Pioneer roept alle hens aan dek voor plasmatelevisie

BRUGGE (tijd) - Het Japanse elektronicaconcern Pioneer wil tegen 2005 zijn productiecapaciteit van plasmaschermen fors verhogen. Daarmee anticipeert het bedrijf op de exponentiële groei van de verkoop van plasmatelevisies. Plasma vond door zijn hoge prijs totnogtoe vooral een afname in professionele kringen. In Europa worden dit jaar echter voor het eerst meer plasmaschermen gekocht door consumenten dan door professionele gebruikers. '2002 is het jaar van de doorbraak', zegt Marnix Somers van Pioneer Europe.

Tien jaar geleden ontwikkelde Pioneer met vallen en opstaan een eerste plasmascherm. De Japanse elektronicagigant had veel ervaring met beeldverwerking. Pioneer lag aan de basis van de LaserDisk, een beeldplaat van het formaat van een oude 33-toerenplaat met daarop digitale klank en analoog beeld. Het bedrijf had zich ook gespecialiseerd in televisies met groot scherm en breedbeeldformaat.

De nieuwe compressietechnologie voor videobeeld (MPEG) en de komst van een nieuwe digitale drager van videobeeld (later dvd-video gedoopt) creëerde de nood aan beeldschermen met een hoge resolutie. Drie jaar na de start van de ontwikkelingen met plasma had Pioneer zijn eerste prototype klaar: een plasmascherm met het klassieke 4:3-beeldformaat dat gebruikmaakte van de technologie Video Graphics Array (VGA) waarmee een beeld wordt samengesteld uit een geheel van 852 x 480 of 408.960 lichtpuntjes of pixels.

Heel wat plasmafabrikanten hielden het bij VGA. Maar Pioneer stapte al snel over naar Extended Graphics Array (XGA) dat een hogere resolutie haalt. Een scherm met een diameter van 43 inch of 109 cm levert een resolutie op van 1.024 x 768 of 786.432 pixels, een scherm van 50 inch of 127 cm bevat 1.288 x 768 of 989.184 pixels.

Fujitsu doet in principe beter met een resolutie van 1.024 x 1.024 pixels. In werkelijkheid gaat het om een resolutie van 1.024 x 512 pixels. De Japanse groep gebruikt de zogenaamde ALS-technologie (Alternating Lightning of Surface) waarbij twee rijen van elk 512 pixels bliksemsnel met elkaar alterneren. Die technologie heeft Pioneer nooit overgenomen.

Het eerste plasmascherm van Pioneer werd in 1997 op de markt geïntroduceerd. Het kostte een fortuin en werd dan ook bijna uitsluitend aan professionele gebruikers gesleten. Een scherm van 20.000 euro was te duur voor gebruik thuis.

Inmiddels is Pioneer aan een derde generatie plasma toe en zijn de prijzen aanzienlijk gedaald. Een 50 inch plasmascherm dat vorig jaar nog 18.000 euro kostte, kost vandaag 13.000 euro. De prijs van een scherm van 43 inch dat in het voorjaar nog 11.000 euro kostte, ligt nu 1.000 euro onder de magische grens van 10.000 euro. Het scheelt een slok op de borrel, maar het blijft nog erg duur.

Volgens de Vlaming Marnix Somers, de directeur van de consumer plasma division van Pioneer Europe, zakt de prijs van een plasmascherm tegen 2005 terug naar ongeveer 100 euro per inch. Een plasmascherm met een diameter van 127 cm kost dan 5.000 euro. Zijn kleinere broer van 109 cm nog 4.300 euro. Plasma wordt dan een volwaardige concurrent van de hoogwaardigste huidige conventionele televisietoestellen. Plasma kan dan al zijn troeven uitspelen. Het scherm is slechts 9,8 cm dik, volledig vlak, kan in een hoek van 160 graden worden bekeken en kan aan de muur worden gehangen zoals een schilderij. In een kleine omgeving past hij niet. De beste kijkafstand is minstens 3 meter.

Volgens Somers wordt een plasmascherm wellicht nooit goedkoper dan 3.000 euro. Tegen die bodemprijs zullen de nieuwe generaties schermen voor dezelfde prijs wel almaar meer toeters en bellen bieden. Het wordt dus hetzelfde zoals in de huidige markt van conventionele televisies waar de prijzen stabiel zijn en de features almaar toenemen.

Dat de bodemprijs niet lager dan 3.000 euro wordt, komt wellicht omdat er nooit plasmaschermen zullen worden ontwikkeld die kleiner zijn dan 40 inch. De markt van kleinere schermen wordt wellicht ingepalmd door de LCD-technologie (liquid crystal display), een markt waarin ook Barco zich - althans voor professionele toepassingen - niet onbetuigd laat.

Hoe lager de prijs van een plasmascherm, hoe groter de verkoop. Het Normura Financial Research Centre verwacht dat tegen 2005 wereldwijd 3,5 miljoen plasmaschermen zullen zijn verkocht. De ambities van Pioneer zijn navenant. Het bedrijf heeft vandaag twee volautomatische fabrieken met een gezamenlijke capaciteit van 150.000 schermen per jaar. Een derde productielijn van 100.000 schermen wordt volgend jaar opgestart. In 2005 komt er een vierde lijn van 250.000 plasma's, wat de capaciteit van Pioneer op een half miljoen plasmaschermen brengt.

Pioneer wil daarmee zijn marktpositie op zijn minst consolideren. In Japan volgt Pioneer met een marktaandeel van 24 procent op de tweede plaats na Hitachi met 34,8 procent. Met een aandeel van 12 procent moet Pioneer in Europa Philips (29 procent) en Panasonic (22) laten voorgaan. Onder meer met een prominente aanwezigheid op de culturele manifestatie Brugge 2002 wilde Pioneer zijn positie in Europa verstevigen.

De marketinginspanningen die Pioneer levert voor de consument zijn niet toevallig. Het onderzoeksbureau Decision Tree Consulting Research (DTC) voorspelt in een studie dat in Europa in 2002 voor het eerst meer plasmaschermen verkocht zullen zijn aan consumenten dan aan professionele gebruikers. Dat houdt in dat de verkoop van plasma aan particulieren dit jaar met 100 procent groeit. Van de 80.000 schermen die naar schatting verkocht zullen worden in Europa, gaat 58 procent naar consumenten.

'De groei zal exponentieel doorgaan', verwacht Marnix Somers. 'Volgens DTC is Europa in 2005 goed voor 1,2 miljoen verkochte plasmatelevisieschermen.'

De vraag zal ook later aangezwengeld worden door nieuwe technologie die op ons afkomt. Nieuwe lasertechnologie (in de zogenaamde Blu-ray Disk) levert straks de opvolger van dvd-video. Het nieuwe systeem zal een resolutie hebben van twee keer die van dvd-video en zal de nood naar hogeresolutieschermen nog doen toenemen, verwacht Somers. Hetzelfde geldt voor de films die men straks met een breedbandtoegang van het internet haalt. In de VS en Japan geeft hogedefinitietelevisie nu al de plasmamarkt een duw in de rug.

Ook voor professionele toepassingen is het potentieel nog groot. De Franse mediagroep JC Decaux, gespecialiseerd in stadsmeubilair en in reclameruimte in onder meer luchthavens, startte in Frankrijk met een ambitieus project waarbij plasmaschermen worden gebruikt als reclamemedium. Randstadt test het gebruik van plasmaschermen in zijn interim-kantoren. In de röntgenfotografie koos Agfa-Gevaert voor plasmaschermen van Pioneer. De tachtig plasmaschermen in Terminal A van de luchthaven van Zaventem zijn van Pioneer.

De keuze voor Pioneer heeft volgens Somers niet alleen te maken met de helderheid van de schermen, maar ook met de levensduur. Pioneer garandeert minstens 30.000 uren. 'Dat is 5 uur per dag gedurende 17 jaar', zegt hij. 'Maar het is langer. Recent werd in Scandinavië een plasma van de eerste generatie voor herstelling ingeleverd. Hij had 27.000 uren op de teller. Plasma is een goede langetermijninvestering.'

Wat fabrikanten als Pioneer in het bijzonder aanzet om voor plasmaschermen alle hens aan dek te roepen: plasma levert de fabrikant aardige marges op. Dat is aardig meegenomen in een sector die al jaren kreunt onder prijserosie.

René DE WITTE

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud