Teruggave BTW meteen na faillissement

De 2.000 gewone schuldeisers van de failliete NV Sabena hebben nog vele tientallen miljoenen euro te goed van Sabena-curator Christian van Buggenhout, maar zij betaalden wel reeds de BTW op deze facturen aan de BTW-administratie. 'Het is mooi dat de wetgever de gevolgen van een faillissement menselijker wil maken voor de gefailleerde, maar de gewone schuldeisers mogen daar niet het slachtoffer van zijn. Zij moeten de BTW sneller terugkrijgen en de oninbare vorderingen meteen kunnen afschrijven.' Kris Barrezeele

Het wetsvoorstel van senator Jan Steverlynck (CD&V), dat vorige woensdag werd goedgekeurd, voorziet in een wijziging van het koninklijk besluit dat de teruggave van de BTW regelt en vergt ook een wijziging van de faillissementswet en de fiscale wetgeving. De sociale gevolgen van een faillissement zijn in ons land zwaarder dan in vele andere landen en zijn geen stimulans om te kiezen voor het ondernemerschap of door te gaan als ondernemer na een faillissement. De financiële gevolgen van een faillissement mogen evenmin over het hoofd worden gezien.

'In 99 procent van de faillissementen ontvangen de gewone schuldeisers geen euro van hun schuldvordering. Dat leidt op zijn beurt tot nieuwe tragedies. Kleinere ondernemingen die een belangrijke afnemer failliet zien gaan, ondergaan vaak een zware aderlating, niet zozeer van omzet of winst maar van bedrijfskasstroom', verdedigt Jan Steverlynck zijn wetsvoorstel. 'Een flink deel van de levering hebben zij voorgefinancierd, bovendien moeten zij de BTW op de factuur meteen afrekenen aan de BTW-administratie en de oninbare vordering kan pas fiscaal afgetrokken worden na de sluiting van het faillissement of na ontvangst van een fiscaal attest van de curator.

Curatoren zijn echter niet zo happig om kort na het faillissement zo'n geïndividualiseerd attest te verstrekken. Schuldeisers kunnen echter ook geen fiscaal aftrekbare voorziening voor dubieuze debiteuren aanleggen op het passief van de balans. Vooraleer een faillissement wordt gesloten en de oninbare vordering als een minwaarde kan worden geboekt, verlopen vaak enkele jaren.'

Dat gewone schuldeisers zelden iets ontvangen van de curator heeft ook te maken met de vele bevoorrechte schuldeisers. In België bestaan enorm veel voorrechten. Banken, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de fiscus hebben meestal bevoorrechte schuldvorderingen, gewone leveranciers meestal niet. Zij kunnen sinds de nieuwe faillissementswet van 1997 wel het eigendomsvoorbehoud laten gelden op de geleverde maar niet betaalde goederen. Vaak lukt dat niet omdat die goederen al doorverkocht zijn of verwerkt. Zij kunnen ook een kredietverzekering nemen. Kredietverzekeraars geven de garantie dat een afnemer leveringen tot een bepaald bedrag zal betalen. Gebeurt dat onverwacht toch niet, dan betaalt de kredietverzekeraar in de plaats van de afnemer.

'Kredietverzekering is natuurlijk mogelijk maar dat kost het bedrijf geld. De premie kan niet steeds verrekend worden in de kostprijs en de verkoopprijs', zegt Jan Steverlynck.

Omdat wanbetaling steeds een zware impact heeft op de kasstroom van een onderneming, wil Steverlynck dat de leverancier minstens de aangerekende en doorgestorte BTW snel kan recupereren. Op een verkoopfactuur wordt gewoonlijk 21 procent BTW aangerekend die de leverancier de volgende maand, in geval van maandaangifte, of na afloop van het kwartaal, in geval van kwartaalaangifte, moet betalen aan de BTW-administratie. Op 1 miljoen euro stort hij dus 210.000 euro door. Als de factuur na een jaar nog niet is betaald en de afnemer gaat failliet, dan verliest de leverancier niet alleen 210.000 euro maar ook het geld dat hij effectief uitgaf voor de aankoop van de grondstoffen, de lonen en de andere productiekosten.

De recuperatie van de BTW is pas mogelijk wanneer het zeker is dat de vordering geheel of gedeeltelijk is verloren gegaan. Die zekerheid komt er pas als het faillissement definitief gesloten is. Dat is onzin, vindt Steverlynck. Een gewone schuldeiser weet vaak na het faillissement reeds dat zijn vordering nooit zal betaald worden.

Het wetsvoorstel wil dat de teruggave van de BTW mogelijk wordt zodra het faillissement is uitgesproken. Per slot van rekening heeft hij de BTW dan al ettelijke maanden voorgefinancierd. De schuldeiser moet op de dag van het faillissementsvonnis eveneens de oninbare vordering fiscaal kunnen afschrijven als een minwaarde. In de beide gevallen moet de curator binnen de maand na het vonnis van faillissement een fiche naar de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (AOIF) sturen zodat teruggave van BTW en de afschrijving van de oninbare vordering mogelijk worden. Krijgt de schuldeiser later toch nog een deel van zijn vordering betaald, dan zal hij de BTW moeten storten en de afschrijving van de oninbare vordering gedeeltelijk terugnemen. De curator kan bij de uitkering de AOIF wederom op de hoogte brengen met een fiscale fiche.

Jan Steverlynck hoopt dat de goedkeuring van zijn wetsvoorstel kan samenvallen met de wijziging van de geamendeerde faillissementswet die na de goedkeuring later deze maand in de plenaire zitting van de Senaat wellicht pas na het zomerreces opnieuw behandelt wordt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud