Meer autonomie creëert 'bevlogen' medewerkers

Stress en burn-out op het werk zijn begrippen die de laatste jaren sterk in de belangstelling kwamen. De nieuwe wetgeving over welzijn op het werk verplichtte werkgevers er veelal toe het fenomeen door een donkere bril te bekijken. Het kan ook anders: wanneer werkdruk kan worden omgebogen tot een positief gevoel, kom je volgens professor arbeidspsychologie Hans de Witte tot een nieuwe benadering van de wetgeving over welzijn. Meer vrijheid en beslissingsmacht zijn de sleutels hiertoe, blijkt uit onderzoek van de arbeidspsycholoog van de KU Leuven. Tom Michielsen

De klaagzang over stress en burn-out was de voorbije jaren niet uit de lucht. Door de hoge loonkosten zijn steeds minder mensen aan het werk, en zij staan bovendien in voor steeds meer niet-werkenden. Geen wonder dat wie werkt bij wijlen het water aan de lippen staat. Om die pil te vergulden, werkte de paars-groene regering - met de minister van Arbeid en Tewerkstelling, Laurette Onkelinx, op kop - in het voorbije jaar een hele reeks 'arbeidsverzachtende' maatregelen uit. Tijdskrediet, de uitbreiding van het vaderschapsverlof, borstvoedingspauze en dergelijke moeten het jachtige ritme in leven en werk van de actieve bevolking temperen.

'Werkgevers en werknemers waren door de wetgeving over welzijn op het werk bijna verplicht werkdruk en hard werken steeds als negatieve fenomenen te bekijken en ook vanuit die invalshoek maatregelen te nemen', zegt Hans de Witte, professor verbonden aan de afdeling arbeidspsychologie van de KU Leuven. 'Hard werken en zeker de spanning die daaruit voortkomt, moest je als werkgever en werknemer vermijden. Nooit kwam naar voren dat er ook zoiets bestaat als positieve stress.'

Natuurlijk ontkent De Witte niet dat er zoiets bestaat als stress of pesterijen op het werk, die soms uitmonden in burn-out en depressies. Om dat te plaatsen en om aan te tonen dat er meer is dan die negatieve benadering hanteert De Witte een model van de Nederlandse onderzoeker Marr. Daarbij wordt behalve de factor jobtevredenheid ook de graad van activiteit opgenomen. Op het assenkruis van die twee factoren komt hij tot vier types van werknemers. Wie ontevreden is maar nog actief, kan gestresst genoemd worden. Het gaat om zowat 5 tot 10 procent van de werkenden. Wie ontevreden is en inactief, leidt aan burn-out. Maar aan de andere kant bevinden zich de positieve tegenpolen: tevreden werknemers die heel actief zijn (enthousiast, optimistisch) of niet actief zijn (voldaan, rustig, ontspannen).

'Sommige arbeidspsychologen noemen die tevreden actievelingen op de werkvloer 'bevlogen medewerkers'. Ze zijn bruisen van energie, voelen zich fit, zijn betrokken, zien overal rondom zich uitdagingen en worden sterk opgenomen door hun werk. Waar gestresste medewerkers massaal energie verliezen aan hun werk, blijken de bevlogen medewerkers zich te kunnen opladen aan hun job.'

Dit model vormde het uitgangspunt voor een enquête die Hans de Witte voorlegde aan 587 werknemers van vier organisaties: een bedrijf uit de industrie, eentje uit de dienstensector, een ziekenhuis en een politiekorps. Daarin werden behalve een meting van de bevlogenheid ook werkgerelateerde aspecten opgenomen zoals de aard van de job en de leeftijd van de respondenten. De resultaten waartoe De Witte kwam, zijn verrassend. 61 procent van de werknemers dat hij of zij regelmatig tot dikwijls 'bruist van energie'. 53 procent vindt dat zijn werk een uitdaging is en 76 procent vindt dat de tijd voorbij vliegt, als hij aan het werk is. Gemiddeld scoorden de ondervraagde werknemers 6,2 op 10 op de schaal van 'bevlogenheid'. 'Dat is veel', vindt Hans de Witte, 'zeker als je het afzet tegen de gemiddelde score van 2,3 op 10 voor burn-out. Slechts 10 procent voelt zich uitgeblust door zijn werk. Het betekent dus dat je door ook eens te kijken naar de positieve vormen van stress, het hele negatieve discours enigszins kan relativeren.'

Uit het onderzoek bleek ook dat bevlogenheid meer voorkomt bij oudere werknemers, waar men er doorgaans vanuit gaat dat vooral zij uitgeblust zijn. Arbeiders zouden dan weer minder bevlogen zijn dan bedienden en kaderleden en de bevlogenheid zou hoger liggen in ziekenhuizen dan in de industrie. Omdat arbeiders meestal jonger zijn en meer in de industrie tewerkgesteld zijn, bleven alleen leeftijd en de aard van de sector over als variabele. 'Dat ouderen meer bevlogen zijn dan jongeren, kan te maken hebben met het leerproces. Je hebt nu eenmaal wat tijd nodig om virtuozer om te springen met je job. Een andere mogelijkheid kan ook zijn dat jongeren nog meer met de beslommeringen van hun privé-leven bezig zijn, waardoor ze minder betrokken zijn op hun werk.'

Interessant is ook dat sommige factoren geen verschillend beeld opleveren van bevlogenheid: zo bleek er geen verschil te bestaan tussen mannen en vrouwen, tussen voltijdsen en deeltijdsen, tussen laag- en hooggeschoolden en - verrassend ook - tussen tijdelijke werknemers en collega's met een vast contract.

De Witte ging ook op zoek naar een verklaring voor die bevlogenheid. Waarom zijn sommige medewerkers enthousiaster, meer betrokken, veerkrachtiger, fitter dan anderen? 'Omdat het hier ging om een verkennend onderzoek moest ik me beperken tot twee factoren, die te maken hebben met de aard van de job: de mate van controle over het werk en de mate van psychische werkdruk. Opnieuw kom ik tot vier velden. Schrijvers zijn misschien een goed voorbeeld van mensen die weinig werkdruk voelen en toch veel autonomie hebben over hun werk. Managers voelen dan weer een enorme psychische druk om prestaties voor te leggen, maar hebben enorm veel vrijheid in hun doen en laten. Wie aan de band staat, is het slechtst af: die mensen ervaren een constante hoge druk en bijna geen controle over hun werksituatie.'

Uit de analyse van De Witte blijkt dat werkdruk geen noemenswaardige verschillen in bevlogenheid veroorzaakt. Zowel mensen met een hoge als een lage werkdruk kunnen bevlogen medewerkers zijn. Maar autonomie en steun van collega's maken wel het verschil. Mensen met een lage vrijheid van handelen in hun job scoren lager. Maar er is meer: wie een hoge werkdruk combineert met een hoge autonomie scoort nog hoger op de bevlogenheidsschaal dan wie even autonoom kan werken maar een lage werkdruk ervaart.

Betekent dit dat een werkgever medewerkers die al enthousiast zijn over hun job doordat ze veel vrijheid hebben in het uitoefenen ervan, nog meer werk kan geven en zelfs op die manier nog bevlogener kan maken? 'Die conclusie zou ik niet trekken, omdat onderzoek intussen ook al voldoende heeft uitgewezen dat een te hoge werkdruk op zich ook negatief kan werken. Werkdruk is de dominante factor bij (negatieve) stress. Maar dit onderzoek leert wel dat je medewerkers bij een gelijke werklast meer plezier kan laten hebben in hun werk als je ze meer vrijheid geeft om beslissingen te nemen, om het eigen werk te organiseren zoals ze zelf willen. De tweede factor, de sociale steun, kan je verbeteren door meer koffiepauzes of drinks in te lassen, door mensen in team te laten werken, door hen voldoende omkadering te bieden.'

De onderzoeker verbond de resultaten ook even aan objectieve factoren als verloop en ziekteverzuim. 'Het verloop van personeel was omgekeerd evenredig met de mate waarin er een wind van bevlogenheid op de vloer waaide. Daarnaast bleek dat bevlogenheid ook het complement was van emotionele uitputting. Met andere woorden: hoe bevlogener een medewerker is, hoe minder hij zich emotioneel uitgeput voelt.

De Witte: 'Dit lijkt een voor de hand liggende conclusie, en ze heeft gevolgen voor de manier waarop je welzijn op het werk probeert te stimuleren. Hier blijkt dat dit niet alleen kan door de negatieve oorzaken weg te nemen, maar ook door iets positiefs als bevlogenheid aan te zwengelen door meer vrijheid en sociale ondersteuning te bieden. Het grote voordeel is ook dat je hierover veel beter kan communiceren met medewerkers. Je kan op zoek gaan naar wat er goed loopt en niet alleen naar waar het slecht gaat. Een werkgever kan zich aan de antistresswet houden door te focussen op de positieve drive van medewerkers.'

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud