veroorzaakte. Het gaat hier om het principe van 'burgerlijke immuniteit'.

Deze vordering kan betrekking hebben op de vergoeding van materiële schade. Ook morele schade kan evenwel gevorderd worden. Het kan gaan om de vergoeding van pijn en smart, gederfde levensvreugde, het verlies van seksuele bevrediging, het verlies van een bloed- of aanverwant en genegenheidschade wegens het zien lijden van een geliefde. Onder morele schade verstaan we ook esthetische schade. Tot slot kan ook vergoeding worden gevraagd voor de verminderde mogelijkheid tot vrijetijdsbesteding of het verrichten van een bijverdienste.

Een uitzendbureau neemt een uitzendkracht in dienst om die uit te sturen naar een gebruiker om daar arbeid te leveren. De uitzendkracht is dan ook iemand die ter beschikking wordt gesteld van een of meerdere gebruikers. Het uitzendbureau is hierbij de werkgever. De gebruiker gaat geen overeenkomst aan met de uitzendkracht, wel met het uitzendbureau. Deze overeenkomst maakt het mogelijk dat de gebruiker feitelijk gezag uitoefent over de uitzendkracht, waaronder de mogelijkheid bevelen te geven. Aangezien de gebruiker bevelen geeft aan de uitzendkracht, is het belangrijk dat de uitzendkracht de aangestelde is van de gebruiker-aansteller. De regel dat de aansteller aansprakelijk is voor de handelingen gesteld door zijn aangestelde is bekend.

Het gebeurt dat een uitzendkracht, net zoals elke werknemer, bij de gebruiker fouten maakt waardoor schade ontstaat. De uitzendkracht moet hiervoor geen aansprakelijkheid dragen. Dit zal pas het geval zijn bij bedrog, zware schuld of gewoonlijke lichte fouten.

Interessant is de vraag of het uitzendbureau contractueel aansprakelijk kan worden gesteld. Een uitzendbureau verbindt zich er immers toe 'gekwalificeerde' werknemers ter beschikking te stellen van de gebruiker. De werknemer moet voldoende beroepsbekwaamheid hebben om een opdracht naar behoren uit te voeren. Aangenomen wordt dat er pas aansprakelijkheid is indien het bureau duidelijk onzorgvuldig was bij het selecteren van het personeel. Dit is natuurlijk anders wanneer een officiële bekwaamheid vereist is, bijvoorbeeld een rijbewijs om een vrachtwagen te besturen. Een uitzendbureau moet dan wel nagaan of een uitzendkracht beschikt over dit rijbewijs. Het bureau moet niet nagaan of de kracht ook daadwerkelijk behoorlijk stuurt en geen brokkenpiloot is.

Stel dat een uitzendkracht een arbeidsongeval veroorzaakt aan een van de vaste werknemers van de gebruiker. We gaan ervan uit dat het om een onvoorzichtigheid gaat en niet een zware of moedwillige fout.

In dat geval heeft de werknemer uiteraard recht op een schadevergoeding. Deze wordt voldaan door de arbeidsongevallenverzekeraar. De werknemer-slachtoffer kan zich evenwel niet richten tot de uitzendkracht omdat deze de aangestelde is van de werkgever. Immers, niet alleen de werkgever maar ook zijn aangestelden genieten van de zogenaamde 'burgerlijke immuniteit'. De werknemer-slachtoffer zal zijn forfaitaire schadevergoeding dan ook niet verhoogd zien.

Ook een uitzendkracht, wanneer hij bij de gebruiker het slachtoffer wordt van een arbeidsongeval, heeft recht op een forfaitaire schadevergoeding ten laste van de arbeidsongevallenverzekeraar. In principe moet hier ook het principe van 'burgerlijke immuniteit' spelen, ware het niet dat de gebruiker niet de werkgever is van de uitzendkracht. De uitzendkracht kan dus een vordering instellen tegen de gebruiker, als was die de feitelijke werkgever. De werknemers van de gebruiker kunnen eveneens aangesproken worden. Erger nog, ook de arbeidsongevallenverzekeraar zal daarom ten aanzien van de gebruiker kunnen terugvorderen wat hij betaalde aan de uitzendkracht.

Het voorgaande leidt tot een merkwaardige situatie. Elke werkgever moet een arbeidsongevallenverzekering aangaan en betaalt daarvoor premies. Bij een arbeidsongeval bij een vaste werknemer is de werkgever wettelijk beschermd tegen een vordering van zijn werknemer ('burgerlijke immuniteit'). Wanneer hij een uitzendkracht tewerkstelt, is dit niet het geval. De juridische werkgever is immers het uitzendbureau. Hoewel in de kostprijs van de uitzendkracht de premie voor de arbeidsongevallenverzekering wordt doorgerekend, loopt de gebruiker dus het risico door de uitzendkracht-slachtoffer aangesproken te worden.

Precies om dit risico te vermijden is het cruciaal dat in de overeenkomst tussen de gebruiker en het uitzendbureau is bepaald dat als de uitzendkracht een arbeidsongeval overkomt, zowel de uitzendkracht als de arbeidsongevallenverzekeraar afstand doen van hun verhaal tegen de gebruiker.

Advocaat De Meulemeester & Partners in Gent

dirk.de.meulemeester@online.be of advocaten.ddm@online.be

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud