Advertentie
reportage

‘Het neemt je leven over'

©stefaan temmerman

In New York moet de kieskoorts zondag even wijken voor het zweet en de tranen van 50.000 marathonlopers. Wij lieten ons met een groep Belgische managers en CEO’s in vijf maanden klaarstomen voor de meest mythische marathon van de wereld.

Gooik, half oktober. Amper drie weken scheiden ons, amateurhardlopers van de Managers Marathon Club (MMC), van de marathon van New York. Target van de groepstraining op deze zachte zaterdagochtend in het heuvelachtige Pajottenland: 32 kilometer. ‘Als je Gooik hebt gelopen, ben je klaar voor New York’, spreekt Wilfried Silon, de 76-jarige bezieler van MMC, zijn troepen toe.

In de eerste kilometers vormen zich al snel groepjes. Ik kruip in het spoor van de snelste: Stefan Cassimon, projectmanager bij het Vlaams Instituut voor de Logistiek. Tijdens een van de vele afdalingen laat hij zijn armen in de wind wapperen. ‘Ik ben er heilig van overtuigd dat marathons lopen ongezond is’, zegt hij plots.

Ik frons de wenkbrauwen. ‘In theorie is het menselijk lichaam niet gebouwd voor zo’n zware fysieke prestatie’, gaat Cassimon voort. ‘Mijn dokter zegt dat ook altijd. En dan antwoord ik: ‘Klopt, maar er zijn al meer mensen gestorven van geen marathon te lopen dan van er wel één te lopen.’ (lacht) Daar heeft hij niet van terug. Maar ik denk niet dat hij ongelijk heeft: 42 kilometer ís ver, zeker voor iemand van 55, zoals ik. Het gaat veel hardlopers echter niet om de afstand, maar om de maandenlange training die aan de wedstrijden voorafgaat. De marathon zelf is de kers op de taart.’

©stefaan temmerman

Een paar kilometer verder. We naderen de eerste van vier drank- en eettafeltjes die de marathonclub langs de kant van de weg heeft geïnstalleerd. ‘Rustig gasten, het is geen wedstrijd, we zijn nog niet in New York’, roept Silon. De Aalstenaar liep al dertig marathons en leidt al evenveel jaar managers en CEO’s op tot voldragen amateurmarathonlopers. Bekende oud-MMC-leden zijn minister van Economie Kris Peeters, ex-Umicore-topman Christian Leysen, Christ’l Joris en Mimi Lamote.

De sportclub reist de wereld rond met haar lopers. Het grote verschil met andere atletiekclubs of marathonverenigingen is dat MMC recht heeft op startnummers voor de zes ‘majors’, waartoe ook de marathon van New York behoort. New York lopen is het summum, zegt iedereen die de wedstrijd al liep.

Bij de voorbereidingen voor mijn eerste marathon werd mijn omgeving soms gek van me. Het fijne aan zo’n marathon is dat het een langetermijnproject is. Met targets en deadlines, zoals ik al twintig jaar gewend ben in mijn job.
Dirk Schepens, nierspecialist Hendrik De Wilde, manager bij Accenture

‘Het is pure magie’, zegt Tomas Valcke, een zelfstandige sportcoach die deze groep van veertig recreatieve lopers fysiek en mentaal klaarstoomt voor de moeder aller marathons. ‘Een miljoen mensen staan je langs de weg aan te moedigen. En maar blijven joelen. Behalve op twee bruggen, daar hoor je alleen de voetstappen van de lopers. Kippenvel. Die Amerikanen zijn zot, ze duwen je echt over de streep en vallen je in de armen. Hoe kreupeler je in Central Park de aankomstlijn nadert, hoe harder ze je aanmoedigen.’

Valcke begeleidde ons vooral vanop afstand, met een app. Iedereen kreeg een aangepast trainingsschema, samengesteld op basis van zijn conditie en zijn ervaring. Zowat alle lopers hebben al een marathon in de benen. Voor mij wordt het de eerste. Voor het begin van dit avontuur heb ik nog nooit meer dan 21 kilometer aan één stuk gelopen.

Levenshouding

Na onze 32 kilometer van Gooik schuiven we met z’n allen aan tafel voor een bord spaghetti en een sportdrankje. ‘Het hardlopen verbindt ons’, zegt Dirk Schepens (48), nierspecialist in een ziekenhuis. Hij is acht jaar bij de club en liep zijn eerste marathon op zijn veertigste.

NYC MARATHON

De marathon van New York is met 50.000 lopers de grootste hardloopwedstrijd van de wereld. Samen met Berlijn, Tokio, Londen, Boston en Chicago behoort hij tot de zes ‘marathon majors’. Tussen 1970 en 1975 werd de wedstrijd in Central Park gehouden. Sinds 1976 volgt het parcours de vijf stadsdelen van New York: Staten Island, Brooklyn, Queens, The Bronx en Manhattan. De finish ligt in Central Park. In zijn 46-jarige geschiedenis werd de marathon één keer afgelast: in 2012, nadat de orkaan Sandy over New York was getrokken. Veel doden vielen toen op Staten Island, het vertrekpunt van de marathon.

In New York loopt hij met zijn 20-jarige zoon Niels. Hun doel: samen finishen. ‘Ik zal hem onderweg goed moeten coachen’, zegt Schepens. ‘Niels is een tijdje out geweest met een blessure. Bovendien is hij nog student. (lachje) Je kan niet voor een marathon trainen en tussendoor een liederlijk leven leiden. Marathons lopen is een levenshouding. Het neemt je leven over. Nu is het minder erg dan vroeger, maar bij de voorbereidingen voor mijn eerste marathon werd mijn omgeving soms gek van me. Ik ging vroeg slapen en op feestjes weigerde ik alcohol. Ik was echt geobsedeerd, kon op den duur over niets anders praten.’

Schepens begon ermee omdat hij collega’s in het ziekenhuis de stap naar marathons zag wagen. Hij vond de uitlaatklep waarnaar hij al jaren op zoek was. ‘Voor de meeste amateurlopers is de marathon het beginpunt van een nieuw gezondheidsideaal’, zegt hij. ‘Duurlopen verplicht je stil te staan bij je lichaam. Want naast hardlopen is er helaas nog iets dat managers en CEO’s bindt: we hebben allemaal een druk professioneel bestaan, reizen en eten vaak en graag, en schenken daardoor te weinig aandacht aan ons lichaam.’

Hendrik De Wilde (46) kan het beamen. Als manager bij het consultancybureau Accenture voelde hij op een bepaald moment de kilo’s erbij komen. ‘Ik heb altijd keihard gewerkt en weinig aan sport gedaan. Ik moest iets aan mijn gezondheid doen, want mijn energiepeil bleef maar zakken. Drie jaar geleden ben ik naar de dokter geweest. Ik kon nog geen 5 kilometer lopen.’

De Wilde kreeg een beperkt loopschema, maar hij boekt pas echt vooruitgang sinds hij bij de club zit. ‘Het fijne aan zo’n marathon is dat het een langetermijnproject is. Met targets en deadlines, zoals ik al twintig jaar gewend ben in mijn job.’

New York wordt zijn vierde marathon. De Wilde mikt op twee wedstrijden per jaar. Dat is meer dan genoeg voor amateurs met een druk professioneel bestaan, komt coach Valcke tussen. ‘Ook je geest heeft looprust nodig. Er is ook nog zoiets als een privéleven.’

De Wilde geeft toe dat de combinatie met zijn familie niet evident is. ‘Ik ben continu onderweg voor het werk. Deze week zat ik drie dagen in Basel. Woensdagavond kwam ik om 21.30 uur thuis. Na een kort gezinsmoment ben ik om 23 uur mijn heuveltraining gaan doen. Wat mijn vrouw dan zegt? (grijnst) Ze weet dat er in deze fase van de voorbereiding weinig ruimte is voor andere zaken.’

Ontmijner

Kenny Burssens, eigenaar en chef-kok van luxebrasserie L’Invincible in Antwerpen, begon marathons te lopen toen zijn vader zwaar ziek werd. ‘Bij mijn eerste marathon in 2009 stond hij nog aan de finish. Ik was toen ook net voor het eerst vader geworden. Mijn papa is gestorven aan een kruising tussen parkinson en alzheimer, als gevolg van een ongezonde levensstijl. Hij was ook chef-kok. In de horeca zijn we wereldkampioenen in onregelmatig eten en leven. Ik heb gisteren 15 uur in mijn keuken gestaan.’

Burssens wil niet eindigen zoals zijn vader. ‘Hardlopen is de handigste sport om te combineren met mijn restaurant. Als het even rustiger is, trek ik mijn looptenue aan en ben ik weg voor een uurtje. ‘Waarom doe jij dat tijdens de werkuren? Ga toch gewoon op de zetel liggen’, zeggen klanten soms. Maar ik ben zoveel frisser en alerter als ik ben gaan lopen.’

Specialiteit: Marathonreizen

Zo’n 300 Belgen staan zondagochtend aan de start van de marathon van New York. 140 van hen, onder wie een veertigtal van de Managers Marathon Club (MMC), vliegen naar de Big Apple met BCD Travel. Het zakenreisbureau organiseert al dertig jaar marathon -reizen.

‘Mijn baas, die zelf een marathonloper was, is er in de jaren tachtig mee begonnen’, zegt Marie-Rose De Vleeschouwer van BCD. Het bleek een slimme zet: de voorbije 15 jaar zette de loopsport een stevige groeispurt in, meesurfend op de gezondheidshype. Vandaag zet BCD twaalf marathonreizen per jaar op touw.

‘Onze marathonreizen boomen nu zo’n tien jaar. Er lijkt geen einde aan te komen’, zegt De Vleeschouwer. ‘Marathons zijn citymarketinginstrumenten geworden. Elke zichzelf respecterende hoofdstad organiseert er één. In Lissabon, waar we vorige maand waren met MMC, verschenen 30.000 lopers aan de start.’

Hoe is het succes te verklaren? ‘Een marathon lopen heeft iets bovenmenselijks. Managers en CEO’s zijn ambitieuze mensen die voortdurend hun grenzen willen verleggen en elkaar aanvuren. Wie New York heeft uitgelopen, is gebrand om de vijf andere majors doen.’

www.m-m-c.be, www.bcdtravel.com

Die alertheid is geen luxe. L’Invincible heeft een Bib Gourmand bij Michelin en is opgenomen in de Gault Millau, wat stress met zich meebrengt. ‘Ik kan me geen fouten permitteren. Bovendien werk ik met een open keuken. Dat is mentaal best zwaar: mensen komen kijken wat je doet of komen vragen stellen. Dat vergt concentratie. Al dat hardlopen helpt me mijn stressniveau op peil te houden.’

Ook voor Dominique Gilles (64) is de marathon een ontmijner van negatieve energie. ‘Er mag een bom ontploffen als ik aan het lopen ben. Ik zal nog niet panikeren’, zegt de CEO van CIBO, een slijp- en schuurbedrijf voor de metaalindustrie. New York wordt zijn tiende marathon. ‘Ik ben op mijn 53ste begonnen. Ik woog 110 kilo, had een veel te hoge bloeddruk en kon amper 800 meter aan een stuk stappen.’ Elf jaar later weegt hij nog 78 kilo en loopt hij één marathon per jaar.

Als ik lang niet ben gaan lopen, ben ik de ongeduldigste baas ter wereld.
Dominique Gilles, CEO van CIBO

Van zijn eindtijd in New York ligt Gilles op zijn leeftijd niet meer wakker. Ook de lichamelijke problemen zijn niet meer zijn belangrijkste zorg. Hij blijft vooral marathons lopen voor zijn mentale gezondheid. ‘Een bedrijf leiden is op zich al stresserend, maar een familiebedrijf creëert bijkomende druk. Daarbij heb ik zestig mensen onder me. Geloof de CEO’s niet die zeggen dat alles van een leien dakje loopt. Er gaat altijd wel iets verkeerd. En dat werkt op je gemoed.’

Gilles geeft toe dat hij soms erg emotioneel kan reageren op problemen op de vloer. ‘Als ik lang niet ben gaan lopen, ben ik de ongeduldigste baas ter wereld. Als ik in een conflict zit waarvan ik de uitgang niet zie, spring ik in mijn loopschoenen. Een uur lopen en driekwart van mijn frustraties is verdwenen. Mijn probleem is een probleempje geworden, en ik zie makkelijker oplossingen.’

Bedaarder en contenter

Je kan beter relativeren. Slaapt beter. Werkt gerichter, zelfs als je ’s morgens vroeg 12 kilometer bent gaan hardlopen. En er hangt minder mist in je hoofd. Zowat elke manager vertelde het me, en ik kan het intussen onderschrijven. Die vijf maanden voorbereiding hebben me bedaarder en contenter gemaakt.

Onze man in de laatste rechte lijn naar zijn eerste marathon. ©stefaan temmerman

Komt dat door de endorfines? ‘Er kunnen inderdaad gelukshormonen vrijkomen bij duurinspanningen. Maar je hebt die endorfines niet per se nodig om een euforisch gevoel aan het hardlopen over te houden’, zegt coach Tomas Valcke. ‘Het is ook een mentaal verhaal. Lopen creëert een geluksgevoel omdat het je vrijheid geeft. Het is een moment van jou alleen, waarin het is toegestaan enkel met jezelf bezig te zijn. Die state of mind zorgt ervoor dat je de rest van de dag rustig kan doorbrengen en beter in staat bent de alledaagse drukte rond jou te managen.’

913 kilometer heb ik de afgelopen vijf maanden gelopen. Bijna 25 marathons. Drie keer per week trok ik mijn loopschoenen aan. Tijdens mijn vakantie in Spanje haspelde ik in 70 kilometer af. Maar oktober was het zwaarst: 18 runs, 262 kilometer. Kilometers vreten langs het Brussels kanaal of in Terkamerenbos, heuveltrainingen in het park van Tour & Taxis. Het zwaarst waren de drie ‘dertigers’, waaronder de clubtraining in Gooik.

Waarom was dat nodig? ‘Je lichaam moest een fysiologisch proces doormaken’, zegt Valcke. ‘42 kilometer is eigenlijk te veel voor ons lichaam. Mits een goede voorbereiding zijn de meeste mensen in staat 20 tot zelfs 30 kilometer te lopen. Maar van 30 naar 42 kilometer is een veel grotere stap. Het lichaam moet gemodelleerd worden naar die inspanning. Onze verbrandingsmotor moet minder afhankelijk worden van onze suikervoorraad – de snelle beschikbare energie - en meer van vetten, energieverbranding waarop ons lichaam langer kan teren. Vetverbranding is echter het traagste energiesysteem dat alleen door veel en lange training kan worden gestimuleerd.’

Het geluksgevoel en de vaststelling dat het wel degelijk mogelijk is de lichamelijk onoverbrugbaar lijkende 42,195 kilometer af te leggen verklaren het verslavende effect van marathonlopen. ‘Het maakt dat veel deelnemers aan de finish met hun medaille rond hun hals al aan hun volgende marathon lopen te denken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud