Specifieke maatregelen voor vrouwelijke ondernemers blijken overbodig

(belga/tijd) - Er is geen nood aan specifieke maatregelen voor het vrouwelijk ondernemerschap. Dat is de conclusie van een onderzoek door het Studiecentrum voor Ondernemerschap van de EHSAL en de Luikse universiteit. In de studie worden verschillende mythes over vrouwelijke ondernemers ontkracht. Zo zou dé vrouwelijke ondernemer niet bestaan en zijn de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers gering.

De studie was onder meer opgezet om te zien op welke manier vrouwen meer tot ondernemen kunnen worden aangezet. De voorbije veertige jaar verdubbelde het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt, maar het aantal vrouwen met een eigen zaak steeg niet in dezelfde mate. Drievierden van de zelfstandigen zijn mannen, tegen een vierde vrouwen. De onderzoekers stellen nu dat specifieke maatregelen voor vrouwen geen nut hebben.

Dat komt onder meer omdat er geen andere hindernissen voor vrouwelijke dan voor mannelijke ondernemers zijn. Zo hebben vrouwen niet méér problemen bij toegang tot financiering, dan mannen. De 'klassieke' hindernis -de verzoening tussen het beroeps- en privéleven- wordt dan weer door amper vijf procent van de ondervraagde vrouwen ervaren. Uit de studie blijkt bovendien dat ook mannen hinder ondervinden bij de combinatie van beroeps- en privéleven. Opvallend is dat bij vrouwen vooral het bestaan van een partner de intrede als zelfstandig ondernemer vertraagt; bij mannen veroorzaakt het hebben van kinderen veeleer vertraging.

Vrouwen die een eigen zaak opstarten zijn gemiddeld 34 jaar, tegen 31 jaar bij mannen. Vrouwen zijn ook vaak in andere sectoren actief (zoals sociaal-culturele diensten) dan mannen (industrie of bouw). Dit laatste verklaart ook het verschil in de grootte van de onderneming, en in de prestaties van het bedrijf.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud