Vlaamse ondernemerszin licht gestegen

Het gaat goed en slecht met de ondernemerszin in ons land: er is wat beterschap tegenover vorig jaar, maar onvoldoende om uit de staart van de wereldranglijst te geraken. Dat blijkt uit de Global Entrepreneurship Monitor (GEM) voor 2007. 'Er blijkt een 'ondernemersval' te ontstaan', zegt Hans Crijns, die voor ons land het onderzoek coördineert. 'De intenties tot ondernemen stijgen, maar de uitvoering van de droom volgt niet altijd.'

(tijd) - Hoeveel mensen op beroepsactieve leeftijd zijn bezig met het plannen en opzetten van een nieuwe zaak, of hebben een jong bedrijf (3 tot 42 maanden)? Dat is de centrale vraag van de jaarlijkse GEM-studie. In Vlaanderen gaat het om 3,70 procent, voor heel België om 3,15 procent. Daarmee herstellen ons gewest en land zich lichtjes van de slag van vorig jaar, met scores van respectievelijk 3,05 en 2,73 procent, toen geen enkel land het slechter deed. De rode lantaarn is nu voor Oostenrijk. Vlaanderen haalt opnieuw het niveau van 2005, voor de dip van 2006, België (3,93% in 2005) nog niet. Overigens zijn de cijfers voor heel Europa en wereldwijd (42 landen) niet van jaar op jaar vergelijkbaar, omdat het niet volledig over dezelfde deelnemende landen gaat.

Het is normaal dat de ondernemersspirit laag ligt in landen met een hoog bruto nationaal product per hoofd van de bevolking. In landen als Thailand en Peru starten veel mensen een eigen zaakje omdat ze geen andere keuze hebben om een inkomen te vergaren. Bij ons start bijna niemand een bedrijf uit noodzaak. Daarmee is niet alles verklaard, want we scoren ook lager dan de meeste Europese landen met een gelijkaardige welvaart.

Kwaliteit

Er zijn wel enkele positieve vaststellingen. 'De kwaliteit verbetert', zegt professor Hans Crijns, die samen met professor Miguel Meuleman aan de Vlerick Leuven Gent Management School instaat voor het Belgische deel van de studie. 'Op individueel vlak: de plannende of startende ondernemers zijn steeds beter opgeleid, 40 procent heeft nu een diploma hoger onderwijs. Vrouwelijke starters blijven in de minderheid, maar zijn intussen goed voor zowat een derde, een verbetering. En op bedrijfsvlak: steeds meer jonge ondernemingen, meer dan de helft al, noemen zich innovatief - qua ambities om jobs te creëren of internationaal te werken is de score min of meer stabiel tot licht verbeterend.' In aanvullende enquêtes stelden experts ook dat de toegang tot financiering sterk verbeterd is.

Weinig opportuniteiten

Potentiële ondernemers in ons land zien echter nog steeds weinig opportuniteiten. Ook al verbetert het ietsje, we blijven onderaan hangen. Het is niet de angst om te falen die remt, want die is erg laag, noch een gebrek aan kennis en vaardigheden, want die worden voldoende hoog ingeschat. Ondernemer worden is voor weinigen een wenselijke carrièrekeuze. Voor alle perceptiefactoren samen is er een lichte verbetering, 'de sensibilisering heeft daar wel wat effect.'

Van wie droomt van een eigen zaak en plannen maakt, haken blijkbaar nog vrij veel mensen af, valt Crijns op. 'Uniek aan de GEM-studie is dat niet enkel wordt gekeken naar het aantal jonge bedrijven, maar ook naar de intenties. Er wordt ook gevraagd of iemand in de voorbije twaalf maanden bezig is geweest met het opstellen van een businessplan, het zoeken van financiering of een locatie enzovoort. Voor dat 'ondernemerschap in voorbereiding' gaan de scores fors vooruit: van 1,81 naar 2,71 procent voor België en van 1,73 naar 2,93 procent voor Vlaanderen apart. Dat is goed nieuws. Het aantal jonge bedrijven blijft echter hangen op nog geen 0,5 procent voor België en zowat 0,75 procent in Vlaanderen. Ik zou het een 'ondernemersval' willen noemen: er is een uitval tussen het aantal mensen met plannen, en het aantal dat daadwerkelijk iets opzet.' 

Krapte op arbeidsmarkt

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud