Snoeien laat familiebedrijf bloeien

Een familiebedrijf generatie na generatie laten bloeien, ligt niet altijd voor de hand. Per generatiewissel komen er nieuwe takken en twijgen aan de familieboom, die alle dezelfde richting uit moeten.

(tijd) Om de slagkracht van het bedrijf te vrijwaren, kan een oplossing zijn de boom te snoeien: uitkopen, leiding kiezen, splitsen. Het Studiecentrum voor Ondernemerschap (Ehsal- KUBrussel) deed onderzoek aan de hand van 17 cases.

Grosso modo zijn er drie opties om het bedrijf langs (dreigende) conflicten te loodsen. De familie kan governancestructuren opzetten die de complexiteit bestuurbaar houden, zoals een familieraad en -charter. Er kan worden gekozen voor een verkoop van het bedrijf of een deel ervan aan derden. En er is de mogelijkheid in de structuur te snoeien om ze opnieuw minder complex te maken. 'Die derde optie wordt geregeld aangehaald,' vertelt professor Johan Lambrechts, directeur van het Studiecentrum voor Ondernemerschap, 'maar ze is nog nooit terdege onderzocht.'

Lambrecht, onderzoekster Ellen Beens en Jozef Lievens van het Instituut voor het Familiebedrijf gingen uitgebreid praten met 17 kleine tot grote Belgische familiebedrijven die snoeiden in het aandeelhouderschap, in de dagelijkse leiding, of in allebei.

Vooruitzien

'Meestal komt het erop neer dat er minder eigenaars overblijven binnen een familietak. Met andere woorden: broers of zussen kopen elkaar uit, zodat er minder leidinggevenden uit de familie overblijven. Maar het kan ook gaan om het uitkopen van een andere familietak, bijvoorbeeld neven en nichten. Om het vereenvoudigen in elk van de familietakken. Of om een splitsing van het bedrijf in zelfstandige eenheden', vertelt Lambrechts. 'Het gaat niet per se om het wegsnoeien van passieve aandeelhouders, die niet dagelijks werkzaam zijn in het bedrijf.'

Opvallend is dat meestal enkele jaren na de officiële intrede van een nieuwe generatie stilaan wrijvingen en conflicten ontstaan, die uiteindelijk met snoeien worden opgelost. 'Het zou beter zijn tijdens de generatiewissel vooruit te kijken en te snoeien, voor er conflicten ontstaan die veel onzichtbare kosten met zich brengen.'

Gaat het om een vereenvoudiging van het eigendom, dan komt het initiatief meestal van een van de aandeelhouders die anderen wil uitkopen. Daar zijn verschillende redenen voor. De belangrijkste is dat men de ontwikkeling van het bedrijf niet wil beknotten. Men wil bijvoorbeeld voortbouwen met enkel toegewijde aandeelhouders, met wie makkelijker een overeenkomst te bereiken is over de strategie. Andere families struikelen er dan weer over dat de passieve aandeelhouders hun dividend boven investeringen verkiezen, of dat neef X hiërarchisch boven oom Y staat.

Een andere reden om te snoeien, bestaat erin de troeven van een familiebedrijf, met name de wendbaarheid door snelle beslissingen, te bewaren. Mogelijk is de familie-kmo ook te klein om veel aandeelhouders een inkomen te verschaffen. Of men wil conflicten vermijden of oplossen.

Het komt ook voor dat iemand die graag zou verkopen het initiatief tot een snoeibeurt neemt. Bijvoorbeeld omdat hij of zij zich niet meer kan vinden in de risico's die het bedrijf moet nemen. Of opnieuw omdat er een conflict is gerezen.

Een cruciale stap als tot snoeien is beslist, is het bepalen van de waarde van het bedrijf. 'Ook al kom je met de hulp van externe adviseurs tot een objectieve waardebepaling, dan wordt daar bij familiebedrijven wel eens van afgeweken', vertelt Lambrechts. 'Er wordt meer betaald om conflicten te vermijden en vooruit te kunnen, of er wordt minder betaald omdat er anders geen geld overblijft om te investeren.'

Financiering kan wel eens een struikelblok worden. Een familiebedrijf mag volgens het vennootschapsrecht geen middelen voorschieten om de uitkoop van de ene aandeelhouder door de andere mogelijk te maken. Een aandelenruil is de goedkoopste manier, maar dan moeten er al verschillende bedrijven in de familie zijn. In het merendeel van de gevallen gaan de overblijvende bedrijfsleiders een banklening aan.

Splitsing

In het wat bijzondere geval dat voor een splitsing wordt gekozen, is dat meestal een bedrijfseconomisch logische oplossing. Lees: het levert twee levensvatbare bedrijven op. Na de splitsing kan elk bedrijf zijn eigen strategische koers varen. Vaak wordt de familieharmonie hersteld, al zijn er ook tegenvoorbeelden. De Duitse broers Dassler gunden mekaar ook na de opsplitsing van hun sportschoenenfabriek in de aparte bedrijven Adidas en Puma het licht in de ogen niet. De auteurs raden in elk geval ten stelligste aan een splitsing volledig door te voeren, en niet bijvoorbeeld nog bedrijfsgebouwen te delen.

Lievens wijst erop dat de rechtspraak van de rulingcommissie voor splitsingen zeer onduidelijk is. 'Er moeten economisch en financieel rechtmatige behoeften zijn om een fiscaal vrije splitsing te mogen doorvoeren. Zo niet moet vennootschapsbelasting worden betaald op de meerwaarden. Zo'n meerwaardenbelasting maakt de splitsing in de praktijk vaak onhaalbaar.'

Vaak maar niet noodzakelijk samengaand met een vereenvoudiging van het aandeelhouderschap kan ook gesnoeid worden in het management: minder familieleden leiden het bedrijf in zijn dagelijkse operaties. 'We horen dan vaak als motivatie 'dat er maar één kapitein op het schip kan zijn' of 'maar één haan op de mesthoop'. Maar dat is niet zelden een drogreden. Een echte reden kan zijn dat de familie slechte ervaringen heeft met een meerhoofdige leiding in vorige generaties. Of dat er te weinig afspraken zijn over verantwoordelijkheden, of afspraken niet nageleefd zijn. Jammer genoeg zadelt de voorgaande generatie, met de beste bedoelingen, de jongere nogal eens op met onwerkbare dogma's en principes. Iedereen gelijk, met gelijke delen van het eigendom en zelfs gelijke lonen. Ook al doet men niet hetzelfde werk. Dat klinkt mooi, maar is onwerkbaar. Niets anders dan een eenhoofdige leiding dulden, dat kan een volgende generatie ook vastzetten. Zo was er een vader die zijn kinderen een rotatiesysteem voor de bedrijfsleiding oplegde. Dat liep slecht af.'

Erika RACQUET

Johan Lambrecht, Jozef Lievens en Ellen Beens - De familieboom snoeien - uitgeverij LannooCampus, ISBN 978 90 209 6730 2

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud