Regeling outplacement is 'vergiftigd geschenk'

BRUSSEL (tijd) - De recente collectieve arbeidsovereenkomst nummer 82, die het recht op outplacement regelt, riskeert volgens de outplacementspecialisten 'een vergiftigd geschenk' te zijn. Op zich is het een stap vooruit dat alle 45-plussers voortaan hun recht op outplacement kunnen laten gelden. De outplacementbureaus vrezen echter dat de regeling in haar huidige vorm leidt tot 'kwaliteitsverlies'.

Laurette Onkelinx, de federale minister van Arbeid, pakte in 2001 uit met een wet die de 'reïntegratie' van werknemers op de arbeidsmarkt moest stimuleren. De minister liet de concrete uitwerking van het recht op outplacement over aan de Nationale Arbeidsraad, wat resulteerde in CAO nummer 82. Onverdeeld gelukkig zijn de outplacementkantoren niet met de bepalingen in die CAO.

Volgens Karin Rasschaert, voorzitster van de Nationale Vereniging van Outplacementbureaus (NVOB), bood de oudere CAO nummer 51 al een aantal mogelijkheden om aan outplacement te doen. 'Met de nieuwe CAO krijgen 45-plussers een recht op outplacement, wat we toejuichen. Tegelijkertijd vinden we dat de regeling op enkele punten kansen laat liggen.' Jaarlijks zouden circa 35.000 mensen in aanmerking komen voor de nieuwe regeling.

Rasschaert vindt het geen goede zaak dat werkzoekenden 'een loodzware administratieve procedure' moeten volgen om hun recht op outplacement te laten gelden. 'In de nieuwe CAO staan bepalingen die de werkzoekenden eerder lijken te ontmoedigen. Wie veel pech heeft, kan pas zeven maanden na zijn ontslag met outplacement starten. De service van onze bureaus heeft juist de grootste toegevoegde waarde wanneer ze snel kan worden verleend.'

Werkzoekenden krijgen volgens de CAO het recht gedurende maximaal 12 maanden te worden begeleid. In totaal mag de outplacementadviseur 60 uur per kandidaat presteren. 'De termijn van 12 maanden werd opgesplitst in drie delen. Na elke fase moet de werkzoekende formaliteiten vervullen. Dat mag er niet toe leiden dat mensen niet de begeleiding krijgen waarop ze recht hebben.'

Een werkgever die een ontslagen medewerker geen outplacement geeft, moet voortaan een vergoeding van 1.500 euro betalen. De NVOB heeft moeite met dat bedrag. 'Zo'n vergoeding heeft enkel zin als ze beduidend hoger ligt dan de kosten van outplacement. Met 1.500 euro voor 60 uur begeleiding kom je aan een uurtarief van 25 euro. Welk outplacementbureau wil tegen zo'n tarief werken?' Voor een individuele begeleiding is een werkgever al gauw twee maanden salaris van de (ex-)werknemer kwijt.

Behalve de vergoeding van 1.500 euro zal een weigerachtige werkgever ook een boete moeten neertellen. De hoogte van die boete is tot op heden nog niet geregeld.

Op jaarbasis zou de markt voor outplacement circa 12,4 miljoen euro vertegenwoordigen. Bij de NVOB zijn 10 bureaus aangesloten, maar er staan wel tal van nieuwkomers in de startblokken. De NVOB vormt zichzelf nu om tot een departement van Federgon, de federatie van bedrijven uit de arbeidsbemiddeling. Ook de uitzendconcerns willen graag een graantje meepikken van de outplacementmarkt, bevestigt Yvan Dierckxsens, voorzitter van Federgon. Verleden jaar telden de NVOB-leden 2.400 opdrachten. DB

Dit artikel verscheen in De Financieel-Economische Tijd van 13 september.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud