De heikele discussie over de handtekening onder de jaarcijfers

Bij de balanscentrale stromen de jaarrrekeningen over 2006 volop binnen. Al enkele jaren vragen bedrijfsrevisoren een schriftelijke bevestiging van 'de leidinggevenden' van vennootschappen dat de jaarrekening correct is opgesteld. Sinds begin dit jaar zetten de bedrijfsrevisoren hun eis ook kracht bij.

(tijd) Daarmee willen de revisoren vooral externe bestuurders ertoe aanzetten kritischer om te springen met de informatie die hen intern door het bedrijf wordt voorgeschoteld. Maar ze verhogen ook de druk op de managers die geen bestuurders zijn.

Sinds enkele jaren vraagt het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) 'de leidinggevenden' van bedrijven een brief te ondertekenen waarin ze moeten bevestigen dat ze verplicht zijn de jaarrekening correct op te maken.

Door de grote boekhoudschandalen van de jongste jaren zijn bedrijfsrevisoren voortaan op hun hoede. In de ogen van vele misleide beleggers zijn de bedrijfsrevisoren geen voetstuk meer waardig. Bij elk recent fraudeschandaal dagen de gedupeerden niet alleen het frauderende bedrijf zelf voor de rechter, maar ook de bedrijfsrevisoren-commissarissen die de boeken van de boosdoener 'maar beter hadden moeten controleren'.

In ons land zijn bedrijfsrevisoren de enigen die tegenover de buitenwereld mogen certificeren dat een jaarrekening van een vennootschap correct is opgesteld. Niet alleen de belegger maar ook de werknemer en de kredietverstrekker en uiteindelijk het hele economische weefsel hebben er alle belang bij dat de door ondernemingen gepresenteerde resultaten niet op drijfzand zijn gebaseerd.

Het is aan de bedrijfsrevisoren om de jaarrekeningen te controleren, maar het is de taak van bestuurders en zaakvoerders ervoor te zorgen dat de jaarrekening correct wordt opgesteld.

Nu is het voor bedrijfsrevisoren onmogelijk alle cijfers in de boekhouding van al dan niet beursgenoteerde ondernemingen één voor één te checken. Gelet op de immense tijdsbesteding en de nodige mankracht zou een dergelijke opdracht de taak van de commissarissen onmogelijk en bovendien onbetaalbaar maken. Wel passen de bedrijfsrevisoren een reeks steekproeven toe om na te gaan of de balans en de resultatenrekening kloppen. Bedrijfsrevisoren controleren ook of de onderneming over interne controlemechanismen beschikt en of die worden toegepast.

Bevestigingsbrief

Sinds enkele jaren vraagt het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) 'het management' van bedrijven een bevestigingsbrief te ondertekenen. In die brief moeten 'de leidinggevenden' bevestigen dat ze verplicht zijn de jaarrekening correct op te maken.

Sinds begin dit jaar zetten de bedrijfsrevisoren hun verzoek om een ondertekende bevestigingsbrief kracht bij. Weigert 'het management' een bevestigingsbrief te ondertekenen, dan zal de bedrijfsrevisor zich onthouden of een oordeel met voorbehoud opstellen, een waar schrikbeeld voor de ondernemingen.

David Szafran, secretaris-generaal van het Instituut der Bedrijfsrevisoren (IBR), beweert dat de commissarissen de bestuurders en zaakvoerders met de eis een bevestigingsbrief te ondertekenen geen nieuwe verplichtingen opleggen. Volgens Szafran is het evenmin de bedoeling de verantwoordelijkheid van de bedrijfsrevisoren op de leidinggevenden af te wentelen. Tegenover buitenstaanders is immers alleen de raad van bestuur collectief verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening.

Volgens Sophie Brabants, bedrijfsrevisor en directeur van het Belgische Audit Committee Institute, is het vooral de bedoeling 'de leden van de raad van bestuur' ertoe aan te zetten kritischer om te springen met de cijfers die hun door de financiële afdeling van de onderneming worden voorgelegd vooraleer die aan de commissaris worden overgemaakt.

Szafran van het IBR bevestigt dat. 'De bevestigingsbrief moet verhinderen dat bestuurders al te lichtzinnig omspringen met hun verantwoordelijkheid. Zeker bij kleine en middelgrote bedrijven zijn externe bestuurders zich niet altijd bewust van de aansprakelijkheid die zij dragen voor het correct opstellen van de jaarrekening.'

Een verhoogde waakzaamheid bij de leden van de raad van bestuur is nodig, zeker bij diegenen die niet bij de dagelijkse bedrijfsleiding betrokken zijn. Daar komt het dus op aan. Het spreekt voor zich dat de gevraagde staat van alertheid gevolgen zal hebben voor diegenen die in een bedrijf verantwoordelijk zijn voor de financiële rapportering. 'De bestuurders zullen op hun beurt meer garanties vragen van de financiële directeur van het bedrijf, maar dat is dan een puur interne bedrijfskwestie', zegt Brabants.

Adder onder het gras

Toch zit een adder onder het gras. Het IBR vraagt immers dat 'de managers' of 'de leidinggevenden' de bevestigingsbrief zouden ondertekenen. En dat leidt tot een Babylonische spraakverwarring. Want niet elke manager is ook lid van de raad van bestuur of gedelegeerd bestuurder. Het is perfect mogelijk dat een financieel directeur deel uitmaakt van de dagelijkse leiding van het bedrijf, maar niet van de raad van bestuur bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt voor het opstellen van de jaarrekening.

Vanuit diverse hoeken is te horen dat nogal wat financiële directeurs zeer weigerachtig zijn om een dergelijke bevestigingsbrief te ondertekenen. Daardoor verzwaren ze hun eigen verantwoordelijkheid. Bovendien bestaat er in België geen enkele wettelijke verplichting voor niet-bestuurders om tegenover buitenstaanders te attesteren dat de jaarcijfers correct zijn.

'Met zijn eis om een bevestigingsbrief te laten ondertekenen is het IBR een aankomende Europese verplichting een stapje voor', repliceert Szafran. Dat die Europese verplichting, de ISA-580 norm, er komt, staat volgens hoge ambtenaren wel vast.

Maar ook bij het ministerie van Justitie zijn er volop discussies aan de gang over wie zo'n bevestigingsbrief moet ondertekenen. Alleen de leden van de raad van bestuur? Of ook de financieel directeur die daar geen deel van uitmaakt? Tegenstanders vinden dat alleen de raad van bestuur jegens derden verantwoordelijk moet blijven voor de correcte opstelling van de jaarrekening. 'De vraag is waar het anders ophoudt. Op de duur kan men aan elke hulpboekhouder vragen zijn cijfers te attesteren', klinkt het.

Verzwaring

Maar er is nog een probleem. Het IBR stelt officieel dat de verantwoordelijkheid van bestuurders niet groter wordt door de bevestigingsbrief te ondertekenen. Dat klopt niet. Een voorbeeld kan dat illustreren. Stel dat een bestuurder een bevestigingsbrief ondertekent waarin hij formeel bevestigt geen kennis te hebben van fraude. Achteraf blijkt dat er wel degelijk sprake was van fraude én dat de bestuurder in kwestie daarvan op de hoogte was. Dan verzwaart zijn aansprakelijkheid wel. In die hypothese riskeert hij immers een bijkomende correctionele straf voor valsheid in geschrifte. Hij ondertekende immers een brief waarin hij het tegendeel beweerde.

Dat alles doet vermoeden dat de bestuurders, die niet bij de dagelijkse bedrijfsleiding betrokken zijn en pakweg vier keer per jaar samenkomen om zich over het reilen en het zeilen van het bedrijf te buigen, van een aantal managers 'bikkelharde' garanties zullen vragen dat de voorgelegde cijfers ook daadwerkelijk correct zijn.

De verantwoordelijken mogen dan al moord en brand schreeuwen. Het een en ander komt de geloofwaardigheid van de financiële informatie wel ten goede.

Ellen CLEEREN

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud