Arbeidsinspectie staat voor omwenteling

Jaarlijks teisteren 240.000 arbeidsongevallen met werkverlet de vloer. Gemiddeld 30.000 van die ongevallen hebben ernstige gevolgen. Deze werknemers worden gedeeltelijk invalide of zijn minstens voor een maand out. Blijkt dat de verzekeringsmaatschappijen voor dit fenomeen telkenjare voor een bedrag van 1 miljard euro compensaties aan hun verzekerden uitkeren. Bovendien maakt het jaarverslag van de Administratie voor Arbeidsveiligheid duidelijk dat er de laatste vijf jaren niet de minste positieve evolutie te merken valt. Voor directeur-generaal Marc Heselmans kan dit niet verder zo. Hij formuleert drastische maatregelen en wil dat de bedrijven die de regelgeving inzake arbeidsveiligheid aan hun laars lappen, zelf voor de kosten opdraaien.

Professor Marc Heselmans wil in eerste plaats de bovenstaande cijfers nuanceren: 'Arbeidsongevallen kosten meer dan de 1 miljard euro die de verzekeringsinstellingen uitkeren. Britse studies hebben uitgewezen dat, als je alle schadegevallen in rekening brengt, dat je dat bedrag met een factor 2,5 tot 5 mag vermenigvuldigen. Bovendien zijn de arbeidsongevallen die tot werkverlet leiden, de top van de ijsberg. In verhouding tot één dergelijk arbeidsongeval vinden in een bedrijf per jaar 30 'EHBO-ongevalletjes plaats. Veel kost zoiets niet, zou je denken. Nee, maar intussen is de getroffen werknemer voor twee uur buiten strijd. Hetzelfde geldt voor de collega die hem of haar verzorgt. En dan heb je nog een paar andere werknemers die het voorval hebben zien gebeuren en voor de rest van de dag onder de indruk zijn.'

Wat Marc Heselmans het meest de ogen uitsteekt, is het feit dat ons land inzake veiligheid op het werk de laatste vijf jaren geen enkele verbetering realiseerde: 'We hebben 30.000 bedrijven onderzocht op de naleving van de regelgeving omtrent arbeidsveiligheid. Dit deden we op basis van een aantal indicatieve voorschriften. Wat blijkt? Geen enkele verbetering merkbaar. Dit kan voor mij niet zo verder. Wat heeft het voor zin om onder druk van Europa continu nieuwe regels te creëren, als we geen inspanningen leveren om de bestaande te doen naleven?'

Waaraan is dit gelegen? Over de reden waarom onze bedrijven slecht scoren op het vlak van arbeidsongevallenpreventie bestaat geen wetenschappelijk onderzoek. Maar Marc Heselmans heeft wel vermoedens en formuleert meteen een concrete aanpak. 'De eerste reden is dat de bestaande regelgeving voor heel wat bedrijven te omvangrijk is om die te kunnen toepassen,' meent Heselmans. 'Beter zouden we voor de sectoren en specifieke bedrijfsactiviteiten een aangepaste codex aangevuld met niet-bindende aanbevelingen samenstellen. Bovendien is er een belangrijke adviserende rol weggelegd voor typische ondersteuningsorganenen als de Kamers voor Handel en Nijverheid, de collectieve centra voor wetenschappelijk onderzoek van de verschillende sectoren en de Vormingsinstituten.'

'Een tweede reden is dat de regelgeving zware kosten voor de bedrijven met zich meebrengt, terwijl de sanctie niet in verhouding tot die dure factuur staat,' vervolgt Heselmans. 'Het naleven van de preventieregelgeving brengt op langere termijn op. Maar een KMO'er redeneert zo niet. Stel je een dakwerker met één medewerker voor. Die moet een valbeveiliging aankopen, een investering van rap meer dan 5.000 euro. Maar de kans dat een ongeval gebeurt, is statistisch 1 keer op de 10 jaar. Voor die dakwerker is dat de lange termijn en koopt het beveiligingsmateriaal niet aan. Het probleem is evenwel dat de economische gevolgen van de wetgeving haaks staan op het termijnperspectief van de ondernemingen. Mijn voorstel is om het economische tijdsperspectief te verkorten door economisch te sanctioneren bij niet-naleving. We moeten ons immers niet schamen om als overheid de bedrijven die zich niet conformeren, onder druk te zetten.'

Zijn het dan vooral de kleinere bedrijven die de preventieregelgeving aan hun laars lappen? 'Nee,' zegt Marc Heselmans. 'Maar wel is het zo dat zij vaak niet beschikken over de deskundigheid en de cultuur om met deze regels om te gaan. Dit is geen verwijt. Beter zou de regelgever zich aan de cultuur van de kleinere ondernemingen aanpassen door op korte termijn economisch te sanctioneren: door de overtreder zelf een retributietaks te laten betalen valt. Op termijn heeft dat bedrijf er trouwens economisch baat bij om de preventieregels toe te passen. De rol van de overheid bestaat erin te sanctioneren en te controleren. Het systeem is geënt op dat van de autokeuring: telkens de overtreder zich niet conformeert, moet hij op korte termijn een retributie betalen. Dit retributiesysteem zie ik evenwel louter toepasbaar voor de overtreding van die wettelijke voorschriften die nauw met ongevallenpreventie verbonden zijn.'

Heselmans vindt dit systeem uitermate belangrijk: 'Ik meen dat gemeenschapsgeld moet dienen voor de ondersteuning van bedrijven die goed scoren op vlak van preventie en niet voor het in stand houden van een repressieapparaat. Daarom zou degene die de overheid verplicht om op te treden, zelf moeten betalen. Eigenlijk wil ik het zelfs populistisch vertalen: het kan nooit kwaad om in de opvoeding hardhandig op te treden. Trouwens, repressie is enkel nodig voor een heel beperkte groep, een harde kern die zich van de veiligheidswetgeving niks aantrekken. Het is niet met de algemene middelen dat je die groep over de streep trekt. Nee, je moet gebruik maken van een systeem van intensieve begeleiding die door middel van een retributietaks gefinancierd wordt.'

Deze harde aanpak veronderstelt ook een opgedreven controle. 'Hiervoor hebben we met een modelproject testen uitgevoerd,' zegt heselmans. 'In Vlaams-Brabant heeft een groep arbeidsinspecteurs met digitale camera's overtredingen gefotografeerd. De dag erna werd de foto met de vermelding van het overtreden wetsartikel naar de betreffende onderneming gemaild en de opdracht om aan de toestand te verhelpen. Dergelijk systeem werkt een stuk sneller dan het opstellen van een schriftelijk rapport. Weliswaar zijn er nog twee problemen. Ten eerste ontbreekt nog steeds de digitale handtekening. Ten tweede is er de kostprijs van de ADSL-lijnen.'

Ongevalpreventie heeft alles te maken met de professionalisering van de organisatie. Maar het is evident dat KMO's of bedrijven in de stichtersfase niet hetzelfde niveau van bedrijfsbeheersing als een onderneming in de managementfase bereiken. 'Dat hoeft niet meteen een probleem te zijn,' stelt Heselman. 'Bij gebrek aan een structurele aanpak van de preventie kunnen KMO's door de externe Dienst voor Preventie en Bescherming een beheersplan laten opstellen en zo de nodige knowhow binnenhalen. Maar zo ver staan we nog niet. Momenteel bestaat deze dienst door de historische evolutie hoofdzakelijk uit arbeidsgeneesheren. Er is een groot tekort mensen met competentie op het vlak van organisatie.'

Als het van hem afhangt, heeft Marc Heselmans nog een hele resem maatregelen voor de verbetering van de preventie in de bedrijven in petto: 'Ik ben er voorstander van om in alle sectoren charters met absolute prioriteiten af te sluiten. Ook wil ik pleiten dat de sectoren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen en verdergaan dan de prioriteiten die mijn administratie oplegt. Zo kunnen grote bedrijven hun preventieknowhow op hun website of in voordrachten ter beschikking stellen. Een juridische waarde heeft het charter niet, maar de bedrijven die zich inschrijven onderwerpen zichzelf wel aan een sociale controle. Het is eerder een manier om aan zelfbewaking te doen.'

'Wij, als overheid, zijn bereid om de goede bedrijven faciliteiten te verlenen,' vervolgt de directeur-generaal. 'Voor bedrijven die het charter onderschrijven en over een degelijke interne of externe preventieadviseur beschikken, zou het moeten mogelijk zijn om van de Belgische regelgeving af te wijken als zij een evenwaardige code aangepast aan de eigenheid van de onderneming kan voorleggen. Daarmee zouden we de bedrijven omwille van hun deskundigheid kunnen belonen. Nu bestaat die afwijkingsmogelijkheid enkel bij de wet omtrent brandveiligheid, opgemaakt naar aanleiding van de brand van de Innovation. Die afwijking moet echter door een Koninklijk Besluit worden toegestaan. De administratieve weg is dus te lang. Ik stel voor dat een meldingsplicht voor de onderneming volstaat. Wanneer de overheid niet binnen de maand reageert, is die afwijking dan een verworven recht. Met die versoepeling pleit ik om problemen op te lossen door te investeren in deskundigheid in plaats van in specifieke regels.'

Marc Heselmans ziet ook het nut van veiligheidscertificaten, maar wil geen administratieve draak creëren: 'In de chemische sector besteden bedrijven enkel werk uit aan aannemers die een veiligheidscertificaat kunnen voorleggen. Die certificaten worden verleend door privé-instellingen waar in het college van deskundigen de overheid en de bedrijven zijn vertegenwoordigd. En dit systeem levert goede resultaten. In de Welzijnswet is er een artikel dat het mogelijk maakt om te verhinderen dat opdrachtgevers werk uitbesteden aan aannemers waarvan ze weten dat ze niet aan veiligheidsbeheersing doen. Ik zou dit liever in een charter ingebed zien, eerder dan te werken met certificaten.'

Marc Heselmans hecht tevens enorm veel aandacht aan scholing en de rol van de universiteit: 'Een van mijn meest drastische voorstellen is om bedrijven te verbieden stageplaatsen aan te bieden aan scholen die veiligheid niet in hun opleiding integreren. Zo zou de situatie nogal rap veranderen natuurlijk. Maar ik kijk ook in de richting van de universiteiten die de docenten van de toekomst afleveren. Jaren mogen we proberen om elementen rond veiligheid en preventie in de cursussen te integreren, dat lukt ons nooit. Enige resultaten bereiken we door geld voor research vrij te maken. Dan zie dat de resultaten van het onderzoek het jaar erop in de curricula worden opgenomen. Maar besluiten wil ik met de vaststelling dat er in België nog steeds geen werk wordt gemaakt van een instituut voor onderzoek inzake veiligheid en preventie. Daarmee staan we in Europa helemaal alleen.'

Op het vlak van veiligheid scoren de bouw- en de transportsector traditioneel het slechtst. Maar het afsluiten van een veiligheidscharter, zoals Marc Heselmans het graag ziet, is in de bouwsector niet meer veraf. Momenteel loopt een grootscheepse campagne, georganiseerd door het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het bouwbedrijf (NAVB). De slogan heeft, net als het beeld van een pittig ogende jongedame met ruim décolleté, alleszins al de aandacht getrokken: 'Bouwvakkers denken gemiddeld om de37 seconden aan seks. En aan veiligheid?' Carl Heyrman, directeur-generaal van het NAVB: 'We merkten dat sedert 1997 het aantal arbeidsongevallen in de sector stagneerde. Bovendien bedroeg het aantal dodelijke slachtoffers 30, tegenover 23 de jaren ervoor. Nu in mei vorig jaar de coördinatiewetgeving in voege is getreden, wilden we een brede campagne voeren. We richten ons niet enkel tot de klassieke partners, de aannemers en bouwvakkers, maar ook de architecten, de ontwerpers en de bouwheren. We zijn op 20 februari gestart met een communicatiegolf op radio, TV en in de printmedia. Voorts hebben we voor de verschillende partners acties ontwikkeld. Bedoeling is dat zij een charter onderschrijven en zichzelf op de website (www.navbcnanc.be) bekendmaken. Dit laatste initiatief is een instrument voor sociale controle. Bedoeling is dat opdrachtgevers enkel met veilige aannemers werken. Die aannemers zouden dus op de website moeten te vinden zijn. De campagne loopt nog tot juni 2003. Daarna volgt de evaluatie.'

Geert VANDEPITTE

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud