Besturen: voortaan een hachelijke onderneming?

Al geruime tijd kan ook een rechtspersoon bestuurder zijn in een andere vennootschap. Naast redenen van sociaal- of fiscaalrechterlijke aard, was ook de afwenteling van eventuele bestuurdersaansprakelijkheid op een vennootschap een belangrijke reden voor een dergelijke constructie. De zogenaamde corporate-governancewet van 2 augustus 2002 wijzigt deze praktijk grondig. Voortaan moet de rechtspersoon in dat geval een zogenaamde 'vaste vertegenwoordiger' aanwijzen, die dan samen met de rechtspersoon aansprakelijk is.

Met de Wet van 2 augustus 2002 (B.S. 4 september 2002) werden belangrijke nieuwigheden in het wetboek van vennootschappen ingevoegd. Al deze nieuwe maatregelen passen in de zorg van de wetgever voor een betere ondernemingscultuur of 'corporate governance'. In een vorige bijdrage gingen we al in op het wettelijke kader voor het directiecomité; als tweede nieuwigheid komt de zogenaamde vaste vertegenwoordiger aan bod.

Wat zijn de risico's van het mandaat van bestuurder?

Bestuurders lopen steeds meer in de kijker bij de beteugeling van allerlei overtredingen van het vennootschapsrecht. Op fiscaal-, sociaal en milieurechtelijk gebied is zelfs sprake van een ware inflatie van strafbepalingen voor de bestuurders. De recente affaires van Enron en WorldCom in de Verenigde Staten van Amerika tonen nog maar eens aan dat de gevolgen voor de bestuurders ernstige proporties kunnen aannemen. Daarom verkiezen bestuurders in sommige gevallen hun mandaat uit te oefenen door middel van een managementvennootschap. Zo poogt men de strafrechterlijke gevolgen van eventuele bestuurdersaansprakelijkheden te verleggen naar de vennootschap. De wetgever wou deze evolutie een halt toeroepen en de rechten van derden, die schade hebben geleden door het optreden van een vennootschap-bestuurder, verruimen.

Wanneer is de aanstelling van een vaste vertegenwoordiger verplicht?

Telkens wanneer een vennootschap een bestuurdersmandaat uitoefent in een andere vennootschap moet de vennootschap-bestuurder voortaan een 'vaste vertegenwoordiger' aanwijzen. Wanneer de NV A een bestuurdersmandaat waarneemt in de NV B zal de NV A een persoon naar voren moeten schuiven die verder zal doorgaan als haar vaste vertegenwoordiger.

Voor welke vennootschappen geldt deze verplichting?

De verplichting tot het aanwijzen van een vaste vertegenwoordiger in zijn midden geldt voor elke vennootschap die een mandaat van zaakvoerder of bestuurder waarneemt in of lid is van het directiecomité van een andere vennootschap.

In een BVBA bijvoorbeeld kon tot voor kort enkel een natuurlijke persoon de functie van zaakvoerder uitoefenen. Deze gebodsbepaling behoort nu tot het verleden. Sinds de inwerkingtreding van de corporate-governancewet kan ook een andere vennootschap (b.v. een NV) een mandaat als zaakvoerder opnemen in de BVBA. Daarmee komt de BVBA weer een stapje dichter bij de andere vennootschapsvormen, waar deze mogelijkheid al langer bestond.

De vennootschap-bestuurder beslist zelf wie haar vaste vertegenwoordiger uitmaakt. De vennootschap kan de vaste vertegenwoordiger wel op ieder ogenblik vervangen mits ze onmiddellijk voorziet in zijn vervanger. De bestuurder-vennootschap moet de aanstelling en het ontslag van de vaste vertegenwoordiger volgens de gewone regels bekendmaken. Dat houdt in dat deze aanstelling en de latere wijzigingen worden neergelegd ter griffie van de territoriaal bevoegde rechtbank en gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

De vaste vertegenwoordiger moet een vennoot, zaakvoerder, bestuurder of werknemer zijn van de rechtspersoon die hij voor de uitoefening van het mandaat vertegenwoordigt. Wanneer de NV A een bestuurdersmandaat uitoefent in een andere vennootschap NV B, zal de NV A iemand van haar vennoten, bestuurders of werknemers aanwijzen als vaste vertegenwoordiger. Wie de vennootschap in haar midden aanstelt, komt uiteraard toe aan de vennootschap zelf.

Het is evenwel nog niet duidelijk of de vaste vertegenwoordiger een natuurlijke persoon moet zijn. Niettegenstaande uit de voorbereidende werken van de corporate-governancewet blijkt dat dit alleszins de bedoeling was, valt deze vereiste niet met zoveel woorden in de nieuwe wet te lezen. Het lijkt dan ook mogelijk als vaste vertegenwoordiger een andere vennootschap (die bijvoorbeeld aandelen aanhoudt van de vennootschap-bestuurder) aan te wijzen. In dat geval lijkt het opzet een maat voor niets.

Ook de aanstelling van een werknemer als vaste vertegenwoordiger lijkt de verruimde aansprakelijkheid uit te hollen. Werknemers blijven immers in eerste instantie onderworpen aan de arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidsregels. Artikel 18 van de wet op de arbeidsovereenkomsten bepaalt dat een werknemer slechts aansprakelijk kan zijn in geval van opzettelijke fout, zware fout of gewoonlijk voorkomende lichte fout.

Welke aansprakelijkheid rust op de vaste vertegenwoordiger?

De vaste vertegenwoordiger is burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor de rechtspersoon-bestuurder alsof hij zelf de opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou hebben uitgevoerd. Dit alles doet evenwel geen afbreuk aan de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennootschap die men als natuurlijk persoon vertegenwoordigt. De hoofdelijkheid houdt in dat derden zowel de rechtspersoon als de natuurlijke persoon tot vergoeding van eventuele schade kunnen aanspreken. Men veronderstelt als het ware dat niet alleen de rechtspersoon, maar (ook) de vaste vertegenwoordiger rechtstreeks het bestuurdersmandaat uitoefent. Een en ander heeft tot gevolg dat een schuldeiser in bepaalde omstandigheden het persoonlijke vermogen van de bestuurder zal kunnen aanspreken.

Dat laatste geldt evenwel niet voor de vaste vertegenwoordiger die zowel zaakvoerder of bestuurder, als vennoot is in een vennootschap onder firma (VOF), een commanditaire vennootschap, een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid of in een commanditaire vennootschap op aandelen (CVA). De vaste vertegenwoordiger van dergelijke vennootschappen is niet persoonlijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap waarin de rechtspersoon tegelijkertijd zaakvoerder of bestuurder en vennoot is. De reden is dat een CVA dikwijls wordt gehanteerd in het kader van de overdracht van familieondernemingen. Naar verluidt wou de wetgever deze manier van werken niet ontmoedigen.

De nieuwe regeling is op 1 september 2002 in werking getreden. Elke vennootschap-bestuurder heeft er dan ook alle belang bij zich zo spoedig mogelijk aan te passen aan deze nieuwe wetgeving. Voorlopig is immers nog niet duidelijk wat de gevolgen zijn wanneer een rechtspersoon-bestuurder geen vaste vertegenwoordiger in zijn midden aanwijst. Zijn alle bestuurders van deze bestuurder-vennootschap dan medeaansprakelijk? Of meer nog, kan de vergadering van de raad van bestuur nog wel rechtsgeldig plaatsvinden? Vooraleer een rechtspersoon-bestuurder nog deelneemt aan enige beslissing, kan men best even nakijken of deze in zijn midden al een vaste vertegenwoordiger heeft aangewezen.

Advocaat-vennoot bij Dauginet & Co in Antwerpen.

E-mail: vanbelle@dauginet.com, website: www.dauginet.com

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud