Hooggeschoolden krijgen arbeidskaart voor onbeperkte duur

(tijd) - Hooggeschoolde buitenlandse werknemers kunnen in de toekomst een arbeidskaart voor onbeperkte duur krijgen. Vandaag krijgen ze in de meeste gevallen slechts de mogelijkheid om vier jaar in ons land te werken. De ministerraad keurt een rist maatregelen goed die de toegang voor de buitenlanders tot de Belgische arbeidsmarkt versoepelen.

Begin 2001 pleitte het Vlaams Economisch Verbond voor een versoepeling van de wetgeving voor de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten. De Vlaamse werkgevers hekelden onder meer de rigide tijdsbeperking op de tewerkstelling van hooggeschoolden, in de meeste gevallen tot vier jaar.

Laurette Onkelinx (PS), de federale minister van Arbeid, komt aan de kritiek tegemoet. De ministerraad keurt vandaag haar voorstel goed tot hervorming van de reglementering over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Buitenlanders met een verblijfsvergunning van onbepaalde duur hoeven geen arbeidskaart meer te hebben, en personen met zicht op zo'n verblijfsvergunning krijgen een nieuwe arbeidskaart C, geldig voor een jaar en voor elke werkgever.

Dankzij de hervorming kunnen hooggeschoolde buitenlandse werknemers gemakkelijk een arbeidskaart van onbeperkte duur krijgen. De voorwaarden hiertoe zijn dat ze niet gedetacheerd mogen zijn door een buitenlands moederbedrijf, en dus socialezekerheidsbijdragen in Belgi? betalen, en dat ze jaarlijks meer verdienen dan 49.578 euro. Niet-gedetacheerde hoog opgeleiden die minder verdienen, kunnen hun arbeidskaart van vier jaar eenmaal verlengen. Werknemers uit een van de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie hebben evenwel ook in dit geval recht op een arbeidskaart voor onbeperkte duur. Voor een gedetacheerde hoger opgeleide die een salaris heeft van minstens 29.747 euro blijft de bestaande limiet van vier jaar behouden. De hervorming houdt nog in dat post-doctorandi die fundamenteel onderzoek in Belgi? komen verrichten, worden vrijgesteld van het bezit van een arbeidskaart.

Het volledige artikel verscheen in De Financieel-Economische Tijd van 19 juli

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud