Innovatiebeleid moet efficiënter

De Vlaamse regering moet meer geld pompen in onderzoek en ontwikkeling (O&O), zowel in bedrijven als in universiteiten. Dat staat in een advies van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) aan Vlaams minister van Economie Fientje Moerman (Open VLD). Er is niet alleen meer geld nodig, het moet ook efficiënter worden besteed. Al te vaak schieten maatregelen ter ondersteuning van Vlaamse innovatieprojecten hun doel voorbij.

(tijd) In geld voorzien voor de promotie van innovatie is niet alleen een kwestie van 'willen', het is ook een kwestie van 'moeten'. In 2003 onderschreef Vlaanderen de Lissabondoelstellingen; het zou 3 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan O&O besteden. De Vlaamse overheid nam 1 procent voor haar rekening, de bedrijven de overige 2 procent.

Maar dat engagement wordt niet gehaald. Vlaanderen strandt vandaag op iets boven 2 procent van het bbp. Alleen al om de overheid toe te laten haar 1 procentnorm te eerbiedigen moet ze de komende drie jaar telkens 200 miljoen euro extra uittrekken voor O&O, schrijft de VRWB in een begrotingsadvies.

De VRWB boog zich in opdracht van Moerman ook over de toekomst van het Vlaams innovatiebeleid. De raad richtte daarvoor een speciale discussiegroep op onder leiding van IMEC-voorzitter Gilbert Declerck.

Wie in het VRWB- advies hoopt te lezen hoeveel meer O&O-geld precies moet gaan naar universiteiten of bedrijven, komt van een koude kermis thuis. Het advies hoedt er zich ook voor te kiezen tussen universiteiten en bedrijven als de prioritaire O&O-actor. Wegens on-enigheid tussen de vertegenwoordigers van de universiteiten en de bedrijven in de discussiegroep? 'Uiteraard hebben de academische wereld en de bedrijfswereld andere belangen en prioriteiten', zegt Declerck. 'Maar we zijn bewust afgestapt van een loutere discussie over percentages voor de verdeling van de financiële middelen. We hebben ons gefocust op de essentie: wat is de gewenste 'outcome', wat zijn de gewenste effecten?'

Topregio

'Onderzoek en innovatie zijn geen doel op zich, maar een middel', vat Declerck de kern van het advies samen. 'De doelstelling moet zijn van Vlaanderen een topregio te maken zowel in kenniscreatie, in het opleiden en vormen van mensen, als in het economisch en maatschappelijk valideren van die kennis in groei, jobs en welzijn.' Om die doelstellingen te realiseren moeten het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid samen een overkoepelende visie en strategie - op middellange en lange termijn - uitstippelen. Het advies wil daartoe een aanzet zijn.

Algemeen dringt de raad aan op een grondige discussie over het optimaliseren van het bestaande - erg uitgebreide, en niet altijd erg doorzichtige - palet aan ondersteuningsinstrumenten en geldstromen voor O&O, meer dan het ontwikkelen van nieuwe instrumenten. Want, zo blijkt, tal van Vlaamse steunmaatregelen missen hun doel. Een illustratief voorbeeld is de steun - jaarlijks zo'n 38 miljoen euro - voor strategisch basisonderzoek (SBO) waarbij meerdere O&O-actoren (bedrijven, onderzoeksinstellingen en universiteiten) multidisciplinair samenwerken aan een project. In theorie een prachtig opzet. Maar in de praktijk schort er nog heel wat. Al te vaak worden bedrijven pas op het laatste moment van de projectfase gepolst om mee te werken, waardoor het beoogde doel niet gehaald wordt. In 2006 schommelden de slaagcijfers voor SBO-projecten tussen 25 en 30 procent. 'Ontmoedigend voor potentiële indieners', zegt het advies. 'Het slaagpercentage moet op een aanvaardbaar niveau van 35 procent worden gebracht.' SBO-projecten moeten meer inspelen op toekomstige concrete economische noden en dat in tijdige samenspraak met bedrijven.

De VRWB vindt dat alle bestaande innovatie-instrumenten budgettair èn inhoudelijk aan versterking toe zijn, 'maar prioritair moeten die instrumenten worden versterkt die zinvolle samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen bevorderen', zegt het advies.

KVe

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud