Belgische miljardenbedrijven, er zijn er meer dan u denkt

©Photo News

Ons land telt 36 bedrijven met meer dan 1 miljard euro omzet. De meeste staan niet op de beurs en zijn onbekend. Twee derde zijn familiebedrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van De Tijd.

Kent u Ravago? Tenzij u uit de regio rond het Kempische dorp Arendonk komt, hebt u er wellicht nog nooit van gehoord. Het letterwoord staat voor Raf Van Gorp. De man werkte in de jaren 50 als klerk in de Poudreries Réunies de Belgique, een munitiefabriek van de toenmalige Generale Maatschappij. In 1961 kwam hij op het idee om vanuit zijn garage oud papier en karton, zetelstoffen en emmers te verzamelen, te recycleren en te verkopen. Hij werd ondernemer.

Ontdek de Belgische Veroveraars

De Tijd identificeerde 36 Belgische 'Veroveraars', bedrijven met een omzet van meer dan een miljard euro. Soms namen als klokken, dan weer verborgen parels. Ontdek ze hier allemaal.

Vandaag staat op de site van de oude munitiefabriek het hoofdkwartier van de multinationale groep Ravago, met vestigingen over heel de wereld. Omzet: meer dan 7 miljard euro, meer dan de beursgenoteerde autodistributiegroep D’Ieteren. Ravago is, in omzet, het vierde grootste bedrijf in Belgische handen, na de giganten AB InBev, Solvay en Colruyt.

Dat die laatste drie wel een belletje doen rinkelen komt ongetwijfeld omdat beursgenoteerde bedrijven verplicht zijn tot allerlei vormen van transparantie. Daarnaast zijn AB InBev en Colruyt ook bekend van respectievelijk de bieren en de supermarkten.

 

Niet te onderschatten

Wie denkt dat Ravago een alleenstaand geval of een toevallige verborgen parel is, vergist zich. België telt een pak bedrijven die we nauwelijks kennen en die - sinds enkele jaren of decennialang - verrassend genoeg een omzet van minstens 1 miljard euro draaien, blijkt uit een onderzoek van De Tijd.

Fernand Huts, eigenaar-CEO Katoen Natie (logistieke groep)

1,75 miljard euro omzet

‘We hebben nooit echt gestreefd naar die 1 miljard euro omzet. We willen vooral dat elke euro omzet ook echt waarde creëert. En dat doen we: we kopen zelf niet de goederen aan die door onze logistieke kanalen stromen. Dat betekent dat we een dienstenbedrijf zijn dat toegevoegde waarde creëert door (mensen)kennis en technologie. Alleen zo maken we voldoende winst om te herinvesteren en verder te groeien.’

Er zijn 36 Belgische miljardenbedrijven. Hier vindt u alle details over deze topbedrijven. Veruit de grootste - hors categorie - is AB InBev , de grootste bierbrouwer ter wereld, met een omzet van 41 miljard euro en 200.000 werknemers wereldwijd. De kleinste is Milcobel, de coöperatieve van 2.700 Belgische melkboeren, die dit jaar de kaap van 1 miljard zal ronden. De impact van die selecte groep van 36 is niet te onderschatten. Samen stellen ze wereldwijd meer dan een half miljoen mensen tewerk en zetten ze elk jaar voor 143 miljard euro goederen en diensten om.

De verrassendste conclusie: meer dan de helft van die miljardenbedrijven (19 van de 36) staat niet op de beurs. Dat onderstreept meteen hoe een beursnotering een bedrijf in de kijker werkt. Als het zandwinningsbedrijf Sibelco, de buizenproducent Aliaxis of de scheepvaartgroep Cobelfret beursgenoteerd zouden zijn, zouden ze veel spontaner de associatie van miljardenbedrijven oproepen. De beursgenoteerde bedrijven wegen wel zwaarder door in onze lijst: hun totale omzet bedraagt 103 miljard, tegenover 40 miljard euro voor niet-beursgenoteerden.

Nogal wat grote jongens zijn oude kleppers van de Belgische industrie die al decennialang miljardenbedrijven zijn, genre Bekaert , Solvay , UCB, Proximus. Maar er zitten ook een pak nieuwkomers bij. Een derde van de bedrijven (12 van de 36) zat tien jaar geleden ver onder 1 miljard euro. De sterkste negen groeiers werden de voorbije tien jaar minstens dubbel zo groot (Katoen Natie, VPK Packaging). Sommige werden drie keer groter (De Persgroep, Telenet). (zie tabel)

Dominiek Valcke, CEO Thermote & Vanhalst (onderdelen voor en verhuur van heftrucks en hoogtewerkers)

1,3 miljard euro omzet

‘De voorbije jaren zijn we sterk gegroeid, ook door overnames. In 2012 leidden twee daarvan tot een kwantumsprong. Dat hadden we dit jaar graag nog eens overgedaan door het Britse Lavendon over te nemen, maar dat is niet gelukt. Ik zie ons niet onmiddellijk onderdelen verkopen voor bulldozers of kranen, maar ik zie wel nog mogelijkheden voor uitbreiding naar andere niches, zoals trekkertjes op luchthavens. Ondanks de overnames die we elk jaar doen is 75 tot 80 procent van onze groei nog steeds organisch.’

De groeicijfers staan in contrast met de klaagzang die in de Belgische economische geschiedenis weleens weerklinkt. In de jaren 80 en 90 leek het of ons land uitverkoop hield van oude dames als Petrofina, Royale Belge en - via de verkoop van De Generale aan Suez - Electrabel en Tractebel. Ook van de vele technologieparels die in de jaren 90 het levenslicht zagen, bleven er maar weinig Belgisch. Het meettechnologiebedrijf Metris werd Japans (Nikon), de specialist in betaalsoftware Clear2Pay werd FIS, de 3D-printpionier Layerwise ging naar het Amerikaanse 3D Systems, het technologiebedrijf LMS werd verkocht aan het Duitse Siemens.

Maar ons land slaagt er wel degelijk in sterke groeibedrijven verankerd te houden en nieuwe te creëren. Dat raakt wat ondergesneeuwd doordat het niet de meest sexy bedrijven zijn, waardoor ze weinig bekend zijn. Het gaat vooral om industriële business-to-businessbedrijven die in hun niche (materialenrecyclage, bakkerijgrondstoffen, zandwinning, verwerking van groenten en fruit) bij de wereldtop behoren.

Familiebedrijf

Eén cijfer spreekt boekdelen: 69 procent van de Belgische miljardenondernemingen zijn familiebedrijven. Bijna alle niet-beursgenoteerde miljardenbedrijven zijn voor 100 procent in handen van één familie. De uiterst discrete en vermogende familie Emsens is via twee takken eigenaar van drie giganten: de nog steeds door asbestschandalen geteisterde bouwmaterialengroep Etex, de buizenproducent Aliaxis, die daarvan afgesplitst werd, en Sibelco. De drie zijn samen goed voor een omzet van 8,5 miljard euro.

Pierre Macharis, eigenaar-CEO van VPK Packaging (productie van papier en karton)

1,1 miljard euro omzet

‘Onze beursgang in 1999 was het cruciale moment in de geschiedenis van ons bedrijf. Toen traden we uit de schaduw van onze grote concurrenten. We haalden 50 miljoen euro kapitaal op zonder als familie de controle over het bedrijf af te staan. Dat was best veel geld, waar we twee overnames mee hebben gefinancierd. Op dat moment zijn we een speler geworden om rekening mee te houden.’

Dat die 100 procent-familiebedrijven nogal gesteld zijn op discretie en een leven buiten de spotlights - zelf noemen ze het liever ‘bescheidenheid’ - valt af te leiden uit het feit dat ze hun activiteiten het liefst in de (fiscale) luwte van een Luxemburgse holding onderbrengen. U zult de jaarrekening van Jan De Nul, Ravago, Carmeuse, Katoen Natie en Cobelfret niet in de databank van de Nationale Bank terugvinden.

Hun private karakter geeft aan dat ze niet snel in buitenlandse handen zullen terechtkomen. Enerzijds staan ze niet bloot aan een vijandig bod via beursgenoteerde aandelen, anderzijds staan ze ook minder dan beursgenoteerde bedrijven onder druk van publieke aandeelhouders om dividenden uit te keren. De winsten kunnen daardoor veel royaler geherinvesteerd worden in innovatie (voor organische groei) en overnames (externe groei).



Klik hier indien de grafiek niet zichtbaar is.

 

Ook enkele Vlaamse ondernemers staan bekend als Vlaams-Belgische verankeraars. Luc Tack en Charles Beauduin hebben nooit verborgen dat ze door innovatie en extreme klantgerichtheid hun industriële wereldspelers als Picanol, Tessenderlo, Van de Wiele en Barco onafhankelijk en Belgisch willen houden. Een aantal vermogende families, zoals Van Damme, de Spoelberch en de Mévius (AB InBev), Colruyt, Janssen (Solvay, UCB) houden als referentieaandeelhouders van hun beursgenoteerde bedrijven eveneens de touwtjes graag stevig in handen.

Hightech

Het enige minpunt: de Belgische miljardenbedrijven hebben op het eerste gezicht weinig met hightech, dat wereldwijd als een wissel op de toekomst wordt beschouwd. Op Proximus , Telenet , Barco , Agfa en Econocom na zijn pure techbedrijven in onze lijst nauwelijks te bespeuren. In oude sectoren op het kruispunt van twee typisch Belgische clusters - de bouw en grondstoffen, haven en chemie - tel je dan weer een 13-tal bedrijven.

Er blijft nog één vraag over: mag ons land zich ooit verheugen op een navolger van die ene mastodont AB InBev? Nederland kan al meer dan een eeuw bogen op grootheden als Shell, Unilever, Ahold (dat vorig jaar Delhaize opslokte) en Philips. Wat is nodig - een sterke buitenlandse financiering, een verdere professionalisering, een sterker management - zodat ook in ons land een tweede en derde AB InBev opstaat?

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect