Lokale integratie als uitdrukking van de bedrijfscultuur

Het gebouw waarin een bedrijf gehuisvest is, kan een belangrijk onderdeel uitmaken van het imago en de uitstraling van de onderneming. Het bedrijfspand als visitekaartje voor de onderneming vindt daarom steeds meer ingang in België. 'Toch is een mooie gevel of een indrukwekkend gebouw niet voldoende om de bedrijfscultuur uit te dragen', zegt de architect Hendrik Vermoortel van Buro II. 'De interactie met de omgeving toont op een veel duidelijkere manier waarvoor het bedrijf staat.'

Heel wat bedrijven willen via het gebouw hun visie en inzichten uitdragen en aan de buitenwereld tonen wat zich binnen afspeelt. Vaak wordt te veel nadruk gelegd op de vormgeving, zegt de architect Hendrik Vermoortel. 'Esthetiek mag geen doel op zich zijn. Een bedrijf dat een opvallend gebouw neerpoot langs de autosnelweg, verhoogt misschien wel zijn zichtbaarheid, maar drukt daarom nog niet de bedrijfscultuur uit. Het gebouw toont vaak ook de producten van het bedrijf, maar dat is louter een verkoopselement. Verder dan dit gaat het niet. Het verhaal zit niet alleen aan de buitenkant. Het bedrijf moet daarentegen op de juiste plaats zijn identiteit ontwikkelen.'

De omgeving kan immers de uitdrukking van de bedrijfscultuur versterken of tenietdoen. 'In Vlaanderen heb je natuurlijk het probleem dat heel wat bedrijven uit de woonzone verdwenen zijn omdat ze niet in het landschap pasten of een storend element waren', zegt Hendrik Vermoortel. 'De bedrijven verhuisden naar industrieterreinen, met als gevolg dat het idee van wonen-werken-winkelen als één geheel verdween. Nochtans hangt de dynamiek en de leefbaarheid van dorpen in grote mate af van de onmiddellijke aanwezigheid van economische bedrijvigheid.'

Lokale integratie is belangrijk, maar bouwen of verbouwen in de rand van een landschap schept meer dan louter esthetische problemen. 'Bedrijven hebben bijvoorbeeld de gewoonte de fabriek of de kantoren af te schermen met omheiningen of groene buffers', zegt Vermoortel. 'Die pogingen zijn gedoemd te mislukken. De fysieke grenzen moeten verdwijnen. Je moet het bedrijf niet verstoppen tussen bomen, maar daarentegen de dialoog aangaan met de omgeving. Bedrijven die het aspect veiligheid opwerpen als tegenargument, hebben ongelijk. Als er meer interactie is met de omgeving, is er logischerwijze ook meer controle.'

Interactie met de omgeving kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door de parking tijdens het weekeinde ter beschikking te stellen van de omwonenden, de vergaderzalen of auditoria kunnen worden gebruikt voor feesten, terwijl de groene omgeving als sportfaciliteit kan dienen. Hendrik Vermoortel: 'Als het bedrijf zich integreert in de omgeving, krijgt het ook minder weerstand. Het bezorgt de onderneming een goed imago.' Hendrik Vermoortel verwijst naar de oude site van Picanol, dat aan de rand van Ieper ligt. 'Picanol mag dan wel een wereldbedrijf zijn, voor veel generaties staat de onderneming synoniem voor plaatselijke tewerkstelling', zegt de architect van Buro II. 'De schoorstenen van Picanol zijn even herkenbaar als de kerktorens in Ieper. Als er negatieve gevoelens ontstaan, moet je die proberen om te buigen zodat het bedrijf een zegen voor de omgeving is.'

De producent van weefgetouwen kreeg een nieuwe identiteit door een onderzoek van de omgeving en een optimalisatie van de situatie in het bedrijf. 'Het BPA gaf aan dat een groenscherm de ideale oplossing voor de omgeving zou zijn, maar dan zit je weer met die fysieke grenzen', zegt Vermoortel. 'We wilden Picanol integreren in het landschap dat bestaat uit een sportpark, een woonzone en een landbouwgebied. Om de interactie met de omgeving te bevorderen, hebben we gezocht naar functies die gemeenschappelijk gebruikt kunnen worden. In het geval van Picanol zijn dat de parkeerplaatsen en de auditoria. De groene omgeving wordt gebruikt als sportpark. Als de integratie lukt, dan beschouwen de omwonenden het niet meer als een slecht bedrijf.'

Niet alleen de omgeving maar ook de situatie in het bedrijf werd onder handen genomen. Het verkeer, de binnenlogistiek en het binnenklimaat werden aan een grondig onderzoek onderworpen. Hendrik Vermoortel: 'We stellen ons de vraag hoe we de veiligheid van het bedrijf kunnen verhogen, het binnentransport tussen de montageafdelingen kunnen vergemakkelijken of de oververhitting, tochthinder en akoestische overlast zoveel mogelijk kunnen verminderen.' Het is geen kwestie van zomaar een paar zaken te verplaatsen, maar nagaan hoe de circuits in elkaar steken, welke zones vrijgemaakt kunnen worden, enzovoort.'

Het interieur van een gebouw speelt ook een belangrijke rol in het uitdrukken van de bedrijfscultuur. Een open kantoorlandschap of ontmoetingsruimte kan bijvoorbeeld het contact en de kennisoverdracht tussen medewerkers stimuleren.

Reclamebureau VVL/BBDO ging enkele jaren geleden op zoek naar een gebouw dat de communicatie tussen de medewerkers kon bevorderen. De creatief directeur Willy Coppens: 'Een gebouw kan een bepalende rol spelen bij het realiseren van de dagelijkse doelstellingen. Bij ons is dat een evenwicht vinden tussen het strategische en creatieve werk. Goede communicatie speelt dus een belangrijke rol, temeer omdat er bij VVL/BBDO een vlakke structuur en informele cultuur heerst. Daarnaast moet de medewerker ook voldoende autonomie krijgen om op concrete projecten te werken. De werknemer moet de mogelijkheid hebben om zich te isoleren van de anderen, bijvoorbeeld om rapporten te maken of gesprekken te voeren.'

Het vorige gebouw van VVL/BBDO voldeed niet aan die eisen. Willy Coppens: 'Het grondplan was opgesteld in een X-vorm, wat een grote handicap was. In het bedrijf ontstonden daardoor vele hokjes, wat nefast was voor de communicatie.' VVL/BBDO stootte enkele jaren geleden op een gebouw in Molenbeek, gebouwd in 1908, dat vroeger dienst deed als wijnimportzaak. 'Het gebouw heeft niet alleen veel karakter', zegt Willy Coppens, 'maar ook veel open ruimtes. Daardoor hebben we nu veel betere contacten tussen de medewerkers. Er is niet alleen ruimte voor communicatie maar ook voor privacy. De kasten van anderhalve meter hoog zorgen voor een minimale compartimentering. Als je neerzit, krijg je het gevoel dat je afgesloten zit van de anderen. Sta je recht, dan heb je een gevoel van ruimte. De hoge plafonds zorgen ook voor een open gevoel.'

De medewerkers brengen veel tijd door op de werkplaats. 'Daarom hebben we het ook gezellig willen maken', zegt Willy Coppens. 'Dat helpt voor een goede werksfeer. Er is een cafetaria, waar de werknemers 's middags niet alleen kunnen eten, maar na de werkuren nog iets kunnen drinken. De cafetaria heeft een belangrijke sociale functie.' VVL/BBDO vroeg in laatste instantie aan de architect om er een mooi gebouw van te maken. 'Dat was niet het belangrijkste', zegt Willy Coppens, 'maar meer de kers op de taart. Belangrijk voor ons was dat de uitvoering bij het idee past. Het gebouw moest vooral functioneel en gezellig zijn. De architect is er zeker in geslaagd die boodschap over te brengen.'

De vraag is natuurlijk of je tijdens een economische recessie architecturale projecten kunt opstarten. Is een indrukwekkend gebouw geen doorn in het oog van de omgeving en de werknemers. Hendrik Vermoortel meent van niet. 'Door de laagconjunctuur gaan bedrijven veel bewuster nadenken. Het betekent natuurlijk een provocatie wanneer ondernemingen zich alleen bezighouden met het esthetische en geen aansluiting zoeken met de omgeving. De architecturale eigenheid moet gericht zijn op de geschiedenis van de plaats. Je merkt dat bedrijven dat nog te weinig doen en geen ziel hebben. Daar ligt de uitdaging.'

Melanie de Vrieze

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud