De verloren eer van UMTS

Drie jaar geleden was mobiel bellen van de derde generatie of UMTS niet weg te branden uit het nieuws. Nu zwijgen de media UMTS bijna dood. Dat is merkwaardig omdat de eerste UMTS-netwerken juist nu live gaan. Op een massale toeloop van klanten kunnen ze vooralsnog niet rekenen. Het is niet zeker of UMTS een succes wordt. Als het dat toch wordt, zal het niet van vandaag op morgen zijn. Bert Broens

Niet zelden is de voorbije maanden de dood van UMTS aangekondigd. Dat is overdreven, maar de sceptici vonden hun munitie in het feit dat WLAN, een technologie voor snel internetverkeer op een draadloos lokaal computernet, aan een indrukwekkende opmars bezig is. Overal duiken publieke WLAN-netwerken op. UMTS draait ook rond snel mobiel internetverkeer. WLAN, afkomstig uit de computerwereld, werd dan ook gezien als een regelrechte bedreiging voor UMTS, een vinding van de telecomindustrie.

Nu luidt de consensus dat de twee technieken elkaar niet bekampen, maar complementair zijn. Lokaal, in hotels en op luchthavens, kan WLAN worden gebruikt, terwijl de gebruiker in de wijdere omgeving overstapt op een mobiel net. Dat zou mettertijd naadloos moeten gebeuren, met behulp van insteekkaarten voor laptops of mobiele telefoons die beide technieken ondersteunen. Dergelijke mobiele telefoons zouden niet lang meer op zich laten wachten. De marktleider, Nokia, zegt dat ze er nog dit jaar komen.

De modus vivendi wordt ondersteund door het feit dat WLAN niet geschikt is om grote netten mee te bouwen die zich gedragen als een mobilofoonnet. Maar RoamAD, een start-up uit Nieuw-Zeeland, zegt een technologie ontwikkeld te hebben om het toch te doen. RoamAD bouwde met WLAN een mobilofoonnet met een reikwijdte van 3 kilometer in Auckland en is van plan dat op 100 kilometer te brengen. De jonge onderneming beweert dat te kunnen tegen 5 procent van de kostprijs van een UMTS-net.

WLAN is een hype zoals UMTS drie jaar geleden er een was. De technologie moet zich echter niet meer bewijzen, in tegenstelling tot UMTS. Beide hebben gemeen dat het nog te bezien valt of ze rendabele bedrijven kunnen voortbrengen.

De eerste aanbieders van UMTS zijn nog maar net uit de startblokken geraakt. Daarbij maken we even abstractie van de Aziatische operatoren die geavanceerde mobiele diensten aanbieden met diverse varianten van de standaard cdma2000. Die standaard is officieel ook mobilofonie van de derde generatie, maar wordt over het algemeen toch beschouwd als iets wat het midden houdt tussen de tweede en de derde generatie (zoals GPRS). Met UMTS (Universal Mobile Telecommunications System) wordt in feite de standaard WCDMA bedoeld. Dat is de derdegeneratieversie van gsm, de populairste norm ter wereld voor mobiel bellen. Cdma2000 is de opvolger van cdma, de concurrent van gsm.

Het eerste UMTS- of WCDMA-net ter wereld ging in oktober 2001 van start in Japan bij NTT DoCoMo. Het was een hobbelige start, ondanks het half jaar extra dat DoCoMo zich had gegund: de eerste klanten konden hun UMTS-telefoon maar in een beperkt gebied gebruiken, de eerste toestellen waren duur en hadden buitengewoon snel een lege batterij. Het werd niet de vliegende start waarop de operator had gerekend en het beoogde aantal klanten werd niet gehaald. Eind maart 2003, anderhalf jaar na de start, zat DoCoMo aan 330.000 UMTS-gebruikers. Aanvankelijk had het bedrijf gerekend op 1,38 miljoen klanten op dezelfde datum. Een lichtpunt is dat er alleen al in maart 138.000 klanten bijkwamen. Dat is het gevolg van de lancering van nieuwe telefoons met snufjes zoals roterende schermen en een bredere netwerkdekking.

In Europa wordt al geruime tijd geëxperimenteerd met de technologie. Dat gebeurt ook in beperkte mate in België, maar van commercieel gaan is dit jaar geen sprake meer, misschien zelfs niet in 2004. Het eiland Man, dat in 2001 de spits afbeet met een testnetwerk, heeft ook nog altijd geen commercieel aanbod. Volgens een woordvoerder zijn er wel zo'n 40 betalende klanten onder de 200 testgebruikers. Hij zegt dat het wachten is tot er voldoende toestellen beschikbaar zijn om breder te kunnen gaan. Mogelijk heeft dat te maken met de toestelleverancier van Manx Telecom, de telefoonmaatschappij van het eiland. Volgens een rapport van het marktonderzoeksbureau In-Stat/MDR is het gebrek aan UMTS-toestellen waarmee de sector kampte nu geen punt meer.

In maart gingen ook in Europa, meer bepaald in Groot-Brittannië en Italië, de eerste UMTS-netwerken commercieel van start. De primeur, die in de pers maar op een beperkte aandacht kon rekenen, was voor het Hongkongse conglomeraat Hutchison dat UMTS verkoopt onder de eenvoudige merknaam '3'. Hutchison bouwt UMTS-netten in negen landen en is daarmee een van de belangrijkste nieuwkomers op de markt. De groep begon intussen ook in Oostenrijk, Australië en Zweden UMTS-diensten te verkopen. In Oostenrijk gebeurt dat sinds kort in concurrentie met de nationale telefoonmaatschappij Telekom Austria, waardoor het Alpenland het eerste is met twee UMTS-aanbieders.

Hutchison is niet bepaald open over de eerste resultaten. Eind maart wou het Aziatische bedrijf enkel kwijt dat er in Italië 50.000 klanten waren. In Groot-Brittannië waren er begin mei slechts 20.000. In het laatste land worden er volgens de Financial Times 200 per dag opgetekend. Analisten noemen dat bemoedigend gezien het geringe aantal telefoons dat beschikbaar is, maar het is veel te weinig om eind 2003 het beoogde miljoen te bereiken. De populairste dienst in Groot-Brittannië is het videogesprek. Tegen 71 eurocent per minuut is het nochtans een van de duurste. In Australië liep het aantal na twee weken verkoop in de honderden in plaats van in de verwachte duizenden. Hutchison wil niet spreken van een tegenvaller maar commerciële acties, zoals de verlenging en uitbreiding van de verkoop van telefoons tegen halve prijs in het VK, wijzen erop dat de doelstellingen niet gehaald worden. Erger zijn de berichten over technische problemen zoals afgebroken gesprekken en moeilijkheden om van UMTS over te schakelen naar gsm als de beller een door UMTS gedekt gebied verlaat.

De prijszetting verschilt van land tot land. Telekom Austria rekent gelijkaardige tarieven aan als op het gsm-net. In Australië duikt Hutchison fors onder de prijzen van een vergelijkbare, op cdma2000 gebaseerde dienst van Telstra. Dat gebeurt zelfs in die mate dat veel waarnemers zich afvragen of de Telstra-concurrent op die manier wel levensvatbaar is. Opvallend is overal, behalve met de forse kortingen in het VK, de hoge prijs van de UMTS-telefoon. Telekom Austria verkoopt bijvoorbeeld een Siemens tegen de niet-gesubsidiëerde prijs van 799 euro. 3 in Italië rekent voor twee modellen van NEC zelfs 900 euro aan. Het is duidelijk dat die prijzen een belemmering zijn om van UMTS een massaproduct te maken. Maar ze kunnen snel dalen. 'In het derde kwartaal van 2003 komen we met een nieuw UMTS-toestel op de markt waar al de derde generatie chips inzit. Dat apparaat zal nog boven 400 euro zitten. Voor het eerste kwartaal van 2004 denken we echter al aan toestellen van 325 tot 350 euro en kunnen we de massamarkt aanspreken', zegt John Thode die bij Motorola instaat voor UMTS-toestellen.

Nokia, de wereldmarktleider voor mobiele telefoons, zei vorige maand al enkele duizenden UMTS-toestellen verkocht te hebben. Topman Jorma Ollila gaf toe dat dat niet spectaculair is, maar toch min of meer conform de verwachtingen. 'Het gaat iets minder snel dan we gedacht hadden, maar het is vergelijkbaar met de start van gsm, de tweede generatie. De eerste gsm's kwamen in de zomer van 1991 op de markt en het duurde nog tot 1994 voor de gsm doorbrak. Hetzelfde zal gebeuren met UMTS. Je ziet ook bij andere technologische veranderingen in de geschiedenis dat ze enkele jaren nodig hebben om een voldoende kritische massa te bereiken.'

De meeste specialisten gaan ervan uit dat de verkoop van UMTS pas vanaf volgend jaar een kans maakt om aan te trekken. Een massamarkt wordt pas verwacht in 2006 en volgens sommigen zelfs in 2008. Het zal hoe dan ook nog heel wat voeten in de aarde hebben vooraleer het grote publiek UMTS begint te omarmen zoals nu gebeurt met sms, de enige 'killer application' op een mobilofoonnet naast uiteraard gewoon bellen. GPRS kan ook nog niet op massale belangstelling rekenen en is nochtans al enkele jaren op de markt. Eén voorbeeld slechts: Mobistar lanceerde GPRS voor de bedrijvenmarkt in het voorjaar van 2001 en had begin dit jaar slechts 5.000 professionele gebruikers van de technologie. Voor MMS, de opvolger van de sms die op GPRS draait, waren er in enkele maanden wel al 15.000 klanten, met een groei van 1.000 per week. Als GPRS veel tijd nodig heeft om het te maken, zal dat voor UMTS niet anders zijn. Per slot van rekening voegt UMTS niet zoveel toe aan wat nu al kan op een gsm-net met GPRS.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud