Advertentie

'China mag niet vervallen in economisch nationalisme.' Dat zei Jingzhou Tao, de topman van het advocatenkantoor DLA Piper in Peking tijdens een toespraak in Brussel. Tao vreest dat de Chinese autoriteiten buitenlandse ondernemers steeds meer in hun acquisitiehonger zullen beknotten en ziet die vrees ook vertaald in recente wetgevende intiatieven.

(tijd) 'Daaruit mag je niet afleiden dat buitenlandse investeerders niet langer welkom zijn. Wel doen zij er goed aan de lokale autoriteiten te wijzen op het voordeel dat ook de Chinezen uit de investering kunnen halen.' 'Er gaan in China steeds meer stemmen op om buitenlandse ondernemingen te beknotten in het overnemen van Chinese bedrijven', zei Jingzhou Tao, managing partner bij het zakenkantoor DLA Piper, die vorige week enkele dagen in Brussel vertoefde op uitnodiging van de KULeuven. De advocaat, van Chinese afkomst en gespecialiseerd in internationaal handelsrecht, adviseerde de voorbije twintig jaar talloze grote Europese, Amerikaanse en Japanse ondernemingen bij hun transacties in China. 'Na het openstellen van zijn economie voor de buitenwereld en enkele decennia van groei, lijkt de reus buitenlandse investeerders de rug toe te keren', stelt Tao.

De advocaat wil potentiële investeerders in China niet afschrikken, maar volgens hem moeten ze wel op hun hoede zijn. Vorig jaar riep de Chinese overheid enkele grote overnamedossiers een halt toe. Het Amerikaanse private-equityfonds Carlyle had 375 miljoen dollar veil voor een belang van 85 procent in Xugong, een industrieel Chinees staatsbedrijf. Door de weerstand van de Chinese autoriteiten moest Carlyle zich uiteindelijk tevreden stellen met een belang van 50 procent in een joint venture. En het Duitse Schaeffler wacht al maanden op het groene licht om de Chinese machinebouwer Luoyang in te lijven. 'En de lijst is nog veel langer', zegt Tao.

Naast het groeiend zelfbewustzijn van China op het wereldtoneel, is er in bepaalde kringen in de communistische partij een toenemende weerstand tegen de beweerde 'uitverkoop van het land' en een verdere liberalisering. In een toespraak vorig jaar riep het voormalige hoofd van het Chinese Nationaal Bureau voor Statistiek premier Wen Jiabao op paal en perk te stellen aan 'the malicious take-overs' (kwaadaardige overnames) door buitenlanders. Volgens Tao is de minder welwillende houding tegenover buitenlands kapitaal ook een gevolg van het protectionisme dat de Verenigde Staten vorig jaar ten toon spreidden. 'Je mag niet vergeten dat de Amerikanen de overname van hun Unocal door de Chinese oliefirma CNOOC (China National Offshore Oil Corporation) deels om politieke redenen hebben afgeblokt.'

Toevloed aan regels

Recente wetten voeden nochtans de vrees dat de Chinese autoriteiten een ongebreidelde uitverkoop aan banden willen leggen. Illustraties daarvan vindt Tao in nieuwe regels ter vrijwaring van de vrije mededinging, regels die ook moeten beletten dat bedrijven door fusies en overnames een al te sterke marktpositie veroveren. Tao: 'De Chinese wetgever brengt ook grensoverschrijdende fusies en overnames in rekening, maar alleen wanneer daar buitenlandse bedrijven, actief in China, bij betrokken zijn. Zo moet een Belgisch bedrijf met activiteiten in China de overname van een Amerikaanse evenknie melden. Maar een Chinees bedrijf dat een Amerikaanse concurrent inlijft, niet. Dat is vele buitenlandse bedrijven in China een doorn in het oog.' Sinds kort bestaat er ook een regeling ter bescherming van minderheidsaandeelhouders en stelde de Chinese wetgever paal en perk aan buitenlandse investeringen in de oververhitte Chinese vastgoedsector.

Er staan ook initiatieven op stapel om de Chinese werknemers beter tegen ontslag te beschermen. 'De Chinese overheden laten zich meer leiden door de uitgebreide West-Europese ontslagbescherming dan door het meer liberale Amerikaanse model', stelt Tao. Ook werkt de Chinese wetgever aan een belastinghervorming. 'Nu is de aanslagvoet in de vennootschapsbelasting lager voor buitenlandse ondernemingen dan voor Chinese. Maar als de actuele plannen doorgaan, zal het belastingtarief niet langer bepaald worden door de vraag of het om een buitenlands dan wel om een Chinees bedrijf gaat, wel door de sector of de regio waarin de onderneming actief is.' Voor potentiële investeerders uit België is er alsnog geen grote reden tot paniek. Met een maximaal belastingtarief in de vennootschapsbelasting van 24 procent liggen de tarieven in China nog steeds lager dan in België.

Tot slot vreest Tao dat de Chinese overheid buitenlandse ondernemers ook op milieugebied zal beknotten. 'Het zou mij niet verwonderen als China buitenlandse bedrijven verplicht in China dezelfde stringente milieunormen te respecteren als in hun land van herkomst.'

Smeergeld

'Buitenlandse investeerders blijven uiteraard welkom, maar globaal doen geïnteresseerden er goed aan de Chinese autoriteiten te wijzen op het belang van de investering voor die specifieke sector of voor de Chinese economie. Individuele, buitenlandse ondernemers die stuiten op een 'nationalistische reflex', moeten hameren op het 'wederzijdse' belang voor alle betrokken partijen van de voorgenomen transactie', geeft Tao als raad mee.

Peking blijft grote behoefte aan buitenlands kapitaal, aan moderne technologie en moderne managementmethoden houden. Tot slot heeft de advocaat nog een waarschuwing in petto voor de ondernemers die bereid zijn smeergeld te betalen. 'Het gebeurt dat een lokale burgemeester of partijverantwoordelijke je belooft al eens een oogje toe te knijpen. Laat je daar niet door misleiden', stelt Tao. 'Lokale (of corrupte) mandatarissen worden vroeg of laat teruggefloten. Ga uit van 'the worst case scenario' en leef de wetten na. Informele afspraken zijn uit den boze.'

Ellen CLEEREN

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud