'Btw-eenheid niet voor elke groep een mirakeloplossing'

Belgische vennootschappen in dezelfde groep hoeven elkaar voortaan geen btw meer aan te rekenen. Daarvoor kunnen ze vanaf 2 april een btw-eenheid oprichten. Toch is het langverwachte stelsel niet voor alle bedrijven en sectoren even voordelig, stelt de specialist fiscaal recht Thierry Charon.

(tijd) De btw-eenheid betekent dat bedrijven die deel uitmaken van eenzelfde groep geen btw meer moeten aanrekenen voor de producten of diensten die ze onderling leveren. Bovendien moet er maar één btw-aangifte worden ingediend voor de hele groep.

De btw-eenheid kwam er onder meer na enig aandringen van Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector. Naast kmo's met een patrimoniumvennootschap en vastgoedpromotoren kunnen vooral de banken en verzekeraars voordelen uit het systeem putten. Waarom? Nogal wat banken en verzekeraars brachten hun ondersteunende diensten, zoals de administratie of de ICT-afdeling, onder in aparte dochtervennootschappen. Wanneer die filialen hun diensten aan andere vennootschappen van de groep factureren, moeten ze 21 procent btw aanrekenen. Maar het gros van de diensten die de banken en verzekeraars op hun beurt aan de consumenten leveren, zijn niet aan btw onderworpen.

'In feite worden de financiële instellingen op die manier behandeld als een eindconsument. De btw die ze moeten betalen op de aan hun geleverde diensten, vormt dus een extra kostenfactor aangezien ze die btw niet of slechts gedeeltelijk in aftrek kunnen brengen. Daardoor ontstond een concurrentieel nadeel omdat 13 andere EU-lidstaten, waaronder Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, eerder al de btw-eenheid hadden ingevoerd', legt de fiscalist Thierry Charon van Loyens belastingconsulenten uit. 'Door de btw-eenheid worden ondernemingen niet langer fiscaal afgestraft omdat ze bepaalde ondersteunende diensten onderbrengen in een aparte juridische structuur.'

Beperkingen

Charon wijst wel op een aantal belangrijke beperkingen. 'Wanneer een onderneming uit een groep een beroep doet op een externe dienstverlener, zal die wel degelijk nog 21 procent btw moeten betalen. Het voordeel van de btw-eenheid werkt immers alleen tussen bedrijven die financieel, economisch en organisatorisch met elkaar verbonden zijn.'

Een andere belangrijke beperking is dat alleen in België gevestigde bedrijven deel kunnen uitmaken van de btw-eenheid. 'Buitenlandse filialen van Belgische bedrijven komen niet in aanmerking', verduidelijkt Charon. Grensoverschrijdende transacties vallen dus uit de boot. Ondernemingen kunnen dat probleem omzeilen door (opnieuw) een Belgisch filiaal op te richten van bijvoorbeeld hun ICT-dochter in India. 'Maar zover zal het niet komen', waarschuwt Charon. 'Het staat nu al vast dat de fiscus dat achterpoortje dicht zal timmeren.'

De bedrijven die tot de btw-eenheid toetreden, nemen ook een risico. Blijft één onderneming uit de groep in gebreke om zijn btw-schuld te betalen, dan kan de fiscus alle andere leden van de groep individueel aanspreken om de volledige btw-schuld te betalen. 'Het spreekt voor zich dat de fiscus zich dan zal wenden tot de meest vermogende entiteit in de groep', meent Charon.

Hij vraagt zich ook af of de btw-eenheid zal leiden tot de voorgespiegelde administratieve vereenvoudiging. 'Wanneer bedrijven in eenzelfde groep geen btw meer moeten aanrekenen, moeten ze immers ook hun diensten niet meer aan elkaar factureren. Toch zullen de filialen, hoe dan ook, documenten moeten blijven opstellen waaruit blijkt hoe ze hun omzet realiseren, al was het maar voor de berekening van de vennootschapsbelasting.'

Geen verplichting

Groepen van vennootschappen doen er dus goed aan de voor- en nadelen van het stelsel tegen elkaar af te wegen. De mogelijke voordelen wegen niet altijd op tegen de eventuele nadelen. Zo is het mogelijk dat de voordelen die bekomen worden door een buitenlands filiaal naar België te verhuizen om er een btw-eenheid mee te vormen, niet opwegen tegen de lage loonkosten die dat buitenlands filiaal heeft. Groepen van vennootschappen zijn in principe vrij voor de btw-eenheid te kiezen.

Charon betwijfelt niet dat de btw-eenheid nuttig kan zijn voor kmo's zoals vastgoedpromotoren, exportondernemingen en krantenuitgevers. 'De vastgoedpromotoren vinden het vaak nodig om de door hen opgetrokken gebouwen eerst een poos te verhuren vooraleer te verkopen, om aan potentiële investeerders te tonen dat hun project rendabel is. Probleem is dat ze op de huurgelden geen btw mogen aanrekenen. Daardoor kunnen ze de btw die ze aan aannemers betalen, niet compenseren. Promotoren werken voor de verhuur vaak met een beheersvennootschap, die deel uitmaakt van de groep waartoe ook de promotor behoort. Die rekent voor de verhuur en de eventuele verkoop wel btw door aan de bouwpromotor. Daardoor krijgt een groep rond een bouwpromotor en het eigen beheerfiliaal met hetzelfde probleem te maken als banken en verzekeringsinstellingen. De oplossing bestaat erin een btw-eenheid op te zetten tussen de beheersmaatschappij en de bouwpromotor zodat de diensten verricht door de beheersmaatschappij buiten het toepassinggebied van de btw blijven', illustreert Charon.

Ook voor kmo's die aparte vennootschappen hebben opgericht voor enerzijds hun exploitatie en anderzijds hun bedrijfsgebouwen, kan een btw-eenheid gunstig zijn. Patrimoniumvennootschappen kunnen doorgaans geen btw aanrekenen op de huurgelden. In principe dragen de patrimoniumvennootschappen de kosten van de btw wanneer ze verbeterings- of uitbreidingswerken aan hun gebouwen laten uitvoeren. Vaak echter hebben kmo's constructies opgezet zoals onroerende financieringshuur of de verhuring van bergruimtes die ervoor zorgen dat de patrimoniumvennootschap toch btw op de huurgelden kan aanrekenen. Met een btw-eenheid hoeven ze hun heil niet meer te zoeken in zulke complexe constructies.

De geïnteresseerde bedrijvengroepen kunnen vanaf 2 april een aanvraag indienen bij de lokale controleur. Die moet binnen de maand laten weten dat hij niet akkoord gaat. 'Stilzwijgen is toestemmen', stelt Charon. Bedrijvengroepen die na het verstrijken van een maand niets van de lokale controleur hebben gehoord, kunnen vanaf de eerste van de daaropvolgende maand met de btw-eenheid van start gaan.

Ellen Cleeren

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect