Mist rond schijnzelfstandigen klaart op

De oorspronkelijke bedoeling van werkgever en werknemer wordt het doorslaggevende criterium om uit te maken of een arbeidsprestatie plaatsvindt in het raam van een arbeidsovereenkomst dan wel via een samenwerking met een zelfstandige.

(tijd) Een nieuwe wet legt duidelijke criteria vast en maakt een einde aan de discussies of iemand als loontrekkende dan wel als zelfstandige werkt. 'De wet kan een einde maken aan de slopende rechtsonzekerheid van schijnzelfstandigen', zegt de specialist arbeidsrecht Patrick Maerten van het kantoor Claeys & Engels.

Cijfers

De problematiek van de schijnzelfstandigen was de jongste jaren nauwelijks uit de media weg te denken. In de bouwsector klaagden de officiële instanties haast onafgebroken over het groeiende fenomeen van vooral Poolse schijnzelfstandigen: Polen die zogezegd op zelfstandige basis in ons land komen werken, maar dat in feite doen in ondergeschikt verband, dus onder het gezag, de leiding en het toezicht van een opdrachtgever. Exacte cijfers over het aantal schijnzelfstandigen in ons land bestaan niet. Toch staat vast dat het fenomeen lang niet beperkt is tot de bouwsector alleen. In de horeca, de tuin- en de landbouw, de schoonmaaksector en de mediawereld kampt men eveneens met het probleem. Ook in slachthuizen en bij ronddragers van reclamedrukwerk blijkt het fenomeen de kop op te steken.

Ondergeschikt verband

De opdrachtgevers hebben er vaak alle belang bij dat mensen niet op hun loonlijst staan, maar de opdracht uitvoeren op zelfstandige basis. Zo ontsnappen ze aan de betaling van sociale zekerheidsbijdragen. De inspectiediensten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) proberen paal en perk te stellen aan dergelijke praktijken. Wanneer uit de feiten blijkt dat iemand eigenlijk werkt in ondergeschikt verband en niet als zelfstandige, zal de RSZ een procedure instellen bij de arbeidsrechtbank om te laten vaststellen dat de samenwerking met die schijnzelfstandige wordt 'geherkwalificeerd' tot een arbeidsovereenkomst. Dan moet het bedrijf toch nog sociale zekerheidsbijdragen betalen.

Rechtsonzekerheid

Maar zo'n procedures leidden in de praktijk vaak tot grote rechtsonzekerheid. Voor de arbeidsrechtbanken is het vaak niet eenvoudig vast te stellen of iemand als loontrekkende, dan wel als zelfstandige werken uitvoert voor een ander. Want hoe bepaal je of iemand werkt onder het gezag en toezicht van iemand anders? De door de arbeidsrechtbanken gehanteerde criteria liepen bovendien vaak uiteen wat de onzekerheid alleen maar groter maakte. Daar probeert de nieuwe kaderwet over de aard van de arbeidsrelaties nu een einde aan te maken. De wet treedt normaal gezien begin volgend jaar in werking.

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen van een eventuele herkwalificatie door de arbeidsrechter blijven verregaand. 'Wanneer de arbeidsrechter vaststelt dat het toch om een arbeidsovereenkomst gaat, moet de werkgever de sociale zekerheidsbijdragen betalen, niet alleen het werkgeversgedeelte (circa 35 procent voor bedienden), maar ook het deel van de bijdrage van de werknemer van 13,07 procent. De werkgever kan dat gedeelte nadien niet recupereren van de werknemer. Bovendien moet de werkgever een verhoging betalen van nog eens 10 procent op de werkgevers- en werknemersbijdragen (dus op 48 procent) en nalatigheidsintresten. De RSZ kan zo'n vijf jaar in de tijd terug gaan, maar vanaf 2009 wordt dat beperkt tot drie jaar.

Ellen CLEEREN

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud