IFRS illustreert relativiteit van het begrip winst

(tijd) - De resultaten over het eerste halfjaar boden beleggers voor het eerst een globale kijk op de impact van de overstap naar IFRS, de nieuwe internationale boekhoudstandaard. De overstap illustreert nog eens dat dé winst niet bestaat. Elke standaard levert een ander nettoresultaat op. Bedrijven die volgens de Belgische boekhoudnormen duur oogden, blijken onder IFRS een stuk goedkoper en vice versa.

De Belgische beursgenoteerde bedrijven hebben er weerom een voorspoedig eerste halfjaar op zitten. Over het eerste halfjaar van 2005 konden ze gezamenlijk een nettowinst voorleggen van 10,31 miljard euro. Dat is 39 procent meer dan een jaar eerder. Die winststijging is vooral te danken aan de industrie. De industriële bedrijven zagen de groepswinst 76 procent stijgen, naar 4,81 miljard euro.

Met de halfjaarresultaten boden het gros van de Belgische beursgenoteerde bedrijven hun aandeelhouders ook voor eerst inzage in de impact van de nieuwe internationale boekhoudstandaarden, IFRS. Vanaf het boekjaar 2005 moeten alle 7.000 beursgenoteerde bedrijven in de Europese Unie hun resultaten volgens IFRS publiceren. Strikt juridisch moeten bedrijven ten laatste bij de publicatie van de jaarresultaten over 2005, begin volgend jaar dus, overschakelen van Belgische naar internationale boekhoudnormen.

De financiële toezichthouder CBFA stuurde in december 2003 een aanbeveling uit waarin beursgenoteerde bedrijven werden aangespoord ook hun tussentijdse financiële rapportering in 2005 volgens IFRS op te stellen. Met die aanbeveling wil CESR, de vereniging van Europese toezichthouders, vermijden dat beleggers 'misleid' worden. Ze stipt aan dat het belangrijk is dat bedrijven beleggers in de loop van 2005 'consistent' informeren.

Halfjaarresultaten die onder Belgische boekhoudnormen worden gerapporteerd, zullen in veel gevallen geen correcte voorafspiegeling vormen van de volgens IFRS opgestelde jaarresultaten. De nettowinst, het onderste lijntje van elke resultatenrekening, kan er al naar gelang de boekhoudstandaard geheel anders uit zien (zie tabel).

Toch volgde een tiental bedrijven de aanbeveling niet. Het gaat om Accentis, Co.Br.Ha., Hamon, Miko, Moury Construct, Nord-Sumatra, Real Software, Rosier, Spadel, Systemat en Texaf. Zij publiceerden hun resultaten nog volgens de Belgische boekhoudnormen.

Enkele individuele voorbeelden kunnen de impact van IFRS op de onderste lijn illustreren. Zo verdubbelt bij Omega Pharma de nettowinst. Vorig jaar rapporteerde de verdeler van gezondheidsproducten over het eerste halfjaar een nettowinst van 15,2 miljoen euro. Onder IFRS loopt de nettowinst tot 30,1 miljoen euro op. Het verschil zit vooral in goodwill, het bedrag dat een bedrijf bij een overname bovenop de boekwaarde betaalt. Volgens IFRS moeten bedrijven niet langer jaarlijks een vast percentage van die goodwill afschrijven. Een afboeking is pas nodig als het bedrijf bij de jaarlijkse controle vaststelt dat de reële waarde van het overgenomen bedrijf niet langer overeenstemt met de boekwaarde.

Bij Quick daarentegen daalt de gepubliceerde halfjaarwinst met een derde. Dat is vooral het gevolg van een volledig andere behandeling van uitgestelde belastingen onder IFRS. Quick en Omega Pharma onderstrepen dat dé nettowinst niet bestaat. Over heel 2004 verdubbelt de nettowinst van Omega Pharma volgens IFRS van 26,4 naar 57,5 miljoen euro. De winst per aandeel klom nog forser, van 0,94 naar 2,12 euro. Dat komt omdat volgens IFRS de ingekochte eigen aandelen niet langer moeten worden meegeteld bij de berekening van de winst per aandeel.

Het omgekeerde gebeurt bij Quick. Daar halveert de winst per aandeel over 2004 na toepassing van IFRS, van 1,56 naar 0,76 euro. Bijgevolg heeft IFRS belangrijke gevolgen voor de koers-winstverhouding, voor veel beleggers de favoriete graadmeter om te peilen of een aandeel goedkoop of duur noteert. Omega Pharma noteert plots niet langer tegen 45 keer de winst over 2004, maar tegen 20 keer. Bij Quick gaat de koers-winstverhouding in één trek van 14 naar 29. Daarmee is de hamburgerketen plots twee keer zo duur als het gemiddelde van de Brusselse beurs. Fundamenteel is nochtans niets veranderd, alleen de presentatie van de resultaten verschilt.

Op langere termijn maken de IFRS-boekhoudstandaarden de financiële rapportering transparanter, op korte termijn kunnen ze bij beleggers tot flink wat verwarring leiden. De impact blijft bovendien niet beperkt tot de nettowinst, ook de balans ziet er onder IFRS vaak heel anders uit. Bij Sipef daalde bij het opstellen van de openingsbalans op 1 januari 2004 de schuldgraad volgens IFRS van 191 naar 87 procent. Dat dankzij de verdubbeling van het eigen vermogen.

De Antwerpse plantageholding moet volgens IFRS de boekwaarde van de plantages in lijn brengen met de marktwaarde. Het nadeel is dat de resultaten voortaan een heel stuk volatieler zullen zijn. Elke verslagperiode moet Sipef een nieuwe marktwaarde berekenen. Meer- of minwaarden komen in de resultatenrekening, waardoor het voor beleggers moeilijker wordt de onderliggende evolutie van de resultaten in te schatten. Op de persconferentie naar aanleiding van de overstap naar IFRS toonde Michael St. Clair George, de algemeen directeur van Sipef, zich niet bepaald tevreden. 'Met IFRS gooien we honderd jaar voorzichtig boekhouden door het raam', zei hij.

24009915

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud