Fiscale vlucht binnen Europa wordt moeilijk

Tot voor kort was het voor de fiscus bijna onbegonnen werk om tot invordering van Belgische belastingen in het buitenland over te gaan, zelfs binnen de Europese Unie. Veel gefailleerde belastingplichtigen zochten om deze reden zonnigere oorden op en begonnen een nieuw leven, ver weg van dwangmaatregelen of afbetalingen. Een recente richtlijn van de Europese Unie brengt deze tactiek ernstig in gevaar. Voortaan is de boodschap dat men beter de fiscale betwisting ten gronde aanpakt dan te vluchten.

Wanneer een belastingschuld onbetaald blijft, kan de overheid een beroep doen op een reeks wettelijke invorderingsmaatregelen om alsnog betaling te bekomen. Wanneer de belastingplichtige zich vroeger buiten onze landsgrenzen bevond, gaf de fiscus de strijd meestal vroegtijdig op bij gebrek aan efficiënte middelen. De Europese Unie vulde het arsenaal van de lidstaten recentelijk aan door daadwerkelijke invorderingsbijstand tussen EU-lidstaten voorop te stellen.

Een stereotiep voorbeeld: een zelfstandige baat een handelsfonds uit en na een turbulente fiscale controle kijkt hij tegen een belastingschuld aan van ettelijke honderdduizenden euro's. Ten gevolge van de familiale strubbelingen die daardoor ontstaan, kiest hij het hazenpad naar Portugal in plaats van de fiscale schuld via de bezwaar- en beroepsprocedure aan te vechten.

Welke hulp biedt het Belgische internationale privaatrecht?

In eerste instantie gebeurt het nazicht van de effectieve invorderingsbijstand op het vlak van directe belastingen aan de hand van de internationale verdragen en het internationale privaatrecht. Het Belgische internationale privaatrecht bevat verwijzingsregels als oplossing voor wetsconflicten die niet binnen één enkele rechtsorde besloten liggen. Ook op het vlak van de uitvoering van definitieve vonnissen en arresten bestaat een dergelijke regelgeving. Belastingkohieren zijn echter voorbeelden van de fiscale soevereiniteit van een land en bijgevolg is hun geldingskracht beperkt tot het nationale grondgebied.

Uitspraken in belastingzaken komen dan ook in principe niet in aanmerking voor uitvoering en moeten alleszins eerst omgezet worden in een buitenlandse executoire titel. Zo zal in bovenvermeld voorbeeld het Portugese recht geen Belgisch kohier inzake inkomstenbelastingen erkennen als invorderbaar naar Portugees recht.

Welke verdragen helpen de invordering van inkomstenbelastingen?

De richtlijn nr. 77/799/EEG van 19 december 1977 van de Raad 'betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van directe en directe belastingen' organiseert weliswaar een uitwisseling van inlichtingen, maar strekt zich niet uit tot de wederzijdse samenwerking met het oog op de effectieve invordering van inkomstenbelastingen. Een tweede instrument bestaat uit de bilaterale verdragen tot vermijding van dubbele belasting. De meeste van deze 'dubbelbelastingverdragen' bevatten bepalingen omtrent de invordering van de onder het verdrag vallende inkomstenbelastingen.

Deze regels zijn meestal beperkt tot de loutere uitwisseling van inlichtingen. Het dubbelbelastingverdrag tussen België en Portugal bevat geen dergelijke clausule zodat de rechtstreekse invordering in Portugal voor Belgische belastingschulden op deze basis onmogelijk is.

Op 15 juni 2001 nam de Raad van de Europese Unie een richtlijn aan die een al bestaande - maar een beperkte - invorderingsbijstand tussen de Europese lidstaten aanzienlijke heeft verruimd (richtlijn 2001/44/EG, PB nr. L 175/17 van 28 juni 2001 tot wijziging van de richtlijn 76/308/EEG). België kreeg de opdracht deze richtlijn om te zetten in nationaal recht tegen 30 juni 2002. In uitvoering hiervan nam de kamer van volksvertegenwoordigers op 21 maart 2003 een wetsontwerp aan. Bij goedkeuring door de Senaat ontstaat met inwerkingtreding vanaf 1 juli 2003 een nieuwe realiteit. Alle Europese Lidstaten moeten deze richtlijn uitvoeren. Bij invoeging in de nationale wetgeving is het voortaan mogelijk om invorderingsbijstand te verzoeken voor belastingen op inkomen en vermogen en staat naast de invordering van belastingen, interesten en kosten, ook de invordering van bestuursrechtelijke sancties en boeten (artikel 3 wetsontwerp) toe. Bewarende maatregelen zijn op dezelfde basis mogelijk.

In het Belgische wetsontwerp is het wel zo dat dergelijke bijstand slechts is toegelaten wanneer de fiscale schuldvordering niet in betwisting is of wanneer de ingestelde invorderingsprocedures en de genomen maatregelen in de verzoekende staat (in het voorbeeld België) niet tot volledige betaling van de schuldvordering zouden leiden. Enkele belangrijke uitzonderingen zijn ook uitgewerkt. Invorderingsbijstand is namelijk uitgesloten :

· indien de invordering van de schuldvordering, wegens de situatie van de debiteur, ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou kunnen opleveren en dit is toegelaten door het nationale recht

· of wanneer meer dan vijf jaar is verstreken sinds de datum van de vaststelling van de uitvoerbare titel in de verzoekende Staat, in casu België (artikel 14).

Bij effectieve uitvoering moet ook het Portugese interne recht in deze mogelijkheid voorzien, hetgeen vandaag de dag nog evenmin het geval is.

De administratieve samenwerking tussen de lidstaten van de EU op het vlak van de invordering van BTW is wel reeds georganiseerd door een richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 'betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen' (PB nr. L 31 van 19 maart 1976). Deze Richtlijn is uitgevoerd door de Wet van 20 juli 1979. De voormelde richtlijn 2001/44/EG van 15 juni 2001 maakt de invorderingsbijstand uniform tussen inkomstenbelastingen en BTW.

Het verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden van 25 januari 1988 binnen de lidstaten van de Raad van Europa en de lidstaten van de OESO - goedgekeurd door België bij wet van 24 juni 2000 - bevat ook een clausule om de invordering van inkomstenbelastingen en B.W. mogelijk te maken, maar Portugal keurde dit verdrag dan weer nog niet goed. Met dit verdrag vordert de aangezochte staat in alsof het zijn eigen belasting betrof.De vluchtende Europese burger met onbetaalde belastingschulden beschikt tot de invoering in alle lidstaten van de nieuwe wetgeving op het vlak van de invorderingsbijstand nog slechts over een korte periode om zich te bezinnen over zijn voormalige strategie. Binnen enkele maanden zullen de eerste daadwerkelijke invorderingen in andere Lidstaten van Belgische belastingschulden een feit zijn. In deze omstandigheden loont het ongetwijfeld de moeite om de fiscale betwisting ten gronde opnieuw te onderzoeken, dan wel de invordering met nationale middelen te bekampen. Eén van de volgende bijdragen handelt over de uitvoerbare titel.

Dirk van BelleAdvocaat-vennoot bij Dauginet & Co in Antwerpen.E-mail: vanbelle@dauginet.com, website: www.dauginet.com

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud