Drie redenen om (niet) aan telewerk te doen

(tijd) - Michel Walrave is niet verrast dat een kleine meerderheid van de bedrijfsleiders aarzelt om te starten met telewerk. De professor van de Universiteit Antwerpen is auteur van 'Tijd voor Telewerk' en voorzitter van de Belgian Telework Association(www.bta.be). Uit het onderzoek dat hij de voorbije jaren heeft verricht, leidt hij drie grote hindernissen af die het gebrek bereidwilligheid bij de werkgevers kunnen verklaren. 'Velen zitten met de vraag welke functies 'telewerkbaar' zijn. Sommige sectoren zijn bij voorbaat uit te sluiten, maar er zijn ook heel wat takenpakketten die hooguit gedeeltelijk van thuis uit uitgevoerd kunnen worden. Bovendien wil je als bedrijf zeker zijn dat jouw thuiswerker over de nodige vaardigheden beschikt, dat hij zelfstandig en gedisciplineerd kan werken. Je kan niet iemand met een laptop naar huis sturen en hopen dat hij productief is.' Vandaar ook dat meer en meer bedrijven objectieve criteria hanteren om de 'telewerkbaarheid' van hun medewerkers te meten.

De vermeende zware investering moet je volgens Walrave in het juiste perspectief te plaatsen. 'De kosten voor de technologie en infrastructuur zijn meteen voelbaar, terwijl je de besparingen op kantoorruimte en het lager aantal filekilometers pas achteraf merkt.'

Telewerk vraagt veel voorbereiding en afspraken tussen management, telewerkers en niet-telewerkers. Een proefproject is dus op zijn plaats.'

België zit in de Europese middenmoot met iets meer dan 5 procent van de actieve bevolking dat telewerkt. 'Daarbij zit ook informeel thuiswerk. Dat kan er wel voor zorgen dat de werkgever geen grenzen meer stelt aan arbeidstijden of bereikbaarheid.' Een derde reden om er niet aan te beginnen, is het gebrek aan controle over de thuiswerkende werknemer. 'In plaats van op zichtbaarheid, kan je op resultaat gaan evalueren.'

WDBr

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud