De Chinezen komen

Dit voorjaar nam een consortium onder leiding van het op een na grootste telecombedrijf van China, China Netcom, het telecombedrijf Asia Global Crossing over. Asia Global Crossing is een filiaal van de in moeilijkheden geraakte Amerikaanse telecomspeler Global Crossing die zelf onrechtstreeks en deels in Chinese handen komt. Er is waarschijnlijk geen treffender voorbeeld van het feit dat de Chinese telecombedrijven steeds meer de neus over de grens steken. Bert Broens

'Begin 2002 waarschuwde ik de baas van de transmissiedivisie van Alcatel om voorzichtig te zijn met Huawei. 'Ze verslaan jullie in Duitsland en Spanje', zei ik. Maar hij geloofde me niet. Nu beseft Alcatel ten volle dat Huawei wereldwijd een concurrent is.' Aan het woord is Xu Zhiqun, technologiedirecteur van Alcatel Shanghai Bell (ASB), het Chinese filiaal van het Franse Alcatel. Hoewel Huawei later werd opgericht dan ASB, groeide het uit tot de grootste fabrikant van telecomapparatuur op de Chinese markt en tot een belangrijke uitvoerder. Ook enkele andere concurrenten van ASB en het door Belgen opgerichte Alcatel-filiaal zelf maken van export een speerpunt van hun strategie.

Westerse fabrikanten in de sector moeten inderdaad rekening houden met de Chinese concurrentie. Die komt erg ongelegen nu de vraag naar telecomnetwerken wereldwijd al een tijd terugloopt, zonder dat er meteen uitzicht is op beterschap. In een gesprek met de Financial Times merkte Alcatel-baas Serge Tchuruk op dat de doorstart van noodlijdende concurrenten die de Chapter 11-procedure achter zich laten, gecombineerd met de komst van de Chinezen, ondanks de crisisperiode paradoxaal genoeg veeleer leidt tot meer dan tot minder spelers op de markt.

De Chinese telecommarkt is niet alleen de grootste, maar ook de snelstgroeiende ter wereld. Dat heeft te maken met het verschroeiende tempo van de economische groei in het land dat in een ijltempo een moderne infrastructuur krijgt. In Sjanghai steeg het aantal telefoonabonnees van 86.000 in 1985 tot meer dan 4 miljoen in 1998. De rest van China kende een gelijkaardige, soms zelfs nog sterkere groei. Eind maart van dit jaar telde het land met zijn 1,3 miljard inwoners al 221 miljoen mobiele bellers en 226 miljoen gebruikers van een vaste lijn. In 2002 stak China de VS voorbij als grootste mobilofoonmarkt ter wereld, dit jaar zal hetzelfde gebeuren voor vaste telefonie. Het ministerie van Informatie-industrie raamt dat het aantal mobilofoongebruikers dit jaar stijgt tot 258 miljoen en de vaste lijnen tot 247 miljoen. Ondanks die duizelingwekkende cijfers is de penetratiegraad nog laag: 221 miljoen mobiele bellers betekent dat slechts 17 procent van de bevolking een mobieltje heeft.

Theoretisch is er dus nog een enorm terrein te ontginnen, maar in de praktijk moeten de nieuwe klanten komen uit armere gebieden. 'De economische omstandigheden van de volgende 200 miljoen mobilofoongebruikers zijn verschillend van die van de eerste 200 miljoen', zegt Duncan Clark van de telecomconsultant BDA China in Peking. De explosieve groei van het einde van het vorige decennium is ook in het Aziatische land voorbij. De vier grote Chinese operatoren, waaronder China Netcom, zien de groei van hun klantenbestand vertragen. De overheid verplicht hen bovendien meer te concurreren op tarieven zodat telefonie ook binnen het bereik van de lagere inkomensklassen komt. Dat snijdt in hun inkomsten.

Dat alles maakt dat de Chinese operatoren de rem zetten op hun investeringen. Ze trachten eerst hun netten, die nog capaciteit zat hebben, te vullen. Vorig jaar trokken ze omgerekend ongeveer 23 miljard euro uit om hun netwerken uit te breiden. Dat is ruim een vijfde minder dan in 2001. Dit jaar is slechts een van de vier grote partijen van plan meer te investeren dan in 2002.

Dat doet de lokale telecomfabrikanten zoeken naar klanten in het buitenland. De grote partijen zoals Huawei en ZTE hebben voldoende maturiteit bereikt om die stap te zetten. Ze bieden een uitgebreid productengamma aan en nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen ze makkelijk volgen. Soms zijn ze zelfs voorlopers. 'Kennis verwerven is niet moeilijk. Je moet alleen ter plaatse over voldoende intelligente mensen beschikken en over geld', zegt Xu Zhiqun van Alcatel Shanghai Bell.

Bij ASB werken nu ongeveer 1.700 van de 6.000 mensen in onderzoek en ontwikkeling. Het bedrijf wil dat aantal tegen midden 2005 opdrijven tot 3.500. Maar dat is volgens Xu niet zo eenvoudig. 'Niet alleen het cijfer is van belang, ook de kwaliteit. Om voldoende goede mensen te hebben, moeten we ook buitenlanders aantrekken. Er zijn nu al zo'n 70 expats aan de slag, mensen die van andere Alcatel-vestigingen zoals België overkomen in het kader van mobiliteitsprogramma's, maar ook ingenieurs die we zelf rekruteren op de wereldmarkt. We willen dat aantal nog opdrijven. Een nadeel zijn de lonen die tot tienmaal hoger kunnen zijn dan voor een lokale ingenieur.' De goedkope arbeidskrachten in China helpen de lokale fabrikanten met concurrentieel geprijsde producten een stek te veroveren op de buitenlandse markt.

De groei van bedrijven als Huawei is indrukwekkend. Huawei Technologies, pas in 1988 opgericht door een gewezen militair, telt nu 22.000 werknemers. Het concern heeft vestigingen in 40 landen en richtte centra voor onderzoek en ontwikkeling op in de VS, Zweden, India en Rusland. De omzet over 2002 komt uit op 2,45 miljard euro. Dat is 12 procent minder dan in 2001, maar dat is helemaal op rekening te schrijven van het binnenland. De inkomsten uit het buitenland stegen met 68 procent tot 501 miljoen euro, een vijfde van het totaal. Het contrast toont opnieuw aan waarom de Chinese fabrikanten staan te trappelen om naar het buitenland te trekken: ze willen de tegenvallende verkoop in eigen land compenseren. Huawei verwacht de komende jaren een aanhoudend sterke groei buiten de Chinese grenzen. ZTE, een andere top-3-speler in China en beursgenoteerd, blies vorige maand de plannen voor een tweede notering in Hongkong af. Het bedrijf wou het geld van zijn tweede beursgang gebruiken om te groeien in het buitenland. Xu Zhiqun zegt dat ZTE plannen heeft om een vestiging te openen in België.

Alcatel Shanghai Bell is op een aantal domeinen marktleider in China, maar staat minder sterk in het buitenland. Vorig jaar kwam 115 miljoen euro omzet, een klein tiende van het totaal van 1,2 miljard euro, van over de grens. Dit jaar zou het exportgedeelte moeten stijgen. Een deel van de productie wordt ook geleverd aan andere vestigingen van Alcatel. ASB werd voor een aantal producten immers de enige of zo goed als de enige speler in de Franse groep. Het bedrijf heeft volgens secretaris-generaal Zhao Ming 'een tiental buitenlandse kantoren', vooral in Zuidoost-Azië en Afrika, de belangrijkste afzetmarkten. Opvallend is dat ASB levert in Myanmar, waar een militaire dictatuur de plak zwaait. Zhao zegt openlijk dat er banen zullen verdwijnen als de omzet afneemt. 'Maar als de inkomsten stijgen, gaat ook het aantal werknemers de hoogte in.' Het fuseren van diverse vestigingen van Alcatel in China tot ASB leidde al tot het verlies van 1.000 arbeidsplaatsen, als gevolg van een programma van vrijwillig vertrek.

Op de markt voor mobiele telefoons - en overigens ook informatica - doen de Chinese spelers zich eveneens langzaam gelden. Tal van elektronicabedrijven zoals TCL, Haier of Konka, die zich tot nu toe enkel toelegden op televisies en huishoudtoestellen, gingen voor het snelle gewin ook in mobilofoons. Op de lokale markt maken ze furore, maar in het buitenland is hun succes nog beperkt. Als verkoopsargument hanteren ze de prijs, maar het is de vraag of dat voldoende zal zijn: nogal wat apparaten van Chinese makelij worden door buitenlanders ervaren als van middelmatige kwaliteit. De lokale producenten hebben ook nog moeite om zich aan te passen aan de volatiele markt. De voorbije maanden zijn er aanwijzingen dat ze verantwoordelijk zijn voor een overaanbod omdat ze hun distributieapparaat blijven vullen ondanks de dalende vraag. Als Chinese toestelbouwers hun stek veroveren op de wereldmarkt, kan dat andere Chinese bedrijven die produceren voor grote jongens zoals Nokia en Motorola kwetsen. Als productieland voor mobieltjes speelt het lagelonenland een belangrijke rol. Vorig jaar droeg 27 procent van de 396 miljoen mobilofoons die wereldwijd gemaakt werden het label 'Made in China.' Het Amerikaanse marktonderzoeksbureau Strategy Analytics schat dat het aandeel in 2008 zal opgelopen zijn tot 46 procent.

De zakenbank CSFB denkt niet dat de export van Chinese telecomfabrikanten nu al een bedreiging vormt voor de traditionele spelers. Dat zou pas binnen drie tot vijf jaar het geval zijn. In China zelf hebben ze wel reeds een marktaandeel van 30 procent ingepalmd ten nadele van de westerse partijen en dat begint te tellen op zo'n reusachtige markt. Om volwaardig te kunnen meespelen in het buitenland moeten ze echter eerst alle twijfels over hun technologisch kunnen wegnemen. Die twijfels staken opnieuw de kop op met de rechtszaak van Cisco tegen Huawei wegens het illegaal kopiëren van routersoftware, inclusief tikfouten. Huawei, dat vele patenten op zijn naam heeft staan en geregeld met primeurs komt, gaf toe in de fout te zijn gegaan, maar deed de aanklacht toch af als een poging van Cisco om een potentiële concurrent door het slijk te halen. Maar wie de eerste de beste cd-rom met commerciële presentaties van Huawei over mobilofonie opent, ziet een reeks publiciteitsfoto's van Nokia opduiken zonder enige verwijzing naar het Finse bedrijf.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud