Advertentie
interview

Louis Balcaen: ‘Ik heb mijn plek verdiend, punt'

©Stefan Coppers

Als tiener was hij een grote zeilbelofte, tot lymfeklierkanker zijn ambities doorkruiste. Nu is Louis Balcaen (25) de enige Belgische deelnemer in de zwaarste zeilrace ter wereld. Zijn vader, topondernemer Filip Balcaen (54), volgt hem met een mengeling van vrees en trots. ‘Zijn ziekte heeft hem beresterk gemaakt.’

Een rukwind van 60 kilometer per uur doet de boot van team Brunel bijna kapseizen. Het lijkt Louis Balcaen (25) niet te deren. Even vasthouden aan de reling en dan bliksemsnel het dek op om zeilen te trimmen, schoten los te maken en aan lieren te draaien. De atletische West-Vlaming is perfect ingespeeld op zijn zeven medezeilers. Het team heeft al 25 helse dagen op zee achter de rug: 16.000 kilometer van Alicante naar Kaapstad, de eerste manche van de Volvo Ocean Race. De zeilwedstrijd rond de wereld is samen met de Olympische Spelen en de America’s Cup het hoogste wat je als zeiler kan bereiken. ’s Werelds langste sportwedstrijd duurt negen maanden en is goed voor dik 70.000 kilometer.

De familie Balcaen

Filip Balcaen is de zoon van wijlen Paul Balcaen, de oprichter van Balta (1964), Europa’s grootste tapijtfabrikant. Hij is getrouwd en heeft naast Louis nog twee kinderen. In 2004 verkocht hij 80 procent van Balta aan de private-equity groep Doughty Hanson. Balta werd toen gewaardeerd op 600 miljoen euro. Balcaen behield het Balta-onderdeel IVC, een vinylfabrikant, en bouwde die in snel tempo uit.

De groep boekt een omzet van ruim 600 miljoen en een ebitda van 100 miljoen euro (verwachting 2014 ). IVC telt 1.300 werknemers in 110 landen.

Achteraan op het dek kijkt Filip Balcaen (54) bewonderend toe. Ook hij schrikt niet als de boot bijna verticaal in het water gaat hangen. De topman van de vinylfabrikant IVC is zelf een ervaren wedstrijdzeiler. Als medesponsor van de Nederlandse boot Brunel zit hij mee aan boord tijdens de havenrace in Kaapstad. In elk van de tien stopplaatsen houden de zeven deelnemende boten een tussentijdse wedstrijd: een spectaculaire race om publiek en sponsors te behagen en om punten te verdienen voor als de eigenlijke wedstrijd op een gelijke stand uitdraait.

Met pretlichtjes in de ogen ziet Filip Balcaen hoe de ploeg van zijn zoon onder het indrukwekkende massief van de Tafelberg de tweede plaats binnenhaalt. Toch foetert hij even. ‘Moet je hem daar nu zien staan in T-shirt, terwijl de rest van de crew dikke zeilpakken aan heeft. Ik heb hem nog zo gezegd dat hij zich warmer moet kleden, zo verbruikt hij te veel energie.’

Zijn opmerking is belangrijk, blijkt de volgende dag als vader en zoon zich in de lobby van hun hotel samen rond de tafel scharen voor wat hun eerste dubbelinterview ooit is. Louis is tijdens de eerste manche van de wedstrijd 9 kilo afgevallen. Vooral spieren is hij kwijt, en die heeft hij nodig voor de volgende acht maanden van de hardste en gevaarlijkste zeilrace ter wereld. ‘Kijk naar alle ervaren wedstrijdzeilers, Louis. Zelfs bij warm weer hebben die een trui en een jas aan. Ze weten dat koude energie en calorieën vreet.’ ‘Dat is echt niet dodelijk, hoor,’ repliceert Louis. ‘Jij staat daar zelf niet op dat dek, hè. Ik loop van hot naar her en zweet me te pletter.’

Louis Balcaen en de Volvo Ocean Race

Hoe komt het dat je zo fel vermagerd bent? Niet genoeg gegeten aan boord?
Louis: ‘Om gewicht te besparen hadden we maar voor 22 dagen eten mee, terwijl de eerste manche 25 dagen heeft geduurd. Vanaf dag 15 moesten we al beginnen rantsoeneren. En dat terwijl zo’n wedstrijd echte topsport is: vergelijk het gerust met de Tour de France.’

Filip: ‘Wellicht speelt ook de stress mee. Dit is zijn eerste Volvo Ocean Race en hij is de jongste aan boord. Dat zorgt voor extra druk om te excelleren, waardoor hij misschien iets te weinig op zichzelf let. En hij moet zich dus warmer kleden, vind ik.’

Louis: ‘In de tien dagen dat we hier aan land zijn, ben ik wel alweer 5 kilo bijgekomen. Ik drink nauwgezet de proteïneshakes die de ploegarts me heeft voorgeschreven en trek elke morgen om acht uur naar de gym om spiermassa bij te kweken.’

Een maand lang zit je met acht zeilers en een reporter op enkele tientallen vierkante meters samen. ‘Dat is moeilijker vol te houden dan een huwelijk,’ zei je schipper Bouwe Bekking daarover.
Louis: ‘Gelukkig zijn we goed op elkaar ingespeeld. Maar het is zwaar. We werken dag en nacht, in shifts van vier uur. Maar als je niet van wacht bent, kan je niet zomaar rusten: je moet eten, je wassen, tanden poetsen, zeilkleding aan- en uitdoen. Zo houd je nog tweeënhalf uur slaap per shift over. Tot daar de theorie.’

71.000
In de Volvo Ocean Race leggen zeven zeilboten in negen maanden 71.000 kilometer af. Half oktober vertrokken ze in Alicante. Nu zijn ze onderweg van Kaapstad naar Abu Dhabi. De race eindigt eind juni in Göteborg.

‘In de praktijk is het alle hens aan dek als we een zeil moeten wisselen of als het zwaar weer is. Ik denk dat ik in de eerste manche maar tien dagen aan zes uur slaap per etmaal ben gekomen. De eerste drie dagen van de race heb ik gewoon niet geslapen. En als jongste bemanningslid sparen ze me nog het minst van allemaal. Ik word altijd als eerste opgeroepen.’

Filip: ‘Dat heeft toch weinig met je leeftijd te maken? Jouw positie is op het voordek, en dus ben je altijd nodig als er een zeil wordt gewisseld.’

Louis: ‘De andere bemanningsleden zouden dat ook kunnen, hoor. Als debutant heb je het echt wel zwaarder.’

Alle topzeilers zouden een moord begaan om aan deze race deel te nemen. Hoe ben je bij Team Brunel geraakt?
Louis: ‘Het reglement wil dat elk team twee zeilers van onder de dertig telt. Voor de twee plekken op deze boot waren er 300 kandidaten. Twintig van hen mochten psychologische en fysische tests doen. Daarna mochten er vijf vier maanden op stage. En uiteindelijk zijn we met twee overgebleven.’

Dat je vader een van de vijf sponsors van Team Brunel is, heeft er dus niets mee te maken?
Filip: ‘Absoluut niet. In de fysieke proeven was Louis de op een na sterkste. De psychologische tests waren mogelijk nog zwaarder. Ik heb achteraf het profiel gezien dat de rekruteerder heeft opgesteld: een rapport van honderd bladzijden. Zelfs in de verslagen van de headhunters die voor mijn bedrijf werken, heb ik nooit zoiets uitvoerigs gezien.’

4 miljoen
Voor het eerst in 40-jarige geschiedenis van de Volvo Ocean Race varen de teams met identieke boten, die elk zo’n 4 miljoen euro kosten. Daardoor is de race spannender dan ooit. Na 25 dagen op zee won team Abu Dhabi de eerste manche (Alicante-Kaapstad) met slechts 12 minuten voorsprong op Dong Feng. Brunel eindigde derde.

Louis: ‘Ik sta hier omdat ik mijn plek heb verdiend, punt. De insinuaties dat ik hier dankzij mijn vader ben, storen me enorm.’

Filip: ‘Mijn engagement om te sponsoren was ik trouwens al aangegaan voor Louis geselecteerd was. Het is een puur zakelijke beslissing. Sinds een paar jaar verovert IVC de markt met modulaire tegels en planken in vinyl. Onder het merk Moduleo zijn we al marktleider in Europa en de Verenigde Staten. Om nog sneller te groeien hebben we beslist ook rechtstreeks de consumenten te benaderen, en niet enkel via de groothandel te gaan. Je kan het vergelijken met wat Unilin met Quickstep heeft gedaan. Alleen stop ik dat geld liever in zeilen dan in wielrennen.’

Zeilen kan qua populariteit toch niet tippen aan wielrennen?
Filip: ‘In België misschien niet. Maar internationaal is de Volvo Ocean Race enorm populair. Met deze race trekken we naar Abu Dhabi, China, Nieuw-Zeeland en de VS. Telkens nodigen we klanten en zakenrelaties uit. Vooral de Amerikaanse stop in Newport, op Rhode Island, wordt voor ons een hoogtepunt: we hebben twee fabrieken in de VS.’

Zit het grootste deel van uw marketingbudget in deze boot?
Filip: ‘Nee, hoor. Wij zijn een van de drie medesponsors naast de Nederlandse consultant Brunel. We betalen dus ook maar een fractie van het teambudget, dat tussen 10 en 14 miljoen euro ligt. De marketinginspanningen van Moduleo gaan vooral naar beurzen en reclame in de kleinhandel.’

Je bent nu beroepszeiler. Maar vanzelfsprekend was je parcours niet.
Louis: ‘Als tiener was ik al enorm gedreven met zeilen bezig. Al mijn vrije tijd ging ernaartoe. Op een bepaald moment wilde ik een topsportstatuut aanvragen om me op de Spelen te richten.’

Filip: ‘Daar waren wij geen voorstander van. Als je voor de Spelen wil gaan, moet je daar 300 dagen per jaar mee bezig zijn. Je middelbare studies laten vallen voor een onzeker doel, dat zagen wij niet zitten.’

©@ Sander van der Borch

Leidde dat tot grote discussies ten huize Balcaen?
Filip: ‘Dat viel wel mee, hoor.’

Louis: (fel) ‘Nee, die waren best wel heftig. Maar uiteindelijk deed het er niet toe. Tijdens een kampioenschap in Polen kreeg ik plots een zwelling in mijn nek. Ik had na de wedstrijd op een kermisattractie gezeten en dacht dat ik een soort whiplash had. Maar omdat de zwelling bleef, ben ik toch maar naar de radioloog gegaan, die me meteen een punctie voorschreef. Een week later was ik dat alweer half vergeten en trok ik naar het EK in Dublin. Die blijvende nekpijn komt doordat ik zoveel omhoog moet kijken naar de zeilen, dacht ik.’

5
In de geschiedenis van de race vielen al vijf doden. De laatste was de Nederlander Hans Horrevoets, die in 2005 op de Atlantische Oceaan door een zware golf overboord sloeg. Hij werd na 40 minuten dood teruggevonden. Met zijn lichaam nog aan boord moesten zijn ploeggenoten drie dagen later de crew van een ander team van hun zinkende boot gaan redden.

Filip: ‘Wij waren op vakantie op onze boot in Kroatië. Omdat Louis toen nog maar 16 was, kregen wij als eersten een telefoontje: ‘Uw zoon heeft kanker.’ We zijn dezelfde dag nog naar Dublin gevlogen om het hem te vertellen.’

Louis: ‘Toen ik hen zag aankomen, was ik eerst blij: ‘Fijn, ze komen supporteren.’ Maar toen besefte ik dat ze nooit kwamen kijken in het buitenland, en dat er dus iets ernstigs mis moest zijn. Nadat ik het nieuws had gehoord, wilde ik mijn wedstrijd nog afmaken. Maar ik moest diezelfde avond nog naar het ziekenhuis voor mijn eerste chemokuur.’

‘In het begin realiseer je je als 16-jarige niet helemaal wat er aan de hand is. Maar als je een punctie krijgt en aan een katheter ligt, dringt de realiteit stap voor stap door. Je gaat door een rollercoaster van emoties. En meteen was ook mijn eerste zeilcarrière voorbij.’

Niet alleen je zeilcarrière was in gevaar, ook je leven. Het ging om lymfeklierkanker.
Louis: ‘Echt aan een zijden draadje heeft mijn leven niet gehangen.’

Filip: (onderbreekt) ‘Je had 50 procent kans om te overleven, Louis.’

Louis: (zwijgt even) ‘Het was in elk geval enorm confronterend. Door de behandelingen was ik fysiek een wrak. Ook mentaal veranderde ik. Ik was als een klein jongetje dat altijd in dezelfde tuin had gespeeld, plots over het muurtje keek en zag dat zich existentiëlere dingen in het leven afspeelden. Plots snapte ik niet meer waar mijn vrienden mee bezig waren.’

Filip: ‘Ik had enkele dagen voordien net mijn tapijtbedrijf Balta verkocht. (voor enkele honderden miljoen euro’s aan de private-equitygroep Doughty Hanson, red.) Net op een moment dat ik me geslaagd voelde als ondernemer, zakte de grond onder onze voeten weg. Van de euforie naar de confrontatie: zal onze zoon het halen of niet? Ik was 25 jaar een CEO geweest die 16 uur per dag werkte. Toen besefte ik: het leven is meer dan werken alleen. Vanaf dan ben ik meer beginnen genieten. Niet alleen van mijn gezin, maar ook van het zeilen. Let op, ik werk nog altijd hard, maar zeil nu zestig dagen per jaar.’

©Stefan Coppers

Na je genezing dacht je niet meteen aan een comeback.
Louis: ‘De behandeling duurde anderhalf jaar, maar de eerste vijf jaar kon ik nog altijd hervallen. Die onzekerheid woog. Telkens ik sportte, moest ik mezelf ervan overtuigen dat die chemo niet meer mijn lijf zat. Tot ik me als doel stelde om met enkele vrienden de marathon van Parijs te lopen. Nadien kreeg ik de smaak terug te pakken. Toen ik tijdens mijn studies toegepaste economische wetenschappen drie jaar geleden de vorige editie van de Volvo Ocean Race vanop afstand volgde, wist ik: daar wil ik volgende keer bij zijn. Vanaf dan heb ik alles op het zeilen gezet.’

Dit keer wel met de familiale zegen?
Filip: ‘Nee, ik was er niet voor. Het betekende dat hij zich opnieuw anderhalf jaar voltijds moest voorbereiden voor iets met onzekere slaagkansen. Ik denk ook aan mijn opvolging, hè. Ik zag hem liever aan de slag gaan bij een groot consultancybedrijf of in een van onze vestigingen.’

Louis: ‘Het was een moeilijke periode. Ik moest knokken om weer in het zeilwereldje binnen te geraken. Soms zat ik enkele weken thuis, omdat er geen wedstrijden waren. Mijn ouders dachten dan dat ik aan het lanterfanten was. Ik ben toen interimjobs gaan doen: kantoorwerk, tuinklussen, noem maar op.’

Echt aan een zijden draadje heeft mijn leven niet gehangen. Je had 50 procent kans om te overleven.
Louis

Filip: ‘Uiteindelijk heb ik me er niet tegen verzet. Iedereen is de architect van zijn eigen leven. Om te slagen moet je je eigen dromen durven te volgen.’

En nu staat u hier met hem in Kaapstad, tussen de beste zeilers ter wereld?
Filip: ‘De strijd tegen kanker heeft hem beresterk gemaakt. Hij is een doorbijter geworden. Anders geraak je hier niet.’

Kriebelt het niet om met uw eigen boot eens een jaar rond de wereld te zeilen?
Filip: ‘Nee, dat is me te saai. Je ligt de hele dag schuin, je slaapt slecht, er is te veel lawaai. Ik hou meer van korte wedstrijden, waar er constant actie is. En ik zal altijd een ondernemer blijven. Voor mij is dat iemand die middelen genereert, maar die winst in een nieuw project investeert. Altijd maar opnieuw. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt te stoppen met werken en alleen nog te zeilen.’

De tweede manche van de race gaat Abu Dhabi. Daarna gaat het de rest van de wereld rond, om in juni aan te komen in Zweden. Moet het echte werk nog beginnen?
Louis: ‘Ja, het wordt nog loodzwaar. In de Chinese Zee zijn de stormen heel hevig. Twee edities geleden heeft meer dan de helft van de boten er zware averij opgelopen. We moeten ook voorbij de Golf van Aden, waar er kans is op piraterij. En dan is er nog de legendarische passage langs Kaap Hoorn in de Zuidelijke Oceaan, met hoge windsnelheden, ijskoude golven van 10 meter hoog en het risico om ’s nachts of in de mist op ijsbergen te varen.’

In de geschiedenis van de race zijn al vijf doden gevallen. Zit hier een ongeruste vader?
Filip: ‘Ja, ik ga dat niet wegsteken. Ik heb de oceaan zelf ook al eens overgestoken, ik weet hoe gevaarlijk de zee kan zijn. Maar de trots overheerst. Het eerste wat ik ’s morgens doe, is de computer aanzetten en de laatste posities en berichten checken. Ik had me voorgenomen tijdens vergaderingen niet op mijn smartphone te kijken hoe het ervoor staat. Dat lukt maar net, moet ik toegeven.’

Wat wordt het na de race, Louis: zeilen of ondernemen?
Louis: (lange pauze) ‘Dat weet ik nog niet. Voor de Olympische Spelen ben ik wellicht te oud, maar zeilen zal altijd mijn passie blijven. Tegelijk voel ik het ondernemerschap broeden. Wellicht doe ik wat stages in het bedrijfsleven om weer voeling te krijgen met de realiteit. Ik sta open voor alles. Misschien begin ik wel een eigen scheepswerf. Zelf schipper worden van een team bij de volgende Volvo Ocean Race over drie jaar? Waarom niet? Never say never.

Louis kijkt op zijn horloge en excuseert zich. Hij wordt op de boot verwacht, voor alweer een tochtje met sponsors. Zijn vader kijkt hem na. ‘Weet je, uiteindelijk is er weinig verschil tussen een zeiler en een ondernemer. Je moet een durver zijn, berekende risico’s nemen en af en toe op je bek gaan. Op een boot moet je net als in een bedrijf met mensen kunnen omgaan en alle neuzen in dezelfde richting krijgen. Maar het belangrijkste is misschien wel de passie. Doorgaan, ook al stormt het.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud