weekboek

Een lelijk eendje, de burggraaf en wat Belgische frietjes

©Photo News

Niet alleen in sprookjes worden lelijke eendjes mooie zwanen. Umicore is daar een mooi voorbeeld van. Enkele decennia geleden werd het nog als Union Misère weggezet, nu is het een van de Belgische bedrijven aan de top van de technologie. Het verhaal van Umicore bewijst ook dat schoonmoeders, hoe goed ze het ook bedoelen, soms een last zijn.

Precies dertig jaar geleden werd op de Brusselse beurs gevochten om de Generale Maatschappij van België. Het was een homerische strijd die uiteindelijk in het voordeel van de Franse holding Suez werd beslecht. ‘Dallas zonder vrouwen’, noemde de burggraaf Étienne Davignon het destijds. Hij kon het weten.

Na een rijk gevulde carrière in de diplomatie en de politiek en nadat hij als Europees commissaris de staalcrisis had moeten bedwingen, belandde Davignon in 1985 bij de Generale. In de stoffige omgeving van die holding en investeringsmaatschappij kwam hij pas tot volle glorie na het overnamebod van de Italiaanse industrieel Carlo de Benedetti. Davignon, vertrouwd met de media, speelde in de communicatie een hoofdrol. Het leverde hem het voorzittershamertje van de Generale op.

Belgische uithangbord

Met zijn bonhomie en zijn onafscheidelijke pijp werd Davignon meteen ook het Belgische uithangbord van een holding die steeds strakker vanuit Parijs gedirigeerd werd. Net als de Generale was de Compagnie Financière de Suez een samenraapsel van historische participaties. Het ontbrak aan visie en strategie om daar ook een performant geheel uit te brouwen.

Hoe meer geld Parijs nodig had, hoe meer de Generale werd uitgekleed. Alle welvarende dochters gingen van de hand en werden aan Franse of Duitse groepen verkocht. Het was toen dat de discussie over de Belgische verankering homerische proporties aannam. Maar die salondiscussies hielden de verkopen niet tegen en de burggraaf evenmin.

En toch. Niet alle bedrijven werden aan een buitenlandse groep verpatst, zoals de cementreus CBR. Sommige bedrijven uit de Generale-stal konden zich uit de greep van de holding bevrijden, door een verkoop aan het management, zoals de reder CMB of door het plaatsen bij andere Belgische aandeelhouders, zoals de beeldschermfabrikant Barco.

Onverkoopbaar

En dan was er de afdeling onverkoopbaar, zoals Union Minière. Een non-ferrogroep, gegroeid uit een fusie tussen Vieille Montagne en MHO en het voorwerp van een eindeloze reeks herstructureringen. Dat ging tot en met een fusie met de elektromechanicafabriek ACEC, toen al een lege schelp, maar wel goed voor 175 miljoen euro aan recupereerbare verliezen. Dat scheelt een slok op de borrel. Ook voor de Belgische staat overigens.

Om van de miserie af te zijn werd de naam Union Minière geschrapt en werd de groep tot Umicore omgedoopt. Wegens onverkoopbaar werd ze ook nog eens verzelfstandigd. Dat blijkt nu het grote geluk van het lelijke eendje van destijds. Umicore zocht en vond een niche.

©rv

Het stootte een aantal activiteiten af, zoals koper (Cumerio) en zink (Nyrstar). Het bleef groeien tot het eind deze week recordresultaten bekendmaakte en bovendien nog eens een slordige 900 miljoen euro uit de markt haalde. Dat gebeurde op een moment dat de beursconjunctuur op zijn minst instabiel genoemd mag worden.

Bovendien wil de groep ook nog eens een productieplatform openen in Europa, in België of elders. Dat is eveneens een uitzondering op de regel dat de maakindustrie steeds meer uit ons land en uit Europa verdwijnt. Wie dertig jaar geleden verklaard had dat Umicore een van de verborgen parels van de Generale was, zou op zijn best meewarig zijn aangekeken.

Het succesverhaal van Umicore staat in schril contrast met de uitverkoop van de Generale en zijn filialen. Enkel de elektriciteitsproductie en -verdeling is niet verkocht en is nog steeds in handen van de opvolger van Suez, Engie. In het Brusselse filiaal van Engie houdt de burggraaf dezer dagen nog steeds kantoor.

Bakken kritiek

Dat kantoor is andermaal druk bezocht. Davignon is nog steeds de voorzitter van Brussels Airlines, een filiaal van de Duitse Lufthansa-groep, al dringt dat niet goed door in sommige milieus, net zoals het dertig jaar geleden niet doordrong dat de Generale een filiaal van Suez was. Opnieuw speelt Davignon de rol van bemiddelaar en verzoener. Het zal evenmin als dertig jaar geleden veel verschil maken.

In de kapitalistische bedrijfswereld gelden enkele simpele regels. De eerste is het eigendomsrecht. De aandeelhouders beslissen en als er slechts één aandeelhouder is, zijn de beslissingen sneller genomen.

Het is een beetje vreemd dat Lufthansa nu bakken kritiek krijgt, zelfs van bedrijfsleiders, terwijl er geen Belgisch geld voorhanden was om de driekleur op de vleugels houden. Wie het nu nog niet beseft, zal het nooit leren.

Naar verluidt zet de Belgische regering druk op Lufthansa om garanties te krijgen. Wat die druk waard is, moet nog blijken. Het heeft iets weg van het fameuze gouden aandeel dat toenmalig premier Guy Verhofstadt (Open VLD) in Parijs voor Electrabel ging bepleiten. Dat leidde nergens toe. De dure beloften van Lufthansa zijn wat ze waard zijn. Als de omstandigheden meezitten, zullen ze gehonoreerd worden. Vallen de omstandigheden tegen, zullen de filialen het voelen.

Dat weet iemand als Davignon wellicht beter dan wie ook. De tien jaar dat hij voorzitter van de Generale was, werd de hele boetiek uitgekleed, tot er niets meer overbleef.

Zo simpel is het

De vraag is waarom hij telkens opnieuw aan een klus begint die nergens toe leidt. Bij het faillissement van Sabena was hij het die met een kapitaalronde Brussels Airlines tot leven wekte. Maar hij zag nadien de geldschieters weer vertrekken en Lufthansa komen.

Voor zijn reddingspoging kreeg hij in 2004 de titel van minister van Staat, een opmerkelijke onderscheiding voor iemand die nooit minister is geweest. Zijn adressenboekje is legendarisch, van de Bilderberggroep tot de voetbalclub RSC Anderlecht, Davignon is overal thuis. Hij lijkt soms de mascotte van de belgitude. Maar dat betekent niet dat hij erin slaagde een bedrijf te verankeren. Integendeel.

Economisch nationalisme

De discussie over verankering zit overigens behoorlijk moeilijk in elkaar. Economisch nationalisme is nu eenmaal een ander woord voor protectionisme. Dat wordt in de buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland zonder schroom bedreven. Kijk naar de nieuwe Nederlandse overnamewet. Maar daar willen we in België niet aan meedoen. Dat maakt dat we met de regelmaat van de klok met de verkoop van bedrijven worden geconfronteerd.

Daarom is het des te opmerkelijker dat lelijke eendjes als Umicore tot prachtige zwanen uitgroeien. Hoewel, het is vooral een kwestie van focussen en doorzetten. Umicore schittert nu met een activiteit die het al in 1995 aan het uitbouwen was. Er is dus niets nieuw aan. Umicore groeide op zonder een schoonmoeder, of referentieaandeelhouder zo u wil. Het legde daarbij een mooi parcours af. En een goede rendabiliteit leidt automatisch tot een succesvolle beursronde. Zo simpel kan het zijn.

Lelijke eendjes die zwanen worden, ze bestaan in de Belgische bedrijfswereld. Een zwaan is een mooi dier, maar ze is niet onkwetsbaar. Net zomin als bedrijven die een mooi parcours afleggen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content