‘Een CEO zonder ego bestaat niet'

©rv

Wat is de essentie van ondernemen? Waarom stampt de ene een bedrijf uit de grond en de andere niet? Waarom blijft de ene onderneming klein en groeit de andere uit tot een wereldspeler?

De award Onderneming van het Jaar, een initiatief van EY, BNP Paribas Fortis en De Tijd, bestaat 25 jaar. Om die verjaardag in de verf te zetten ging journalist Bert Voet met alle winnaars rond de tafel zitten om te praten over zaken als leiderschap, innovatie, familiaal aandeelhouderschap en duurzame groei.

De gesprekken zijn gebundeld in het boek ‘Goud, 25 jaar inspirerend ondernemerschap vanuit Vlaanderen’. Hieronder volgt een voorpublicatie waarin winnaars uitleggen waar hun ondernemerschap vandaan komt.

Sommige mannen en vrouwen werden geboren uit ondernemers. Sommigen werden geboren áls ondernemers. Bij anderen kwam het talent pas later bovendrijven. Wat ze wel gemeen hebben: een niet te stuiten drive. Waar komt die onuitputtelijke drive vandaan?

Fine fleur

We laten de fine fleur van onze ondernemers de kern van het ondernemerschap formuleren. Dromen doen ze allemaal, maar waarvan? Van rijk worden? Dat zijn ze op een bepaald moment allemaal geworden. Dus als ze het louter voor het geld deden, dan waren alle deelnemers aan dit boek allang gestopt. En dat is niet het geval.

In 2009 overleed Jean-Jacques Sioen onverwacht, op bijna 74-jarige leeftijd. Met zijn focus op coating - destijds een nieuwe techniek om stoffen brandwerend, waterdicht of ademend te maken - had hij een internationaal succesverhaal geschreven. Toen een brand in 1991 de vestiging in Ardooie vernielde, twijfelde hij over een heropstart, maar zijn drie dochters overtuigden hem. De fabriek werd heropgebouwd en Sioen bloeide als nooit tevoren. In 2005, na 45 jaar, volgde Michèle Sioen haar vader op als CEO van de intussen beursgenoteerde groep. Haar opvolging was de meest logische beslissing.

Want al staat ze van nature niet graag in de belangstelling, al vroeg was duidelijk dat ze ondernemerschap ademt. ‘Ondernemen is risico’s nemen, en ervoor gáán. Als meisje was ik al diegene die de koe bij de hoorns vatte. In groep dingen realiseren, dat deed ik graag.’

‘Maar het echte ondernemen komt ook met de opportuniteiten. Met mijn vader heb ik jarenlang zeer nauw samengewerkt. We zaten naast elkaar op kantoor, dat creëerde een speciale band. Ik heb wel al vaak gezegd dat ik gelukkig geen broer heb - in dat geval zat ik hier misschien niet.’

Geen zoon

Dat laatste is niet zomaar een grapje. Haar moeder Jacqueline vertelde ooit dat haar man zijn dochters zeer graag zag, maar toch elke keer had gehoopt op een zoon - tot de dag van de bevalling. Michèle maakte later grapjes over de drie jongensnamen van de dochters. Hoe dan ook werd Sioen een zeer vrouwelijk bedrijf. Ook de jongere zussen Pascale en Daniëlle werken er, net als hun moeder vroeger.

Ik geloof enorm in de parabel van de talenten. Ik heb blijkbaar het talent om een bedrijf te leiden. Ik moet dat dus doen. Morsen met talenten, daar kan ik niet tegen.
Francis Van Eeckhout
CEO Deceuninck

Ook Francis Van Eeckhout is een ondernemer van het zuiverste soort, geboren en getogen in het gelijknamige familiale beton- en cementbedrijf. Kort nadat hij afstudeerde, werd zijn vader ziek, en het was logisch dat hijzelf en zijn broer Philiep in het bedrijf kwamen.

Dat leidden ze samen tot de verkoop ervan in 2011. Daarna bleef het even stil rond hem, maar toen hij in 2014 met 41 miljoen euro het leeuwendeel van een kapitaalverhoging bij Deceuninck voor zijn rekening nam, werd hij er meteen hoofdaandeelhouder en twee jaar later ook CEO. Toch situeren zijn wildste dromen zich elders.

‘Diep vanbinnen heb ik spijt dat ik geen arts ben geworden. Dat is eigenlijk een veel mooier beroep dan ondernemen, het nobelste van het nobelste. En geen specialist maar huisarts, want die moet heel veelzijdig zijn en gaat bij de mensen thuis. Je ziet daar dan een muis lopen, je ziet dat het er vuil ligt of dat er relatieproblemen zijn. Dat volkse trekt me aan.’

Dat hij geen huisarts werd, is geen trauma geworden. Als ondernemer zit hij perfect in zijn vel. Hij is ook doordrongen van een hardewerkersmentaliteit. Hij kan geen interview geven zonder dat hij over ‘zweten’ begint. Ook al is hij zeer rijk en zou hij perfect een gezapig leventje kunnen leiden, hij blijft doorgaan in een verschroeiend tempo. Why oh why? ‘Tja, waarom loop ik marathons? Niemand praat over mijn tijden, hoor. Wellicht is het mijn ego. Een CEO zonder ego bestaat niet, maar ego en ego is twee. Ik wil over dertig jaar vooral trots kunnen zijn en kunnen zeggen: ‘Deceuninck heeft moeilijke tijden doorgemaakt, maar we hebben het tot dáár gebracht. En het zou nog mooier zijn als ik vervolgens een generatieoverdracht kon realiseren.’’

Parabel van de talenten

Op de vraag waarom hij blijft werken, haalt hij er ook de Bijbel bij, zoals wel meer ondernemers doen: ‘Ik geloof enorm in de parabel van de talenten. Ik heb blijkbaar het talent om een bedrijf te leiden. Ik moet dat dus doen. Iemand anders kan bijvoorbeeld goed voetballen. Maar als die hele dagen bier drinkt, een dikke buik krijgt en niet meer kan volgen op het veld, dan word ik boos. Morsen met talenten, daar kan ik niet tegen.’

Van Eeckhout is niet de enige die andere professionele ambities had. Bernard Haspeslagh wilde aanvankelijk boer worden, maar werd COO van het familiebedrijf Ardo. ‘Het initiatief nemen zit in het bloed’, zegt hij.

‘Ik ben schoolmeester geworden, maar ik heb het ondernemen ook niet kunnen laten’, lacht zijn neef Philippe. Hij is professor en was van 2008 tot 2015 decaan van de Vlerick Business School. Naast zijn academische carrière was hij altijd nauw betrokken bij het familiebedrijf, en stond hij mee aan de wieg van onder meer Vitaya en investeringsfondsen zoals het Leuvense Capricorn Venture Partners en Quest for Growth. ‘Ik bewonder gasten die kunnen vallen, weer opstaan, en dan durven te herbeginnen’, zegt hij.

‘Je mag natuurlijk niet te zwaar vallen’, lacht Bernard Haspeslagh.

Leraar wiskunde

Zelfs onze bekendste ondernemer, de man die zowat dagelijks wel ergens in een krant staat, droomde helemaal niet van het ondernemerschap. Op zondagochtend kropen Marc Coucke en zijn broer geregeld bij hun ouders in bed, met ook de hond erbij. Dan deden ze daar wiskundespelletjes. Leraar wiskunde worden, dát was toen zijn droom. Het idee om een farmabedrijf te starten kwam van Yvan Vindevogel, die hij tijdens zijn legerdienst had ontmoet. ‘Er zijn er al zo veel’, vond Coucke toen.

‘In mijn familie waren geen ondernemers, dus denk je daar zelf ook niet gauw aan. Mijn vader was een zeer intelligente man - hij was zestien toen hij naar de universiteit trok. Mijn ouders hadden een apotheek in Gent, waarin ze wel hard werkten. Toen ik ging studeren, was er veel werkloosheid. Ik koos de apothekersopleiding omdat die zekerheid gaf, want dan kon ik mijn vader opvolgen. Het was aan de universiteit dat ik me ontpopte tot een initiatiefnemer. Elk jaar was ik preses en ik organiseerde tientallen beruchte farmafuiven, waar ik mijn eerste speeches gaf. In het laatste jaar begon ik te twijfelen of de apotheek wel iets voor mij was.’

‘Toen mijn vader enkele weken ziek was, bediende ik de klanten. Na drie weken vroeg ik me af of ik dit heel mijn leven wilde doen. Ik suggereerde mijn vader: ‘Zouden we niet fusioneren met de apotheker hier wat verderop?’ Er zat dus toch al vroeg wat ondernemend denken in mij.’

Vindevogel wist Coucke te overtuigen en ze trokken samen van apotheek naar apotheek om er hun zelf gecreëerde shampoo te verkopen. Van apothekers voor apothekers, heette dat. De slimmigheid van die strategie bestond erin dat ze de apotheker als raadgever tussen producent en verbruiker plaatsten. Met succes.

Achteraf lachten ze dat het hen was gelukt ‘omdat ze niet wisten dat het onmogelijk was’. Ondernemen is dus misschien ook een beetje naïef zijn. Toen er in 1994 een overnamebod voor 200 miljoen frank (5 miljoen euro) op Omega Pharma kwam, wilde Vindevogel verkopen, Coucke niet. ‘Ik kon kiezen: honderd miljoen ‘in de plus of in de min’.’ Coucke kocht Vindevogel uit en ging door.

Ambiance

‘Ondernemen was pas een latere roeping’, zegt Hans Bourlon, die een kandidaatsdiploma filosofie heeft en samen met Gert Verhulst een van de opmerkelijkste ondernemersverhalen in Vlaanderen (Studio 100) neerzette. ‘Mijn vader was douanier, mijn moeder huisvrouw. Het is niet zo dat ik op mijn achttiende dacht: ik ga ondernemer worden. Ook op school was er niemand die zei dat dat iets voor mij was. Ik ben wel lang bij de scouts geweest. Dat is een zeer ondernemende omgeving waarin alles draait rond dingen samen doen en creëren. Via de scouts ben ik in 1987 overigens ook bij de VRT beland. Ze zochten iemand voor een kinderspelprogramma en kwamen via via bij mij terecht.’

Het is niet zo dat ik op mijn achttiende dacht: ‘Ik ga ondernemer worden.’
Hans Bourlon
CEO van Studio 100

Ook Gert Verhulst, zoon van een spoorwegarbeider en een huisvrouw, kreeg het ondernemen niet van thuis uit mee. ‘Maar ik heb wel altijd een eigen zaak gewild’, zegt hij. ‘Zelfstandig zijn was een betrachting. Ik speelde al vroeg winkeltje: inkopen doen en ze thuis weer verkopen.’

‘De essentie van ondernemen is vrijheid’, meent hij. ‘Je eigen koers bepalen. Niemand boven je hebben die de lakens uitdeelt. Sommige mensen hebben daar geen behoefte aan om gelukkig te zijn, ik wel.’

‘In die zin vind ik het ook een dikke aanrader’, zegt zijn kompaan. ‘Iedereen zou er op z’n minst over moeten nadenken. Ondernemen geeft een zekere ambiance in je leven. Maar dat weet je pas als je het probeert. Samen met anderen begin je met iets, en dan is er die spanning: zal het lukken of niet? Dat doet mensen vaak al floreren. Of boven zichzelf uitstijgen. Soms ontstaat er een krachtige dynamiek. En groei is een magneet: iedereen wil er dan bij betrokken zijn. Er ontstaat een opwaartse spiraal van succes, waarbinnen je nieuwe dingen gaat proberen. Succes geeft ook zelfvertrouwen aan een groep. Een zeker gevoel van onoverwinnelijkheid. Dat kan ook doorgeprikt worden, natuurlijk. Maar het is een belangrijke kracht. Er is geen enkele renner die wint als hij vooraf niet het idee had dát hij zou winnen.’

‘Goud, 25 jaar inspirerend onder nemerschap vanuit Vlaanderen’ verschijnt op 19 november bij Lannoo, telt 192 pagina’s en kost 39,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n