Advertentie
interview

‘Een crash? Het overnamefeestje kan nog twee, drie jaar duren'

‘Het eindigt altijd met tranen. Maar daar zijn we nog niet.’ Jean-Pierre Blumberg, een van ’s lands meest door gewinterde zakenadvocaten, overschouwt de overnamegolf van afgelopen week.

‘In de dotcomgekte had ik met mijn vennoten afgesproken dat mijn medewerkers de baan op gingen, en dat ik op kantoor aan de telefoon bleef zitten. Want er kwam om de twee dagen een nieuwe zaak binnen. Dat is vandaag niet zo.’ Jean-Pierre Blumberg (57) schrikt niet snel meer. Ook niet van de overnamewoede van afgelopen week. De miljardendans tussen onder meer de pakjesbedrijven FedEx en TNT, de energiereuzen Shell en British Gas en de fabrikanten van generische medicijnen Mylan en Perrigo (dat nota bene nog maar een paar maanden geleden Omega Pharma opkocht), Blumberg heeft het allemaal al eens gezien. Zelfs al werd er deze week meer dan 100 miljard dollar op tafel gelegd.

De Antwerpenaar draait al ruim 30 jaar mee op sleutelposities in de fusie- en overnamewereld. Vandaag zit hij mee aan de top bij Linklaters, een zakenadvocatenkantoor met naam én een wereldwijde voetafdruk. Onlangs was Blumberg nog betrokken bij de overname van de West-Vlaamse vinylgroep IVC door de Amerikaanse vloerbedekkingsgroep Mohawk, in een wat verder verleden bij de verkoop van de West-Vlaamse laminaatgroep Unilin aan datzelfde Mohawk, bij de privatisering van Bpost, de beursintroductie van Belgacom, en bij de verkoop van Hesse Noord Natie aan de Singaporese havenuitbater PSA.

In de Linklaters-kantoren in Antwerpen doceert Blumberg, gewapend met een stevige bundel slides, eerst 50 minuten over hoe de fusie- en overnamemarkt vandaag in elkaar zit. In de VS, in Europa, en Azië. Hij zet de schijnbare gekte van vandaag in perspectief. ‘Wat de volumes betreft, zitten we weer op precrisisniveau. In 2006.’ In de VS wordt gretig met schulden en complexe schuldinstrumenten gewerkt, in Europa veel minder. Ja, de waarderingen lopen op, maar het plafond is nog niet in zicht.

‘Vandaag zien we een klimaat van opportunisme’, legt hij uit. ‘Geld is door het zeer soepele monetair beleid van de centrale banken bijzonder goedkoop. De euro noteert zwak ten opzichte van de dollar, wat kopers naar Europa lokt, Amerikaanse private-equityspelers zijn terug van weggeweest, de bedrijfsbalansen zijn relatief gezond, sommige bedrijven hebben een stevige oorlogskas opgebouwd.’

Blumberg overschouwt, maar hij is ook kritisch. Om dat niet te zijn heeft hij al te veel gezien. ‘Het is al altijd met een crash geëindigd.’

Waar staan we nu in Europa? Kunnen we al van een echte fusiegolf spreken?
Jean-Pierre Blumberg: ‘Dat is altijd heel moeilijk te zeggen als je erin zit. Maar ik denk dat we dichter bij het begin staan dan bij het einde van de golf. Misschien zijn we een kwart op weg. De overnamegolf is in 2013 in de VS begonnen, en nu rolt ze over ons heen.’

Een handvol bedrijven geeft 100 miljard dollar uit om andere bedrijven op te kopen. In crisistijd. Dan komt spontaan de gedachte aan overdrijving op.
Blumberg: ‘Het lukt nooit om precies te voorspellen wanneer we de piek bereiken, en wanneer de crash zal beginnen. Maar bij de vorige golf van 2003 tot 2008 zag je op het einde overnames gebeuren met overdreven schuldfinanciering. Als dan je omzet na de overname een beetje daalt, dan wéét je dat je in de problemen komt. De dotcomperiode was echte gekte. Duizelingwekkende bedragen voor bedrijven die geen omzet draaiden. Dat ik dacht: ‘Dat is nu eens ongelooflijk veel geld.’ Dat gevoel heb ik vandaag niet.’

Vindt u het niet opmerkelijk dat het aantal transacties en de prijzen stijgen, terwijl de economie in Europa slabakt?
Blumberg: ‘De economische groei blijft achterwege. En dat is inderdaad atypisch.’ (denkt na) ‘Eigenlijk is de toestand in Europa zeer abnormaal. Iedereen kijkt vandaag naar Europa, er is een goedkope euro en een ultrasoepel monetair beleid... maar er is weinig groei. Als die uitblijft, stevenen we in Europa af op een spreidstand tussen de reële economie en de overnamemarkt. Je kunt almaar hogere prijzen betalen met goedkoop geld, maar als de groei uitblijft, kom je vroeg of laat jezelf tegen. Ofwel gaat de economie sneller groeien, ofwel gaan de prijzen omlaag. Something’s got to give. En als de economie aantrekt, brengt dat het einde van erg goedkoop geld dichterbij. Maar daar zijn we nog niet. Ik denk dat het momentum nog een jaar of twee, drie kan aanhouden. Tenzij er wat gebeurt in de VS dat het feestje verstoort: een verstrakking van het monetair beleid bijvoorbeeld.’

Maar het eindigt altijd in tranen.
Blumberg: (knikt) ‘Alle fusiegolven zijn tot nog toe geëindigd met een crash van de aandelenmarkten. Maar de dingen die je doorgaans ziet voor het misgaat, zoals traditionele waarderingsmaatstaven die plots achterhaald blijken, zie ik vandaag niet.’

Neen? Daarnet, toen u door uw slides ging, had u het erover hoe ‘ten the new seven is’ in de wereld van financiers. Tien keer de bedrijfskasstroom voor een bedrijf betalen is perfect normaal vandaag, terwijl vroeger zeven keer gangbaar was.
Blumberg: ‘Dat is niet noodzakelijk een nieuwe waarderingsmaatstaf. Een overvloed aan kapitaal is vandaag op zoek naar een hoger rendement. De centrale banken houden de rendementen op klassieke, ‘veilige’ beleggingen zoals overheidspapier kunstmatig laag, waardoor grote beleggers een deel moeten beleggen in een activaklasse met een hoger risico om het rendement op hun hele portefeuille op te krikken. Met ‘ten is the new seven’ wordt bedoeld dat de prijs meer gedreven wordt door de kosten van financiering dan door de rendementsverwachtingen.’

Maar als de intrestvoeten stijgen...
Blumberg: ‘Dat is het speciale, en ook het gevaarlijke aan een markt waar kapitaal overvloedig aanwezig is. De legendarische belegger Warren Buffett omschreef het als volgt: ‘When the tide recedes, you discover who’s been swimming naked.’ Als de rente stijgt, zullen we zien wie geen zwembroek aan heeft.’

Buffett zei ook dat niets zo verdovend werkt als gratis geld.
Blumberg: ‘Ja, precies. Het maakt sommige financiële spelers ook wanhopig. Zoals grote Canadese pensioenfondsen als OMERS en Ontario Teachers, die nu zelfs rechtstreeks participeren in overnames.’

Is de gooi van Mylan naar Perrigo ook zo’n wanhoopsdaad?
Blumberg: ‘Misschien is het een voorbode van de fase waarin CEO’s naar elkaar beginnen te kijken. ‘Ik moet overnemen, of ik word zelf overgenomen.’ Dat kun je nu ook in de oliesector krijgen: ‘Als Shell beweegt, moeten wij dat ook doen.’’

Doorgaans volgen de beurzen de toenemende fusie- en overnameactiviteit. Nu lijkt het andersom. Aandelenbeleggers lopen enthousiast voorop.
Blumberg: ‘Door het beleid van de centrale banken. Het geld wordt naar de beurs gedwongen. Dat kan ook een probleem zijn: op den duur zijn de intrestvoeten zo laag dat de lijn tussen risicovollere investeringen en risicoloze verdwijnt. Als de Italiaanse overheidsschuld op tien jaar vandaag 1 procent opbrengt...’ (trekt een bedenkelijk gezicht)

U zou er niet in beleggen?
Blumberg: ‘Absoluut niet. De risicopremie zou veel hoger moeten liggen. Al die kapitalen die vandaag op zoek zijn naar rendement geven een vertekend beeld. Dat ik op een Duitse tienjaarsobligatie maar 1 procent krijg, oké. Maar op een Italiaanse? En een Belgische?’

De sector waarin u actief bent, die van de zakenadvocaten, wordt hier wel beter van.
Blumberg: ‘Natuurlijk. Wij werven aan (dit jaar 10 tot 15 mensen in België, waar zo’n 200 mensen werken, red.) en voor een bepaald type professionals is dat niet slecht. Voor mensen die rechten of economie gestudeerd hebben bijvoorbeeld. Wij schuiven op naar een diensteneconomie en dan is het niet slecht dat een dienst goed draait. Maar fusies en overnames zijn ook een indicator dat ondernemers vertrouwen hebben. Een teken dat het economisch beter zal gaan, althans voor een tijdje.’

Hoe waardevol is zo’n boom als die beperkt blijft tot een select wereldje van grote bedrijven, financiers en dienstverleners?
Blumberg: ‘Verkijk u niet op die grote deals. Dat is een indicatie van wat in de hele markt gebeurt.’

Goed, maar ga de straat op hier in Antwerpen en vraag aan de mensen of er weer vertrouwen is. Welk antwoord krijgt u dan?
Blumberg: ‘Dat mag je zo niet stellen. Dat heeft minder te maken met fusies en overnames.’

Dat bedoel ik net: wordt de wereld niet erg gespleten? Met aan de ene kant heel veel fusie- en overname-enthousiasme en aan de andere kant een uitgesponnen crisis voor het grootste deel van de bevolking.
Blumberg: (denkt na) ‘Vandaag zit je in een groot deel van de westerse wereld met het probleem dat de bevolking veroudert en dat de factuur voor die vergrijzing oploopt en betaald moet worden. Hoe gaan we dat doen? Met veel meer immigratie. De mensen horen dat niet graag, maar het zal zo moeten. We hebben veel meer mensen op onze arbeidsmarkt nodig, meer mensen aan het werk. De arbeidsmarkt moet flexibeler worden. Let op, met behoud van de sociale welvaart. Maatschappelijk zitten we daar vast. Daar hebben fusies en overnames niets mee te maken.’

Hoe verklaart u dat we vastzitten?
Blumberg: ‘In een welvaartsstaat als de onze heb je van boven tot onder belangenconflicten. Wie wat meer verdient, wil niet meer belastingen betalen. Wie wat minder verdient, wil zijn jobzekerheid niet opgeven. Als je de vakbond bent, en het grootste deel van je leden zijn ambtenaren en mensen die niet economisch actief zijn... Goh, dan heb je een immens belangenconflict. De uitdaging van de politiek is om door die belangenconflicten naar een nieuwe sociale consensus te gaan. Maar nogmaals, fusies en overnames geven aan dat bedrijven vertrouwen hebben. En dat is positief.’

Altijd? Sommige partijen kunnen met het gratisgeldbeleid zo makkelijk geld lenen, met dat geld een bedrijf kopen, het saneren en de winst op zak steken. De Brazilianen van 3G (het investeringsfonds dat onder meer in AB InBev zit, en recent fusieplannen voor Kraft en Heinz ontvouwde) hebben er bijna een doctrine van gemaakt.
Blumberg: ‘Tja. Maar wat gebeurt er als je niets doet? Als sommige bedrijven niet gekocht worden? In het geval van de deal tussen FedEx en TNT zullen er jobs verloren gaan, maar wat is het alternatief? Je zit in die sector met drie, vier concurrenten, waarvan er op termijn één op de fles gaat. Het klopt dat ruim 50 procent van de fusies en overnames niet de verhoopte waardecreatie oplevert. Maar dat ligt veelal aan wat er na zo’n transactie gebeurt dan aan de transactie op zich. (denkt na) In het geval van AB InBev: wat als Jupiler nooit in die constellatie was beland. Bestond het dan nog? Of was het ten onder gegaan in een prijzenoorlog tegen een veel grotere concurrent?’

Tot slot: hoeveel grote dossiers hebt u nog in de pijplijn zitten?
Blumberg: ‘Een aantal. Er is nog wat op komst. Maar daar kan ik echt niets over zeggen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud